Lezen (of juist niet) 16!


Deze pagina bevat een lijst van sinds 2005 gelezen teksten met commentaar.

Retour naar overzichtspagina gelezen teksten

Gelezen - sinds 2005

Read - since 2005






Anthony de Mello, Handvol water: Een spirituele zoektocht naar verlossing, Tielt (Lannoo) 1999, 134pp.

Een paar zaken vielen mij op aan dit boekje dat meditaties bevat naar aanleiding van uitspraken van Jezus.

Het eerste is dat het om bekende teksten van Jezus gaat die bij nader inzien alle een radicale strekking hebben. Teksten als:
“Want wat zou het een mens baten als hij de hele wereld wint maar zijn eigen leven verliest?”
“Wanneer iemand naar mij toekomt en zijn vader en moeder niet haat, alsook zijn vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, dan kan hij mijn leerling niet zijn.”
“Indien iemand je wil vervolgen en je hemd nemen, laat hem dan ook je mantel; en wanneer iemand je dwingt een mijl te gaan, ga twee mijl met hem.”
“Het is gemakkelijker voor een kameel door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijk man het rijk der hemelen binnen te gaan.”
“Vossen hebben hun holen, en vogels hebben hun nesten; maar de Mensenzoon heeft niets om zijn hoofd op te leggen.”
“Voorwaar, zeg ik u: zolang ge u niet bekeert en wordt als deze kinderen, zult gij het Rijk der hemelen niet binnengaan.”
“Maar ik zeg tot u die naar mij luistert: bemin uw vijanden, doe wel aan die u haten.”
“De Farizeeën zegden tot zijn leerlingen: waarom eet uw Meester samen met tollenaars en zondaars?”
“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld worde.”
“Dreigt uw hand u aanstoot te geven, hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee handen in de hel te komen … Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit; het is beter voor u met een oog het Rijk Gods binnen te gaan dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen.”
“Vuur ben ik komen brengen, en hoe verlang ik dat het reeds oplaait!”
“Daarom zeg Ik u: wees niet bezorgd voor uw leven … let op de vogels in de lucht … kijk naar de lelies op het veld.”
“Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.”
“Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie om Mijnentwege zijn leven verliest, zal het vinden.”

Het tweede is het hoofdthema van deze bundel. Dat is het leren zien van onze gehechtheden en het leren loslaten ervan, radicaal. Op het eerste gezicht zou het kunnen lijken alsof de auteur voortdurend hetzelfde zegt. Inderdaad slaat hij voortdurend op hetzelfde aambeeld maar steeds met een verschillende invalshoek, en daarmee zegt hij ons dat elke invalshoek een weg naar het doel kan zijn. Wat hij vooral duidelijk maakt, is dat half werk niets helpt. Alleen radicale verandering is voldoende. Wat hij ook zegt, is dat voor die radicale verandering alleen maar een verandering van inzicht nodig is, en daarna het opvolgen van dat inzicht. Dat zal volgens hem het geluk aan het licht brengen dat nu verborgen is onder onze gehechtheden en onze eindeloze inspanningen om eraan te beantwoorden. Het leven wordt er dan niet gemakkelijker op maar het wordt eindeloos rijker: écht leven!
De weg hierheen - een geestelijke weg - is niet gemakkelijk. “Als je die toestand ooit bereikt, zul je begrijpen wat het betekent helder en zuiver te zien, zonder beneveld te zijn door vrees of verlangen. Je zult begrijpen wat het is om lief te hebben. Om het oord van de liefde te bereiken moet je echter hellepijnen doorstaan, want om mensen lief te hebben, moeten je nood en behoefte aan mensen gestorven zijn en moet je volledig alleen zijn.
Hoe kun je ooit zover geraken? Door onophoudelijk bewustzijn, en het oneindige geduld en medeleven die je voor een drugsverslaafde zou hebben. Je kunt ook dingen doen die je hele wezen vervullen, waar je je helemaal voor inzet en waarbij succes of erkenning geen rol spelen. Of trek de natuur in: laat de massa achter en trek de bergen in, voel je in stilte verbonden met de bomen en de bloemen, de vogels en de dieren, de zee, de hemel, de wolken en de sterren. Dan zul je je hart voelen kloppen in de onmetelijke woestijn van de eenzaamheid. Er is niemand bij je, je bent volledig alleen. Aanvankelijk kan dat ondraaglijk lijken, want je bent er niet aan gewend volledig alleen te zijn. Als je het niettemin een tijdje uithoudt, zal de woestijn plotseling openbloeien in liefde. Uit je hart stijgt muziek op, je zingt en het zal altijd lente zijn.” Hoewel misschien een zweem van herinnering aan Westerse tradities van verzaking ofwel askese doorklinkt (de auteur was Jezuïet, dus lid van een orde in de rooms-katholieke kerk) lees ik hier dat het allerbelangrijkste is dat wij ons zelf grondig leren kennen op het punt van onze gehechtheden en valkuilen. Het gaat niet om verzaking of onthechting als middel waarna automatisch alles goed komt. Het gaat om een dieper dan diepgaand proces van zelfkennis en verandering, waarbij we onze gehechtheden loslaten vanuit het nieuwe inzicht dat groeit. De auteur geeft aan dat dit proces niet gemakkelijk is maar diepgaand, en alleen dan echte verandering brengt.
Nog een keer gezegd om misverstand te voorkomen: de Mello bedoelt niet dat we uit deze wereld moeten wegvluchten. Wel dat we niet kritiekloos de programma's van onze omgeving of opvoeding moeten volgen (daar vallen voor hem ook de kerkelijke leerstellingen onder). Ook bedoelt hij niet dat we vervolgens alleen maar prettig gedrag vertonen of alleen prettige belevenissen hebben, of alleen in harmonie met onszelf en onze omgeving leven. Integendeel, ook wij zullen gewoon voor onszelf en anderen moeten opkomen (omdat we gewoon ons blote leven wel moeten handhaven) en wellicht daarbij geweld gebruiken of andere middelen die in principe te vermijden zijn (ook omdat we altijd allemaal gewoon mensen zullen blijven die fouten maken - volmaakten in de zin van mensen die nooit fouten maken kent ook de Mello niet en hij wil kennelijk vermijden iemand bij voorbaat te veroordelen). Maar dat zal niet zijn om gehechtheden van onze egoïstische zelfhandhaving te redden maar volkomen vanzelf gaan, zonder bijbedoelingen, en zelfverwerkelijking zonder meer zijn, zonder of met sociale doeleinden.
Hij wil onze pretenties aantasten, alsof wij het beter zouden moeten weten dan anderen, of zouden moeten streven naar vooraanstaande posities, net als vele politici, wetenschappers en andere leiders. Want voor hem staat vast dat aanzien in de wereld helemaal niets voorstelt, ons alleen afleidt van dat echte leven dat hij in de woorden van Jezus proeft.
Wie zich afvragen of de Mello niet erg gemakkelijk sociale doeleinden relativeert, herinner ik er aan dat hij beducht is voor elke gehechtheid. Ook die aan bezittingen en zeker die aan idealen. Met de strijd voor sociale doeleinden hoeft volgens hem niets mis te zijn, maar deze strijd heeft alleen zin vanuit ons echte zelf, niet vanuit ons valse zelf. Daarom heeft de 'strijd' met onze gehechtheden voorrang. En het ontdekken van wat ons echte leven is. Waarover we niet meer hoeven nadenken of het dat is. Omdat het volkomen vanzelf spreekt.

Als dit geen eye-openers biedt dan weet ik het niet meer. Ik verwijs naar een tweede boek dat ik inmiddels van hem las:
De Weg van de Stilte.
29 januari 2005

David Brazier, Het nieuwe boeddhisme: Suggesties voor een andere leefwijze, Rotterdam (Asoka) 2003, 316pp.

Dit boek is mijns inziens om meerdere redenen uiterst waardevol. De auteur toont aan dat het (ook) in de religie dient te gaan om het goede handelen, en dat het boeddhisme van Boeddha daarvan zijns inziens het beste voorbeeld is. Hij laat zien hoe Boeddha's verlichting gevolgd werd door handelen dat op verbetering van maatschappelijke omstandigheden gericht was (en dat verlichting juist om die reden belangrijk is). En dat de training die hij organiseerde voor zijn leerlingen eveneens daarop gericht was. Ook laat de auteur zien dat het boeddhisme al snel in conservatiever vaarwater verzeild raakte maar ook dat er altijd impulsen bleven bestaan gericht op maatschappelijke verbetering. Hij staat zeer kritisch tegenover het streven naar verlichting als een individueel bezit zonder het erop volgende maatschappelijke handelen. Hij wijst in dit verband op de conservatieve opvatting van religie en verlichting als doelen op zichzelf zonder enige maatschappelijke verplichting; dat verfoeit hij om ethische redenen. Zijns inziens dienen we tegen geweld te zijn, voor het ondersteunen van de armen, en tegen iedere onderdrukking. Behalve op een basaal niveau - daar waar het niet onderdrukkend is en men zich er niet aan hecht - vindt hij eigendom en territorium gevaarlijk (denk aan internationals en aan naties die al gauw te ver gaan in hun verdediging ervan). Organisaties moeten niet werken aan de zekerstelling van hun eigen voortbestaan of bezit of overhead maar uitsluitend aan hun maatschappelijke doeleinden. Hij pleit voor aandacht voor verscheidenheid in plaats van uniformiteit. Hij sluit aan bij de boeiende discussie die in Japan op gang is gebracht door wat het 'kritische boeddhisme' is gaan heten.

Een vraag die bij mij opkwam, is de volgende. Als het waar is wat de auteur zegt - en ik ben geneigd dat met hem eens te zijn - dat de veiligheid, zekerheid en rust die natie, traditie, economische doeleinden als huizenbezit en pensioen, en 'wet en orde' aan mensen bieden om te leven vaak maar schijn zijn en dat ze in ieder geval ook vaak veel onvrijheid met zich meebrengen (de auteur zegt ook ergens dat het toch wel erg gemakkelijk is om in plaats van bewust en verantwoordelijk gedrag te vertonen bij het kiezen van een godsdienst, te kiezen voor het lidmaatschap van een godsdienstige groep die nauw verbonden is met een lokale gemeenschap), dan heb ik toch het gevoel dat de voorwaarden om een dergelijke keuze bewust en goed te maken bij een kleine groep mensen die de hulp en steun van anderen erg nodig hebben, nauwelijks aanwezig zijn. Met andere woorden: hoe zorg je voor die mensen die afhankelijk zijn op een zodanige wijze dat de verzorgers daar zelf geen overbodige macht aan ontlenen? En hoe kun je vermijden dat lokale groepen - bijvoorbeeld godsdienstige of economische of politieke - intern en extern macht ontwikkelen die verder gaat dan hun directe activiteit? En hoe kun je al helemaal vermijden dat groepen dat op een regionale, landelijke of wereldschaal doen? De banier waaronder traditionele groepen hun idealen maar ook hun machtsaspiraties en soms hun bekrompenheid aanprijzen is nu eenmaal vaak die van de traditie, dat wat zijn waarde in het verleden al bewezen heeft enzovoort, denk aan kerken, politieke stromingen enzovoort. De auteur geeft terecht aan dat in dit perspectief boeddhisme per definitie 'behoren tot de oppositie' is. Het is echter een feit dat wat het beste is, steeds opnieuw in de nieuwe situatie bepaald dient te worden en dat waarheden vaak maar een beperkte geldigheid hebben. En dat dan voor sommigen de traditie dan toch meer steun en richting biedt dan voor diegenen die het in hun mars hebben om nieuwe richtingen te ontdekken en uit te proberen. Anders gezegd: de traditionele groepen hebben de oppositie en de vernieuwing hard nodig, maar omgekeerd moet de oppositie en de vernieuwing niet te gauw alles van de traditie op de ene hoop van de onvrijheid, de schijnzekerheid en het machtsmisbruik gooien: de maatstaf blijft of en hoe mensen die het nodig hebben er het beste mee geholpen zijn, op lange en op korte termijn, en dat afgewogen tegen het risico dat hun helpers aan hun positie meer ontlenen dan de zekerheid dat ze echt helpen, bijvoorbeeld een eigen machtspositie. De 'macht' van de oppositie is trouwens ook een riskant punt, lijkt me, want oppositie slaat gauw om in betweterij en slecht naar anderen luisteren. De auteur pleit overigens steeds voor dialoog. Ik kom zelf uit een traditioneel kerkelijk en plattelandsmilieu en heb ook ervaring met alternatieve groepen in grote steden, en ik vind dit een belangrijk punt. Ik heb bovendien het vermoeden dat de auteur ook zowel in traditionele als in alternatieve groepen ervaringen heeft opgedaan. Misschien had hij hier nog meer over kunnen zeggen.

Volgens de auteur is het waardevol om ons te laten inspireren en leiden door onze visioenen van een nieuwe wereld. In het Westen zijn wij gewend die af te doen als utopieën die niet realiseerbaar zijn. In het boeddhisme zijn er de visioenen van het Zuivere Land die weliswaar nog niet bereikt zijn maar wel over een voor ons bewoonbare en bereikbare wereld gaan.
Veel wat de auteur zegt is herkenbaar voor christenen met een kritische aandacht voor ethische en sociale vraagstukken.
Het grote verschil is dat Brazier laat zien dat de verlichting in boeddhistische zin - althans de daarop gericht training - leidt tot het sterke karakter dat nodig is om door te gaan met maatschappelijke verbetering terwijl ik de indruk heb dat veel christenen toch in een vergelijkbaar vaarwater terecht zijn gekomen als de conservatieve boeddhisten die hij beschrijft (waarbij het spirituele doel een doel op zich geworden is), en hij maakt het interessante punt dat de training van de Boeddha zowel op de verlichting als op het ethische en dus maatschappelijke handelen is gericht. Interessante vraag: geldt dit in oorsprong ook niet voor wat Jezus met zijn leerlingen op het oog had, namelijk een combinatie van spiritueel ontwaken en maatschappelijke verbetering? Ook bij de geschiedenis van wat uit de impuls van Jezus groeide is duidelijk op te merken dat de conservatieve 'kerk' die enkele eeuwen later ontstaan was - nota bene nauw verbonden met de staat - een deel van Jezus' oorspronkelijke inspiratie overboord had gezet door de maatschappelijke verbetering onder de hoede van traditionele instellingen van kerk en staat te brengen, iets wat Jezus zeker niet bedoeld heeft. Maar hoe ontwikkelen wij een sterk karakter, moed en doorzettingsvermogen om de goede weg te blijven volgen?! En hoe houden wij onze visie helder als het om de weg gaat waarlangs wij kunnen helpen het lijden dat voorkomen kan worden, daadwerkelijk te voorkomen?!
Een van de buitengewoon sterke kanten van dit boek is dat Brazier vervolgens laat zien welke risico's en onevenwichtigheden op de loer liggen bij het samenwerken van mensen die hun leven leiden in dit perspectief. Onder meer een heel hoofdstuk over de spannende verhouding tussen leraar en leerling in het boeddhisme. En hij geeft buitengewoon helder aan hoe we valkuilen kunnen vermijden en dat er wegen open staan om door te gaan zonder in illusies en moedeloosheid te vervallen. Ook biedt hij een scherpe kritiek op het economische en maatschappelijke systeem dat in de wereld is gaan heersen. Persoonlijk ervaar ik de rol van de media als een van de gevaarlijkste factoren in de inkapseling van velen van ons in dit wereldsysteem - dat Brazier terecht als een nieuw kastensysteem omschrijft waardoor velen onderdrukt worden. Zij die naar onze landen komen om hier een bestaan te vinden, legaal of illegaal, weten dat onze mate van vrijheid en rijkdom alleen kan bestaan door een minstens zo grote mate van economische en maatschappelijke onderdrukking in andere gebieden. Maar beide maken deel uit van hetzelfde systeem. Daar moeten we net zo min voor weglopen als de Boeddha dat deed.

Hij is in dit boek vooral in gesprek met boeddhistische stromingen in het Westen. En veronderstelt zeker enige bekendheid met de geschiedenis van het boeddhisme. Maar zijn opmerkingen zijn vaak ook in andere contexten interessant dus voor een veel grotere groep lezers, zeker ook christenen die geïnteresseerd zijn in het boeddhisme, en zeker ook alle mensen die geïnteresseerd zijn in het ontwikkelen van maatschappelijke verbetering die verscheidenheid en een rol voor spirituele inspiratie toelaat. De auteur is naar zijn zeggen in zijn jonge jaren zowel in christelijke groepen actief geweest als in maatschappelijke bewegingen, en dat is nog goed te merken al weidt hij daar nauwelijks over uit.
Waarschijnlijk is het zo dat zelfs dit rijke boek nog vele vragen onbeantwoord laat. De auteur geeft aan dat hij zelf ook steeds in ontwikkeling is geweest. Het boek bouwt ook zeker voort op en zet de lijn voort van zijn eerdere zeer sterke boek The Feeling Buddha, hieronder besproken. Het perspectief en de vele richtinggevende opmerkingen bieden rijke stof tot overweging en discussie. En - voor wie eventueel wil - tot het maken van weloverwogen keuzes. De ondertitel van het boek geeft dat terecht aan: suggesties voor een andere leefwijze.
Het boek leest bovendien als een trein. Zeer aanbevolen. Niet het laatste woord, en ook niet de uiteindelijke verwoording, zoals de auteur in het voorwoord al schrijft. Maar een enorme stimulans voor wie daaraan behoefte heeft.

Ik heb nog enkele vragen bij dit boek. In de eerste plaats zijn dit opnieuw letters en woorden, terwijl het om het levende voorbeeld, de ervaring en het handelen zelf gaat. Wanneer we voor een weg kiezen en keuzes maken, zal dat een eigen weg zijn voor ieder van ons. Deels vergelijkbaar - en in zoverre kunnen we ons laten inspireren - maar deels ook uniek, en dan is het belangrijk alleen of samen met anderen om ons heen toch door te gaan en die eigen weg verder te gaan, vol te houden en door te zetten. De auteur is buitengewoon helder en inspirerend maar soms denk ik toch wel eens dat hij nog gelooft dat er één juiste theorie is die alles kan formuleren (hij noemt dit als een vroeger standpunt van hem, toen hij meende dat alle waardevolle opvattingen tot één visie zouden kunnen worden samengevat). Natuurlijk zal hij dat niet meer willen maar het is misschien goed dit nog eens te zeggen, ook al staat de praktische waarde van dit veelomvattende boek met zijn vele waardevolle visies en op de praktijk gerichte opmerkingen voor mij buiten kijf. Het is nodig altijd zo duidelijk mogelijk te zijn, maar geen uitspraak over de werkelijkheid kan definitief zijn omdat de werkelijkheid, taal incluis, steeds verandert. Het is heel erg belangrijk steeds opnieuw uitspraken te doen en te toetsen. Dat is ook wat de auteur zegt na te streven, trouwens. Maar het blijft vaak op unieke praktische situaties aankomen, en dan zijn de letters en woorden soms ineens maar een onderdeel van het beslissingsproces, hoe belangrijk ook als referentie. Onze persoon hoort er dus heel erg bij. Ik wil hier overigens ook graag verwijzen naar de Amida Trust, de actieve beweging die de auteur stichtte en die past bij wat hij in dit boek naar voren brengt. Op Internet heeft de auteur een eigen site waar diverse informatie te vinden is.
In de tweede plaats heb ik een opmerking bij de weergave van een van de conservatieve opvattingen van verlichting die de auteur beschrijft, namelijk de non-dualistische opvatting. De auteur legt er nadruk op dat in het verleden met deze opvatting van verlichting - dat je 'met woorden alle kanten uit kunt' ofwel 'dat alles verlichting is' - veel recht is gepraat wat krom is, en dat deze opvatting dus ethisch niet door de beugel kan. Maar hij refereert nergens aan een veel fundamentelere, andere non-dualistische opvatting van verlichting die zich beperkt tot het zich bewust zijn van het relatieve karakter van taal. Namelijk dat al onze begrippen nooit absoluut opgevat mogen worden maar altijd (ook) slechts namen zijn. (Voor een eerste indruk van non-dualisme zie bijvoorbeeld Thich Nhat Hanh's uitleg van het Diamant-soetra; of mijn lezing over 'Verlichting en het niet dualistisch omgaan met tegenstellingen', met name tegen het eind.) Ik vind de kritiek van David Brazier op het onethische gebruik van de non-dualistisch opgevatte verlichting heel terecht als je non-dualisme uitlegt zoals hij doet (overigens in navolging van vele anderen, en dat maakt zijn standpunt des te begrijpelijker en waardevoller). Dat is inderdaad gevaarlijk als je het niet ethisch opvat of uitwerkt. Maar wat ik jammer vind is dat hij de basis van de non-dualistische opvatting van taal - zoals je die bijvoorbeeld in het Diamant-soetra (zie ook het boek van Mu Soeng erover) tegenkomt - niet noemt. Want dat is naar mijn indruk een heel waardevol gegeven in filosofisch opzicht, om overeind te houden dat er meerdere culturele kaders en talen zijn dan die waarin we op een bepaald moment en in een bepaalde omgeving verkeren. Niet alleen ons handelen vereist steeds opnieuw keuzes, maar ook ons spreken en denken vindt steeds opnieuw plaats in nieuwe omgevingen en moet steeds opnieuw geijkt worden aan het criterium of we elkaar nog wel begrijpen. Waar ik het met de auteur van harte eens zou zijn, is dat hij wellicht zou stellen dat dit dan niet aan onderdrukking mag bijdragen. Precies, daarom is het zo belangrijk op taal te letten. En daarom blijft open discussie altijd belangrijk.
Ik merk graag op dat de taal van de auteur niet alleen oproept tot keuzes en tot handelen maar ook getuigt van respect voor tegenstanders en van zorgvuldige afweging. Buitengewoon stimulerend en een groot plezier om te lezen.

Van dit boek kunnen heel veel mensen heel veel leren, denk ik. Ook wie het niet (helemaal) eens zijn met de auteur, of wie er nog verder over na willen denken. Want de auteur schrijft over al zijn onderwerpen zo helder dat je, ook als je het niet met hem eens bent, je eigen mening aan de zijne kunt toetsen of ontwikkelen. Ik zou graag veel uit dit boek willen citeren maar ik raad aan het boek zelf te lezen. Het is te rijk dan dat een citaat of wat die rijkdom kan samenvatten. Toch eentje dan: “Het woord boeddhisme betekent 'de weg naar verlichting'. Je kunt het een religie noemen, of een manier van leven, of een visie op menselijke vervolmaking. Vijfentwintighonderd jaar lang is het een licht geweest voor hen die graag een beter leven wilden leiden en een betere wereld wilden scheppen, zonder toevlucht te zoeken in bijgelovig escapisme (wegvluchten uit de realiteit BK) aan de ene kant en gewelddadige dwang aan de andere. Verlicht zijn betekent meedogend, tolerant, redelijk, moreel en betrokken zijn in een leven dat ten dienste staat van de mensheid - dat bijdraagt aan de emancipatie van alle levende wezens van lijden en uitbuiting die te vermijden zijn.” (11) Ook als het boeddhisme - zelfs als aanduiding voor een historische en actuele werkelijkheid - niet het laatste woord over 'de' waarheid is maar 'slechts een naam' - en dat is mijn opvatting - dan vind ik ook dat als die naam verwijst naar een betere wereld waarvan hij het visioen in zich herbergt, er heel wat minder belangrijke namen zijn om de betekenis ervan tot ons door te laten dringen.
15 februari 2005

David Brazier, The Feeling Buddha: A Buddhist Psychology of Character, Adversity and Passion,[ met noten, bibliografie en register,] New York (Fromm) 1998, 207 pp.
Idem, Zonder gruis geen parels, Rotterdam (
Asoka) 2001,[ vert. van The Feeling Buddha,] 233 pp.

Dit boek gaat over een heel essentieel iets. Namelijk dat wie werkelijk onder ogen ziet wat zij of hij aan lijden ondervindt, daarin het ware, vreugdevolle leven kan vinden. De auteur wil in dit boek laten zien dat dit de ervaring van de Boeddha was toen hij verlicht werd, en dat dit was wat hij vervolgens zijn leven lang duidelijk wilde maken omdat anderen er zoveel baat bij konden hebben. En de auteur bestrijdt de opvatting als zou het boeddhisme leren dat het lijden beëindigd kan worden. Of liever, hij vindt dit een misvatting die het boeddhisme ten onrecht heeft doordrongen. Hij legt ook heel helder uit waarom. Namelijk omdat wat de Boeddha zei ons door allerlei filters heeft bereikt, van degenen die de lessen van de Boeddha mondeling overbrachten aan groepen toehoorders en die later gingen opschrijven - en daarbij met de culturele vooronderstellingen van die mensen rekening gingen houden. Hetzelfde deed zich voor toen de teksten vertaald werden in andere talen: het blijkt dat verschillende vertalingen verschillende richtingen opgaan. En ten slotte komt het vaak voor - de auteur heeft het over zich zelf - dat lezers van de teksten er zelf een interpretatie aan geven nog voor ze hen heel goed begrepen hebben.
Kortom, het gaat er om het leven voluit - door de diepten en hoogten heen - te leven, en niet om er aan te ontsnappen of er voor te vluchten in welke uitvlucht of verslaving dan ook die onze ogen voor de realiteit sluit. De kans die ons is gegeven door dit leven dat wij gekregen hebben, is de kans om voluit te leren leven, en dat is ten diepste een vreugdevolle zaak, althans een zaak die zowel de tegenslag en het lijden als de vreugde omvat (en vreugdevol omdat zij die beide omvat in hun wonderlijke relatie). Over welke relatie dat is, gaat het in de levens van ieder van ons. Ieder kan het alleen op haar of zijn eigen wijze ontdekken. Voor ieder is het een unieke individuele ervaring. Maar het principe is voor ieder mens hetzelfde. Althans dat heeft de Boeddha willen leren in zijn vier edele waarheden. Het zijn universele realiteiten en tegelijk mogelijkheden. “Boeddhisme gaat niet over lijden uitbannen. Het gaat over nobel leven. (178, mijn vertaling*)” Boeddha's uitspraak “Wanneer ik verlicht ben, zijn alle wezens met mij verlicht” betekent: “Wanneer ik nobel en waarachtig ben, zijn alle wezens nobel en waarachtig”. Die uitspraak houdt een diepe waarheid in die voor ons dagelijkse leven van grote waarde kan zijn: menselijk zijn en menselijkheid zien (179v.). De ondertitel van het boek geeft aan wat de auteur wil laten zien: dat het boeddhisme ons ongemeen veel te leren heeft over karaktervorming, over omgaan met tegenslagen en over hartstocht.
Het gaat te ver om dit ongemeen rijke boek hier helemaal na te vertellen. Niet alleen legt de auteur helder uit wat hij aan helpende, positieve praktische interpretaties aanbiedt, maar ook welke opvattingen hij daarmee afwijst (zie het lijstje op p. 175); daar horen ook de opvattingen van wedergeboorte als onvermijdelijke cyclus, verlichting als doel, en nirvana als uitdoving bij. Een belangrijk deel van het boek bestaat in de uitleg van de vier edele waarheden volgens wat de auteur beschouwt als de originele bedoeling van de Boeddha. Het is boeiend om te zien hoe hij verschillende malen (36, 94, 124, 124-125, 130, 175, 180-181) deze vier waarheden - inclusief het achtvoudige pad, waarin de vierde waarheid bestaat - opnieuw formuleert om te laten zien hoe rijk die bedoeling wel is, als je goed kijkt - en dat heeft de auteur zeker gedaan. Het uitgangspunt vormt de eerste toespraak die de Boeddha na zijn verlichting hield en waarmee hij 'het wiel van de dharma in beweging zette'. De tekst hiervan is ook opgenomen in het boek.
Volgens Brazier zegt Boeddha - in mijn samenvatting - het volgende:
“Het is respectvol en moedig om te erkennen dat het leven onaangename kanten biedt. Het is respectvol en moedig om te erkennen dat we daar emotioneel op reageren. Voor beide hoeven we ons niet te schamen. Het is respectvol en moedig om het vuur van onze emotionele reacties zorgvuldig te beschermen tegen oplaaien en misbruik en om te zetten in een bruikbare, levenscheppende energie. Het is respectvol en moedig om dat tot uiting te brengen in het achtvoudige pad van authentiek leven. Juiste visie of bereidheid tot zien, luisteren en onze energie laten stromen in onschuld, zonder iets tussen ons en de werkelijkheid te zetten. Juist denken of de schaduw in en buiten ons niet negeren maar erkennen zonder ons eraan op te hangen, en ons niet op kwantiteit maar op kwaliteit en meeleven richten zonder bijgedachten en zonder ook maar iets of iemand uit te sluiten. Juist spreken of inspirerend spreken, bevrijdend en elektriserend voor een nieuw leven in verbondenheid op weg naar een nieuwe wereld. Juist handelen of overbodige ballast achterwege laten en doen wat mogelijk is om de energie van emoties om te zetten in concrete werkzaamheid ten behoeve van het goede voor de velen, voor alle levende wezens en de hele wereld. Juist levensonderhoud of kiezen voor zinvol werk in plaats van alleen werken voor het geld, voor een maatschappelijke reorganisatie - een nieuwe beschaving - die weer ruimte biedt voor werk dat zicht biedt op wat het voor anderen tot stand brengt. Juiste inspanning of oefenen in het vergroten van ons geestelijk draagvermogen, de energie van onze emoties om te zetten in intensiteit die ten goede gebruikt kan worden, innerlijke rust en kracht te ontwikkelen, karakter. Juiste aandacht of oplettendheid voor wat voor ons en anderen raakt, voor wat zich hier en nu voordoet, voor het verzorgen van onze stemming, onze overtuiging, de mogelijkheden van vreugdevol aanwezig zijn ondanks onaangename ervaringen, te beginnen met gelukkig zijn met de kleine dingen die we ervaren en doen, en de defensieve patronen van onze geest achter ons laten. Juiste geestkracht of weten waar je mee bezig bent, je eigen authentieke visioen hebben waarvan de waarde blijkt uit de één makende, helende, opbouwende en vriendelijke invloed die het op je leven heeft.”

Daarbij komt aan de orde hoe wij om kunnen gaan met rouw, en met negatieve emoties als begeerte, haat en zelfmisleiding. En dat het belangrijk is om weer te leren geloven in de kwaliteit van onze handelingen op zichzelf, ook los van hun economische waarde of onwaarde (visie op werkloosheid!). Zo goed als het ook is om ons leven en ons handelen in een wijder perspectief te durven zetten, een 'groter verhaal'. Het is dan wel heel belangrijk te leren welke grote verhalen deugen en welke niet, of liever de verhalenvertellers. Want met de verhalen van de ook met charisma en geestkracht begaafden Stalin en Hitler moesten we oppassen (174). En dat blijft belangrijk, in het groot en in het klein, zou ik toevoegen. Want verhalen zijn alleen 'waar' als ze ons helpen met inspiratie en richting, niet als ze onze ogen sluiten voor wat er werkelijk aan de hand is. Het uiteindelijke grote verhaal is dat we op weg kunnen gaan om er iets van te maken, iets beters wellicht, maar realistisch. Net als de Boeddha (180). En dat we dan onderweg heel wat tegenslag tegen komen, en daarvan kunnen leren, meestal tegen wil en dank; een prijs die zijn beloning echter waard is (183v.).
Impliciet gaat het boek over nog veel meer. Over onze huidige wereld en westerse maatschappij en hoe we daarin een zinvol leven kunnen vinden. En over de rol van 'godsdiensten' daarin, christendom en boeddhisme niet uitgezonderd. Over het daarbij vermijden van fouten uit het verleden. Over de rol van psychotherapie. En meer. Hij noemt behalve veel positieve mogelijkheden ook te vermijden valkuilen. Zoals op p. 78: “We smachten naar een afleiding van de onaangename ervaringen in onze levens en grijpen naar iets dat tijdelijk verlichting kan bieden. Op deze momenten echter zijn we kwetsbaar voor een ernstige verwonding. … Juist wanneer we op de vlucht zijn voor onaangename dingen die we zelf veroorzaken, berokkenen we ons de ernstigste psychologische en soms fysieke wonden. (mijn vertaling*)”

De Boeddha ontdekte dat het de moeite waard is om onze emoties te kanaliseren, er een middenweg mee te vinden. Ze niet te ontkennen maar er energie aan te ontlenen. Een manier om dat te bereiken is om onze emotie los te koppelen van haar object. Haar energie blijft dan behouden. Mits ze beschermd wordt tegen uitdoven en tegen oplaaien. Dat is ons werk.
De Boeddha ontdekte dat de oorspronkelijke toestand van onze geest volmaakt in orde is. “De ongeconditioneerde geest schept vreugde in het wonder van het dagelijkse leven, geniet van iedere ademtocht, waardeert iedere smaak en kijkt heel natuurlijk met ogen van liefde. De reden dat we deze gelukzaligheid slechts zelden ervaren is dat we door en door geconditioneerd zijn. Het doel van de boeddhistische oefening is dat we onze oorspronkelijke natuur laten functioneren. Deze oorspronkelijke natuur is niet iets dat we kunnen construeren. Het hele leven door zijn normale personen zekerheid voor zichzelf aan het opbouwen. De dwaasheid is dat we proberen te construeren wat ons vrij ter beschikking staat. Dus boeddhistische leraren 'verkopen water bij de rivier'. Wat we nodig hebben, is stoppen met wat ons afsnijdt van ons natuurlijke geluk. De wezenlijke interventie die in ons leven vereist wordt, is er een die heel goed omschreven kan worden als 'stoppen'.” (110, mijn vertaling*) Wat dat concreet inhoudt en op kan leveren, wordt duidelijk in een prachtige uitleg van het verhaal van de ontmoeting van Boeddha met Angulimala, de rover die volkomen in de war raakt door de onbevreesdheid van de Boeddha, door diens innerlijke rust die hem, Angulimala, de kans biedt tot inkeer te komen, of gewoner gezegd, tot zichzelf. Wat de essentie is van 'bekering'.
Wat mij opvalt aan de geciteerde zinnen is niet hun nieuwheid; je kunt vergelijkbare zinnen vinden in boeken van andere boeddhisten. Maar wel dat Brazier hier net als zo vaak de blik nog net iets scherper kan stellen, iets toevoegt wat je zo nog niet had gevonden, hoewel misschien vermoed. En ook verder staat dit boek vol zinnen die ongelooflijk veel helderheid toevoegen op gebieden waar helderheid van zo groot belang is, namelijk dat van emoties en het omgaan ermee en van ideeën en voorstellingen op religieus gebied. Gebieden waar vaak zoveel wolligheid overheerst. Zo niet in dit boek, niet bij deze schrijver. Niet dat daarmee laatste woorden gezegd zouden zijn. Na deze tijd zullen er weer andere komen met andere woorden. Maar voor onze tijd en cultuur slaagt Brazier er in de snaren goed te raken. Verfrissend, heilzaam, praktisch, vernieuwend. En zeer origineel. Aangezien ik geen kenner van Sanskriet ben, kan ik zijn uitleg van woorden en begrippen uit die taal niet bevestigen maar als de feiten die hij verschaft kloppen - en ik heb nog geen redenen om daaraan te twijfelen - lijken zijn interpretaties mij buitengewoon terzake. Dit boek voelt gewoon goed aan. Je kunt er op allerlei gebieden opnieuw een richting mee bepalen. Dat vind ik nogal wat.
Andere waardevolle boeken van Brazier zijn Zentherapie (waarvan ik alleen het Engelse origineel gelezen heb) dat een weergave van de boeddhistische psychologie is, geïnspireerd door de Zen-traditie en gericht op het gebruik in de Westerse psychotherapie, en Het nieuwe boedddhisme, dat de lijn van The Feeling Buddha verder uitwerkt in een visie op de rol van het boeddhisme in de wereld van nu. Zie voor verwante onderwerpen ook de lijst met Boeddhistische literatuur voor beginners en de literatuurlijst Zen en Oosters en Westers denken.

Tijdens het lezen van dit boek was ik ook bezig met de oorspronkelijke woorden van Jezus, zoals te vinden in het boek Q1, de reconstructie door geleerden van de oudste bron van de evangeliën van Matteüs en Lukas, en met het evangelie van Thomas waarvan de Judese bron waarschijnlijk de alleroudste geschreven bron van de woorden van Jezus is. Daarbij viel mij op dat er beslist parallellen zijn tussen de boodschap van Boeddha, zoals Brazier die ziet, en die van Jezus. Wie wil kan op deze site behalve een weergave van het boek Q1 met de woorden van de Nieuwe Bijbelvertaling 2004 ook een kortere actuele verwoording van 'de lessen van Jezus' vinden waarin dat wellicht doorklinkt.

* Bij het schrijven van deze recensie had ik niet de beschikking over de Nederlandse vertaling. Ik neem aan dat de inhoud dezelfde is.
9 maart 2005

(Zie ook David Brazier, The Feeling Buddha, besproken direct hierboven)
Walpola Rahula, Wat de Boeddha onderwees, Met een voorwoord van Prof. Paul Demiéville, en een aantal oorspronkelijke teksten uit het Pali, Amsterdam (Karnak) 1990-3e druk, 156 pp.
Thich Nhat Hanh, Het hart van Boeddha's leer: Van pijn en verdriet naar vreugde, inzicht en zelfkennis, Haarlem (Becht) 1999, 279 pp.
Kogen Mizumo, Basic Buddhist Concepts, translated by Charles S. Terry and Richard L. Gage, Tokyo (Kosei) 1996-6e druk (1987-1e), 175 pp.
Idem, Essentials of Buddhism: Basic Terminology and Concepts of Buddhist Philosophy and Practice, translated by Gaynor Sekimori, with a foreword by J.W. de Jong, Tokyo (Kosei) 1996, 291 pp.
Peter Harvey, An Introduction to Buddhism: Teachings, history and practices, with Appendix on Canons of Scriptures, Notes, Bibliography, Indices, Cambridge e.a.a. (Cambridge University Press) 1990, 374 pp.
Peter Harvey (ed.), Buddhism, with Indices, London / New York (Continuum) 2001, 329 pp.
Heinrich Dumoulin, Understanding Buddhism: Key Themes, Transl. and adapted from the German [Begegnung mit dem Buddhismus - namelijk de gedeelten die nog niet vertaald waren en voorkwamen in de uitgave Encounter with Buddhism 1974, repr. 1990] by Joseph O'Leary, New York / Tokyo (Weatherhill) 1995-2e (1994-1e)

Het boek Wat de Boeddha onderwees van Walpola Rahula is zeker geschikt voor een kennismaking met belangrijke ideeën van het boeddhisme, en behandelt evenals het boek van Brazier (zie The Feeling Buddha, direct hierboven) voornamelijk de vier edele waarheden van de Boeddha. Toch zijn er grote verschillen met het boek van Brazier. Het boek van Brazier maakt op grond van nauwgezette tekststudie en zorgvuldig redeneren een reconstructie van de oorspronkelijke ervaring en boodschap van de Boeddha en past die vervolgens toe op onze tijd en cultuur. Hij beantwoordt dus naar beste weten de vraag wat de boodschap van Boeddha voor ons in onze tijd en in onze taal betekent. Rahula's aanpak is heel anders. Hij is ervan overtuigd dat de boeddhistische levenshouding belangrijker is dan de 'leer', en de toon van zijn boekje is daar een sprekend getuigenis van. Zelfs zo dat dit boekje in alle verschillende richtingen van het boeddhisme geprezen wordt als een betrouwbare raadgever op het gebied van de boeddhistische ideeën. Dit heeft alleen wel een prijs. Rahula baseert zich weliswaar op de belangrijke teksten, soetra's en verhalen over de Boeddha en hanteert ook de bekende namen en begrippen uit het boeddhisme maar zodra hij een punt raakt waar verschillen van mening over zijn, strijkt hij plooien liever glad door uit te wijken naar een vrome interpretatie. Die laatste doet dan echter vaak geen recht aan het probleem dat er verschillen zijn, niet alleen tussen verschillende richtingen binnen het boeddhisme maar vooral tussen de historische waarheid en de 'algemene leer' die verondersteld wordt datgene te zijn wat de Boeddha zelf heeft onderwezen. Maar wat eigenlijk vaak niet het geval kan zijn omdat de Boeddha die woorden nooit zo gebruikt kan hebben. Hij omzeilt dus de vragen waar Brazier mijns inziens zo goed een antwoord op zoekt en vindt. Aan de andere kant is heel begrijpelijk dat het boek van Rahula lange tijd de aangewezen bron voor een eerste kennismaking met het boeddhisme is gebleven. De geest van het boek - namelijk van de auteur Rahula zelf - is voortreffelijk, in de zin van menselijk, relativerend, behulpzaam waar mogelijk, informatief in vele opzichten, en voor niemand kwetsend. Maar zijn boekje geeft meer een antwoord op de vraag wat de boeddhistische richtingen met elkaar gemeen hebben dan op de vraag of dit nu de oorspronkelijke boodschap van de Boeddha is. Dat is het mijns inziens niet, en daar geeft het boek van Brazier dus een echt, en goed antwoord op. Daar staat tegenover dat we ook van de navolgers van Boeddha vast het een en ander kunnen leren, en daarbij is het boekje van Rahula een welkome, betrouwbare en leesbare, zij het onvolledige introductie. Diegenen die een grootste gemene deler van de grote stromingen van (althans van het voornamelijk traditionele en conservatieve deel van) het boeddhisme zoeken, kunnen bij Rahula goed terecht. Een sterk pluspunt van het boek van Rahula zijn een flink aantal belangrijke teksten achterin, éénderde van het boekje (die prachtige en relevante teksten verdienen aanzienlijk meer toelichting en uitleg dan Rahula in dit korte bestek kan geven). Het boek van Rahula is verder voortreffelijk vertaald door Robert Hartzema. Rahula wijst er trouwens zelf op dat etiketten als 'boeddhisme' er minder toe doen dan de werkelijkheid waar het om gaat (19). Ook al noem je een roos geen roos, de geur heb je gelukkig toch. Moederliefde is moederliefde, en daar hoef je verder geen boeddhistisch of ander etiket op te plakken. Maar zo komen al gauw wat vragen onder het tapijt te liggen en voor de antwoorden moet je niet bij Rahula zijn maar bij anderen. We kunnen via dit boekje veel traditionele kernelementen en begrippen van het boeddhisme leren kennen, maar wat Rahula erover zegt kan beter niet voor iedereen het laatste woord zijn. Het zijn echter wel de opvattingen die door de meeste boeddhisten in de loop van de geschiedenis er op na gehouden zijn. In het bijzonder de praktijk - die belangrijker is dan de theorie! - leer je uit een boek natuurlijk niet kennen; een praktijk waarvan de geest anderszijds in dit boek en bij zijn auteur zeker te vinden is. En daar ging het Boeddha nu juist om, als ik het goed begrijp, zie opnieuw het toch veel actuelere boek van Brazier.
Thich Nhat Hanh behandelt in zijn boek Het hart van Boeddha's leer behalve de vier edele waarheden waaronder het achtvoudige pad ook een groot aantal andere kernelementen van de boeddhistische leer zoals de drie 'lichamen' van de Boeddha, de drie juwelen (Boeddha, Dharma, Sangha), de vier onmetelijke brahmavihara's (liefde, mededogen, vreugde, gelijkmoedigheid), de twaalf schakels van de ketting van het wederzijds-afhankelijk-ontstaan van alle verschijnselen en vele meer. Dit boek is vooral praktisch gericht op het wekken van vertrouwen en inzicht bij de lezer om zelf het pad van mentale groei en solidariteit met alle wezens en de hele kosmos te gaan. Het biedt ook veel inzichtelijke schema's. Je kunt er vele begrippen en hun betekenis met bijbehorende verhalen uit leren kennen. Een mooie brug tussen eeuwenoude tradities en de moderne tijd. Maar het gaat niet op theoretische, kritische, wetenschappelijke of persoonlijke vragen in, het blijft bij een uitgebreide, heldere en prettige praktische toelichting van genoemde kernelementen. Dat is niettemin heel wat! Dat blijkt ook uit het uitvoerige en handige register.
Mizumo is een vooraanstaande Japanse boeddhistische professor geweest in de talen van het oude India, en in het boeddhisme. Hij kent het oude boeddhisme op zijn duimpje, en kan de geschiedenis en de opvattingen ervan in al hun diepte en verschillen weergeven op basis van zijn grote kennis van de bronnen zelf. Dat doet hij bovendien buitengewoon helder. De kracht van zijn boeken is de helderheid en de directe betrokkenheid op de bronnen. Ook al zijn de traditionele opvattingen zijn uitgangspunt, hij geeft heel overzichtelijke reeksen argumenten en variaties. Zodat de lezer over het algemeen heel goed zelf conclusies kan trekken en dat blijft het meest waardevol. Zijn boekje Basic Buddhist Concepts is kleiner en bevat een wat meer historische benadering. Zijn boek Essentials of Buddhism biedt schitterende overzichten van de opvattingen van het eerste millennium van het boeddhisme, in het bijzonder van de belangrijkste ideeën, voorstellingen en begrippen. Er is heel veel bij wat men niet gauw elders in die uitgebreide vorm en van die kwaliteit zal aantreffen. Beide boeken bevatten een index, het laatstgenoemde uitgebreide en meerdere.
Harvey's boek Introduction is al weer van 1990. Het is een handig overzicht van geschiedenis, vele vroegere en latere ontwikkelingen die de achtergrond vormen van ons bekende stromingen en ideeën, en tevens thematische behandeling van belangrijke uiterlijke elementen als devotie, ethiek, organisatie, meditatie, evenals verspreiding in Azië enerzijds en invloeden, behandeling en transformatie in het 'Westen' anderzijds. Met veel noten, bronverwijzingen, een overzicht van de belangrijkste verzamelingen en uitgaven van geschriften, en de vertalingen ervan. Harvey zit zowel op het spoor van het informeren over historische en andere feitelijke achtergronden als van het verwerken daarvan met het oog op zowel wetenschappelijke studie in het Westen als het ondersteunen van Westerse leken-geïnteresseerden in hun kennisname en betrokkenheid bij de boeddhistische tradities en inspiratie. Daarbij moet hij zich uiteraard beperken en dat betekent vaak dat hij wel veel gevarieerde informatie geeft maar aan systematische verwerking vaak nog nauwelijks toekomt. Dat mag waarschijnlijk ook nog niet verwacht worden in dit stadium. Zijn werk is een stadium waarop anderen weer voort kunnen bouwen, en we kunnen zien dat het een fase verder is dan in de tijd van pioniers als Conze. We kunnen ongetwijfeld verwachten dat de toename van kennis en van de verwerking ervan enorm zal zijn de komende jaren, zoveel bronnen worden toegankelijk gemaakt en zoveel studie wordt er aan besteed en zoveel mensen zijn het boeddhisme gaan beoefenen. Harvey levert daar een grote bijdrage aan door wat hij in dit boek aan geïnteresseerden aan oriëntatie en informatie biedt, zij het - in dit boek - nog niet veel aan systematische verwerking en nieuwe inzichten.
Dat ligt heel anders in het verzamelwerk Buddhism dat iets meer dan een decennium later verscheen. Harvey redigeerde een boeiend werk van meerdere auteurs over belangrijke aspecten van het boeddhisme in zijn historische verschijningsvormen en systematische aspecten. Niet alleen komen nu veel moderne vraagstukken expliciet aan de orde, onder andere over de verhouding van godsdienst en samenleving, over de verhouding van godsdiensten onderling, over ethiek, over de moderne vorm van diverse boeddhistische praktijken en vele meer, maar ook worden een aantal thema's expliciet behandeld als de geschriften, de mens en zijn heil, het heilige en de goddelijke wereld, de overgangsriten, de devotie, en opnieuw veel ethische vraagstukken als de wijze van ethische besluitvorming, de positie van vrouwen, kosmologie en symboliek. Door deskundige auteurs, met verwijzingen naar verdere literatuur in de noten, en met registers op namen en begrippen. Het is duidelijk dat deze onderwerpen een aanzienlijk publiek hevig bezig houden en dat deze discussies nog voortduren, inclusief het op gang komen van wetenschappelijke meningsvorming en achtergrondstudies. Harvey geeft daar een overzicht van in het eerste hoofdstuk. Kortom, dit lijkt een boek met veel goede informatie.
Van de hier genoemde werken - van Rahula tot en met het laatst behandelde van Harvey - heb ik er nog geen helemaal kunnen lezen, op de Introduction van Harvey en het hieronder nog genoemde boek van Dumoulin na. Toch wil ik niet langer wachten ze te noemen: zo kan een lezer(es) er wellicht haar of zijn voordeel mee doen, ook al geef ik slechts algemene aanduidingen van hun kwaliteiten. Verder verwijs ik graag naar de literatuurlijst Boeddhisme voor beginners waarop ook enkele boeken voor gevorderden vermeld zijn. In relatie tot de hier besproken boeken denk ik vooral aan de daar genoemde boeken van Thich Nhat Hanh (inhoudelijk en praktisch sterke uitleg van basis-soetra's), Brazier en Mu Soeng (historische en inhoudelijke inleiding).
Het boek Understanding Buddhism van Dumoulin is een boek met min of meer losse hoofdstukken over interessante thema's in het boeddhisme in vergelijking met het christendom en het Westerse denken. Het probeert die thema's te interpreteren voor Westerlingen. Maar doet dat op een synthetiserende wijze, die wel sympathiek is maar toch sterk bepaald door de theologische (rooms-katholieke) achtergrond van de auteur. Daardoor worden sommige punten interessanter - er kunnen enkele boeiende vergelijkingen gemaakt worden - maar andere komen niet uit de verf of gewoon niet aan de orde. Dit is dus zeker geen inleidend boek, wat je uit de titel wel zou kunnen afleiden. En je hebt er vooral iets aan als je een rooms-katholieke achtergrond hebt. Overigens is Dumoulin een scherp opmerker die interessante waarnemingen weet te doen. Maar dit is beslist niet een hoofdwerk zoals zijn beroemde History of Zen-Buddhism in twee delen. Interessant maar geen must. Vooral niet als je bedenkt dat Dumoulin eigenlijk vooral schrijft vanuit zijn wetenschappelijke kennis en niet speciaal voor diegenen in het Westen die zich erg tot het boeddhisme aangetrokken voelen. Hij is echt van een vorige generatie en vooral interessant voor specialisten.
10 maart 2005

Hans Warren, Een vriend voor de schemering: Roman, met een nawoord van Mario Molegraaf, Amsterdam (Balans) 2005, 174pp.

Ik ben een bewonderaar van de
dagboeken - en andere teksten - van Hans Warren, vooral van de eerste vijftien tot twintig jaren daarin beschreven, omdat hij daarin met een aantrekkelijke woordkeuze en stijl, die het leesgenot verhogen, melding maakt van zijn innerlijk - uiteraard te midden van allerlei op zich zelf al vaak interessante wederwaardigheden. Warren is een zeer boeiende persoon, vooral vanwege zijn worsteling met zijn verschillende talenten en de strijd om ze te realiseren of elkaar voor te laten gaan. Ook vanwege de altijd aanwezige aandacht voor het materiële, het lichamelijke, de seksualiteit. Voor zintuiglijkheid en de variaties in de natuur. En niet minder voor zijn gevarieerde beleving ervan, in vele ups en downs, of zoals Mario Molegraaf schrijft, vele 'uitersten'. En ook omdat hij een Zeeuw is die in Zeeland woonde en de Zeeuwse taal en cultuur van binnen uit kende en waardeerde.
Ik lees deze roman dan ook met de dagboeken uit de jaren waarin de roman ontstond, als achtergrond, althans met mijn herinnering daaraan. Dan valt op hoe sterk Warren in deze roman zelf aanwezig is. Voor mij is daarin vooral opvallend zijn moeder, die als vrouw in het grote huis moet hebben rondgelopen als familielid van Heste in deze roman. En een karaktertrek die ik nog niet eerder zo expliciet geportretteerd tegenkwam, namelijk het ophouden van je eigen ethische standaarden als voortzetting van een met huis en geslacht verbonden traditie van 'hogere' cultuur of 'innerlijke standing'. Zoals in de dagboeken regelmatig blijkt dat Warren zijn keuzes maakt en ze dan volhoudt tot het niet langer kan, ook als dat hem veel kost en een ander minder, ook als anderen hem of zijn keuzes afwijzen, zonder die anderen daar dan verder mee lastig te vallen. Niet dat Warren daar dan niet mee worstelt - en vaak zich zelf tegen komt, zoals dat heet - maar die trek en die worsteling waren er mijns inziens. Waar het dan ten diepste om gaat is dat je een ander dan ten diepste toch vrijlaat, ook al kost dat je zelf veel. Voor mij is het alsof door deze roman helderder wordt dat dit voor Warren toch een karaktertrek is die hij minstens deels van huis heeft meegekregen of overgenomen.
Maar dan de roman zelf. Het verhaal heeft mij vanaf het begin gepakt, de adem benomen soms. Warren windt geen doekjes om de seksuele lading van het gebeuren. De ontwikkeling van de ontmoeting tussen de hoofdpersonen is boeiend. De taal is direct, en zonder dat ik kan aangeven hoe precies, typerend voor Hans Warren. Als lezer zit je op de huid van de natuur, het landschap, de stad en de huizen, en van de personen.
Achteraf gezien lijkt het me doenlijk om in deze roman niet alleen vele thema's uit het leven en het werk van Hans Warren aan te wijzen. Ik vermoed dat je kunt zeggen dat deze roman profetisch is, of autobiografisch in een mate dat bijna alle verwikkelingen in het leven van de schrijver zelf in deze roman aanwezig zijn, ook vele latere. Misschien is het dus een sleutelroman, als je dat waar kunt maken. Dat maakt het feit dat hij indertijd niet is uitgegeven maar afgewezen - waar Warren het destijds bij heeft gelaten - des te pregnanter wordt. Zeker is dat Warrens leven een heel andere koers gevaren zou hebben als deze roman waarin homoseksualiteit zo'n belangrijke rol speelt, zo vlug al vele van Warrens geheimen zou hebben verraden, inclusief zijn literaire talent dat nu voor de buitenwereld jarenlang allereerst aan poëzie en natuurbeschrijving gekoppeld zou blijven. Hij publiceerde wel recensies van literatuur en - pas veel later - zijn dagboeken maar romans van hemzelf 'waren er niet'. En deze roman is geen onbetekenend werk. Ik vind hem gaver en spannender dan "Steen der hulp", bijna het enige proza dat Warren tijdens zijn leven als roman publiceerde.
Het is dus terecht dat Mario Molegraaf in zijn nawoord spreekt van het grote 'als': áls deze roman inderdaad toen verschenen was …! Het zou in ieder geval het leven van Warren zelf volledig anders hebben doen verlopen, waarschijnlijk.
Maar gelukkig hebben wij nu deze roman in handen, als zeer lezenswaardig groot kunststuk van een jong uniek en groot talent, en als amplificatie van het boeiende leven en de dagboeken en gedichten en ander proza van Hans Warren, die zichzelf en zijn belevingen zo dicht bij in ieder geval vele van zijn lezers kon brengen dat ze er door geraakt werden en nog kunnen worden.
10 maart 2005

Henry Mintzberg / Bruce Ahlstrand / Joseph Lampel, Strategie slaat terug!, Amsterdam (Pearson Education) 2005, 186pp.

Een boek van Henry Mintzberg, Bruce Ahlstrand en Joseph Lampel. Alle drie goede bekenden op het terrein van publicaties over management, leiderschap en alles wat er bij kan horen. Samen hebben ze ook het boek Strategy Safari geschreven en hebben ze plannen om nog meer gezamenlijke publicaties te maken.
Het boek heeft de bedoeling strategie minder serieus te nemen en zo tot betere strategieën bij te dragen. Hun vorige boek Strategy Safari is volgens hen zelf bedoeld voor het hoofd, dit boek is bedoeld voor het hart. Het geeft beelden, impressies en inzichten.
Het is bedoeld om ons (managers en planners) de ogen te openen met hulp van soms wat dwaas aandoende artikelen, verhalen, anekdotes.
Jammer, maar wat mij betreft is dat niet gelukt. Het is meer een herhaling van zetten met veel bekende stof (putten uit eigen werk) en af en toe iets nieuws wat niet echt nieuw lijkt. “De kleren van de keizer” wordt opgevoerd als één van de beelden. Levert dit beeld slagkracht?
De inleiding “Strategie met een knipoog” belooft veel, maar uiteindelijk is het opnieuw een opsomming van wat de heren al eerder geschreven hebben, hetzij in eigen boeken, hetzij in artikelen al dan niet in commentaar op collega auteurs.
Zou je kunnen zeggen dat de ervaring toeneemt, maar dat de verscheidenheid in ervaring afneemt? Het nieuwe blijft beperkt tot het in sneltreinvaart doorwerken van direct toepasbare al eerder gepubliceerde concepten.
Het is wellicht een handig naslagwerkje voor studenten of voor managers die dreigen vast te lopen in een eigen concept. Maar een boek voor het hart?
De magie en de kunstwereld wordt er bij gehaald, de verleiding wordt erbij gehaald. Maar nergens wordt het hart verleid om tot een ander concept te komen.
Managementconcepten, hoewel vaak gebracht als DE WAARHEID, leverden toch vaak een uitdaging om iets eens op een nieuwe wijze te bekijken. Dit boek is een verzameling van 'kijkwijzen' met daarbij de aantekening: gebruik je verstand en negeer je emoties en intuïtie niet. Zeker dat heeft met je hart te maken
Gelukkig zijn er veel boeken op de markt die wel nieuwe inzichten bieden voor het hoofd en voor het hart. Ik kan de lezer aanraden iets te lezen uit het aanbod waarvan recensies staan op deze site.
Nel Knip, 15 maart 2005


Retour naar overzichtspagina gelezen teksten


Google
"To Serve Divine Wisdom, in Full Awareness of Death and Life
Waiting for Her unmistakable Signs,
Tapping from and Revering the Source of True Healing, the Kingdom of Complete Eternity
Manifesting Always through All Polarities and Changes Here and Now" (Kalliopeia)

Ieder apart wezen compleet en diep één met zijn eeuwige grond, verbonden in één gewaar-zijn


URL: http://www.bk-books.eu/lezen16.html
Version 5 = latest revision of 15 March 2005 (Version 1: 29 January 2005)
© 2005 Boudewijn Koole; copying admitted
in case acknowledgement is provided (at least reference to site: www.bk-books.eu and with link to url (unique resource location or web-address) of the text copied or referred to; if wished so with your valuation)