Een theorie van rechtvaardigheid, Vertaald door Frank Bestebreurtje en ingeleid door Percy B. Lehning,[ met Voorwoorden, Noten, Register, Verantwoording van de vertaler,] Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 664pp.
Percy B. Lehning,
Rawls,[ met noten, suggesties voor verder lezen, en een overzicht van werken van Rawls,] Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 208pp. [in de reeks Kopstukken Filosofie]
Hans Jansen,
De historische Mohammed: De Mekkaanse verhalen, Amsterdam / Antwerpen (De Arbeiderspers) 2005, met Verantwoording, Noten, Register, Register van Korancitaten, Register van Bijbelplaatsen, 234pp.
Fragmenten uit de Mashnawi: Naar het Perzisch vertaald en toegelicht door Prof. Dr. R. van Brakell Buys, met zeer uitgebreide inleiding en commentaar in noten aan het eind, Den Haag (East-West) z.j. ["gewijzigde herdruk van de uitgave van 1952 door de Arbeiderspers te Amsterdam", p. 4], 245pp.
Rumi,
Het is wat het is, met inleiding en aan het eind een verslag van de ceremonie van de draaiende derwisjen met foto's, vertaling naar het Engels en Frans van Robert Hartzema, Amsterdam (Karnak) 1978? (=jaartal voorwoord), 157pp.
Karl-Josef Kuschel,
Strijd om Abraham: Wat joden, christenen en moslims onderscheidt - en hen verbindt, Zoetermeer (Meinema) 2001, 303pp.
Mohammed Arkoun,
Islam in discussie: 24 vragen over de islam, met aan het eind een verslag van een inhoudelijke ontmoeting met de auteur, en een register, Amsterdam / Antwerpen (Contact) 1993, 231pp.
Maria Magdalena: De mythe voorbij,[ met noten na ieder hoofdstuk, Selectie van moderne auteurs, en Register van oude teksten,] Zoetermeer (Meinema) 2005-4e druk (1996-1e), 174pp.
Idem,
De geliefde discipel: Vroegchristelijke teksten over Maria Magdalena,[ met inleidend en afsluitend hoofdstuk, commentaar na iedere groep teksten, eindnoten, chronologisch overzicht van de teksten, bibliografie,] Zoetermeer (Meinema) 2006, 269pp.
Jacob Slavenburg,
De vrouw die Jezus liefhad: Maria Magdalena: het ontkende mysterie,[ met noten aan het eind en met lijst van geraadpleegde literatuur,] Zutphen (Walburg Pers) 2006, 159pp.
Hans Jansen, De historische Mohammed: De Mekkaanse verhalen, Amsterdam / Antwerpen (De Arbeiderspers) 2005, met Verantwoording, Noten, Register, Register van Korancitaten, Register van Bijbelplaatsen, 234pp.
Djalalu'ddin Rumi, Fragmenten uit de Mashnawi: Naar het Perzisch vertaald en toegelicht door Prof. Dr. R. van Brakell Buys, met zeer uitgebreide inleiding en commentaar in noten aan het eind, Den Haag (East-West) z.j. ["gewijzigde herdruk van de uitgave van 1952 door de Arbeiderspers te Amsterdam", p. 4], 245pp.
Rumi, Het is wat het is, met inleiding en aan het eind een verslag van de ceremonie van de draaiende derwisjen met foto's, vertaling naar het Engels en Frans van Robert Hartzema, Amsterdam (Karnak) 1978? (=jaartal voorwoord), 157pp.
Mohammed Arkoun, Islam in discussie: 24 vragen over de islam, met aan het eind een verslag van een inhoudelijke ontmoeting met de auteur, en een register, Amsterdam / Antwerpen (Contact) 1993, 231pp.
(In wat volgt, gebruik ik meer eigen woorden, misschien zelfs eigen voorstellingen; ik doe dit om de waarde door te laten klinken die ik ervaar aan de voorstellingen. Tegelijk hoop ik dat niemand mijn woorden of voorstellingen klakkeloos op rekening van de auteur schrijft. Of het om belangrijke verschillen gaat, kan iemand later wellicht nog eens duidelijker maken.)
Want in het aanvaarden van wat is, wordt de ruimte duidelijk die de tegenstelling tussen goed en kwaad overstijgt, een tegenstelling die samenhangt met - namelijk een gevolg is van, of in ieder geval versterkt kan worden door - wat hij het scheidende denken noemt. De kramp die in die scheiding en tegenstelling ligt, wordt - en is in wezen al - weggenomen. Tussen haakjes: over de onmetelijke dimensies van goed en kwaad kunnen wij met ons beperkte verstand niet oordelen, uiteraard. Maar vaak oordelen wij volop over alles wat we waarnemen (inclusief ons 'zelf'), en daarmee onderscheiden we het - maken het los - van de ene grond waar het uit voortkomt. Wat we ook doen, is op alles een etiket plakken van 'aangenaam' of 'niet aangenaam', tot en met 'goed (voor ons en in onze ogen)'en 'niet goed (voor ons of in onze ogen)' tot en met 'ethisch juist' of 'ethisch onjuist'. En met al die oordelen leggen we niet alleen onszelf maar ook de dingen en andere mensen helemaal vast. Terwijl wie zich overgeeft, weet dat zij of hij niet aan het kwade is overgeleverd maar verbonden is met de grond van het bestaan. Of de bron van alles, of God. En dat is een ervaring die het kwade niet uitsluit maar die het in perspectief zet, tot onderdeel van een hogere waarde en werkelijkheid maakt. Een werkelijkheid die altijd in beweging blijft, inclusief het geboren worden en sterven van steeds nieuwe elementen en wezens, waaronder wijzelf. Zo ervaar ik dat althans, in mijn woorden.
Overigens is de les voor mijzelf die ik uit dit boek trek, onder andere dat ik zowel in mijzelf als buiten mij het onvolmaakte nooit zal kunnen overstijgen met mijn denken, en zeker ook niet in de concrete fysieke en psychische werkelijkheid. En dat dat ook niet hoeft! Want in overgave aan de Geest - en dat houdt aanvaarding in van alles wat is, inclusief het onvolmaakte, en wel zo lang ik leef als bewuste ziel en lichaam, hoe beperkt ook - kan ik mij één weten met de Geest die alles, ook in mijn lichaam en ziel, schept en levend maakt. En het onvolmaakte en soms erg pijnlijke kan in dat perspectief tot een - zij het niet onbelangrijke want zelfs leerzame - ervaring worden. En nu vooral niet vergeten dat dit niet zozeer iets is om te begrijpen als om te leren ervaren en beleven, vanuit de Geest waarmee ik altijd in contact kan komen. Als ik dat niet tegenhoud maar er voor open sta, in deemoed. Een fascinerend perspectief, dat mij troost en verrijkt. Zonder krampachtigheid en resultaatsdwang. Een perspectief dat bevrijdt tot aandacht en tot handelen - of niet-handelen! - vanuit aandacht. Vanuit liefde voor onszelf en de mensen en dingen - de hele 'wereld'- om ons heen.
De schrijver lijkt mij een begenadigde spirituele leraar, door de boeiende combinatie van openheid voor de geestelijke wereld - ook van dromen, tekens en boodschappen - en grote nuchterheid. Alles wat hij in dit boekje schrijft, is mijns inziens voor iedere oprecht geïnteresseerde van grote waarde. Zo zijn ook zijn opmerkingen over gebed treffend. En hij komt aan het eind van zijn boek uit op stilte. Wat mij betreft niet ten onrechte. In de 'stilte' kan de Geest gehoord worden. Die er altijd is. De waarde van de inhoud van dit boekje is omgekeerd evenredig aan de omvang ervan!
Een boekje met veel diepte dat het waard is dat je het af en toe opnieuw op je laat inwerken. Als een oefening in deemoed, of in afstemming. Een boekje en een auteur om heel zuinig op te zijn!
Voor boeiende informatie over belangwekkende ervaringen en achtergronden van Roelof Tichelaar zie ook zijn website www.roeloftichelaar.nl en dan het gedeelte Basiskennis spiritueel christendom (via het menu). Op het eerste blad dat dan zichtbaar wordt, is een inhoudsopgave waar je steeds naar terug moet om een volgend gedeelte te kunnen lezen. Ik heb zelf niet de kennis die de auteur daar aanduidt, en heb die ook nog niet verwerkt. Roelof Tichelaar maakt een open indruk en zet zijn talenten in om zich te verwerkelijken en anderen van dienst te zijn. En biedt iedereen inzicht in zijn manier van werken, de achtergronden ervan en de basiskennis die hij gebruikt.
16 augustus 2006
Esther de Boer, Maria Magdalena: De mythe voorbij,[ met noten na ieder hoofdstuk, Selectie van moderne auteurs, en Register van oude teksten,] Zoetermeer (Meinema) 2005-4e druk (1996-1e), 174pp.
Idem, De geliefde discipel: Vroegchristelijke teksten over Maria Magdalena,[ met inleidend en afsluitend hoofdstuk, commentaar na iedere groep teksten, eindnoten, chronologisch overzicht van de teksten, bibliografie,] Zoetermeer (Meinema) 2006, 269pp.
Jacob Slavenburg, De vrouw die Jezus liefhad: Maria Magdalena: het ontkende mysterie,[ met noten aan het eind en met lijst van geraadpleegde literatuur,] Zutphen (Walburg Pers) 2006, 159pp.
Margaret Starbird, Maria Magdalena: Bruid in ballingschap, Deventer (Ankh-Hermes) 2006, 202pp. Lisette Thooft, Jezus & Maria Magdalena: Een mythe van liefde en vrijheid,[ met Beknopte literatuurlijst,] Amsterdam (Uitgeverij Balans) 2006, 303pp.
Inleiding
(Daarna: De auteurs apart, en Ten slotte)
Deze vijf boeken zijn stuk voor stuk van (grote) kwaliteit. Maar nogal verschillend van invalshoek, en dat maakt nieuwsgierig.
Allereerst is het bijzonder dat Maria Magdalena opnieuw in zo grote belangstelling staat. Dat komt omdat wij in een cultuur leven waarin de positie, de waardering en de rol van vrouwen en 'het' vrouwelijke (en dus ook die van mannen en 'het' mannelijke want 'vrouw' en 'man' kunnen niet los van elkaar gedefinieerd worden lijkt mij) bijna van de grond af opnieuw gedefinieerd worden. De aanleiding is een combinatie van factoren waarvan de komst van de anticonceptiepil er een is naast de enorme uitwisseling tussen en binnen de wereldculturen, beide vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Die vormden aanleiding tot nog een factor: het onderzoek naar historische en nieuwe alternatieven voor de bestaande definities, opvattingen en gedragspatronen.
Maria Magdalena kwam in aanmerking voor nadere belangstelling omdat zij in de christelijke verhalen een interessante rol speelt, als intieme volgeling van Jezus, als eerste getuige van de opstanding van Jezus die deze aan de andere leerlingen bericht ('apostel van de apostelen'), en als concurrent van de apostel Petrus die van vrouwen niet teveel macht en invloed duldt. Buiten de christelijke kring was aanvankelijk niet veel belangstelling voor haar hoewel haar eigen evangelie al aan het eind van de negentiende eeuw opnieuw ontdekt en sindsdien bekend was. Dit evangelie werd opgenomen in de uitgaven van de geschriften van Nag Hammadi, omdat het daarbij toevallig, met enkele andere geschriften waarmee het gevonden was, goed paste. Dat vergrootte de bekendheid ervan al enigszins, waardoor in Nederland Maria de Groot en Esther de Boer zich er voor gingen interesseren en verder in verdiepen, met publicaties als gevolg.
De grootste impuls voor belangstelling in Maria Magdalena vormde de uitwerking van een eerdere recente mythe over haar in de roman van Dan Brown, de Da Vinci Code. In die mythe en dus ook die roman is Maria Magdalena met Jezus getrouwd, waarna nog allerlei verwikkelingen zijn gevolgd die in de roman 'ontdekt' worden. Een van de factoren in het succes van de roman kan gezocht worden in de nieuwe definitie van de vrouw die in het boek aan de orde lijkt te worden gesteld: als Jezus getrouwd was, dan was in onze cultuur niet de ouderwetse, nog al negatieve visie op de vrouw de toonaangevende maar zijn vrouwen kennelijk zelfs in een van de grondleggende verhalen van onze cultuur - zoals de christelijke toch nog gezien worden - even belangrijk als mannen. De vrouw naast Jezus in ieder geval wel. De vraag is dus: hoe zat het nu met Maria Magdalena en Jezus? Wat weten we van haar? En wat is daaruit af te leiden? In welke context kunnen we dat doen en wat voor verschil maakt dat voor de uitkomst?
We kunnen verhalen uit die tijd - en die over Maria Magdalena komen alleen voor in spirituele geschriften, niet in gewone historische bronnen - alleen begrijpen als we inzicht hebben ontwikkeld in de tradities van verschillende soorten literaire, filosofische en spirituele geschriften en teksten uit de culturen van die tijd. Het hellenisme dat zich rondom de Middellandse Zee ontwikkelde in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling en dat in strikte zin duurde tot enkele eeuwen daarna (het Byzantijnse Rijk niet meegerekend), werd beïnvloed door de klassieke Griekse en Romeinse cultuur maar niet minder door die van omliggende landen en volken: van Perzië en Egypte tot Syrië en Palestina, en nog vele andere. Die hadden allemaal verschillende manieren van literaire vormgeving, van beeldspraak, van wijsheidstradities, van spirituele riten en teksten, enzovoort. Daar kwam de filosofie nog bij, en de volksmagie, en de mysteriescholen, van het oude Egypte en het oude Griekenland tot de nazaten en nieuwvormingen ervan in het midden- en late hellenisme. Met opvattingen over leven en dood, vruchtbaarheid en huwelijk, askese en spiritualiteit, en de rol van vrouwen en mannen daarin. En in dat klimaat ontstonden wederzijdse beïnvloedingen zoals de evangelies van het Nieuwe Testament en de evangelies die daar niet in terecht kwamen, een groot aantal! Een daarvan was het Evangelie van Maria.
Het zal duidelijk zijn dat de ontdekking van een relatief groot aantal nieuwe teksten - die van Nag Hammadi - aanleiding is geweest tot een diepgaand nieuw onderzoek en een enorme herwaardering van al die tradities en teksten en hun onderlinge verhoudingen. Een van de problemen in de voorbij decennia was dat verbazingwekkende ontdekkingen al gepubliceerd werden nog voordat dit totale onderzoek klaar kon zijn. Daarop volgden discussies die ook al weer niet afgerond konden zijn omdat nog niet alle teksten bekend of bestudeerd waren. Of - het allerbelangrijkste - omdat ze nog niet in de totale context van die tijd en haar voorgeschiedenis werden gezet of gezet konden worden. Dat begint nu gelukkig meer en meer op gang te komen maar de implicaties zijn soms groot en de discussie dus ingewikkeld. Eén roman zoals de Da Vinci Code kan daarbij een belangrijke impuls zijn maar biedt zeker niet het definitieve historische plaatje. Van deze roman is trouwens bekend dat er historische eigenlijk maar heel weinig aan klopt! Maar er blijkt veel aan de hand. Alleen dat moet dan wel uitgezocht worden, in de eerste plaats door de kenners van die tijd die de feiten in hun context kunnen interpreteren. En vervolgens door romanschrijvers, toneelschrijvers, dichters, filmers enzovoort in onze tijd die er hun conclusie uit trekken en hun voorstelling van maken. Waar wij ons dan weer aan kunnen laven. Waar in deze ontwikkelingen staan deze boeken?
Ik ga er nu toe over ze apart langs te gaan (de boeken van Esther de Boer neem ik samen).
Maar eerst vermeld ik nog even dat ik in 1989 het boek Voorbij het patriarchaat: Tegenbeelden van de westerse kultuur publiceerde, waarin ik een aantal feiten en waarnemingen die ik in die tijd gedaan had, opschreef. Dat was tegen de achtergrond van onder meer mijn ervaringen als cursusleider van groepen die veel met de positie van vrouwen en mannen en van vragen rondom de samenleving en het christelijke geloof bezig waren, en van de promotiestudie die ik eerder verrichtte naar de spiritualiteit van Jacob Boehme met als spits de opvatting van de 'eenheid van vrouw en man' - androgynie - in het christendom, niet alleen bij deze indrukwekkende mysticus maar ook bij het vroege christendom, speciaal bij de evangelies van Thomas en Philippus, en bij de daaraan deels verwante Joodse schrijver Philo. Die eenheid, en veel vragen daaromheen, kwam ik ook tegen bij latere schrijvers en in onze tijd, bij popzangers en romanschrijvers en andere kunstenaars.
Ook toen kwam ik al tegen de zoektocht naar andere definities bijvoorbeeld die van patriarchaat en matriarchaat, en de noodzaak van onderzoek naar het laatste. Een actueel resultaat daarvan vind ik het boek Van Venus tot Madonna van Annine van der Meer. Maar als je bijvoorbeeld op de internet-encyclopedie Wikipedia zoekt onder matriarchaat, vind je nog meer interessante zaken. Ook bijvoorbeeld als je onder 'Matriarchatsforschung' zoekt in wikipedia.de: terwijl toen enkele auteurs dit thema opnieuw oppakten, is er nu een wereldwijde gemeenschap van onderzoekers ontstaan die elkaar sinds kort treffen op eigen conferenties!
Ik vermeld ook de interessante valkuil die ik toen al signaleerde, namelijk dat je de herwaardering van vrouwen exclusief koppelt - althans te snel vereenzelvigt - met de herwaardering van spiritualiteit en vice versa. Zoals het ene haar geschiedenis van onderdrukking door het officiële christendom van de gevestigde kerken kende, kende het andere dat ook. En inderdaad ontstond er dus nu een soms gelijktijdig en soms ook gezamenlijk proces van herwaardering. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het spirituele en het vrouwelijke per definitie samen hoeven te gaan. Daar zitten meer vragen aan vast en die zouden ook nog uitgezocht dienen te worden. In mijn bespreking van het boek van Annine van der Meer noem ik een aantal van de vragen die ik verder tegenkwam bij mijn toenmalig onderzoek naar androgynie.
Verder is voor mij de belangrijkste ontdekking naar aanleiding van mijn studie over de verhouding van vrouwen en mannen en naar de culturele definities van 'mannelijk' en 'vrouwelijk' geweest dat deze verhouding in feite vaak verwijst naar, of een van de meest pregnante voorbeelden is van (de mogelijkheid van) het onvermijdelijke spreken in tegendelen dat ons mensen kenmerkt. Want zodra wij iets benoemen, een naam geven, maken wij daarmee datgene los uit haar of zijn context, onderscheiden het daarvan en daarmee is dan een oordeel geboren. Iedere benoeming van iets, ieder oordeel over iets of iemand, houdt een onderscheid in tussen het noemende en oordelende (want onderscheid makende) subject en het benoemde in. En tegelijk tussen het benoemde en dat wat het benoemde niet is. En dat laatste heeft geleid tot het voorkomen van het eindeloze aantal tweedelingen (en meerdelingen) in onze taal en talen. Niet alleen complementaire zoals man en vrouw, maar ook tegengestelde zoals zwart en wit. Dit is een eindeloos terrein van mogelijkheden maar ook van misverstanden en daarom leren we bij onze opvoeding wat de juiste manier van categoriseren van dingen is, van hoe we de dingen moeten noemen. Dualiteit is daarbij een belangrijk basisgegeven, de mogelijkheid en het voorkomen ervan. Maar wat opvalt is dat we kunnen vervallen in dualisme als we een van beide polen of tegendelen meer waarde toekennen dan de andere. En dat verschil vast gaan zetten ofwel verabsoluteren, zodat er niet meer over te praten valt. Je kunt dat stolling noemen, of vastgegroeide opvattingen, of culturele vooroordelen, of dogma's. En die gestolde opvattingen kunnen ongemerkt uitgroeien tot onbewuste vaste denkpatronen, vooronderstellingen die je je maar zelden bewust maakt maar die je denken en gedrag wel sturen. Wie nadenkt over ontwikkeling en verandering in persoonlijke geestelijke zin, of in maatschappelijke, culturele en spirituele zin, heeft aan het onderscheid tussen een dualistische en niet-dualistische benadering van opvattingen en de daarmee verbonden gedragspatronen daarom een belangrijke invalshoek om verandering uit het verleden te begrijpen en veranderingen in het heden in kaart te brengen of vooruit te helpen. Op deze website van mij zijn dualisme en niet-dualisme daarom belangrijke woorden. Ook daarover kun je trouwens heel wat vinden op internet want je hoeft bij deze problematiek niet per se terecht te komen via onderzoeken van de verhouding van vrouwen en mannen. Al is dat misschien wel de verhouding - dualiteit - die het meest aanleiding geeft daartoe. Want wat valt er niet onder? Dat is nu juist een van de bijzonderheden van het menselijke, en dus van het vrouwelijke en mannelijke, of van mensen, dus van vrouwen en mannen! Op deze site is ook een latere lezing van mij daarover te vinden.
Ook dat vormt voor mij een achtergrond waartegen ik deze boeken lees en bespreek.
Zie ook nog mijn slotopmerking bij de gezamenlijke bespreking.
Over het boek Jezus en Maria Magdalena van Lisette Thooft zou ik zo kort mogelijk willen zijn. Zij biedt niet alle bronnen die Esther de Boer geeft in haar tweede boek. Wel behandelt zij uitgebreid en to the point alle belangrijke beelden van Maria Magdalena (en van de Da Vinci Code) en alle belangrijke aspecten daarvan - zover ik nu kan zien - en wat nog meer is, zij behandelt de culturele en maatschappelijke en psychologische en spirituele aspecten die eraan vastzitten, even goed en even uitgebreid. Dat is voor zo'n complex onderwerp mijns inziens geen kleine maar een enorm grote verdienste. Haar invalshoek is de rol van mythen voor culturele sturing en verandering, en haar uitgangspunt is onze Westerse samenleving, de geschiedenis daarvan en de belangrijkste mythen daarvan, te weten die uit de bijbel en uit de Griekse mythologie. Zij is met andere woorden de beste exponent die ik ken van wat er al aan zat te komen in de jaren tachtig van de vorige eeuw, waarover ik hier boven schreef, de herwaardering van vrouwen en het vrouwelijke in een brede context - zie de verschillende aspecten die ik direct hierboven al noemde. Uit haar boek leer je inderdaad evenveel over het Gilgamesh epos als over Augustinus, om maar enkele van de vele voorbeelden te noemen, Oidipous of de personages van de Zweedse schrijfster Marianne Frederiksson kan ik net zo goed noemen.
Verder alle belangrijke aspecten van de manvrouwverhouding in de bijbel, van Adam en Eva tot Jezus en Paulus. En alles met veel feeling voor nuances, historisch juiste tekstinterpretatie en alternatieve visies. En vervolgens niet te vergeten de echte problemen waar het in dit boek en in onze samenleving om gaat. De individualisering in het kapitalisme die de manvrouwverhouding onder druk zet (en kansen biedt), en - tot mijn vreugde - aandacht voor androgynie, opgevat als een spiraliserende ontwikkeling van tegenpolen die elkaar omvatten en bevruchten, als uitgangspunt voor de richting waarin de biologische, maatschappelijke en spirituele evolutie van de mensheid, en van mensen individueel, zich kan ontplooien. Zij komt dus vanzelf te spreken over de gevaren van dualisme en de mogelijkheden van dualiteit of wat ik polariteit noemde in mijn boek Voorbij het patriarchaat uit 1989. Uitgebreid besteedt zij ook aandacht aan matriarchaat en patriarchaat, de implicaties van hun verhouding en hun geschiedenis. Kortom voor ieder die ook maar enigszins in dit soort zaken geïnteresseerd is, een belangrijk boek alleen al om de feiten en theorieën die zij uiterst helder ter sprake brengt en waarmee zij ons hele denken en zijn als het ware een niveau hoger probeert te tillen.
Of haar dit gaat lukken - ze schrijft zelf bescheiden dat ze haar boek ziet als een van de vele bijdragen eraan - weet ik niet. Maar wel dat ze over de moeilijkste zaken gemakkelijk en helder schrijft, zodat je werkelijk met het betoog mee gaat leven. Je begint te beseffen dat je er in zekere zin onderdeel van vormt. Het komt dicht bij je. Maar de schrijfster doet nog meer. Zij neemt ook duidelijk stelling op enkele punten die diep ingrijpen vergeleken met de gangbare vooronderstellingen van onze toch nog steeds vooral patriarchale cultuur. Misschien heb ik het met dat 'toch nog steeds vooral patriarchaal' mis, laten we het hopen. Maar er zitten in dit boek enkele uitwerkingen van een fundamentele omwenteling van vooronderstellingen van onze cultuur, die werkelijk ingrijpend zijn en die misschien bij sommige lezeressen en lezers op het eerste gezicht de behoefte oproepen aan wat meer tijd om er aan te wennen en het te verwerken om het pas dan om te kunnen zetten in acceptatie en misschien verwerkelijking.
Een voorbeeld daarvan is haar visie op de rol van seksualiteit. Zoals ik al in mijn studie over androgynie vaststelde, kun je de polariteit van de geslachten op twee manieren omzetten in eenheid: door van de polariteit (tweeheid) terug te gaan naar de eenheid via negatie, dus door onthouding, askese en celibaat, of door confirmatie, dus door voltrekking, paring en relatieontwikkeling. Door tegengaan van seksualiteit (op alle niveaus), of door bevestiging van seksualiteit (op alle niveaus).
Lisette Thooft heeft verder gekeken dan onze Westerse cultuur alleen en zich ook verdiept in het Oosterse en het daarop geïnspireerde Westerse tantrisme. Dat betekent voor haar niet alleen dat seksualiteit (ook op het spiritueel hoogste niveau) zowel een negatieve als een positieve factor kan zijn (of zelfs het belangrijkste voertuig), maar ook dat dit een sleutel kan zijn tot een nieuwe en in brede context toonaangevende interpretatie van uitspraken van Jezus over seksualiteit, met name als je die leest als oproep om seksualiteit te sublimeren in spirituele zin. Zij houdt daarbij de relativering van seksualiteit net zo goed open (niet goddelijk) als de waardering ervan (een goddelijk geschenk dat bij kan dragen tot, althans een rol kan spelen in spirituele groei). Dat lijkt mij een gezichtspunt dat onderzoek verdient. Zelf noemt zij het voorzichtig een hypothese, maar zij is er natuurlijk al lang van overtuigd. Zo duidelijk schrijft zij er wel over. De vraag is natuurlijk of zij niet wat voorbeelden zou kunnen geven van hoe dat werkt. Maar de context waarin zij haar hypothese voorstelt, is indrukwekkend helder.
Klopt die hypothese ook historisch, in de zin van de uitleg die zij geeft aan de tekst van Jezus over degenen die ontmannen vanwege het koninkrijk der hemelen? Dat lijkt mij niet volledig aannemelijk gemaakt in historische zin. Dan zou je immers met voor de hand liggende parallellen aan moeten komen. Of met andere argumenten die het vanuit de historische context aannemelijker maken dan het omgekeerde (ik begrijp van de auteur dat zij dat met behulp van deskundige vakwetenschappers graag uit zou zoeken, maar dat vraagt ongetwijfeld heel veel tijd en samenwerking). Ik acht haar uitleg in die zin historisch absoluut niet zeker of waarschijnlijk. Maar ik twijfel niet aan de mogelijkheid dat ook in onze Westerse cultuur die mogelijkheid er in zit, en dat dus die interpretatie in de toekomst waar - in de zin van geldig voor velen - zou kunnen worden! Zoals dat wel vaker gaat met universele archetypen die via eenzijdig geïnterpreteerde symbolen later toch nog tot volle wasdom of doorwerking komen in een bepaalde omgeving, zij het een individuele psyche, zij het een hele cultuur. Niet dat ik een Jungiaan ben in filosofische zin, maar u begrijpt het beeld.
Ik heb u nog maar weinig van dit boek verteld, het is 303 bladzijden dik. Maar het is bovendien zo volstrekt adembenemend geschreven, dat het u van de eerste tot de laatste bladzijde zal blijven boeien. En met de nodige inspiratie, ideeën en vast ook een aantal vragen zal opzadelen, zoals goede boeken dat doen. Ik hoop dat dit boek in veel kringen tot gesprek, dialoog en discussie zal aanleiding geven. Het is datgene wat vijftien jaar geleden al in de lucht hing en wat nu ongemeen helder aan ons gepresenteerd wordt. Petje af. (Iets voor Esther de Boer om op te reageren? Of kan het verschijnen van deze vier knappe boeken voor de schrijfsters en schrijver ervan een aanleiding vormen om eens een uitwisseling over de vier boeken te hebben, te beginnen in kleine kring? Maar dat gebeurt waarschijnlijk al lang, zoniet in kleine kring dan toch wel in verschillende omgevingen waarin de auteurs zich bewegen. Het zou boeiend zijn als vervolgens die omgevingen van de perspectieven van alle drie de auteurs kennis namen!)
Heel jammer is het dat dit boek geen register heeft, dat zou de impact ervan nog aanzienlijk verhogen. Wellicht bij een volgende druk? Want die moet er voor zo'n sterk boek toch wel inzitten mag ik hopen.
De verschillende niveaus van seksualiteit, van puur materieel tot hoog spiritueel, worden in dit boek niet helemaal uitvoerig behandeld. Daarover is in mijn boek Man en vrouw zijn een (als het om Westerse auteurs gaat) en in publicaties van andere (Oosterse en moderne) auteurs vast nog meer te vinden (Lisette Thooft noemt er enkele).
Evenmin uitvoerig de dynamiek van dualisme en niet-dualisme als een bepaalde benadering van de werkelijkheid die praktijk en theorie (filosofie) combineert. Daarvoor verwijs ik naar enkele publicaties op deze website. Want naar mijn ervaring is dat een voor onze cultuur vruchtbare benadering. Die al wel leeft, en waar best veel intuïtieve belangstelling voor is, maar die nog weinig in de publiciteit is gekomen als filosofisch en cultureel voorkomende, gangbare en acceptabele mogelijkheid. Als een onderdeel van ons toekomstig palet aan psychologische, filosofische en culturele mogelijkheden. Die overigens helemaal past bij het betoog en de benadering van dit boek en van Lisette Thooft die expliciet of impliciet met de niet-dualistische benadering kennis gemaakt zal hebben in haar leertijd bij haar leermeesters die zij in het boek noemt.
Een boek dat ook met veel humor geschreven is. Iets dat ik alle lezers en mijzelf ook verder van harte toewens bij de verdere stappen op ons pad.
De schrijfster beëindigt haar Epiloog met de alinea: “Ik ben mijn onderzoek als het ware ingevlogen op de vleugels van de mythe, en ik heb het gevoel dat ik in het hart van de christelijke mythe een bijzonder mens van vlees en bloed ben tegengekomen. Jezus de wijsheidsleraar, met een radicaal nieuw verhaal - ook over de seksualiteit. In de mythe die dit nieuwe verhaal illustreert, heeft hij Maria Magdalena aan zijn zijde. Het is een hoopvol beeld, een beeld dat niet blijft steken in lijden en offers, maar daardoorheen verwijst naar de verrukking van de lichamelijke liefde.” Behalve dat ik - in de door mij eerder toegelichte zin - het met haar eens ben, wil ik zeggen dat ik begrip heb voor degenen die dit om wat voor redenen dan ook niet zo ervaren of nog niet kunnen ervaren. Er is nogal wat simpel materieel leed. We zijn allereerst gewoon burgers van een wereld met allemaal nogal wat zorgen, zo te zien. Iets waar genoemde wijsheidsleraar best veel aandacht voor had. En precies daar ligt mijns inziens onze eerste taak, om ook met Spinoza te spreken. Waarmee ik niet wil zeggen, dat Lisette Thooft hiervoor geen aandacht heeft. Juist wel zou ik zeggen, zoals onder meer blijkt uit haar visie op maatschappelijke stelsels als kapitalisme en communisme (ze staat daarmee denk ik in een lange traditie). Dat voorwaarden scheppende aspect van Jezus' visie en optreden (eten en feesten) komt - in dit boek - alleen niet centraal naar voren.
Ongetwijfeld zal dit boek ook diegenen aanspreken die zich verwant weten met vaak ondergesneeuwde Westerse tradities waarin seksualiteit wel (verborgen, via een omweg of openlijk, enige of veel) aandacht krijgt, zoals verschillende esoterische, van kabbala en alchemie tot rozenkruisers en antroposofie. Maar ook voor hen biedt de positieve en nuchtere visie van dit boek ongelooflijk veel vernieuwends. Jacob Boehme zou zeggen, dat hier de 'conjunctie' van alles met alles te vinden is. En hij zou er lyrisch van worden, en van hem weer allerlei navolgers, van Oetinger tot Hegel en vele anderen. En ook van geest en materie, van bewustzijn en lichaam, en dat is zo belangrijk.
Een - wat minder romantische - restvraag die ik nog aan de auteur heb, is of haar evolutionaire perspectief niet te begrensd is vanuit een non-dualistische benadering bekeken? Want het evolutiedenken dat ik meestal tegenkom gaat uit van een lineaire tijd, die van verleden via heden naar de toekomst gaat. Maar er is ook een cyclische opvatting van tijd, en zelfs is er een opvatting van tijd die alle vormen van tijd overstijgt of er aan ten grondslag ligt. Vanuit een niet-dualistische benadering is het mogelijk om ook die andere serieus te nemen. Dan kom ik bijvoorbeeld uit bij de boeddhistische opvatting dat alles in het nu is, en die inhoudt dat alles opkomt en blinkt maar ook weer vergaat. Dat houdt in dat we geen houvast hebben aan hoop op de toekomst of fundering in het verleden maar dat we het van echt leven in het nu mogen en moeten hebben. Echt leven dat niet kan zonder het besef van volledige vergankelijkheid van alles, maar ook de mogelijkheid - en de uitdaging - biedt van besef van volledige verbondenheid met alles en van volledige vrijheid van en tot alles (zie bijvoorbeeld de boeken van Thich Nhat Hanh, besproken op verschillende pagina's deze site). En waren dat niet dezelfde liefde en vrijheid waar de ondertitel van dit waardevolle boek op duidt? Het is maar een vraag ...
Ten slotte
Ik heb - ten slotte - de behoefte dit soort vragen maar eens een tijdje te laten liggen, zover het vooral de verbale kant betreft. Nu zoveel lezeressen en lezers de kans hebben om zich de vele verhalen, perspectieven en andere inspirerende onderdelen van onder meer dit boek toe te eigenen en er mee aan de gang te gaan. Het klinkt uit mijn mond misschien een beetje vreemd maar ik bemerk dat langzamerhand zoveel meer mensen de gelegenheid vinden en nog zullen kunnen vinden om zich in de verschillende - ook theoretische - aspecten te verdiepen van het vrouw en man zijn en de implicaties daarvan (inclusief matriarchaat en patriarchaat, androgynie, niet-dualisme, tot en met hun kosmische of anders gezegd ontologische dimensies, kortom alle zaken die te maken hebben met de historie, de psychologie en de filosofie, en de toekomst ervan), dat ik deze punten graag eens aan anderen zou willen overlaten. Er is een tijd van lezen en schrijven en er is - voor mij - een tijd van bijkomen en praktiseren. Verwerkelijking misschien wel.
Ik wens Lisette Thooft en haar uitgever veel succes met dit boek. U lezeressen en lezers natuurlijk niet minder. Gegroet!
29 August 2006