1 Titel [Een volgens geleerden aannemelijke veronderstelling. Geen parallel in Lukas]
Dit zijn de lessen van Jezus.
JEZUS' ONDERRICHT
7 Introductie [Lukas 6:20]
Hij richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei:
8 Over wie gelukkig zijn [Lukas 6:20-23]
“Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.
Gelukkig jullie die honger hebben, want je zult verzadigd worden.
Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen.”
9 Over het beantwoorden van verwijten [Lukas 6:27-35]
“Ik zeg jullie: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.”
“Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.”
10 Over het geven van oordelen [Lukas 6:36-38]
“Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.”
11 Over leraar en leerlingen [Lukas 6:39-40]
“Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil? Een leerling staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester.”
12 Over schijnheiligheid [Lukas 6:41-42]
“Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: 'Laat mij de splinter in je oog verwijderen,' terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Schijnheilige (NBV*: Huichelaar), verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter in het oog van je broeder of zuster te verwijderen.”
13 Over integriteit [Lukas 6:43-45]
“Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort, en evenmin brengt een slechte boom goede vruchten voort. Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen, want van distels pluk je geen vijgen en van doornstruiken geen druiven. Een goed mens brengt uit de goede schatkamer van zijn hart het goede voort, maar een slecht mens brengt uit zijn slechte schatkamer het kwade voort; want waar het hart vol van is daar loopt de mond van over."
14 Over praktisch gehoorzamen [Lukas 6:46-49]
“Waarom roepen jullie 'Heer, Heer' tegen mij, maar doen jullie niet wat ik zeg? Ik zal jullie vertellen op wie degene lijkt die bij me komt, naar mijn woorden luistert en ernaar handelt: hij lijkt op iemand die bij het bouwen van zijn huis een diep gat groef en het fundament op rotsgrond legde. Toen er een overstroming kwam, beukte het water tegen het huis, maar het stortte niet in omdat het degelijk gebouwd was. Wie wel naar mijn woorden luistert maar niet doet wat ik zeg, lijkt op iemand die een huis bouwde zonder fundament, zodat het meteen instortte toen het water ertegen beukte en er alleen een bouwval overbleef.”
INSTRUCTIES VOOR DE JEZUSBEWEGING
19 Over het worden van een volgeling van Jezus [Lukas 9:57-62]
Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: “Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.” Jezus zei tegen hem: “De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.” Tegen een ander zei hij: “Volg mij!” Maar deze zei: “Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.” Jezus zei tegen hem: “Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.” Weer een ander zei: “Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.” Jezus zei tegen hem: “Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.”
20 Over het werken voor het koninkrijk van God [Lukas 10:1-11]
Hij zei tegen hen: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. Ga op weg, en bedenk wel: ik zend jullie als lammeren onder de wolven (BK: gastvrijheid voor reizigers was tot op zekere hoogte - als zij niet bij een vijandelijke clan of plaats of volk behoorden en minstens zeker voor verwanten, clangenoten en buren - vanzelfsprekend op het platteland en in de stadjes van die dagen, zeg maar: in sociaal-economische zin vergelijkbaar met zoiets als een basisinkomen of uitkering bij ons; instemming met Jezus' lessen - radicale verandering in de richting van de heerschappij van de hemel - niet). Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: 'Vrede voor dit huis!' Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: 'Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.' Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: 'Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!' "
VERTROUWEN OP DE ZORG VAN DE VADER
26 Hoe te bidden [Lukas 11:1-4]
“ Wanneer jullie bidden, zeg dan:
'Vader, laat uw naam geheiligd worden
en laat uw koninkrijk komen.
Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze zonden,
want ook wijzelf vergeven iedereen
die ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving.' "
27 Vertrouwen bij het vragen [Lukas 11:9-13]
“Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.”
“Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.”
“Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven?”
“Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet goede gaven (Lukas: de heilige Geest) geven aan wie hem erom vragen!”
OVER ANGST EN VRIJUIT SPREKEN
35 Over vrijuit spreken [Lukas 12:2-3]
“Niets is verborgen dat niet onthuld zal worden, en niets is geheim dat niet bekend zal worden.”
“Alles wat jullie in het duister zeggen, zal in het licht worden gehoord, en wat jullie binnenskamers in iemands oor fluisteren, zal vanaf de daken bekend worden gemaakt.”
36 Over angst [Lukas 12:4-7]
“Wees niet bang voor degenen die het lichaam kunnen doden, maar niet tot iets ergers in staat zijn.”
“Wat kosten vijf mussen? Bijna niets. Toch wordt er niet één door God vergeten. Zelfs de haren op jullie hoofd zijn alle geteld. Wees niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.”
OVER PERSOONLIJKE EIGENDOMMEN
38 Dwaze eigendommen [Lukas 12:13-21]
Iemand uit de menigte zei tegen hem: “Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen! “ Maar Jezus antwoordde: “Wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?”
En hij vertelde hun de volgende gelijkenis: “Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. Maar God zei tegen hem: 'Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?' Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”
39 Over voedsel en kleren [Lukas 12:22-31]
“Ik zeg tegen jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Want het leven is meer dan voedsel en het lichaam meer dan kleding. Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. Hoeveel meer zijn jullie niet waard dan de vogels! Wie van jullie kan door zich zorgen te maken één el aan zijn levensduur toevoegen? Als jullie dus zelfs het geringste al niet kunnen, waarom maken jullie je dan zorgen over de rest? Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? Ook jullie moeten niet nadenken over wat je zult eten en wat je zult drinken, en jullie moeten je niet door zorgen laten kwellen. De volken van deze wereld jagen die dingen na, maar jullie Vader weet dat je ze nodig hebt. Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden.”
40 Over de schat in de hemel [Lukas 12:33-34]
“Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jezelf een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten. Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.”
GELIJKENISSEN VAN HET KONINKRIJK
46 De mosterdplant en de gist [Lukas 13:18-21]
Hij zei: “Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.”
En opnieuw zei hij: “Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? Het lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.”
DE WARE VOLGELINGEN VAN JEZUS
50 Over nederigheid [Lukas 14:11; 18:14]
“Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.”
51 Het grote feestmaal [Lukas 14:16-24]
“Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: 'Kom, want alles is klaar.' Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: 'Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen. ' En een ander zei: 'Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen. ' Weer een ander zei: 'Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen. ' Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: 'Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen zoveel mensen hierheen als je maar kunt vinden (Lukas: de armen en kreupelen en blinden en verlamden).' En de dienaar ging de straten in en bracht iedereen bijeen die hij maar kon vinden. Op die manier werd het huis gevuld met gasten. (Lukas: Toen de dienaar hem kwam melden: 'Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats, ' zei de heer tegen hem: 'Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.)' "
52 De prijs van het leerlingschap [Lukas 14:26-27; 17:33]
“Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters (Lukas: ja zelfs met zijn eigen leven), kan niet mijn leerling zijn.”
“Wie niet zijn kruis draagt en (Mack: dat wil zeggen 'veroordeling verdraagt en zo') mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn.”
“Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden.”
53 Smakeloos zout [Lukas 14:34-35]
“Zout is iets goeds. Maar als ook het zout zijn smaak verliest, hoe kunnen we het dan zijn kracht teruggeven? Ook voor de bemesting van de grond is het niet meer bruikbaar, dus wordt het weggegooid.”
[Jezus Lukas mosterdplant bergrede evangelie tekst gelijkenissen lessen uitleg woorden doden gezegden vader god leven kinderen balk splinter bron verloren thomas zout begraven Lucas koninkrijk schat hart oogst huis gelukkig]
De belangrijkste bronnen voor de evangeliën van Matteüs en Lukas zijn enerzijds het evangelie van Markus en anderzijds een verloren bron, die Q (naar het Duitse woord Quelle = bron) genoemd wordt. Geleerden hebben deze bron gereconstrueerd in 62 gezegden en onderscheiden er latere gedeelten en een oudste tekst (Q1 genoemd) in. U kunt hierover veel vinden in het boek van professor Burton Mack, De verloren woorden van Jezus, 1994, waarin ook de complete tekst van Q staat (91-118; zie onder over het Engelse origineel).
De oudste tekst Q1 die hierboven is weergegeven, lijkt sterk op de bergrede van Jezus bij Matteüs (de hoofdstukken 5-7) en heeft ook voor bijna alle woorden parallellen in het evangelie van Lukas.
Professor Burton Mack is emeritus professor in het Nieuwe Testament aan de School of Theology in Claremont in Californië in de Verenigde Staten. Hij schreef behalve het genoemde boek diverse studies over de oorsprong van het christendom waaronder A Myth of Innocence: Mark and Christian Origins en Wie schreven het Nieuwe Testament werkelijk?
[N.B. Wat nu volgt, is alleen gebaseerd op mijn onderzoek naar de bron Q1 volgens Mack. Zoals daar aangegeven wordt, is daarna ook duidelijk geworden dat in het Evangelie van Thomas zeer oude gezegden bewaard zijn. Daaraan besteed ik aandacht in De lessen van Jezus (2). Tevens combineer ik de gegevens van Q1 en van deze oude gezegden in het Evangelie van Thomas, zodat vanuit twee invalshoeken licht valt op deze waarschijnlijk meest oorspronkelijke gezegden van Jezus. Met een nieuwe samenvatting en aktuele verwoording ervan.]
Q1 is wat de bijbelgeleerden beschouwen als het oudste geschrift van volgelingen van Jezus van Nazareth, op de oudste kern van het Evangelie van Thomas na die mogelijk nog ouder is. Zoals uit deze verzameling gezegden van Q1 afgelezen kan worden, beschouwden de oorspronkelijke leden van deze groep aanhangers Jezus niet als een Christus of Messias, en zeker niet als de door de hemel verwekte Zoon van God. Deze mensen zagen Jezus als een zeer inspirerende leraar. Een zogeheten wijze, die een moraal en een gedrag leerde geschikt voor de mensen van toen. Professor Mack plaatst Q1 in het midden van de jaren 50 van de eerste eeuw van onze jaartelling, hoewel minstens enkele van de gezegden meer dan waarschijnlijk direct van Jezus - die begin van de jaren dertig werd gekruisigd - afstamden. De latere gedeelten (Q2 en Q3) stammen dan uit de jaren 60 en begin 70.
De oudste kern van het Evangelie van Thomas wordt door geleerden in de jaren 40 of zelfs 30 van de eerste eeuw geplaatst. Zie Het Evangelie van Thomas, vertaald en toegelicht door G. Quispel, 2004. Want de vorm van de gezegden uit deze andere bron wijst ze - nog meer dan de gezegden in Q1 voor wie dat ook al geldt - onmiskenbaar aan als oudere, nog oorspronkelijker varianten van de parallellen ervan in de bekende vier evangeliën die gedateerd worden van omstreeks 70 (Markus) tot omstreeks het einde (Johannes) van de eerste eeuw. De laatste tijd wordt veel aandacht besteed aan de ontdekking van het feit dat al deze teksten in hun ontstaanstijd functioneerden in gemeenschappen die hen beschouwden als mondelinge overlevering (er waren geen gedrukte boeken, geen printers, en er werd maar heel weinig opgeschreven; en dat meer op basis van herinnering dan op basis van vergelijking van bestaande geschreven teksten, al had men hier en daar natuurlijk wel een of meer geschriften uit de overlevering of een of meer die men daarnaast ook heel erg waardeerde). Met andere woorden men vond - als men daarover al nadacht - het zeker in de meeste van deze kringen normaal dat 'spreuken van' en 'verhalen over' Jezus een veranderlijk leven leidden in de context van de groeperingen waarin ze doorverteld werden. Vandaar alleen al vier evangeliën in het Nieuwe Testament, ontstaan in minstens vier groepen, en nog veel meer daarbuiten - eerder een bewijs van levensvatbaarheid dan van onwaarheid. Zoeken naar een oorspronkelijke tekst is vanuit dat standpunt op het eerste gezicht onbegonnen werk. Al kunnen historici natuurlijk een poging doen. Daarbij is dan de beleving van de groeperingen en de rol die de teksten in hun mond en soms handen speelde, veel belangrijker dan de waarde, uitleg en betekenis die dezelfde teksten (in één band met een gouden lintje erom als 'heilig boek') later gekregen hebben bij de veel latere bisschoppen en theologen. Dit weten van hun oorspronkelijke (on)schuld maakt de teksten vaak pas echt interessant. Hoewel nog steeds wijzelf dat bepalen, als nieuwe hoorders en lezers, in onze nieuwe eigen contexten. Het relativeert de resultaten van het onderzoek qua historische betrouwbaarheid natuurlijk wel, net als van de erop gebaseerde reconstructies zoals mijn actuele verwoording hieronder. Maar misschien niet in mindering op de impact voor een nieuwe lezer. Die behalve op het spoor van onvermoede nieuwe betekenissen wellicht ook op dat van verder historisch onderzoek en ontdekkingen gebracht kan worden, want beide komen voor!
[Jezus Lukas mosterdplant bergrede evangelie tekst gelijkenissen lessen uitleg woorden doden gezegden vader god leven kinderen balk splinter bron verloren thomas zout begraven Lucas koninkrijk schat hart oogst huis gelukkig]
Tot slot bied ik u mijn poging aan (voorlopige versie) tot een 'samenvatting' van bovenstaande lessen met woorden - en wellicht een nieuwe uitleg - die deels passen in onze tijd: