Lezen (of juist niet) 14!


Deze pagina bevat een lijst van sinds 2004 gelezen teksten met commentaar.

Retour naar overzichtspagina gelezen teksten

Gelezen - sinds 2004 - f

Read - since 2004f






[Actual links referring to this page or parts of it:


Thich Nhat Hanh, The Diamond That Cuts Through Illusion: Commentaries on the Prajñaparamita Diamond Sutra, Berkeley CA (Parallax Press) 1992, 115pp.

Het soetra dat de auteur bespreekt in dit boek, het Vajracchedika Prajñaparamita soetra waarvan de Engelse vertaling ook de eerste 25 pagina's van dit boek vult, kun je samenvatten in de zin: hang niet aan concepten, beelden, woorden. Of zoals de auteur zegt: we dienen woorden zo te gebruiken dat ze ons niet tot hun slaaf maken (62). Het probleem is alleen dat woorden en ideeën altijd te kort schieten als het er om gaat de werkelijkheid weer te geven (109). Hoe pakken we deze situatie aan?
Vajracchedika betekent 'de diamant die kwellingen, onwetendheid, verwarring of illusie doorsnijdt'. Prajñaparamita betekent 'het inzicht dat ons over de oceaan van lijden naar de andere oever brengt'. Het soetra is gegoten in de vorm van een dialoog tussen de Boeddha en zijn vergevorderde leerling Subhuti, aan wie onder andere de (uit een ander soetra geciteerde) uitspraak van Boeddha uitgelegd wordt dat “alle leringen die ik jullie geef een vlot zijn” (om de rivier van het bestaan over te steken en het land van nirvana te bereiken, ofwel de volledige transcendente wijsheid te verwerven) . Subhuti krijgt te horen: “Alle leringen moeten achtergelaten worden, en niet-leringen al helemaal.” (57) De vorm van het soetra is dat steeds bepaalde constructies herhaald worden, die het overstijgen van eenzijdigheden in opvattingen weergeven. (Tussen haakjes: de sleutel tot het lezen van deze passages is te vinden op p. 94 waar de auteur aan het eind van de tweede alinea het woord 'only' invoegt om zo'n passage uit te leggen, zie aldaar!)
Het gaat om diep inzicht in het stromen van de werkelijkheid. Waarbij alle onderdelen en het geheel allemaal permanent veranderen, elkaar veronderstellen, en nooit in woorden grijpbaar zijn. Maar waarbij het belangrijk is vast te stellen dat noch de weg van de verabsolutering van woorden (of evenmin van zogenaamde vaststaande werkelijkheden), noch de weg van de ontkenning van het bestaan of de functie of betekenis van woorden (of werkelijkheden) de oplossing vormt. En het hoogste inzicht hierin kunnen we alleen realiseren door het hier en nu toe te passen en het te 'vergeten' (althans los te laten), steeds opnieuw.
Voor het soetra is dit inzicht nog onvergelijkelijk veel meer waard dan een naïeve, althans onbewuste, vorm van altruïstisch handelen, hoe hoog je die op zichzelf ook al moet waarderen. Het is immers niet onmogelijk beide te combineren. Te helpen zonder dat de rechterhand en de linkerhand van elkaar weten wat ze doen (37; dit zijn mijn woorden naar de christelijke traditie, de auteur zegt dat de handen elkaar helpen). Maar, zeg ik dan, dan ben je wel al ver gekomen, verder dan degenen die alleen maar het hoogste inzicht nastreven en denken dat ze er dan al zijn - zonder handelen. Zoals de auteur en commentator zegt: “De ideeën van leegheid, vergankelijkheid, en zelfloosheid zijn uitermate behulpzaam, maar als je ze gebruikt zonder ze diep en helder te verstaan, kun je lijden en voor anderen onheil bewerkstelligen.” (58)
Het komt er op aan geen onderscheid te verabsoluteren, tot niets of niemand een onoverbrugbare afstand te creëren en die met alle macht of in tergende schijn van onbewustheid in stand te houden (wat iets anders is dan alles op een hoop gooien en geen verschillen zien, dat eerste doen we juist niet en dat laatste juist heel subtiel). Inzien dat ieder woord een leugen is als het niet als tijdelijk hulpmiddel, benaderingswijze, uitleg gezien wordt maar als definitieve, eeuwig ware uitleg of vorm. Weten dat het tegendeel de vooronderstelling van iedere bewering over of deel van de werkelijkheid is. Inzien dat alles, echt alles, elkaar veronderstelt (96) en dus ook mee 'omvat' en daar naar handelen. Nergens aan hechten, helemaal nergens aan, geen enkel begrip en geen enkele vorm. Het meest stabiele om ons op te baseren is ons niet te baseren (78v.). Geen concurrentie aangaan. “In Plum Village (het centrum in Frankrijk waar de auteur en zijn gemeenschap wonen, BK) eten we vegetarisch zonder aan onszelf als vegetariërs te denken. Dit is het wezen van niet handelen of niet hechten aan de vorm” (67). De wonderbaarlijke werkelijkheid ervarend en benaderend met alle zintuigen open. Hier en nu handelend ofwel niet-handelend, volledig met de werkelijkheid mee veranderend. Dat is het onbereikbare bereikt hebben ofwel weten dat er verder niets te bereiken valt. Let wel: in dit moment, maar dat hebben we alweer achter ons gelaten om in het volgende, huidige moment opnieuw te leven. Het hoogste inzicht is dat alleen als het samenvalt met het object van haar (in)zien, haar tegendeel omvat, en samengaat met haar realisering. Het is niet los verkrijgbaar! Het hoogste inzicht is een nooit voltooid ontwikkelingsproces (behalve dat het ieder moment volledig voltooid wordt!).
Het soetra maakt een intrigerende indruk en het commentaar slaagt erin daar nog de nodige heldere uitleg en inspiratie aan toe te voegen. Ook in dit boek slaagt de auteur er in terloops allerlei zaken nog even extra toe te lichten bijvoorbeeld hoe dharma's opgevat kunnen worden en hoe de dialectiek van de prajñaparamita deze beschouwt en verwoordt (55-57). En heel wat meer zaken en begrippen want het soetra behandelt nogal wat begrippen die in het boeddhisme een belangrijke rol spelen.
Ook geeft de auteur praktisch advies. Bijvoorbeeld richtlijnen voor altruïstisch handelen: investeren waar kans op rendement is en niet waar dat niet het geval is (31). En niet denken dat waar geen geld is, geen altruïstisch gedrag mogelijk is (44). Of iets heel anders waar hij toelicht dat niet hechten aan de vorm bijvoorbeeld ook betekent je niet hechten aan de vorm van meditatie die je kiest, en ook vermijden om dat je opbrandt bij het vestigen van een meditatiecentrum of oefenplaats (68). Geweldloos met jezelf omgaan.
Of hij strooit met pareltjes van inzicht of een mooi zinnetje of gedicht. “Een maaltijd eten, water drinken, en het toilet gebruiken zijn allemaal Buddhadharma” (een uitspraak van de Vietnamese koning Tran Nhan Tong, 64). Of legt een mooi verhaal over een monnik in het oude China uit (95; voor een interessante lange versie van dit verhaal zie overigens het hieronder op deze webpagina genoemde boek van Mu Soeng die het een van de oudste voorbeelden van een koan noemt, pp. 62-64).
Nog enkele citaten:
“Niet-dualiteit is in het boeddhisme het wezenlijke kenmerk van liefde. … Deze beginselen kunnen toegepast worden om de problemen in het Midden-Oosten … op te lossen. Het lijden van de ene zijde is ook het lijden van de andere zijde. … Deze beginselen kunnen ook toegepast worden op het oplossen van milieuproblemen.” (102)
“Wanneer eenmaal onze wonden genezen zijn, laten we deze beelden achter ons en zien de Boeddha in geboorte, ziekte, ouderdom en dood. Nirvana is gemaakt van dezelfde substantie als gehechtheid, ontwaken van dezelfde substantie als onwetendheid. … De vruchten van de oefening - sereniteit, vrede en geluk - zijn er zeker maar ze kunnen niet onderkend worden in verzamelingen van visies. Zij openbaren zich uitsluitend in de wonderbaarlijke werkelijkheid.” (105) Ideaal en werkelijkheid zijn los van elkaar weinig waard.
“Wat een bodhisattva ook maar denkt, zegt, en doet kan aanleiding geven tot onbegrensde vreugde en geluk, maar hij of zij zit er niet in gevangen. … Wanneer we aanbieden af te wassen, zullen we geen ware bodhisattva's zijn indien we denken dat ons werk ons in de toekomst een beetje geluk of verdienste zal brengen. …Afwassen gewoon om af te wassen brengt ons … onschatbare karakterkwaliteit en geluk. We kennen allemaal mensen die geen groot lijden kunnen verdragen, maar we realiseren ons niet dat het je verheugen in groot geluk ook grote kracht en volharding vraagt.” (107)
De auteur deelt de mening van het soetra dat het horen, vermenigvuldigen, reciteren, opnemen en doorgeven van het soetra van onmetelijke waarde is, als symbool van en aansporing tot onze alomvattende deelname aan het geschenk van de werkelijkheid. “Nadenken is een noodzakelijke voorwaarde voor inzicht. … Een soetra lezen is als een massage.” (100v.) Het is goed goede zaden te zaaien op de velden van ons bewustzijn, en dat van anderen. Zij zullen eens vrucht brengen. Maar dat hoeft geen verabsolutering te betekenen. Thich Nhat Hanh heeft er veel oog voor dat ook het boeddhisme verabsoluteerd kan worden en wijst bijvoorbeeld met nadruk op de waarde van niet-boeddhistische leringen voor deelname aan onze cultuur in verandering. Hij zegt dit ook nog anders: “Iedereen die denkt: 'Ik heb dit soetra al grondig en volledig uitgelegd,' heeft dit soetra niet werkelijk begrepen. Het bestuderen en beoefenen van The Diamond that Cuts through Illusion zal resulteren in het soort vrede, vreugde, en handelen dat de kracht zal hebben de wereld te veranderen. Het geluk dat dat voortbrengt gaat alle begrip en discussie te boven. Zelfs als we alleen maar de afwas doen, kunnen de vrede en vreugde die we ervaren vanuit de beoefening van het soetra terwijl we de afwas doen, niet beschreven worden - zij gaan ieder begrip en iedere discussie te boven. De verdienste voortgebracht door het afwassen zal onmetelijk zijn.” (84) Het gaat er om met vreugde deel te nemen aan de werkelijkheid, door aanwezig zijn, door welwillende aandacht, door oog te hebben voor wat ons wordt aangeboden, door zelf iets aan te bieden, enzovoort. Daarbij zijn ontvanger en gever altijd één, en veronderstellen alle tegengestelde begrippen en werkelijkheden elkaar, waarmee je subtiel kunt (leren) omgaan. Juist omdat de tegenstellingen groot en pijnlijk kunnen zijn, minstens voor onze geest die in onwetendheid naar houvast zoekt - maar los mag laten zonder de ogen te sluiten. We nemen zo deel aan de 'ontwikkelingen'. Er is dan in hogere zin geen verschil tussen leraar en leerling. Het gaat erom te drinken uit de bron. Lesgeven doet de leraar het best “zonder in tekens gevangen te raken, in overeenstemming met de dingen zoals ze zijn, zonder van zijn stuk te raken.” (112v.) Laten we ons niet vergissen: alles is vergankelijk en in verandering, maar het is er wel! (113v.) En dit proces gaat eindeloos door.
Dit soetra is op sommige punten vergelijkbaar met het
Prajñaparamita Hart Soetra. Beide geven zij sterke aandacht aan het inzicht in non-duale benaderingen van de werkelijkheid. Beide vinden hun krachtige toepassing ook in recitatie, naast uitlegging en beoefening ofwel realisering. Dit soetra is langer dan het Hart Soetra maar het biedt hetzelfde diepe inzicht dat de kern van het boeddhisme vormt, zij het dat het accent hier ligt op een juist gebruik van woorden, tekens, begrippen, beelden - begrippen die zich in de tijd van het ontstaan van dit soetra al aan het ontwikkelen waren, of sterker: die men begon te verabsoluteren. Dit soetra is een krachtig instrument om iedere 'ware leer' te relativeren tot wat zij hoort te zijn: een hulpmiddel tot ontwaken.
De goede actuele uitleg van Thich Nhat Hanh versterkt die boodschap. In die zin sluit dit boekje goed aan bij de kleine serie van beknopte commentaren van basissoetra's die Thich Nhat Hanh heeft geschreven. Dit soetra voegt vergeleken met die andere serie commentaren wellicht geen nieuw thema toe maar wel een nog gevarieerder uitleg, een nog breder uitgesponnen hartstocht en aansporing voor hetzelfde ideaal van ontwaken en het leven vanuit dat ontwaken, ieder moment opnieuw. Het gaat niet om een klakkeloos aanvaarden van boeddhistische waarheden of een boeddhistisch geloof die bij voorbaat absolute geldigheid zouden hebben. Het gaat om complete realisering van de totale werkelijkheid door ieder van ons in dit moment - waarin verleden en toekomst mee veranderen - steeds opnieuw. Het gaat nooit om dingen die een eenvoudig mens niet zou kunnen realiseren. We kunnen van dit soetra leren dat iedereen de mogelijkheid en het recht heeft op een eigen realisering dus ook op een begrip dat daarbij past (wat niet wil zeggen dat naar elkaar luisteren bij voorbaat overbodig of ongewenst is, integendeel!). Sterker: dat zonder die persoonlijke en unieke (in de zin van zelf gekozen of beleefde of toegelaten) uitleg en realisering de wereld niet compleet is. Wat een uitdaging voor iedere lezer van dit soetra en dit commentaar!
Zie ook beide hieronder genoemde vertalingen, met name die van Mu Soeng vanwege het verhelderende aanvullende commentaar.
28 oktober 2004

The Diamond Sutra and the Sutra of Hui-Neng,[ DS transl. by A.F. Price,] Boston (Shambhala) 1990, 166pp.

Het eerste gedeelte (1-53) van dit boek betreft een vertaling van het Diamant Soetra, voorafgegaan door voorwoorden van W.Y. Evans-Wentz en de vertaler A.F. Price. Het voorwoord van de laatste, uit 1947, zegt enkele interessante zaken over de tekstgeschiedenis - iets wat in de vertaling en het commentaar van Thich Nhat Hanh ontbreekt.
Het commentaar meldt terecht dat sectie 5 een samenvattende aankondiging is van de inhoud van het soetra. De steeds terugkerende constructies zijn hier vaak vertaald met '… is /are merely a name' waar Thich Nhat Hanh neutraler 'That is why it is / they are called …' heeft. Dat geeft de bedoeling in het Engels iets begrijpelijker weer.
Commentaar laat zien dat het soetra hier en daar mogelijk enigszins corrupt is. Er zijn verschillen tussen de teksten in het Sanskriet en het Chinees. Bijvoorbeeld in sectie 27 een ontkenning in het Sanskriet waar het Chinees een bevestiging heeft.
Over het geheel kan deze oudere vertaling en het bijbehorende commentaar echter ongelezen blijven vergeleken met de zeer toegankelijke vertaling en het dito commentaar van Thich Nhat Hanh (zie hierboven). Zij heeft haar verdienste en het is altijd boeiend te vergelijken om op ideeën te komen. Maar wezenlijk voegt zij niet veel meer toe dan daarin is gegeven.
Wel blijkt uit diverse onderdelen van het commentaar dat een moderne wetenschappelijke toelichting op de voor de oorspronkelijke schrijver / lezer / hoorder meeklinkende betekenissen (begrippen, verhalen, context) en op de tekstgeschiedenis zeker waardevol kan zijn - als basis voor een goede vertolking. Mits die toelichting - zonder aan wetenschappelijke waarde te verliezen - niet verdrinkt in het losmaken van de tekst uit zijn boodschap, of liever, er weer bij terugkeert. Precies - kan ik achteraf zeggen - wat het nu volgende boek van Mu Soeng biedt.
10 november 2004

Mu Soeng, The Diamond Sutra: Transforming the Way we Perceive the World, Somerville MA (Wisdom Publications) 2000, 173 pp.

Vergeleken met de hierboven besproken
uitgave met tekst en commentaar van Thich Nhat Hanh van hetzelfde soetra, vertoont dit boek van Mu Soeng enkele duidelijke verschillen, overigens niet of nauwelijks in boodschap. Het thema van het niet-dualisme wordt ook in dit boek goed en uitvoerig uitgewerkt, met veel aandacht voor de eindeloze afwisseling en combinatie van directe verwerkelijking en inzicht in verwerkelijking. Het commentaar van Thich Nhat Hanh is veel directer, persoonlijk aansprekend. Mu Soeng biedt een meer intellectueel aansprekende uitleg, althans in de zin dat hij meer achtergronden en betekenissen toelicht, ook op een uiterst heldere en prettige wijze. Mu Soeng maakt ook duidelijk gebruik van de Sanskriet versie van de tekst, en verantwoordt zijn keuzes duidelijk (secties 1, 22, 32). Thich Nhat Hanh baseerde zich net als Price (zie direct hierboven) op de Chinese versie al verschilt die niet overdreven veel van de Sanskriet versie. Het Engels van Mu Soeng is moderner.
Het meest belangrijke inhoudelijke verschil tussen beide uitgaven is dat Mu Soeng aan zijn commentaar en tekst een inleiding vooraf laat gaan op dit soetra en zijn achtergronden (1-68) die ik beschouw als een uiterst waardevol en compact overzicht van het boeddhisme en zijn geschiedenis. Dat zullen niet alle boeddhisten met mij eens zijn omdat veel niet aan de orde kan komen in zo kort bestek. Maar omdat hij alle belangrijke zaken in een historisch en inhoudelijk uiterst verhelderend perspectief aan de orde stelt, durf ik dit gedeelte aan te prijzen als niet geëvenaarde inleiding, zo ver mij bekend. Waarop men zich kan baseren voor verdere studie van verschillende aspecten of onderdelen. Vooral goed is dat de auteur laat zien hoe zowel het vroege boeddhisme als de verschillende latere ontwikkelingen zoals het Mahayana ingebed zijn in historische contexten en veranderingsprocessen die belangrijk zijn voor een goed begrip. Al die vormen waren zelf beïnvloed door hun voorgeschiedenis en omgeving en beïnvloedden op hun beurt de 'culturele marktplaats' (10, 15). In plaats van de bril van verabsolutering die binnen bepaalde stromingen uit begrijpelijke verering voor de eigen basisteksten al gauw wordt opgezet, krijgen we zo waardevolle perspectieven op oorspronkelijke motieven en betekenissen, die dan vervolgens later weer omgevormd of uitgewerkt zijn. Daarbij komt uiteraard wel naar voren dat dit Diamant soetra (met het Hart soetra) een belangrijke exponent van de Prajñaparamita of wijsheidsliteratuur van het Mahayana boeddhisme is die vooral ook in de latere Zentradities erg gewaardeerd werd en wordt. Het tweede grote verschil is dat het commentaar van Mu Soeng veel uitgebreider is over historische en technische details dan het commentaar van Thich Nhat Hanh. Ik beschouw dit als een erg waardevolle aanvulling maar het doet niets af aan de waarde van het commentaar van Thich Nhat Hanh, integendeel, die gaat recht op zijn doel af en heeft die kennis mijns inziens verwerkt. Deze boeken spreken elkaar absoluut niet tegen, op één enkel expliciet door Mu Soeng aangegeven detailverschil in uitleg na op pp. 74v. Ik sluit echter niet uit dat juist hier de keuze van Mu Soeng teksthistorisch aanvechtbaar kan zijn, met andere woorden dat hij zich baseert op wat toch een latere toevoeging zou kunnen zijn die (juist daarom) niet in de Chinese versie terechtgekomen is! De andere verschillen hebben direct met het onderscheid tussen de Sanskriet versie en de Chinese versie te maken. Het is wel erg plezierig om te ontdekken dat die wetenschappelijke kennis aanwezig is en beschikbaar voor geïnteresseerden. Waardevol zijn behalve de vele verhelderende en inspirerende toelichtingen op gebruikte begrippen en op de contexten van vele betekenissen, ook de opmerkingen over de structuur van het soetra en de herhalingen die erin voorkomen (113-117, over het onderscheiden van een eerste - tot en met sectie 13 - en een tweede deel van het soetra).
Het boek bevat een uitgebreid en handig register alsmede een bibliografie.
Het belangrijkste van deze uitgave is het heldere beeld dat we krijgen van de spiritualiteit waaruit het Diamant soetra ontstond en waarmee zijn gebruik gepaard ging en waartoe dat leidde. Niet omdat spiritualiteit als zodanig waardevol is; dat is zij zeker ook. Maar met name omdat deze spiritualiteit bedoeld is om een middel te zijn - en niet meer dan dat - om onze visie te veranderen zodanig dat we onze weg kunnen vinden in de wereld van verschijnselen die ons onmiskenbaar een keer tot een existentiële crisis voert - tenzij we leren loslaten en dat is nu net waar het om gaat. Dat kan alleen als we het absolute referentiepunt vinden (shunyata of leegheid) - en leren dat we ook die leegheid mogen loslaten en daarom als het hoogste waarderen, zonder aan de naam te hangen. Want de werkelijkheid in al haar voorbijgaandheid en onstandvastigheid is ons altijd al weer vooruit, lijkt het wel. Totdat we ons er niet meer van onderscheiden. En daarbij gaat het niet om een louter intellectueel inzicht. Integendeel, we kunnen en moeten het intellectuele ook weer loslaten. Het gaat om met de werkelijkheid mee gaan - in steeds nieuw evenwicht tussen wijsheid en mededogen. Daarbij komt heel wat aan de orde! Een zeer rijk boek, informatief, subtiel en terzake.
10 november 2004

Byron Katie, Houden van wat er is: Citaten uit Vier vragen die je leven veranderen, Amsterdam (Forum) 2005-2e druk, 68pp.

Byron Katie ontwaakte op 43-jarige leeftijd voor en uit de verhalen die haar dwars zaten en haar het leven in openheid verhinderden. Zij ontwikkelde een methode van het stellen van vier vragen om de verhalen die ieder dwars zitten, te herkennen en ze in positieve ervaringen om te zetten. Van inzicht en begrip, van liefde en communicatie. Deze 'methode' wordt behandeld in het in de ondertitel genoemde uitvoeriger boek. De methode werkt - is dat - niet altijd automatisch. Zij is alleen een hulp, een aanwijzing, een herinnering en aansporing. Want zodra men er zich aan zou hechten alsof zij automatisch tot het gewenste resultaat zou leiden vormt ze zelf een hindernis voor een open houding en moet voor die open houding achtergelaten worden. Maar dan heeft men die openheid al ervaren en kunnen proeven - en daar gaat het om. Want dan weet men dat zij er is en dat men altijd met de stroom van de werkelijkheid mee kan zonder enige belemmering.
Mijn ervaring van het lezen van deze citaten is dat zij indringend zijn en net als de betere citaten van Zenmeesters aanleiding vormen tot ervaringen van ontwaken tot inzicht in de werkelijkheid en tot zelfinzicht en het onbelemmerd meestromen met de werkelijkheid.
Zeer aanbevolen.

Idem, LOSING THE MOON: Byron Katie Dialogues on Non-Duality, Truth and Other Illusions: Edited by Ellen J. Mack, Venlo (EuroCenter for the Work) 1999, 164pp.

Er is niet een vaste, laten we zeggen 'objectief vaststelbare' wereld die we kunnen vastgrijpen met onze woorden. Er zijn ontelbare werelden waarin we ons kunnen bevinden. En die hebben allemaal verschillende namen. Onze werelden en hun namen zijn eindeloos. Toch denken we dat we geldige, vaste opvattingen over onze wereld kunnen hebben die we op een bepaald moment beleven. Bij nader onderzoek blijkt altijd dat dat niet waar is. Dat we het niet definitief kunnen weten. Dat er geen vaste waarheid of waarheden zijn. Dat alles in beweging is, de werkelijkheid en werkelijkheden los van onze woorden en benoemd door onze woorden. Inclusief die woorden en wijzelf. Dat betekent dat er ook altijd de mogelijkheid is om dingen van andere kanten te bekijken. Of, anders gezegd, onze verhalen - de verhalen die we in ons hoofd over van alles en nog wat maken en die we voor waarheden houden - kwijt kunnen raken, open kunnen worden. En dat is wat Byron Katie mensen leert in The Work. Door middel van vier vragen doe je aan zelfonderzoek. Zo simpel is het. Maar het is ook confronterend omdat je soms verhalen moet loslaten waar je erg aan vast blijkt te zitten. En omdat het loslaten des te meer bevrijdend is. Byron Katie heeft er haar levenswerk van gemaakt anderen hierbij te helpen. En hen desgewenst te leren hoe ze anderen kunnen helpen met The Work.
In dit boek komen de gesprekken aan de orde die Byron Katie voerde op een conferentie om haar ideeën, de ideeën achter The Work, te verduidelijken. Duidelijk wordt dat een aantal van haar leerlingen of cliënten ervaring had met Advaita (letterlijk niet-twee), het denken achter de yoga. En met Mahayana-boeddhisme, speciaal met het 'denken achter' de zenmeditatie, inzover dat even non-dualistisch is (letterlijk niet-twee). De betogen en conversaties zijn een plezier om te lezen, vond ik. Het allerboeiendste is natuurlijk dat het Byron Katie helemaal niet gaat om ideeën of een methode aan de vrouw of man te brengen die automatisch zou werken. In die zin houdt ze er geen ideeën of methode op na. Maar al communicerend komen wel allerlei grenzen en waardevolle invalshoeken van concepten en van hun werkelijke functioneren bij deelnemers in zicht. En Byron Katie speelt daarbij een prettig ontnuchterende, of enthousiasmerende, of ontmaskerende, of stimulerende rol. Er is zeker ook verwantschap tussen Byron Katie en het non-dualistische denken. Een denken dat in het Oosten een belangrijke rol gespeeld heeft en speelt, en dat in het Westen veel minder bekend is, hier zeker niet een officieel erkende plaats heeft, maar tegenwoordig toch meer en meer wordt onderzocht. Byron Katie is geen filosofe maar staat in praktische zin helemaal in de lijn van het niet verabsoluteren van concepten, standpunten of waarheden. En het openen van onszelf voor de Openheid die voor haar liefde inhoudt, als basis voor iedere communicatie, bewust of onbewust.
Uit dit boek zijn geen waarheden te destilleren maar je krijgt wel een gevoel voor de richting die Byron Katie opgaat of die zij zoekt in het contact met haar leerlingen. En de aanhangsels met voorbeelden van ingewikkelde gevallen van de praktijk van The Work, met een psychotherapeut die zichzelf nog niet goed genoeg kent en met iemand die zich in een bepaald idee over zichzelf heeft verstrikt. Deze conversaties zijn onthullend en ontmaskerend. Byron Katie heeft de gewoonte nogal direct vanuit haar ervaring of intuïtie te reageren en dat brengt haar gesprekspartners soms danig in verwarring, maar ook tot veel zelfinzicht. Gezegd moet worden dat de betreffende gesprekken schriftelijk voorbereid waren in uitgebreide sessies eerder op dezelfde dag. Dat verklaart dat Byron Katie meer lijkt te weten dan eerder in de gesprekken zelf aan de orde is gekomen. Het is dus geen alwetende dame! Zie ook hierboven over Byron Katie's boek Houden van wat er is.
Byron Katie heeft veel humor en dat is een van de krachten die het spel van inzicht ontwikkelen stevige steun bieden. Het maakt dit boek dat niet altijd gemakkelijk is - je ziet geen non-verbaal gedrag en moet soms zoeken naar de betekenis van al te eenvoudige beweringen - tot een prettige lectuur. En maakt nieuwsgierig waartoe The Work leiden kan en zal. Houd het in de gaten, en nog beter, doe er je voordeel mee. De linkerbladzijden van dit boek bevatten steeds een korter of langer citaat van Byron Katie, vaak erg de moeite waard. Het eerste aanhangsel vat heel in het kort de werkwijze samen. Maar het blijkt alleen om het doen te gaan. Doe het werk!

Er is een website over The Work: www.thework.org . Als je Nederlandse informatie of adressen zoekt over The Work kun je bij een zoekmachine zoeken op “Byron Katie” en alleen Nederlandse sites of pagina's opvragen. Ik ben op het spoor gekomen van The Work via mijn dochter. Zij begeleidt individuele sessies en series van The Work. Wie in de omgeving van Utrecht The Work wil doen kan ik verwijzen naar haar brochure over aanpak, intake en aanmelding, zie
haar weblog.
4 november 2005

Hans Stolp, Jezus van Nazareth: Esoterisch bijbellezen, Deventer (Ankh-Hermes) 2004-4e druk (1999-1e), 194pp.
Idem, Johannes de Ingewijde: Esoterisch bijbellezen, Deventer (Ankh-Hermes) 2004-3e druk (1999-1e), 153pp.

Deze beide boeken richten zich op lezers die inspiratie en informatie willen om spiritueel in het leven te staan, of anders gezegd, rekening te houden met de spirituele kanten van de werkelijkheid. Zij zijn vooral geschikt voor die mensen die al enigszins bekend zijn met de Westerse religieuze traditie, in het bijzonder de bijbel en de kerken, maar nog niet met de esoterische Westerse tradities (waar een deel van de bijbel overigens bij hoort). Ik bespreek voornamelijk het eerste boek, om daarna nog kort op het tweede in te gaan.

Het gaat daarbij om inwijding. In het eerste boek is Jezus van Nazareth het voorbeeld van een ingewijde mens - vanaf zijn doop drager van de Christuskracht die op hem neerdaalde - die inspiratie biedt op deze weg. Het is een individuele weg. Door ingewijd te worden in de spirituele werkelijkheid leren we ook hoe ver we daar nog van af stonden en staan, hoe beperkt we nog waren en zijn. Tegelijk ervaren we dat de weg naar het volledige zien van de werkelijkheid zoals hij is, open ligt. De inwijdingsweg gaan is een weg van spirituele groei, gepaard aan en mogelijk gemaakt door steeds verdergaande zuivering. Jezus is niet alleen degene die inspiratie biedt, hij is degene die door zijn leven en onderricht de weg van de inwijding mogelijk maakt voor iedereen die ervoor open staat, in de woorden van dit boek 'die bewust is geworden'. De schrijver van dit boek heeft zelf ervaren hoe hij met de geestelijke wereld in contact staat. Dit boek laat buitengewoon helder en toegankelijk zien hoe je de bijbel kunt lezen op een manier die rekening houdt met de spirituele aspecten van de wereld en met de individuele inwijdingsweg die daar naar toe voert. Heel veel theoretische vragen - filosofisch en theologisch, over hoe de wereld precies in elkaar zit of de geschiedenis er precies uit heeft gezien en over de precieze toekomst van mens en wereld - worden in dit boek niet behandeld.
Verder verbaast het me wel enigszins dat betrekkelijk weinig aandacht besteed wordt aan (1) de historische achtergrond van bijbelteksten en (2) aan de verhouding van spiritualiteit tot het dagelijks leven in de maatschappij.
Dat laatste betekent neem ik aan niet dat we de aandacht voor het innerlijk die hier terecht bepleit wordt, uitsluitend tot dat innerlijk moeten beperken. Als spiritualiteit niet duidelijk is over haar plaats in de gewone werkelijkheid, wat is dan haar functie? Toch niet alleen maar vlucht uit die werkelijkheid zijn neem ik aan. Overigens respecteer ik die keuze, als het die zou zijn. Er is alleen zoveel interessants aan de verhouding van spiritualiteit en maatschappij. Waar voert de bevrijding waarom het hier gaat uiteindelijk heen? En wat is de toekomst voor de niet bevrijden en hoe kunnen we met andersgezinden omgaan? Hoe passen lichaam en materie in deze ontwikkeling?
Op de aandacht voor de historische achtergrond van de bijbelteksten kom ik onder nog terug. Overigens blijkt de auteur goed op de hoogte van historische inzichten die zijn visie ondersteunen.

De levende ervaring, de ervaring van de levende werkelijkheid van de wereld in spiritueel perspectief, of van de spirituele werkelijkheid, is wat in dit boek voorop staat. Zij vormt er de het uitgangspunt van en het doel. Tegelijk biedt het boek vooral uitleg van de basiskennis die in de traditie van Jezus van belang is. Daarin zijn met name twee aspecten sterk verwerkt en verweven: aan de ene kant de spirituele uitleg van de bijbel en aan de andere kant de inzichten die gegroeid zijn in de spirituele tradities van het Westen. Hans Stolp is gelukkigerwijze al op een vroeg tijdstip er achter gekomen dat in de officiële godsdienstige tradities van het Westen de inwijdingskant veronachtzaamd en zelfs vergeten was. En hij is er achter gekomen dat de
evangeliën van het Nieuwe Testament, net als de brieven van Paulus, de inzichten van mysterietradities - namelijk over de inwijding van Jezus en de betekenis daarvan voor alle mensen - bedoelen weer te geven. Dat was vergeten naarmate de kern van de boodschap was omgezet in dogma's die door de kerkelijke leiders beheerd en gehandhaafd werden, terwijl de teksten zelf waren gereduceerd tot bewijsplaatsen voor die dogma's. Stolp pakt terecht die oude, originele uitleg weer op! En hij laat de teksten opnieuw spreken.

Ook heeft hij zich verdiept in de kennis van de spirituele werelden die vooral in moderne inwijdingstradities - vooral die van de antroposofie - en in het nieuwetijdsdenken aanwezig is. En daaruit vat hij samen wat past bij zijn uitleg, ook reïncarnatie (een opvatting die trouwens ook bij sommige van de oudste christenen werd aangehangen) en karma (in een aangepaste uitleg). Niet dogmatisch zoals dat soms in antroposofische en andere kringen gebeurt waarin de levende inzichten toch weer door navolgers gecanoniseerd worden, tot dogma's gemaakt worden waarin je zou moeten geloven. Nee, Stolp legt er nadruk op dat alles begint bij en afhankelijk blijft van de individuele spirituele ervaring. Wanneer iemand een spirituele ervaring heeft, een diepe menselijke ervaring heeft, zich bewust wordt van de spirituele werkelijkheid die met haar of zijn ervaring verbonden is, dan is die mens op weg, en kan zich oefenen in het verder openstaan voor die ervaringen, in het zich zuiveren van wat daarmee in strijd is. En kan ervaren hoe zij of hij daarbij geholpen wordt. Van de grote ideeën en voorstellingen die daarover de ronde deden en doen, pakt hij een belangrijke kern en vat die eenvoudig samen, eventueel zo aangepast dat het allemaal eenvoudig tot iedereen kan spreken. Geen ingewikkelde vragen, allereerst praktische inspiratie en oriëntatie.
Stolp is belezen, evenwichtig, zeer betrokken en bewogen, inspirerend en begenadigd praktisch in het overdragen van ideeën. Dit boek geeft in kort bestek zowel een duidelijke richting als veel inspiratie, en biedt daarnaast vooral veel uitleg en inzicht. Wie een eenvoudige samenvatting van de moderne christelijke esoterie wil lezen, kan hier uitermate goed terecht. Misschien zou je kunnen zeggen dat hij een piëtistische vorm van esoterie representeert, waarmee ik aangeef dat hij qua vorm en toon lijkt op de piëtistische traditie in de kerken van de laatste eeuwen, die op haar beurt het vervolg vormde van de vroomheid van de middeleeuwen. De vorm die dit aanneemt in de teksten van Hans Stolp, sluit beslist aan bij de geloofswereld van de traditionele kerken bij een waarvan Stolp vroeger jarenlang in dienst was, en waarin hij is opgegroeid. Daarover is hij ook duidelijk; hij maakt graag gebruik van een mooi voorbeeld uit een de kerkelijke liturgie als dat zo uitkomt. De toon van zijn teksten is herderlijk, betrouwbaar. Hij vermijdt ook heel sterk lezers tegen de haren in te strijken, of het moest zijn dat hij duidelijk is dat de weg van de inwijding beslist niet altijd de gemakkelijkste weg is. Want het is de weg van de groeiende zelfkennis, en die kan pijnlijke ontdekkingen opleveren. Ook is hij zich bewust dat er andere vormen zijn. Dat voor sommigen Boeddha de inspirerende figuur zal zijn en niet zo zeer Christus. Maar hij houdt het graag eenvoudig en overzichtelijk, en dat is waardevol. Al zullen mensen die meer filosofische of speculatief ingesteld zijn, of het wetenschappelijke naadje van de kous willen leren kennen, dan elders moeten zoeken.
Dit boek is bestemd voor wie de levende Christus (of welke levende ervaring van de spirituele werkelijkheid ook, want over de inhoud ervan kan alleen de ervarende persoon zelf achteraf informatie geven, en er zijn allerlei inhouden mogelijk) ruimte wil geven op de eigen levensweg - die dan inwijdingsweg blijkt te worden. En ingewijde worden heeft grote consequenties. En daarmee is dan niet bedoeld het vervangen van de levende ervaring door uitsluitend een steeds verdere detaillering van het inzicht. Zowel de ervaring als de inzichten kunnen groeien, natuurlijk ook verder dan die Stolp in dit korte bestek weergeeft. Maar er moet een relatie tussen inzicht en ervaring blijven.

Ik maak nog even een kanttekening bij de bijbeluitleg van Stolp. Het sterke ervan is dat hij inderdaad de originele esoterische betekenissen ruimte geeft. Een minder sterke kant is wellicht dat hij wel terecht de esoterische Jezus, de Christusdrager, naar voren haalt maar niet meer zoveel vertelt over de historische achtergronden van al die bijbelboeken uit al die verschillende historische perioden. Hij maakt mijns inziens in zijn bijbeluitleg een keuze voor vooral die aspecten van de tekst die esoterisch uitgelegd moeten en kunnen worden. Maar historisch gezien baseert hij zich dan misschien wel niet zo zeer op de historische Jezus van Nazareth die zich niet (op zijn Grieks) als Zoon van God betitelde, maar meer (op zijn Joods) als zijn profeet. Met andere woorden hij baseert zich meer op de latere canon dan op de historische werkelijkheid. Dat zijn verschillen die op keuzes gebaseerd zijn, misschien niet die van Stolp maar van de oude kerk. Keuzes die sinds het moderne historische onderzoek opnieuw te maken zijn. Stolp maakt die keuzes wel opnieuw als hij constateert dat het christendom van Paulus en van de nieuwtestamentische evangeliën een mysteriechristendom was, net als dat van diverse gnostische teksten die het niet gehaald hebben in de canon van het Nieuwe Testament. Dat beeld gebruikt hij terecht om zijn esoterische bijbeluitleg historisch te ondersteunen. Maar dat beeld was bijvoorbeeld toch nogal anders dan het beeld dat in de zeer oude en dus mogelijk authentieke Judese bron van het Thomasevangelie geschetst wordt. Daarin geen verlossing door een kruisdood maar een 'directe' spirituele verlichting die de mens bevrijdt! En een mens die niet alleen bevrijd wordt van geestelijke blindheid maar ook van alle gehechtheden aan bezit en voorgeslacht, en bevrijd wordt tot een nieuw zicht op de werkelijkheid van leven en dood. Maar dit nieuwe onderzoek - Stolp hield er in een latere lezing, te vinden in Prana 152, dec. 2005 / jan. 2006, pp. 26-34, ter gelegenheid van de presentatie van deherziene uitgave van de vertaalde Nag-Hammadigeschriften al rekening mee - hoeft niet als beperkend opgevat te worden, het biedt misschien juist nieuwe inspiratie.
Hans Stolp toont grote feeling voor en nadruk op de gelijke waardering van vrouw en man en daar steun ik hem graag in; het is een vaak moeilijk punt in godsdienstige tradities, zeker in de Westerse geschiedenis en vele andere culturen.

In het tweede boek behandelt Hans Stolp de figuur van Jezus' leerling Johannes. Hij behandelt daarbij het evangelie, de brieven en de openbaring op die naam als geschriften van een en dezelfde auteur. Dat is een hele stap want de historische wetenschap vermoed wel allerlei verbanden tussen diverse johanneïsche gemeenschappen waaruit die geschriften voortgekomen kunnen zijn en tussen hun auteurs maar toch niet direct dat dat allemaal precies dezelfde gemeenschappen, laat staat auteurs waren. Stolp spreekt in dit boek nog duidelijker vanuit een weten dat verder reikt dan dat van de meesten van ons. Althans hij legt beloften over de wederkomst van Christus zo uit dat zij direct op onze tijd betrekking hebben. En zoniet, wat zouden zij anders kunnen betekenen voor wie er een betekenis aan wil hechten? Ook weet hij dat er een nieuwe vorm van christendom groeit die zich zal herkennen in boeddhisme en hindoeïsme. Dat hoeft ons allemaal niet te verbazen. De ontwikkelingen gaan altijd door! Ook in dit boek maakt Stolp gebruik van elementen ontleend aan diverse tradities, onder meer weer de antroposofie van Rudolf Steiner - die zelf uiteraard ook al een verzameling was van vele elementen uit vroegere tradities. En heeft Stolp oog voor diverse aspecten van het “nieuwetijdsdenken” dat hoopt op een nieuwe tijd, New Age, waarin oude en nieuwe inzichten perspectieven opleveren voor een wereld en voor mensen die minder verdeeld en meer 'heel' zijn.
Ook dit boek bevat een zeer toegankelijke inleiding in esoterische bijbeluitleg, aanvullend bij het vorige. Opnieuw baseert Stolp zich op bekende nieuwtestamentische teksten en laat daar een helder licht over schijnen. Onder meer de boeiende figuur van Lazarus wordt uitgebreid belicht. In samenhang met Johannes'ontwikkeling tot ingewijde, onder andere via het meemaken van Jezus' levenseinde.

Waar het Stolp om gaat, lijkt mij duidelijk. Ook dit tweede boek over esoterisch bijbellezen is een hartstochtelijk pleidooi om wakker te worden voor een meer complete visie op de werkelijkheid, een visie waarin ruimte is voor de levende spirituele ervaring.
9 mei 2006

Udo Doedens, In het teken van tegenspraak: Steekhoudende gedachten van Søren Kierkegaard,[ met bibliografie en bronvermeldingen,] Zoetermeer (Meinema) 2005, 120pp.

Boeiende teksten van een boeiende schrijver uit de negentiende eeuw, de Deen Kierkegaard. Kierkegaard was goed thuis in de geschiedenis van de humaniora - de letteren, de filosofie en de theologie - en een scherpzinnig observator en denker. Hij verzette zich tegen de gezapigheid in de kerken. Hij zag vooral de kloof tussen de wetenschap en het geloof. Geloven diende geen kennistoeëigening te zijn maar een sprong in het diepe. Lijden - liefhebben - in navolging van Jezus, daar ging het om. Want alleen dan stapte je in het spoor van de waarheid, van de authenticiteit, en het lijden is daar een onderdeel van. Er staat genoeg tegenover.
De voorgaande zinnen zijn mijn woorden om in te leiden dat Kierkgegaard een ongelooflijk interessante schrijver en denker is. In dit aantrekkelijke boekje wordt dat door Udo Doedens geïllustreerd aan citaten uit de dagboeken van Kierkegaard, enigszins geordend per onderwerp, en per zo onstaan hoofdstukje ingeleid door Udo Doedens. Dat is voldoende om vele lezers te denken te geven. Het zou aanleiding kunnen zijn om verder te zoeken naar de 'wijsheid' van Kierkegaard, en daarvoor is een goede literatuurlijst van vertaalde werken toegevoegd.
Nu is het zo dat je om Kierkegaard goed te begrijpen eigenlijk moet weten dat Kierkegaard nog niets moest hebben van historische bijbelkritiek omdat die zijns inziens afleidde van de kern van het geloven: de sprong in het diepe. En dat de kerken van zijn tijd inderdaad buitengewoon gezapig waren, vol goedkope praatjes voor weldenkende, goed in de watten zittende burgers. En dat Kierkegaard's nadruk op de existentiële kant van het bestaan - wat raar dat de filosofen en wetenschappers en kerkleiders die zo graag vergaten! - grote invloed heeft gehad en geleid heeft tot een hele stroming in de cultuur en vooral de filosofie, het existentialisme. (Een zeer aan te bevelen boek waarin de geschiedenis hiervan helder wordt behandeld aan de hand van het kernbegrip 'authenticiteit' bij de voornaamste filosofen van de stroming van Kierkegaard tot en met Sartre en Camus, wordt
elders besproken.)
Je moet uit zijn werken niet, ook niet uit dit boekje, afleiden dat bijbelkritiek onzin is, of dat we van de geschiedenis van het christendom niets meer hoeven te weten dan hij, of dat het christendom de enige stroming is waarin de waarheid te vinden is die hij ervaart. De visie op die zaken in de tijd van Kierkegaard was nu eenmaal heel anders dan nu. Maar je kunt nog veel aan zijn ideeën en opmerkingen ontlenen. Het is leuk om ze te lezen, zeker als je al een bredere kennis hebt. Maar ook zonder die kennis geeft hij genoeg te denken om mee vooruit te kunnen. Het is wellicht een goed idee, als je die brede kennis niet hebt, eerst een van de biografische werken te lezen die achterin genoemd worden. Zo verwerf je op een meestal gemakkelijke wijze voldoende achtergrondkennis, aan de hand van een vaak boeiende persoonlijke ontwikkeling.
Udo Doedens richt zich in zijn boeiende toelichtingen wellicht vooral op de - kennelijk nog steeds vaak gezapige - gelovigen en kerkmensen van tegenwoordig. Maar ook als je geen christelijke gelovige bent, kun je van de problemen en vragen en hun behandeling in dit boekje toch heel wat opsteken. Zelfs misschien de kunst om in het diepe te springen en te ervaren dat diepe waarheid vinden ons altijd opeist.
Soms kun je veel leren van mensen die op het eerste gezicht misschien 'vreemde' denkbeelden analyseren waar je het niet zonder meer of zelfs helemaal niet mee eens bent. Kierkegaard is daar een typisch voorbeeld van.
Een plezier om te lezen.
19 mei 2006

Iamblichos, Aansporing tot de filosofie: Ingeleid, vertaald en geannoteerd door Henri Oosthout,[ met register,] Kampen (Klement) 2006, 218pp.

De hier vertaalde tekst van de filosoof Iamblichos is in vele opzichten intrigerend, wanneer we zien waartoe hij aanspoort en in welke traditie hij staat. Iamblichos wordt gewoonlijk aangeduid als de laatste grote neoplatonicus. Zijn leraar Porphyrius - van wie hij qua 'naam' en invloed waarschijnlijk een concurrent wilde zijn - en diens leraar, de beroemde Plotinos, zijn veel bekender. Het neoplatonisme dat zij aanhingen en praktiseerden, is een filosofie met veel invloed in de latere christelijke middeleeuwen en in de christelijke mystiek. Dat is opmerkelijk want hoewel zij duidelijk belangrijke erfgenamen waren van de Grieks-klassieke filosofische traditie, in het bijzonder Plato, in beperkte mate vermengd met elementen van andere grote filosofenscholen waaronder die van Aristoteles en van de Stoa, hadden zij geen enkele behoefte om zich met het christendom te vereenzelvigen. Dat hadden zij gewoon niet nodig, ze hadden voor het denken en voor het leven genoeg aan hun oude traditie in neoplatoonse vorm. Iamblichos voert die ten tonele als een verdieping, uitbreiding en toepassing van de leringen van Puthagoras (ik volg de begrijpelijke fonetische schrijfwijze van de vertaler en inleider). Dit klopt in grotere mate dan vaak werd aangenomen omdat ook de verdere klassieke filosofenscholen in het algemeen grote waardering hadden voor Puthagoras, stichter van een van de bekendste mysteriescholen van de klassieke Oudheid. (Niet onvermeld mag blijven de recente, helder geschreven Nederlandse historische roman over Porphyrius - ook zijn werk aan aan Plotinos' geschriften en Iamblichos komen er in voor - : Paul Janssen, Het Tolhuis: Het Romeinse Rijk in verval onderneemt nog één poging om het opkomende Christendom tot staan te brengen, Amsterdam (Uitgeverij 521) 2004, 431pp.) De neoplatonici voelden niet veel voor de gnostische mythologische verklaring van de wereld, die huns inziens te weinig ruimte bood voor het verstand, voor rationele begrippen, voor logisch denken, al hadden zij voor een niet onbelangrijk deel hetzelfde mythologische parcours als achtergrond. Zij waren en voelden zich duidelijk concurrenten van de christelijke en heidense mythologen en gnostici. Maar voor hen was het intellect het belangrijkste voertuig voor het bereiken van het doel van het menselijk leven. Want de neoplatonici maakten onderscheid tussen denken en intuïtie, tussen redeneren en schouwen. Maar zij beschouwden de laatste van die twee als de hoogste, zij het dat die niet in tegenstelling tot maar via de weg van de eerste van die twee bereikt moest worden. Uiteindelijk werd deze opvatting
een pijler van de christelijke mystiek en van de vroeg-middeleeuwse theologie. Het algemene en het ene te bereiken doel, tevens de grondslag van denken en van zijn, werd daarbij vereenzelvigd met de God van de christenen, iets dat voor deze oorspronkelijk neoplatonici beslist heel vreemd geweest zou zijn. (Interessant om te bedenken dat ook in het christendom aanvankelijk veel weerstand was om de God van de Joden te vereenzelvigen met de hoogste God zoals men die in navolging van de Griekse filosofen en mysteriescholen kende. Daarom voerden de christelijke mysteriescholen van de gnostici een hoogste God in waaronder een tweede God de rol van schepper van de wereld kreeg. Deze laatste werd met de God van de Joden vereenzelvigd.)
In hoeverre Iamblichos en de andere neoplatonici ook invloed hadden in de islamitische filosofie en mystiek durf ik niet precies te zeggen omdat de middeleeuwse Westerse filosofie van de islamitische vooral die van Aristoteles leerde kennen (uit van het Grieks in het Arabisch in het Latijn vertaalde teksten, waarna in het Westen later de oorspronkelijke Griekse weer werden bestudeerd!). Maar Iamblichos leerde in Syrië, en het zou gemakkelijk kunnen in geografisch opzicht.

Intrigerend is deze tekst van Iamblichos nu voor mij vooral omdat zij een prachtige samenvatting vormt van waar het in een van de belangrijkste tradities van het Westerse denken om ging en om gaat. Meestal beperken de geschiedenisboeken daarover zich tot de filosofen Plato en Aristoteles die men als de voornaamste aanduidt. Maar vaak komt er niet veel terecht van het plaatsen van deze in hun oorspronkelijke context. In deze tekst en de buitengewoon verhelderende toelichting erop wordt die context juist heel goed duidelijk. En dat levert erg interessante inzichten op. Want het ging tegelijk om argumenten waarmee het denken en filosoferen hun plaats in de samenleving moesten verduidelijken en bevestigen. In dit boekje kunnen we dan ook een passage vinden waarbij Aristoteles het probleem aansnijdt dat intellectuelen in de maatschappij per definitie hebben. Hij maakt namelijk onderscheid tussen theorieën met praktische waarde en de meer algemene wijsheid. In onze tijd waarin vele deskundigen zo goed weten hoe precies de vork in de steel past op een detailgebied en weinigen het overzicht hebben om algemene dilemma's en problemen goed te verwoorden en oplossingen aan te bieden die fundamenteler zijn, is dit een relevante vraagstelling. De 'wetenschappers' uit die oude tijden waren trouwens vaak dezelfde als de denkers. Terwijl bij ons de nieuwe vakgebieden als paddestoelen de grond uit rijzen als er maar iemand brood in ziet. Brood dat vaak alleen op luchtkastelen gebaseerd is behalve dan voor degenen die met het verkopen van deze verhalen veel geld verdienen. Er was dus al heel vroeg een belangrijke traditie in onze cultuur die de eenheid van de verschijnselen bestudeerde en probeerde daar grondslagen uit af te leiden voor ons handelen en voor de samenleving.
Belangrijk is deze traditie ook omdat er veel elementen in voorkomen niet alleen uit de hoofdstromen van de Westerse filosofie (of zelfs uit de Westerse mystiek, zoals genoemd) maar ook uit een veel minder bekende traditie die van de esoterische stromingen, ook wel geestesscholen of mysteriescholen genoemd. Tegenwoordig wordt weer erg duidelijk dat die ook een grote invloed op het oudste christendom gehad hebben (en het als zijn concurrenten uiteindelijk van het christendom verloren in de strijd om aanhang onder grote groepen in de bevolking, onder intellectuelen en in de politiek). Maar hier gaat het om de samenvatting van die belangrijke traditie met veel van die elementen uit de tijd dat het christendom staatsgodsdienst aan het worden was. En het blijkt hier dat deze traditie - die zichzelf ook als school voor ingewijden zag, dus als een esoterische traditie! - een belangrijk punt van vergelijking vormt voor wat er in latere tijden en zeker ook in onze tijd aan esoterische tradities binnen het Westen heeft bestaan, zij het dat deze tekst van Iamblichos de oude termen en begrippen gebruikt op een manier die nog niet door de middeleeuwse scholastiek of het moderne rationalisme of de moderne taalfilosofie is beïnvloed. En zij het ook dat voor deze traditie de nadruk ligt op het denken en het schouwen en niet op gevoel en mythologie. Maar wel op intuïtie en mythen inzoverre die een samenhangend beeld opleveren waarmee we de doeleinden van het menselijk leven beter kunnen zien en er beter naar kunnen handelen. Zaken die in elke esoterische beweging - en eigenlijk ook in de latere Westerse religie en wijsbegeerte in hun vele vormen - belangrijk zijn (het minst wellicht waar wetenschappelijke specialisatie of andere eenzijdigheid de nadruk op grote lijnen heeft doen vervagen) of zouden moeten en kunnen zijn. Want altijd liggen er vragen naar evenwicht, naar rechtvaardigheid, naar wijsheid die boven het zuiver verstandelijke uitgaat en dat zou moeten omvatten en aansturen. Dat deze betrekkelijk onbekende tekst niet meer functioneert in het denken van tegenwoordig, geeft wellicht aan dat het tijd wordt om weer opnieuw aandacht te besteden aan die vragen, maar wellicht ook dat geen tekst voor alle tijden alle antwoorden kan leveren. Maar zij kan wellicht helpen onze vragen beter te stellen, onze theorieën beter te doordenken en uiteindelijk betere houdingen te vinden om aan te nemen, en denkbeelden te ontwikkelen over wie wij zijn, wat wij kunnen weten en hoe wij moeten handelen.
De tekst is uiteraard om nog veel meer redenen interessant. Zij kan helpen het beroemde werk van Ploteinos, De Enneaden (zie mijn bespreking van enkele inleidingen in en de Nederlandse vertaling van dit werk), en andere geschriften uit de oudheid beter te begrijpen. En voor studenten van de klassieke filosofie en vakspecialisten op dat en op verwante gebieden is dit natuurlijk ook een buitengewoon interessante uitgave, alleen al door de zeer toepasselijke commentaren die buitengewoon veel inzicht en doorzichten bieden. Het is een groot genoegen de vele noten te lezen waarin aandacht besteed wordt aan taal- en vertaalaspecten zoals variante woordbetekenissen en stijlvormen met hun consequenties, evenals aan de bronnen van woorden en hun betekenis.
Ik heb de intuïtie dat dit geschrift een typisch voorbeeld is van de problemen waarmee de mensheid worstelde toen zij van matriarchale culturen overstapte op patriarchale. Waarmee ik gemakshalve aanduidt dat in plaats van een orde die gebaseerd was op de periodiciteit van de seizoenen, van de vruchtbaarheid van het land en van de vrouw en van de maan (en waarin de mannen in het algemeen een daaraan gerelateerde functie hadden), een orde ontstond die zich baseerde op geschreven teksten, op logisch denken en recht (en waarin vrouwen meer en meer ondergeschikt raakten aan de hiërarchie met mannen aan de top, die hierdoor in het leven werd geroepen). Die verandering bracht het probleem mee hoe dit waardevolle sturende intellect en de verdere zich nu van de natuur onderscheidende cultuur zich nog verhield tot de 'oorspronkelijk natuurlijke' verhoudingen. Een probleem dat nog steeds speelt, zelfs heel actueel. Namelijk in het waarderen van de verhouding tussen technische macht en ingrijpen in de natuur. En in het waarderen van spontaneïteit en intuïtie ten opzichte van rationaliteit en wetenschap. En bij dat alles in de manier waarop we erover spreken. Want met grote woorden als wetenschap, religie, politiek, staat, kerk enzovoort komen we er misschien niet meer uit als die alleen verwarring scheppen of voortzetten in die verhoudingen. Deze tekst gaat over inzicht en handelen van mensen, en stelt aan de orde hoe die het beste kunnen groeien. Wellicht is het belangrijk om er goed gebruik van te maken, al was het alleen al door onze eigen wijzen van denken en spreken er naast te leggen. En aan zelfkritiek te doen. Al is ook dit geschrift geen lijstje van actuele toepasbare voorschriften. De zaken die in onze tijd spelen verdienen het daarbij onze uiteindelijke focus te zijn. Verhoudingen met andere culturen spelen daarin een rol. Laten we daarbij niet vergeten dat de auteur een Syriër was die na zijn leertijd in het Westen zelf een of meer scholen stichtte en onderwijs gaf in zijn geboorteland waarnaar hij teruggekeerd was.

De vertaalde tekst van Iamblichos' geschrift Aansporing tot de filosofie met uitvoerige annotaties in noten onderaan de bladzijde wordt voorafgegaan door een inleiding. Hierin worden naast de belangrijke gegevens over de auteur en een eerste indruk van het vertaalde werk op heldere wijze de historische begrippen uitgelegd die de achtergrond van het werk vormen en in de vertaalde tekst en de annotaties terug zullen komen. Het hele boek - inleiding met literatuurverwijzingen, vertaling met annotaties, register - maakt een buitengewoon goed georganiseerde indruk. De vertaler / inleider spreekt vanuit een groot overzicht en vanuit grote detailkennis, die prettig wordt gepresenteerd. Ik ben geen vakspecialist maar de wijze van werken geeft mij veel vertrouwen, daaronder ook de weergave van de namen die rekening houdt met de herkomst uit het oorspronkelijke Grieks. Er is naar originaliteit gestreefd. De vakwetenschappelijke literatuur wordt geciteerd zonder commentaar, wat betekent dat de vertaler / inleider liever verschillende meningen van andere deskundigen citeert dan zijn eigen voorkeuren aan te geven. Dat is wellicht jammer, maar het biedt ook alle lezers de kans zelf verder te studeren in de aangegeven bronnen. In hoever er selectie van feiten heeft plaatsgevonden, kan ik niet zelf nagaan. Jammer is misschien dat weinig aandacht wordt besteed aan enkele relevante grote maatschappelijke ontwikkelingen in de hele periode die aan de orde komt. De aangeprezen idealen waren in die periode immers nieuw en passen binnen de opkomst van een patriarchale cultuur, als ik het goed zie. In ieder geval is altijd interessant hoezeer filosofie of opvattingen in het algemeen verwant zijn met de maatschappelijke omstandigheden waarin zij opkwamen of functioneerden of veranderden of verdwenen, kortom met de concrete levens en idealen van mensen.
19 mei 2006

Tommy Wieringa, Joe Speedboat: Roman, Amsterdam (De Bezige Bij) 2006-15e druk (2005-1e), 316pp.

Gezien vanuit de hoofdpersoon, een jongen die door een ongeluk met een landbouwmachine gehandicapt raakt en altijd bezig blijft zijn handicap te overwinnen, wordt het verhaal verteld van een aantal dorpsjongens die volwassen worden. Tegenslagen en overwinningen, techniek en liefde, stad en dorp, eerste en derde wereld, vrouwen en mannen, zwakzinnigheid en intelligentie, natuur en cultuur, het zijn maar enkele van de thema's. Een plezier om te lezen. Maar het meest vond ik de toon treffen. Een beetje schrijnend, zintuiglijk. Zoals bij de Japanse Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë. En tegelijk soms nogal intellectueel, wanneer er nogal veel bij gehaald wordt om de lezer te vermaken of te prikkelen. Maar de kracht van het verhaal, de belevenissen en ervaringen, wegen daar ruimschoots tegenop. Met de hoofdpersonen in wie we onszelf in allerlei opzichten goed kunnen identificeren, maken we zelf een ingrijpende en spannende ontwikkeling door. Die een zekere weemoed achterlaat als we de laatste bladzijde omgeslagen hebben. Het is een boek dat midden in onze tijd lijkt te staan met haar onoverbrugbare nabijheid tussen wat zich onder onze neus afspeelt en wat elders in het land en in de wereld. Waar wordt de generatie van de auteur - nu nog vooral dertigers, neem ik aan - oud voor?
19 mei 2006

Wim Jungmann, Wat is het met Loes?: Dagboek van een voorbij leven, met bijdragen van Jan Carmiggelt en Bart Jungmann, Zutphen (Plataan) z.j. (=2005), 117pp.

Dit boekje is intrigerend vanwege het woord 'voorbij' in de titel. De inhoud bestaat voornamelijk uit twee onderdelen. Het eerste wordt gevormd door de dagboeknotities van Wim Jungmann, bekend voormalig journalist, in de laatste maanden van het leven van zijn vrouw Loes en naar zal blijken ook dat van hem. Waaruit een doorbrekend besef naar voren komt, dat het leven nu echt voorbij is. Jarenlang - hun leeftijden waren halverwege de tachtig - hebben ze de lichamelijke en geestelijke achteruitgang weten te beheersen, en dat lijkt nu ineens in toenemende mate weg te vallen. Het loopt bijna sneller af dan met de geest bij valt te houden, een bijzondere ervaring. De ervaringen zijn erg herkenbaar en spreken daarom de lezer direct aan. Hun kinderen voegden enkele pagina's toe over de laatste weken van Wim Jungmann zelf.
Het tweede onderdeel is een terugblik van een van de kinderen op het leven van Wim en Loes, die een bijzonder gezin vormden met van beide kanten meegekomen kinderen en eigen kinderen. In een context van strijd om het bestaan en ontwikkelingen van de maatschappij en van hun karakter. Een liefdevol overzicht en eerbetoon dat ook een boeiend tijdsbeeld oplevert.
Een boekje dat in zijn onopgesmuktheid en indringendheid te denken geeft. Waardevol, vind ik, want menselijk. En in zijn uniekheid opvallend universeel.
19 mei 2006


Retour naar overzichtspagina gelezen teksten


Google
"To Serve Divine Wisdom, in Full Awareness of Death and Life
Waiting for Her unmistakable Signs,
Tapping from and Revering the Source of True Healing, the Kingdom of Complete Eternity
Manifesting Always through All Polarities and Changes Here and Now" (Kalliopeia)

Ieder apart wezen compleet en diep één met zijn eeuwige grond, verbonden in één gewaar-zijn


URL: http://www.bk-books.eu/lezen14.html
Version 5 = latest revision of 19 May 2006 (Version 1: 28 October 2004)
© 2004-2006 Boudewijn Koole; copying admitted
in case acknowledgement is provided (at least reference to site: www.bk-books.eu and with link to url (unique resource location or web-address) of the text copied or referred to; if wished so with your valuation)