Een aanzet om te begrijpen hoe de binding aan de groep en de opvattingen van de groep bij individuen plaats vindt - het gaat om individuele of persoonlijke psychologie en therapie, niet om sociologie - is bijvoorbeeld te vinden in Hulpeloos maar schuldig van Aleid Schilder, dat weliswaar over vrijgemaakt en synodaal gereformeerden gaat (d.w.z. over een grotere groep van niet bevindelijke gereformeerden) maar zeker ook op de bevindelijke gereformeerden van toepassing is.
En een ander gedeeltelijk antwoord op deze vragen ligt ook in de verwantschap van vergelijkbare situaties en probleemstellingen bij andere godsdienstige formaties, protestantse en christelijke en zelfs joodse, islamitische en nog andere. Daar kunnen verwante structuren van godsdienstige opvattingen en culturele vooronderstellingen gesignaleerd worden die sommige structuren binnen deze groepering helpen verduidelijken. Bijvoorbeeld over de evolutie, of over man en vrouw en seksualiteit, in combinatie met bepaalde bijbelopvattingen, en nog breder met bepaalde sociale en psychologische en filosofische (vaak onbewust geworden) conditioneringen enzovoort. Dat is allemaal in dit boek nog niet te vinden. Al is de manier waarop binnen de groep de rangorde wordt bepaald en gehandhaafd met behulp van religieuze en niet-religieuze criteria wel heel opmerkelijk. Hoe bijzonder - zo'n cultuur van elkaar de maat nemen! Overigens te vergelijken met alle groepen (en personen) die ik ken en die op een of andere wijze de mate van spirituele groei als criterium hanteren met bedoelde of onbedoelde gevolgen ook op niet-spirituele gebieden.
Hoe dan ook vinden we in dit boek een ook voor niet tot deze groep behorende lezers zeer herkenbaar en inleefbaar beeld ervan. Ik heb al het woord bizar genoemd om sommige eigenaardigheden aan te geven. Daar wil ik echter naast zetten dat ik komend uit een jeugdomgeving waarin deze groep een relatief grote plaats in het religieuze palet innam (Walcheren na de Tweede Wereldoorlog) niet alleen veel herken van zaken die in die groep zelf voorkomen maar ook omdat ze een sterke verwantschap vertonen aan denkpatronen die ik bij mijzelf aantref, en die ik misschien via mijn ouders of via hun en mijn toenmalige kerk heb leren kennen. Mijn moeder behoorde in haar jeugd tot de groep van de bevindelijken. De uiteindelijke kerk van mijn ouders en de meeste familieleden was de synodaal gereformeerde (in een enkel geval de Nederlands Hervormde), die kortgeleden is opgegaan in de Protestantse Kerk Nederland. Vooral het idee dat de kerk en de christenen toch vooral niet mee moeten doen aan de wereld (dit heette de antithese tot de wereld) was ook in mijn jeugd heel sterk, waarbij de wereld dan stond voor het gevaar van opgaan in vermaak, en verlies van het eigen geloof c.q. verlies van het deelnemen aan de kerkgemeenschap.
Kortom, over de verstrengeling van praktische en religieuze zaken in deze en andere religieuze groepen en personen is nog wel meer te zeggen dan in dit boek. Dan kan misschien duidelijker aangewezen worden waar de voordelen van de concentratie op de eigen waarden en gedragspatronen en spiritualiteit opwegen tegen de gevaren van het isolement en de bekrompenheid (en waar niet). Maar het is in zijn directe blik in de keuken van een bijzondere wereld onthullend en daar zal iedere lezeres en lezer haar of zijn eigen emotionele reactie op hebben. Zij die zich nog deels of geheel herkennen in de beknelling die hier geschetst wordt, wens ik volledige bevrijding toe.
Het boek bevat een uitgebreide literatuurlijst die misschien niet helemaal volledig is, bijvoorbeeld een op pagina 209 genoemde 'schets' van het niet helemaal zuivere oorlogsverleden van een der voormannen ontbreekt daarin. Ook zijn wellicht sinds 1996 al weer meer boeken verschenen over hetzelfde onderwerp. Maar dit boek is zeer informatief, leest prettig en gebruikt duidelijk respectabele bronnen op een respectabele wijze. Dat vind ik knap en van blijvende waarde.
Ik eindig met de vragen waarop wellicht in de toekomst duidelijker en wellicht meer toegespitste antwoorden gegeven kunnen worden dan in dit boek te vinden zijn. Van de ene kant: als deze wereld zo gekenmerkt wordt door beknelling en benauwenis, wat is dan de reden dat mensen er toch voor blijven kiezen? Is dat onmacht? Zijn het de bedreigingen of de onderdrukking die daarmee samenhangt, de macht die door de leiders wordt uitgeoefend en de mensen in hun greep houdt? Of zijn er ook aangenamere redenen om in deze groep, in deze wereld te blijven? Heeft deze cultuur voor de dragers ervan haar eigen sterke punten? Het zal niet de historische fundering van de leer zijn want die is uitermate zwak. Weliswaar zijn er elementen van het Godsbeeld te herleiden tot elementen van het Godsbeeld van het voorchristelijke Jodendom maar men kan moeilijk zeggen dat de 'tale Kanaäns' die in deze groep gebezigd wordt ook maar enigszins lijkt op echt bestaan hebbende oude culturele tradities. Evenmin is het zich baseren op één vertaling van de bijbel, namelijk de Statenvertaling, historisch of wetenschappelijk te funderen. Het is uiteraard andersom: de eigen groepscultuur en leer wordt gelegitimeerd met een keuze voor die ene vertaling. Samengevat niettemin: waarom blijven mensen voor deze traditie kiezen, uit dwang of om bepaalde - al dan niet openlijk erkende - voordelen?
Een tweede vragencomplex hangt samen met het ontstaan van deze traditie. Wat zijn de historische culturele, sociale en psychologische factoren geweest die aan het ontstaan en het voortbestaan van deze groep hebben bijgedragen? Wat is daarbij van doorslaggevend belang geweest bij het vormen van de eigen identiteit? Zijn er verwante ontwikkelingen aan te wijzen bij andere religieuze groepen? Waarom hebben dié niét tot dit resultaat geleid en wát is dan wél de belangrijkste factor in dit resultaat? Natuurlijk kunnen wetenschappelijke en historische analyses nooit de actuele ontwikkelingen vervangen maar zij kunnen wel meer zicht geven, en meer (zelf-)verstaan. En ook dat zijn onderdelen die voor de actualiteit en voor de toekomst van belang kunnen zijn, zowel voor de groep en de individuele leden ervan, als voor hen die er geen deel van uitmaken maar zeker verwant zijn of zich in sommige opzichten verwant voelen. Vaak worden verschijnselen die andere mensen betreffen vanzelf interessant voor degene die zich er met aandacht in verdiept. Als het om mensen gaat, is wetenschap zelden zonder betrokkenheid. In dat opzicht zijn de bevindelijke gereformeerden - als 'object' en/of 'subject' van dit onderzoek - geen uitzondering, vind ik. Ik neem aan dat bijvoorbeeld analyses te maken zijn van standpunten en stemgedrag van de SGP ten opzichte van die van andere politieke partijen en dat daar het nodige uit te leren valt over deze zaken. Wat zijn de voordelen van dit conservatisme voor de kiezers? Wanneer gaan conservatieven overstag in samenlevingsveranderingen zoals gelijke rechten van vrouwen? Staan de factoren die deze groep begunstigd hebben onder druk zodat zij voor hun toekomst moeten vrezen? Of zijn er voldoende aanpassingen - of het vermijden ervan - mogelijk om gedurende langere tijd een eigen identiteit vol te houden? Die ongetwijfeld interessante geschiedenis is in dit boek ook nog niet geschreven. Maar naar dit alles worden we door dit boek wel nieuwsgieriger, en de toenemende intellectuele ontwikkeldheid binnen de groep lijkt daar een niet onbelangrijke factor in.
Wanneer ik bedenk dat bij het beschrijven van deze groeperingen vroeger vooral werd stil gestaan bij het lezen van de 'oude schrijvers' van de zogeheten 'Nadere Reformatie' (waarin de bevindelijkheid in de Reformatorische stromingen nadruk kreeg), zoals Jodocus van Lodensten, Theodorus en Wilhelmus à Brakel, Bernardus Smytegelt, valt me op dat daar in dit boek nauwelijks aandacht aan wordt besteed (iets meer in de inmiddels verschenen en zeer aan te bevelen roman Knielen op een bed violen van Jan Siebelink). Niet in de interviews in ieder geval. Zijn daar ook overzichtswerken over of is dat uit de tijd geraakt? Bij bijvoorbeeld uitgeverij Den Hertog in Houten worden ze nog uitgegeven; ik heb ze overigens niet zelf gelezen en vrees ook dat dat nogal wat kennis veronderstelt van de taal en de voorstellingen uit die oude tijden. Of heeft de auteur hier een kans gemist op een analyse van wat de mensen bezig houdt - die teksten zijn er immers? Ook speelt hier misschien een rol dat de auteur er nergens melding van maakt dit aspect in zijn jeugd in een bevindelijk gereformeerd gezin te hebben leren kennen of waarderen. Is deze interesse verdwenen of is het bijvoorbeeld een verklaring voor wat de mensen nog aan deze groep bindt? Zou wat deze oude schrijvers over het bevindelijke leven te zeggen hadden nu nog betekenis hebben of zelfs in de toekomst - misschien in aangepaste vorm! - kunnen hebben? Vergelijkbaar bijvoorbeeld met wat aan innerlijke beleving in andere christelijke stromingen aan de orde is, of zelfs veel breder in de onderstromen van onze moderne maatschappij? Ik zou daar wel iets meer over hebben willen horen. Al is de informatie in dit boek onvervangbaar als schets van de moderne ontwikkelingen in de beschreven groep.
Ten slotte nog een herhaling van wat ik het meest bizar vind aan de beschreven wereld. Alles in het leven van deze groeperingen lijkt gericht op het handhaven van de afscheiding tot de wereld. Dat roept de vraag op wat er toch voor aantrekkelijks is voor veel personen binnen de groeperingen om niet weg te lopen. En vooral de vraag hoe voorkomen kan worden dat de grote macht die zo in handen van weinige leiders (de bekeerden, en vooral de predikanten) is komen te liggen, misbruikt wordt op een manier waarvan gezegd moet worden dat het doel deze middelen niet zou mogen heiligen. Want er kan zeker sprake zijn van een benauwend, beknellend juk dat op mensen gelegd wordt, althans in situaties waarin zij niet begrijpen waarom bepaalde moeilijkheden hen overkomen en bepaalde kennis of instrumenten om die te verhelpen hun onthouden worden die in onze maatschappij normaal zijn. Zelfs misschien van gewetensdwang of andere - bijvoorbeeld economische of andere sociale - dwang om in het bestaande groepsgareel te blijven.
Een heel ander punt is dat ik toch niet goed begrijp hoe de auteur zo open heeft kunnen spreken met zijn geïnterviewden. Want zij zullen dan wel niet kunnen zeggen dat hij hen niet juist geciteerd heeft - neem ik aan - maar of zij zich herkennen in het portret dat hier van hen geschetst is vraag ik mij af. Ik sluit het niet uit maar dan zullen er toch ook anderen zijn die vinden dat de auteur en de lezers van dit boek als buitenstaanders toch niet een echt zuiver beeld van een en ander kunnen krijgen. Dat is immers per definitie voorbehouden aan de weinige bekeerden en leiders in deze groeperingen. Of moet je stellen dat de soep in deze groepen meestal niet zo heet gegeten wordt als dat zij wordt opgediend? Dat zou een merkwaardig licht werpen op een verschil tussen leer en leven in deze groepen. Al zouden zij niet de enigen zijn waar dat verschil een belangrijke rol speelt. Opnieuw iets waar verder onderzoek naar gedaan kan worden.
Kortom, een uniek en waardevol boek dat tot verdere vragen aanleiding geeft. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer vloeken in het openbaar bij wet verboden wordt, zoals vandaag uit de gemeente Staphorst bericht wordt. Zou in Staphorst veel risico zijn dat deze wet overtreden wordt? En zou een juridische regel de wortel van het vloeken werkelijk raken en bestrijden? Hoe vaak zal een proces-verbaal geschreven worden van een overtreding van deze regel? Wat is dan de (symbolische) betekenis van dit verbod voor inwoners en voor bezoekers van buiten?!
1 juni 2005
You will find very clear articles about Anthroposophy (myths / concepts / thought) and about Rudolf Steiner (sources, development, idiosyncrasies). Also about New Age Movement: very elucidating overview (although relatively few details) and about Blavatsky. C.G. Jung: very good comprehension of Jung's erudition and new views and insights and his impulses but rarely critical or better explanatory to the internal (non-)consistence of Jung's views (compare the thorough 'philosophical analysis' by Peter van Soest - in Dutch - which offers much insight in some limitations of Jung's psychological and cultural views as well); Jungism. Occultism; Ariosophy / von List: interesting but their being characterized as 'dualist-manichaean' should of course not be taken as a scientific category; Lorber: informative; Meyrink: very informative; Spiritualism; René Guénon; Grail traditions: only about 20th century traditions; Gurdjieff / Gurdjieff tradition: very informative and elucidating articles; Joris K. Huysmans; Evola; Karl Graf von Dürckheim; Essenes, Esoteric legends about: only from modern times it seems, but well known book of Hugh Schonfield is not mentioned and given its place; Human Potantial Movement; Mozes: as icon; Neo-sufism: very elucidating about the difference between Islamic Sufism and Non-Islamic as well as partly IslamicNeo-sufism: very elucidating; Neopaganism; New Thought: North American cultural movement of positive thinking, very elucidating about Norman V. Peale, Louise Hay, the Course in Miracles e.a.a.
Concluding remarks.
I summarize my findings as follows. This insightful new dictionary is absolutely indispensable for academic research as well as for the spiritual seeker who wants to know more about the ideas of the traditions of Gnosis & Western Esotericism in general. Every article is a pleasure to read by style and structure. So before you know you are looking to other entries for more! This dictionary stands out for its rich contents on diverse topics, well divided into correlating articles about historical periods and systematically differing orientations, on many persons and organisations and so on.
Most articles seem or are very good; some topics have been treated in a splendid way. There is to be found much stimulus and inspiration for further research as well as for study from more individual points of view. So in one stroke we have now an indispensable goldmine of information about a once dark corner of our culture at our disposal. This is very good quality for sure.
What has become visible now, is a vast field of academic knowledge - about topics despised of in the mainstream Western religions as heretic and dangerous as well as until recently more often than not neglected by the academic world. Which knowledge now also figures within the boundaries of many generally accepted paradigms or discussions shared by a large number of academic researchers, among which the writers of the articles in this dictionary.
The balance between general and special topics seems adequate for the time being, particularly as this is only the first edition. The attention to Judaism and Islam could easily have been more abundant than the rather limited information that is now given. The same applies to the relation with Eastern (and possibly other) religions - and of course their mystical, gnostical and esoterical sides if relevant as such or to the subject in case - which could have been dealt with more systematically. But this requires of course a network of participant researchers and writers which is still larger. To me in any case it is not understandable that not more attention is given to the context of Hellenistic and related surrounding (mystery) religions within which Gnosticism and Hermetism rose; why surely to the philosophical influences of Aristotelism and Neo-Platonism and not to these contextual and also influential religions? One should learn to know that religions grow syncretistically as well as diverging and concentrating. Or do I overestimate those backgrounds? Again there is no systematic treatment of those influences and developments here.
The terms 'gnosis' and 'esotericism' have a connotation of rejection within dogmatical theology and reasonable science which often were far from neutral to these subjects of study. Or better said, within the course of fighting those phenomena they - or their forerunners - intentionally shaped this terminology with a negative connotation, that is defined those phenomena as to be judged negatively. Now my question is: by using the terminology coming from the enemies, does not the very title of the dictionary give in too much to standard prejudices? If one as is done here, gives a neutral view of a subject field and sees that it can be treated the same as 'normal' subject fields, why restricting oneself to this field only? Of course a problem with this is that a dictionary like this one is part of the academic discourse (as indeed is also the chair system on which the differentiation of subject fields within a university is based) and does not want to remove itself to much from this discourse - which itself is not a truth but a chosen method and viewpoint. But within the academic discourse there should be the possibility of and in reality there often is much discussion and struggle or better fight about paradigms, and it has to be said that the subjects of this dictionary - as do religion and spirituality in general - give much occasion to that.
This dictionary is very well organized and edited. The design is also very good, a pleasure to see, to hold in your hand and to read (pleasant typography). The indexes are very useful. There is however one great omission: an index on subjects you will not find. I remember having worked with many encyclopaedias, f.e. the RGG (Die Religion in Geschichte und Gegenwart), and - I assume - without its index on subjects I would have had only half of the advantages compared with having this index. For example there are so many concepts of which the history and meaning becomes co much clearer if one can search for and look within the articles or pages of them which contain those concepts, that this omission within this dictionary really is a pity to me. And it is not only concepts but also names of Gods or heavenly beings, or hypostases, for example I so dearly would have had an entry to Sophia or the personified Wisdom, but alas. Could one say that Sophia / Wisdom is less suitable or less important for an entry than is Reincarnation (which has got an entry)? The making of this index is much work of course, because it implies the selection of which entries should be combined although it regards entries which are written differently, for example the names of the devil. But this work is very fruitful and could have been combined with the making of the present indexes on persons and organizations which too require going through the whole text. I urge the publisher to give attention to this omission for a following edition. A following edition of course could also be expanded easily, but then it would be better to make a small and a large edition of this dictionary, one with only the very important entries and another one with 'every relevant subject', ideally. However, one absolutely can say that this dictionary gives a sound basis of information which in itself is indispensable for those who want to be up to date with current research.
So the strength of this well designed and edited dictionary is explicit in the well written articles on separate subjects, almost all from a remarkable neutral viewpoint that is without implicit or explicit prejudices. However in some broader and fundamental questions and topics this strength is still implicit only.
14 June 2005