Gelezen teksten met commentaar (Boudewijn Koole) 28

Lezen (of juist niet) 28!


Deze pagina bevat een lijst van sinds 2006 gelezen teksten met commentaar.

Retour naar overzichtspagina gelezen teksten

Gelezen - sinds 2006-e

Read - since 2006e





[P.S. Actuele links die naar deze webpagina verwijzen: ]




Zoeken op alle woorden (begrippen, namen!) binnen deze site!!!
(N.B. Zoek op de gevonden pagina('s) - de belangrijkste staan bovenaan de lijst - met de zoekfunctie uit je browser)




John Rawls, Een theorie van rechtvaardigheid, Vertaald door Frank Bestebreurtje en ingeleid door Percy B. Lehning,[ met Voorwoorden, Noten, Register, Verantwoording van de vertaler,] Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 664pp.
Percy B. Lehning, Rawls,[ met noten, suggesties voor verder lezen, en een overzicht van werken van Rawls,] Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 208pp. [in de reeks Kopstukken Filosofie]

Het verschijnen van de Nederlandse vertaling van A Theory of Justice van John Rawls en de aflevering Rawls door Percy B. Lehning in de serie Kopstukken Filosofie maakte mij meteen enorm nieuwsgierig.
In 1985 heb ik onderdelen van A Theory of Justice bestudeerd in het kader van een eindscriptie Politieke Economie aan de Universiteit van Amsterdam. De scriptie ging over de vraag of voorkeursbehandeling voor vrouwen en leden van etnische minderheden gerechtvaardigd is om aan hen gelijke kansen te bieden op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt. Deze problematiek is ook nu ongeveer twintig jaar later niet opgelost in de zin dat vrouwen en leden van etnische minderheden een min of meer evenredig deel van de kansen krijgen op het vervullen van de vacatures in de verschillende branches en op verschillende functieniveaus. Naast deze ongelijkheid in de maatschappij zijn meerdere andere ongelijkheden de laatste jaren zichtbaar geworden. Denk aan de manier waarop de problematiek (?) van de vergrijzing wordt beschreven; dit wordt beschreven als een tegenstelling tussen de belangen van de huidige jonge generatie en komende generaties en de huidige babyboomers die nu de pensioenleeftijd naderen of al hebben bereikt. Denk aan de manier waarop de politiek spreekt over de zorgverzekering en solidariteit op dat terrein. Denk aan de grotere inkomensongelijkheid die in Nederland de laatste jaren is ontstaan tussen de armsten en de grootverdieners.
Ook internationaal zijn de verdelingsvraagstukken blijvend op de agenda tussen rijke (westerse) landen, arme landen en de nieuwe economieën. Vooral deze laatste vraagstukken worden vrijwel altijd ook doorspekt met opinies over mensenrechten en vrijheden oftewel onvrijheden in de armste landen, of onvrijheden in landen met weliswaar rijke voorraden aan grondstoffen maar die in onze westerse optiek niet adequaat worden ingezet.

Al met al voor mij voldoende reden om opnieuw te gaan lezen in Rawls. Ik ben begonnen met de publicatie Rawls van Percy B. Lehning in Kopstukken Filosofie. Geen ander is zo thuis in de filosofie van Rawls als Percy B. Lehning. Het lezen van deze publicatie maakt dat met een beknopte hoeveelheid bladzijden een goed beeld ontstaat van de reikwijdte en de essentie van de filosofie van Rawls.
De essentie van deze filosofie is zo anders dan wij voornamelijk bewust en onbewust met de paplepel binnen hebben gekregen op de middelbare school, middels de krant en uit de politieke debatten die gevoerd worden in Nederland en internationaal. Lehning laat helder zien waarin de filosofie van Rawls expliciet anders is dan het Kantiaanse gedachtegoed waar we meestal niet meer bij stil staan. Maar links en rechts, jong en oud, als je meningen analyseert blijken toch min of meer hun standpunten op het kantiaanse gedachtegoed te baseren.
Lehning geeft op een aantrekkelijke wijze de wijzigingen weer, die Rawls in de loop van zijn leven in de uitwerking op verschillende terreinen van de basisprincipes heeft aangebracht. Mee door deze informatie in de publicatie in Kopstukken Filosofie blijkt des temeer hoe levend de filosofie van Rawls in deze tijd nog is.

Tijdens het lezen van de publicatie van Lehning wordt de nieuwsgierigheid naar de vertaling van Frank Bestebreurtje van A Theory of Justice groot. Het boek leest als een trein. Het is mooi Nederlands, de zinnen zijn eenvoudig. Er staan geen moeilijke woorden in. En inderdaad het betoog van Rawls wordt zin voor zin, paragraaf voor paragraaf opgebouwd. Heel plezierig en intrigerend om te lezen.
De leeswijzer van Rawls in het voorwoord voor diegene die niet het hele boek wil lezen, of van voor naar achter wil lezen, werkt uitstekend. De tekst is zo opgebouwd dat met behulp van deze leeswijzer de lezer de voor hem meest aansprekende paragrafen kan lezen, zonder het verband van de totale filosofie kwijt te raken.

In zijn inleiding schrijft Lehning: “De vraag waar het Rawls om gaat, is of wij er daadwerkelijk in geïnteresseerd zijn om bij het institutionele ontwerp van onze samenleving rekening te houden met onverdiende ongelijkheden. Leidraad dient daarbij te zijn dat het lot van mensen moet worden bepaald door de vrije keuze die zij maken, door beslissingen die mensen zelf nemen wanneer de vraag aan de orde komt hoe zij hun leven willen inrichten. Het is niet billijk dat keuzes worden gedetermineerd door arbitraire en onverdiende verschillen in de maatschappelijke omstandigheden waarin mensen verkeren, en evenmin door verschillen in begaafdheden die zij van 'nature' hebben meegekregen. ... Centraal staat het onderscheid tussen keuzes en omstandigheden. ... De taak van de overheid is om onverdiende achterstanden op te heffen . ... Dat maakt het mogelijk dat mensen daadwerkelijk verantwoordelijk kunnen zijn voor keuzes die zij zelf maken.” Rawls baseert zijn filosofie voor de inrichting van onze samenleving op een gedachte-experiment. In dat gedachte-experiment weten wij niet wat onze natuurlijke begaafdheden zijn, noch onze maatschappelijke en sociale positie.
Dit gedachte-experiment wordt gebruikt om te achterhalen wat billijke keuzeomstandigheden zijn zodat het resultaat billijke rechtvaardigheidsbeginselen oplevert. Morele waarde en zelfrespect spelen een belangrijke rol in deze filosofie. “Maar hoe het ook zij, als burgers dienen wij de standaard van perfectie te verwerpen als politiek beginsel, en ten behoeve van rechtvaardigheid iedere beoordeling van de relatieve waarde van andermans levenswijze te vermijden.” Het is intrigerend om te lezen in deze boeken dat “politiek in een democratische samenleving niet onderworpen kan worden aan wat wij zélf op grond van onze eigen wereld- en of levensbeschouwing als gehele waarheid opvatten. ... Een leefbare en welgeordende samenleving vraagt van haar burgers een zekere beheersing en welwillendheid ten aanzien van opvattingen en oordelen van anderen.”
Lehning geeft helder weer hoe Rawls vanuit politieke tolerantie tot bescherming van vrijheid van godsdienst komt: “het politieke liberalisme laat religieuze opvattingen ongemoeid voor zover deze consistent zijn met de fundamentele constitutionele vrijheden, met inbegrip van vrijheid van godsdienst en van geweten.”

Bovenstaande citaten zijn een aanduiding hoe levend de filosofie van Rawls is in de huidige tijd, waar controversen op meerdere levensterreinen tot steeds nieuwe indelingen van het (economisch) politieke domein leiden door de meningvormers tot standpunten te verleiden, veelal zonder dat die gebaseerd worden op heldere uitgangspunten.
Lehning laat in hoofdstuk 5 helder zien hoe partijpolitiek gebruik maakt van het denken van Rawls. Ook laat hij zien dat Rawls zijn werk niet geschreven heeft voor de partijpolitiek.
Essentieel in het werk van Rawls is het respect voor elkaar, voor de andersdenkenden. Het zou interessant zijn als op middelbare scholen in het lespakket en in de pers meer aandacht geschonken wordt aan de realistische utopie zoals Rawls zelf zijn gedachte experiment noemt.

Met deze beide uitgaven is de mogelijkheid geboden voor een breder lezerspubliek zich te verdiepen in een filosofie die het gesprek over billijke rechtvaardigheid in de samenleving op een heldere wijze vorm kan geven. Deze boeken laten zien dat er een 'realistische utopie' mogelijk is op vele terreinen van de maatschappij op basis van zelfrespect en respect voor andersdenkenden, waarbij de toegankelijkheid van de kansen op economisch terrein niet gebaseerd zijn op de speling van het lot maar op een evenredige verdeling tussen burgers op basis van uitgangsprincipes die ieder zal willen aanvaarden vanuit zelfrespect.
Nel Knip, 11 juni 2006

Hans Jansen, De historische Mohammed: De Mekkaanse verhalen, Amsterdam / Antwerpen (De Arbeiderspers) 2005, met Verantwoording, Noten, Register, Register van Korancitaten, Register van Bijbelplaatsen, 234pp.

Volg de link van de titel om de bespreking van dit boek te zien, op de Literatuurlijst Islam voor beginners
10 augustus 2006

Frank E. Peters, Islam en de joods-christelijke traditie: Een verkenning, Amsterdam (Boom) 2005,[ vertaald uit het Engels, oorspr. uitg. 2003]301pp.

Volg de link van de titel om de bespreking van dit boek te zien, op de Literatuurlijst Islam voor beginners
10 augustus 2006

Djalalu'ddin Rumi, Fragmenten uit de Mashnawi: Naar het Perzisch vertaald en toegelicht door Prof. Dr. R. van Brakell Buys, met zeer uitgebreide inleiding en commentaar in noten aan het eind, Den Haag (East-West) z.j. ["gewijzigde herdruk van de uitgave van 1952 door de Arbeiderspers te Amsterdam", p. 4], 245pp.
Rumi, Het is wat het is, met inleiding en aan het eind een verslag van de ceremonie van de draaiende derwisjen met foto's, vertaling naar het Engels en Frans van Robert Hartzema, Amsterdam (Karnak) 1978? (=jaartal voorwoord), 157pp.

Volg de links van de titels naar de vermelding hiervan op de Literatuurlijst Islam voor beginners 2e deel
10 augustus 2006

Karl-Josef Kuschel, Strijd om Abraham: Wat joden, christenen en moslims onderscheidt - en hen verbindt, Zoetermeer (Meinema) 2001, 303pp.

Volg de link van de titel naar de bespreking hiervan op de Literatuurlijst Islam voor beginners 2e deel
10 augustus 2006

Mohammed Arkoun, Islam in discussie: 24 vragen over de islam, met aan het eind een verslag van een inhoudelijke ontmoeting met de auteur, en een register, Amsterdam / Antwerpen (Contact) 1993, 231pp.

Volg de link van de titel naar de vermelding hiervan op de Literatuurlijst Islam voor beginners 2e deel
10 augustus 2006

Herman de Ley, 'Epiloog: De Islamitische Mens- en Maatschappijvisie', hoofdstuk 10 van de website Wortels van de Islam: Een Beknopte Historische Introductie, te vinden via de link:

Volg de link van de titel naar de bespreking van deze website en dit hoofdstuk op de Literatuurlijst Islam voor beginners 2e deel
10 augustus 2006

Roelof Tichelaar, De weg naar overgave: is thuiskomen in jezelf, Kampen (Ten Have) 2006, 88pp.

Voor 'eenvoudige' mensen - en zij die bereid zijn eenvoudig te zijn of weer te worden! - die op zoek zijn naar hulp en advies op hun spirituele weg, kan ik dit boekje van Roelof Tichelaar sterk aanbevelen. Roelof Tichelaar is mediamiek begaafd en ontwikkelde een eigen praktijk en inzichten vanuit zijn ervaringen. Ik zag hem al eens in een sympathieke documentaire op televisie. Van begin tot eind gaat het in dit boekje over belangrijke praktische onderwerpen die allemaal raken aan het belang van overgave, de voorwaarden ervoor en de effecten ervan. De schrijver is tegelijkertijd heel nuchter, heel direct en vol inzicht in alle processen die hiermee te maken hebben. De tekst is buitengewoon helder.
Hoewel hij niet exclusief Westers of christelijk denkt, gebruikt hij de beelden die in onze cultuur gebruikelijk zijn. Open staan voor contact met de geestelijke wereld, iets dat hij voor alle mensen belangrijk en mogelijk vindt, ook van andere culturen en religies, noemt en beschrijft hij in termen van de Geest en van het Christusbewustzijn die passen bij wat daar over leeft in de christelijke traditie. Overigens zonder krampachtig allerlei formules te herhalen, waar hij terecht weinig in ziet.
Nadruk legt hij op de noodzaak dat wij bewust moeten leren openstaan voor die Geest en dat Christusbewustzijn. Die zijn er volgens hem altijd maar wij kunnen ze tegenhouden. Hij laat ook goed zien wat ons hinderen kan om open te staan en toe te laten. Dat is misschien wel het meest leerzame van het boek, althans leerzaam in termen van begrijpelijke uitleg. Want hij zegt ook heel duidelijk dat we met ons kennen en begrijpen alleen - met onze 'denkkant' - er juist vaak niet uitkomen maar onszelf vastzetten of onszelf in beperkte kring rond laten draaien. De schrijver geeft op heldere wijze aandacht aan de psychologische problemen en moeilijkheden die specifiek met onze tijd en cultuur te maken hebben. De belangrijkste voorwaarde is wat hij deemoed noemt. Dat legt hij zo effectief (en mooi) uit dat ik het hier niet ga herhalen. Hij onderscheidt helder het psychische van het spirituele, inclusief de effecten van de verwarring ervan naar beide kanten.
Hoewel hij mijns inziens heel terecht nadruk legt op het 'nu' als het enige moment waarin wij tot overgave kunnen komen, spreekt hij van een transformatie die wij ondergaan. Een transformatie die beloftes inhoudt voor onze terugkeer naar steeds hogere lichtsferen, om te beginnen in dit leven en vooral in het hiernamaals. De schrijver zegt wel vanaf het begin dat de Geest en het Christusbewustzijn er nu al altijd helemaal zijn (ook al sluiten wij er ons voor af of ervaren we ze niet). Het is alsof ik hier
Jacob Boehme hoor, die dit uit eigen ervaring ook steeds zei met de voor hem kenmerkende verbazing (ook een houding van deemoed). Het goede is er hier en nu al volop, dat zegt Tichelaar ook.

(In wat volgt, gebruik ik meer eigen woorden, misschien zelfs eigen voorstellingen; ik doe dit om de waarde door te laten klinken die ik ervaar aan de voorstellingen. Tegelijk hoop ik dat niemand mijn woorden of voorstellingen klakkeloos op rekening van de auteur schrijft. Of het om belangrijke verschillen gaat, kan iemand later wellicht nog eens duidelijker maken.)
Want in het aanvaarden van wat is, wordt de ruimte duidelijk die de tegenstelling tussen goed en kwaad overstijgt, een tegenstelling die samenhangt met - namelijk een gevolg is van, of in ieder geval versterkt kan worden door - wat hij het scheidende denken noemt. De kramp die in die scheiding en tegenstelling ligt, wordt - en is in wezen al - weggenomen. Tussen haakjes: over de onmetelijke dimensies van goed en kwaad kunnen wij met ons beperkte verstand niet oordelen, uiteraard. Maar vaak oordelen wij volop over alles wat we waarnemen (inclusief ons 'zelf'), en daarmee onderscheiden we het - maken het los - van de ene grond waar het uit voortkomt. Wat we ook doen, is op alles een etiket plakken van 'aangenaam' of 'niet aangenaam', tot en met 'goed (voor ons en in onze ogen)'en 'niet goed (voor ons of in onze ogen)' tot en met 'ethisch juist' of 'ethisch onjuist'. En met al die oordelen leggen we niet alleen onszelf maar ook de dingen en andere mensen helemaal vast. Terwijl wie zich overgeeft, weet dat zij of hij niet aan het kwade is overgeleverd maar verbonden is met de grond van het bestaan. Of de bron van alles, of God. En dat is een ervaring die het kwade niet uitsluit maar die het in perspectief zet, tot onderdeel van een hogere waarde en werkelijkheid maakt. Een werkelijkheid die altijd in beweging blijft, inclusief het geboren worden en sterven van steeds nieuwe elementen en wezens, waaronder wijzelf. Zo ervaar ik dat althans, in mijn woorden. Overigens is de les voor mijzelf die ik uit dit boek trek, onder andere dat ik zowel in mijzelf als buiten mij het onvolmaakte nooit zal kunnen overstijgen met mijn denken, en zeker ook niet in de concrete fysieke en psychische werkelijkheid. En dat dat ook niet hoeft! Want in overgave aan de Geest - en dat houdt aanvaarding in van alles wat is, inclusief het onvolmaakte, en wel zo lang ik leef als bewuste ziel en lichaam, hoe beperkt ook - kan ik mij één weten met de Geest die alles, ook in mijn lichaam en ziel, schept en levend maakt. En het onvolmaakte en soms erg pijnlijke kan in dat perspectief tot een - zij het niet onbelangrijke want zelfs leerzame - ervaring worden. En nu vooral niet vergeten dat dit niet zozeer iets is om te begrijpen als om te leren ervaren en beleven, vanuit de Geest waarmee ik altijd in contact kan komen. Als ik dat niet tegenhoud maar er voor open sta, in deemoed. Een fascinerend perspectief, dat mij troost en verrijkt. Zonder krampachtigheid en resultaatsdwang. Een perspectief dat bevrijdt tot aandacht en tot handelen - of niet-handelen! - vanuit aandacht. Vanuit liefde voor onszelf en de mensen en dingen - de hele 'wereld'- om ons heen.

De schrijver lijkt mij een begenadigde spirituele leraar, door de boeiende combinatie van openheid voor de geestelijke wereld - ook van dromen, tekens en boodschappen - en grote nuchterheid. Alles wat hij in dit boekje schrijft, is mijns inziens voor iedere oprecht geïnteresseerde van grote waarde. Zo zijn ook zijn opmerkingen over gebed treffend. En hij komt aan het eind van zijn boek uit op stilte. Wat mij betreft niet ten onrechte. In de 'stilte' kan de Geest gehoord worden. Die er altijd is. De waarde van de inhoud van dit boekje is omgekeerd evenredig aan de omvang ervan!
Een boekje met veel diepte dat het waard is dat je het af en toe opnieuw op je laat inwerken. Als een oefening in deemoed, of in afstemming. Een boekje en een auteur om heel zuinig op te zijn!

Voor boeiende informatie over belangwekkende ervaringen en achtergronden van Roelof Tichelaar zie ook zijn website www.roeloftichelaar.nl en dan het gedeelte Basiskennis spiritueel christendom (via het menu). Op het eerste blad dat dan zichtbaar wordt, is een inhoudsopgave waar je steeds naar terug moet om een volgend gedeelte te kunnen lezen. Ik heb zelf niet de kennis die de auteur daar aanduidt, en heb die ook nog niet verwerkt. Roelof Tichelaar maakt een open indruk en zet zijn talenten in om zich te verwerkelijken en anderen van dienst te zijn. En biedt iedereen inzicht in zijn manier van werken, de achtergronden ervan en de basiskennis die hij gebruikt.
16 augustus 2006

Esther de Boer, Maria Magdalena: De mythe voorbij,[ met noten na ieder hoofdstuk, Selectie van moderne auteurs, en Register van oude teksten,] Zoetermeer (Meinema) 2005-4e druk (1996-1e), 174pp.
Idem, De geliefde discipel: Vroegchristelijke teksten over Maria Magdalena,[ met inleidend en afsluitend hoofdstuk, commentaar na iedere groep teksten, eindnoten, chronologisch overzicht van de teksten, bibliografie,] Zoetermeer (Meinema) 2006, 269pp.
Jacob Slavenburg, De vrouw die Jezus liefhad: Maria Magdalena: het ontkende mysterie,[ met noten aan het eind en met lijst van geraadpleegde literatuur,] Zutphen (Walburg Pers) 2006, 159pp.
Margaret Starbird, Maria Magdalena: Bruid in ballingschap, Deventer (Ankh-Hermes) 2006, 202pp.
Lisette Thooft, Jezus & Maria Magdalena: Een mythe van liefde en vrijheid,[ met Beknopte literatuurlijst,] Amsterdam (Uitgeverij Balans) 2006, 303pp.

Inleiding
(Daarna: De auteurs apart, en Ten slotte)

Deze vijf boeken zijn stuk voor stuk van (grote) kwaliteit. Maar nogal verschillend van invalshoek, en dat maakt nieuwsgierig.
Allereerst is het bijzonder dat Maria Magdalena opnieuw in zo grote belangstelling staat. Dat komt omdat wij in een cultuur leven waarin de positie, de waardering en de rol van vrouwen en 'het' vrouwelijke (en dus ook die van mannen en 'het' mannelijke want 'vrouw' en 'man' kunnen niet los van elkaar gedefinieerd worden lijkt mij) bijna van de grond af opnieuw gedefinieerd worden. De aanleiding is een combinatie van factoren waarvan de komst van de anticonceptiepil er een is naast de enorme uitwisseling tussen en binnen de wereldculturen, beide vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Die vormden aanleiding tot nog een factor: het onderzoek naar historische en nieuwe alternatieven voor de bestaande definities, opvattingen en gedragspatronen.
Maria Magdalena kwam in aanmerking voor nadere belangstelling omdat zij in de christelijke verhalen een interessante rol speelt, als intieme volgeling van Jezus, als eerste getuige van de opstanding van Jezus die deze aan de andere leerlingen bericht ('apostel van de apostelen'), en als concurrent van de apostel Petrus die van vrouwen niet teveel macht en invloed duldt. Buiten de christelijke kring was aanvankelijk niet veel belangstelling voor haar hoewel haar eigen evangelie al aan het eind van de negentiende eeuw opnieuw ontdekt en sindsdien bekend was. Dit evangelie werd opgenomen in de uitgaven van de geschriften van Nag Hammadi, omdat het daarbij toevallig, met enkele andere geschriften waarmee het gevonden was, goed paste. Dat vergrootte de bekendheid ervan al enigszins, waardoor in Nederland Maria de Groot en Esther de Boer zich er voor gingen interesseren en verder in verdiepen, met publicaties als gevolg.
De grootste impuls voor belangstelling in Maria Magdalena vormde de uitwerking van een eerdere recente mythe over haar in de roman van Dan Brown, de Da Vinci Code. In die mythe en dus ook die roman is Maria Magdalena met Jezus getrouwd, waarna nog allerlei verwikkelingen zijn gevolgd die in de roman 'ontdekt' worden. Een van de factoren in het succes van de roman kan gezocht worden in de nieuwe definitie van de vrouw die in het boek aan de orde lijkt te worden gesteld: als Jezus getrouwd was, dan was in onze cultuur niet de ouderwetse, nog al negatieve visie op de vrouw de toonaangevende maar zijn vrouwen kennelijk zelfs in een van de grondleggende verhalen van onze cultuur - zoals de christelijke toch nog gezien worden - even belangrijk als mannen. De vrouw naast Jezus in ieder geval wel. De vraag is dus: hoe zat het nu met Maria Magdalena en Jezus? Wat weten we van haar? En wat is daaruit af te leiden? In welke context kunnen we dat doen en wat voor verschil maakt dat voor de uitkomst?

We kunnen verhalen uit die tijd - en die over Maria Magdalena komen alleen voor in spirituele geschriften, niet in gewone historische bronnen - alleen begrijpen als we inzicht hebben ontwikkeld in de tradities van verschillende soorten literaire, filosofische en spirituele geschriften en teksten uit de culturen van die tijd. Het hellenisme dat zich rondom de Middellandse Zee ontwikkelde in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling en dat in strikte zin duurde tot enkele eeuwen daarna (het Byzantijnse Rijk niet meegerekend), werd beïnvloed door de klassieke Griekse en Romeinse cultuur maar niet minder door die van omliggende landen en volken: van Perzië en Egypte tot Syrië en Palestina, en nog vele andere. Die hadden allemaal verschillende manieren van literaire vormgeving, van beeldspraak, van wijsheidstradities, van spirituele riten en teksten, enzovoort. Daar kwam de filosofie nog bij, en de volksmagie, en de mysteriescholen, van het oude Egypte en het oude Griekenland tot de nazaten en nieuwvormingen ervan in het midden- en late hellenisme. Met opvattingen over leven en dood, vruchtbaarheid en huwelijk, askese en spiritualiteit, en de rol van vrouwen en mannen daarin. En in dat klimaat ontstonden wederzijdse beïnvloedingen zoals de evangelies van het Nieuwe Testament en de evangelies die daar niet in terecht kwamen, een groot aantal! Een daarvan was het Evangelie van Maria.
Het zal duidelijk zijn dat de ontdekking van een relatief groot aantal nieuwe teksten - die van Nag Hammadi - aanleiding is geweest tot een diepgaand nieuw onderzoek en een enorme herwaardering van al die tradities en teksten en hun onderlinge verhoudingen. Een van de problemen in de voorbij decennia was dat verbazingwekkende ontdekkingen al gepubliceerd werden nog voordat dit totale onderzoek klaar kon zijn. Daarop volgden discussies die ook al weer niet afgerond konden zijn omdat nog niet alle teksten bekend of bestudeerd waren. Of - het allerbelangrijkste - omdat ze nog niet in de totale context van die tijd en haar voorgeschiedenis werden gezet of gezet konden worden. Dat begint nu gelukkig meer en meer op gang te komen maar de implicaties zijn soms groot en de discussie dus ingewikkeld. Eén roman zoals de Da Vinci Code kan daarbij een belangrijke impuls zijn maar biedt zeker niet het definitieve historische plaatje. Van deze roman is trouwens bekend dat er historische eigenlijk maar heel weinig aan klopt! Maar er blijkt veel aan de hand. Alleen dat moet dan wel uitgezocht worden, in de eerste plaats door de kenners van die tijd die de feiten in hun context kunnen interpreteren. En vervolgens door romanschrijvers, toneelschrijvers, dichters, filmers enzovoort in onze tijd die er hun conclusie uit trekken en hun voorstelling van maken. Waar wij ons dan weer aan kunnen laven. Waar in deze ontwikkelingen staan deze boeken?
Ik ga er nu toe over ze apart langs te gaan (de boeken van Esther de Boer neem ik samen).

Maar eerst vermeld ik nog even dat ik in 1989 het boek Voorbij het patriarchaat: Tegenbeelden van de westerse kultuur publiceerde, waarin ik een aantal feiten en waarnemingen die ik in die tijd gedaan had, opschreef. Dat was tegen de achtergrond van onder meer mijn ervaringen als cursusleider van groepen die veel met de positie van vrouwen en mannen en van vragen rondom de samenleving en het christelijke geloof bezig waren, en van de promotiestudie die ik eerder verrichtte naar de spiritualiteit van Jacob Boehme met als spits de opvatting van de 'eenheid van vrouw en man' - androgynie - in het christendom, niet alleen bij deze indrukwekkende mysticus maar ook bij het vroege christendom, speciaal bij de evangelies van Thomas en Philippus, en bij de daaraan deels verwante Joodse schrijver Philo. Die eenheid, en veel vragen daaromheen, kwam ik ook tegen bij latere schrijvers en in onze tijd, bij popzangers en romanschrijvers en andere kunstenaars.
Ook toen kwam ik al tegen de zoektocht naar andere definities bijvoorbeeld die van patriarchaat en matriarchaat, en de noodzaak van onderzoek naar het laatste. Een actueel resultaat daarvan vind ik het boek Van Venus tot Madonna van Annine van der Meer. Maar als je bijvoorbeeld op de internet-encyclopedie Wikipedia zoekt onder matriarchaat, vind je nog meer interessante zaken. Ook bijvoorbeeld als je onder 'Matriarchatsforschung' zoekt in wikipedia.de: terwijl toen enkele auteurs dit thema opnieuw oppakten, is er nu een wereldwijde gemeenschap van onderzoekers ontstaan die elkaar sinds kort treffen op eigen conferenties!
Ik vermeld ook de interessante valkuil die ik toen al signaleerde, namelijk dat je de herwaardering van vrouwen exclusief koppelt - althans te snel vereenzelvigt - met de herwaardering van spiritualiteit en vice versa. Zoals het ene haar geschiedenis van onderdrukking door het officiële christendom van de gevestigde kerken kende, kende het andere dat ook. En inderdaad ontstond er dus nu een soms gelijktijdig en soms ook gezamenlijk proces van herwaardering. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het spirituele en het vrouwelijke per definitie samen hoeven te gaan. Daar zitten meer vragen aan vast en die zouden ook nog uitgezocht dienen te worden. In mijn bespreking van het boek van Annine van der Meer noem ik een aantal van de vragen die ik verder tegenkwam bij mijn toenmalig onderzoek naar androgynie.
Verder is voor mij de belangrijkste ontdekking naar aanleiding van mijn studie over de verhouding van vrouwen en mannen en naar de culturele definities van 'mannelijk' en 'vrouwelijk' geweest dat deze verhouding in feite vaak verwijst naar, of een van de meest pregnante voorbeelden is van (de mogelijkheid van) het onvermijdelijke spreken in tegendelen dat ons mensen kenmerkt. Want zodra wij iets benoemen, een naam geven, maken wij daarmee datgene los uit haar of zijn context, onderscheiden het daarvan en daarmee is dan een oordeel geboren. Iedere benoeming van iets, ieder oordeel over iets of iemand, houdt een onderscheid in tussen het noemende en oordelende (want onderscheid makende) subject en het benoemde in. En tegelijk tussen het benoemde en dat wat het benoemde niet is. En dat laatste heeft geleid tot het voorkomen van het eindeloze aantal tweedelingen (en meerdelingen) in onze taal en talen. Niet alleen complementaire zoals man en vrouw, maar ook tegengestelde zoals zwart en wit. Dit is een eindeloos terrein van mogelijkheden maar ook van misverstanden en daarom leren we bij onze opvoeding wat de juiste manier van categoriseren van dingen is, van hoe we de dingen moeten noemen. Dualiteit is daarbij een belangrijk basisgegeven, de mogelijkheid en het voorkomen ervan. Maar wat opvalt is dat we kunnen vervallen in dualisme als we een van beide polen of tegendelen meer waarde toekennen dan de andere. En dat verschil vast gaan zetten ofwel verabsoluteren, zodat er niet meer over te praten valt. Je kunt dat stolling noemen, of vastgegroeide opvattingen, of culturele vooroordelen, of dogma's. En die gestolde opvattingen kunnen ongemerkt uitgroeien tot onbewuste vaste denkpatronen, vooronderstellingen die je je maar zelden bewust maakt maar die je denken en gedrag wel sturen. Wie nadenkt over ontwikkeling en verandering in persoonlijke geestelijke zin, of in maatschappelijke, culturele en spirituele zin, heeft aan het onderscheid tussen een dualistische en niet-dualistische benadering van opvattingen en de daarmee verbonden gedragspatronen daarom een belangrijke invalshoek om verandering uit het verleden te begrijpen en veranderingen in het heden in kaart te brengen of vooruit te helpen. Op deze website van mij zijn dualisme en niet-dualisme daarom belangrijke woorden. Ook daarover kun je trouwens heel wat vinden op internet want je hoeft bij deze problematiek niet per se terecht te komen via onderzoeken van de verhouding van vrouwen en mannen. Al is dat misschien wel de verhouding - dualiteit - die het meest aanleiding geeft daartoe. Want wat valt er niet onder? Dat is nu juist een van de bijzonderheden van het menselijke, en dus van het vrouwelijke en mannelijke, of van mensen, dus van vrouwen en mannen! Op deze site is ook een latere lezing van mij daarover te vinden.
Ook dat vormt voor mij een achtergrond waartegen ik deze boeken lees en bespreek.
Zie ook nog mijn slotopmerking bij de gezamenlijke bespreking.

De auteurs apart

De boeken van Esther de Boer worden gekenmerkt door minstens twee aspecten. Het ene is de uiterst zorgvuldige omgang met - en allereerst het zoeken naar - de historische feiten in onderscheiding van de meer mythische en spirituele interpretaties van die feiten (behalve veel winst zit daar overigens een probleem aan vast: actuele objectiviteit op spiritueel gebied is ook via de meest objectieve geschiedwetenschap niet volledig haalbaar, en altijd ook subjectief). Het andere is het uitgangspunt dat zij daarbij lijkt te nemen in een sterke verwantschap met de traditionele kerkelijke vormen van christendom. Daarbij ontwikkelt zij tegelijk inzichten die deze traditie verder zouden kunnen helpen, zij is in ieder geval in voortdurend gesprek met deze traditie, en dat op een heel heldere wijze.
Alle drie de auteurs - maar Esther de Boer als eerste - behandelen de noodzaak van het afpellen van de later ontstane beelden van Maria Magdalena, om dichter bij de historische te komen. De Maria Magdalena van de middeleeuwse legenden bijvoorbeeld, die haar portretteerden als de boetvaardige zondares.
Ook gaan alle drie de auteurs in op het waarheidsgehalte van de Da Vinci Code, en kunnen daar betrekkelijk kort over zijn. Historisch klopt er weinig van, al is het waardevol om na te gaan wat er in het verhaal aan aantrekkelijks zit dat zo veel lezers aanspreekt want daar kunnen we uit afleiden wat bij die lezers zelf aan de orde is. En daar kunnen we dan zo goed mogelijk recht aan proberen te doen: het zouden wel eens belangrijke thema's kunnen zijn.
Esther de Boer heeft in haar tweede boek nog veel meer bronnen verzameld dan in haar eerste (ze is er ondertussen ook op gepromoveerd) en dat biedt interessante invalshoeken op allerlei vragen die men kan hebben. Zij ordent die bronnen - voorzien van haar verhelderende commentaar - dan ook naar thema, en verschaft zo een heel panorama van visies op Maria Magdalena uit het vroege christendom (voornamelijk de eerste vier eeuwen). Dat toont aan dat verder onderzoek onze kennis en onze visies nog kan verrijken.
Behalve de legendarische Maria Magdalena is er de gnostische of esoterische. Dat is de Maria die ingewijde is, namelijk ingewijd door Jezus in de (geheime) kennis. Zij weet dingen die de andere leerlingen van Jezus niet weten. Velen leiden daaruit af dat dat kennis (gnosis!) was die overeenkomt met wat de christelijke gnostische scholen uit de eerste eeuwen leerden. Daar voelt Esther de Boer niet zoveel voor. Zij ervaart in die gnostiek elementen die minder goed passen bij het traditionele christendom. Bijvoorbeeld een kloof tussen de universele hoogste God en de Schepper-God, de JHWH van de Joden en orthodoxe christenen. Weliswaar valt niet te ontkennen dat die gnostieke christenen in de eerste eeuwen als echte christenen meetelden, maar veel positieve elementen uit die tradities lijkt Esther de Boer niet naar voren te halen. Zij haalt wel zaken naar voren die goed passen bij wat de latere orthodoxe hoofdstroom als betrouwbare teksten en inzichten beschouwde maar haalt liever niet teveel tegelijk overhoop. Wel erg duidelijk is ze over de noodzaak dat meer dan de vier evangelies erkend worden dan die er in het Nieuwe Testament terecht zijn gekomen, want daartoe noodzaakt volgens haar de historische rechtvaardigheid. Zoals het evangelie van Maria dat zij goed vindt aansluiten bij die nieuwtestamentische evangelies. En zij laat zich de positieve zaken die in dat evangelie en in de figuur van Maria Magdalena naar voren komen, beslist niet af nemen. Daarvoor voert zij goede argumenten aan, ook als die kritiek opleveren ten opzichte van de traditionele opvattingen. Waarom zouden we alleen naar Petrus luisteren als dat in de eerste eeuwen ook niet hoefde? Ook vrouwen zoals Maria Magdalena hadden heel wat te zeggen, en daar heeft Esther de Boer het graag over. Op een informatieve en leerzame wijze die weinig kerkleden tegen de borst zal stuiten, althans met hun denkwijze sterk rekening houdt.
Verder bestaan beide boeken van Esther de Boer uit zorgvuldig weergegeven feitenmateriaal, met voorzichtig maar uiteindelijk toch vaak inspirerend commentaar. Voorzichtig, vind ik, omdat zij niet graag of niet snel afwijkt van de indertijd gemaakte keuzes tussen 'culturele' interpretatiemogelijkheden die zich aanboden. Zij concludeert wel dat we ook de bekende evangelies nu weer kunnen en moeten gaan lezen in de veel bredere context van wat we inmiddels weer van de ontstaanstijd weten, maar de weg naar definitieve conclusies is uiteraard wat langer. Daarom vinden we in haar boeken veel informatie, ook over mogelijke verbanden die nieuwe interpretaties kunnen opleveren, maar niet erg veel stellige uitspraken. Zij is de ideale verschaffer van veel zorgvuldig verzameld, vertaald en becommentarieerd - vooral historisch - materiaal waarmee wij zelf aan de gang kunnen. Haar nieuwste bronnenboek is ook een boeiende lengtedoorsnee van heel de geschiedenis van de eerste eeuwen van het christendom omdat het door het prisma van de teksten over Maria Magdalena (chronologisch gelezen, zie achterin) iets laat voelen en proeven van die hele periode.
Daarnaast moet je dan nog wel een algemeen overzicht gebruiken, misschien het beste via teksten op Internet. Er zijn inmiddels heel wat nieuwe degelijke boeken in het Engels, bijvoorbeeld van Bart Erhmann of van Greg Riley (zoek bijvoorbeeld op www.amazon.com, je kunt daar ook steeds op iedere pagina veel nieuwe en verdere verwijzingen vinden!) over de ontwikkeling van de christelijke groepen en visies, waarbij vooral de Thomaschristenen, Nestorianen en Monophysieten in het Oosten en de Byzantijnse christenen niet vergeten mogen worden, en de
Manicheeërs natuurlijk al helemaal niet.
Over zoektochten naar het matriarchaat of over de voordelen van de esoterische inwijding en hogere spirituele ontwikkelingsmogelijkheden zullen we bij haar weinig vinden. Wel over allerlei aspecten van het vroege christendom die heel erg inspirerend kunnen zijn zonder nu precies in dat straatje te hoeven passen.
Een register van personen en zaken zou beide boeken een stuk waardevoller maken, dus … wellicht bij een volgende druk?

Het boek van Jacob Slavenburg is vergeleken met bovengenoemde boeken en met andere boeken van hem niet het meest historische te noemen. Ook hij geeft de verschillende beelden van Maria Magdalena weer, en ook hij vertelt de voornaamste achtergronden van de Da Vinci Code. Op de van hem bekende uiterst leesbare en vaak inspirerende wijze. Uiteindelijk is zijn stelling dat men met de historische misvorming van het beeld van Jezus ook het beeld van de vrouw geamputeerd heeft. Voor hem is het uiterst waarschijnlijk dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena. De argumenten die hij daarvoor noemt, vind ik niet allemaal dwingend omdat zij bijvoorbeeld een visie op Jezus bij Paulus veronderstellen die ik niet aannemelijk acht, namelijk dat het leven van de persoon Jezus het waard is om in alle opzichten "precies zo" na te doen. Dat is een later Jezusbeeld, mijns inziens niet dat van Paulus die Jezus allereerst ervoer als de hem in het visioen verschenen en hem spiritueel vernieuwende en in hem wonende Christus. Het is gewoon niet te bewijzen, ook al is het tegendeel ook niet te bewijzen. Wel is duidelijk - en dat wil best veel zeggen - dat Jezus een vrije en intieme omgang met vrouwen had, wat nog niet hetzelfde is als monogaam getrouwd zijn. Er liggen hier mijns inziens meer vragen dan met het idee van een huwelijk tussen Jezus en Maria Magdalena opgelost kunnen worden.
Hij voelt het meest voor de esoterische Maria Magdalena en daarvoor is gezien de teksten, vaak uit gnostische geschriften, veel te zeggen. Zo goed als er op grond van latere teksten ook het nodige zou kunnen pleiten voor een esoterische Jezus, als bijvoorbeeld de ontdekking van het geheime Markusevangelie historisch waardevol is. Jezus was onmiskenbaar een kritische wijsheidsleraar en profeet. En het beeld dat hij een intieme kring van leerlingen - vrouwen en mannen - had die met hem mee trokken, klopt ongetwijfeld ook. En dat in dat gevolg - net als later bij Paulus - mensen een ongelooflijk diepe inspiratie gevoeld hebben, tot visioenen toe, en tot hogere spirituele inzichten eveneens, lijkt mij waarschijnlijk. Maar wat is de toetssteen voor die inzichten? Niet dat sommigen later lid van de kring van twaalf mannelijke apostelen werden genoemd, want dat is een idee en een verhaal uit later tijd, begin tweede eeuw om precies te zijn (zie Mack,
Wie schreven het Nieuwe Testament werkelijk?). In werkelijkheid hoorden vrouwen daar altijd bij.
In de discussie die in de tweede eeuw oplaaide tussen de meer gewone gelovigen en hun orthodoxie en traditionele autoriteit naar voren brengende bisschoppen en de meer esoterische ingewijden van de gnostische scholen en gezelschappen met hun grotere vrijheid, kwamen meer argumenten aan de orde dan ik hier kan noemen. Maar de rol van vrouwen hoorde daar inderdaad bij. Voor de orthodoxe - of 'katholieke' dat wil zeggen: algemene - christenen bleven vrouwen zonder meer tweederangs, in tegenstelling tot bij Jezus. (Bij Paulus werden ze pas tweederangs in zijn latere school, die enkele - juist de meer vrouwvijandige - brieven in het Nieuwe Testament onder zijn naam publiceerden.)
Maar diep gaat Slavenburg in dit boek op dat alles niet in. Hij geeft veel interessante verhalen en gedichten, ook uit onze tijd, en allemaal even toegankelijk, en leesbaar. Zijn eerdere boek over Maria Magdalena, Het openvallende testament, geeft mijns inziens een betere indruk van haar rol in de gnostische scholen dan dit boek, namelijk van binnenuit. Het hier besproken boek is zeer toegankelijk en leesbaar, de meeste relevante zaken komen wel even aan de orde, soms smeuïg en uitgebreid, maar het gaat inderdaad uit van de esoterische Maria Magdalena en besteedt bijvoorbeeld weinig aandacht aan geschiedkundig onderzoek. Het is meer een aangenaam aangekleed pleidooi om aan 'het ontkende mysterie' (ondertitel) aandacht te besteden. Daar zit overigens genoeg in!
Evenals bij Esther de Boer lees ik bij Jacob Slavenburg betrekkelijk weinig over de maatschappelijke functie van de vroege Christusbewegingen, al is - toegegeven - de constatering van beide dat vrouwen er in tegenstelling tot de gangbare hen omgevende cultuur ook een gelijkwaardige rol konden spelen eigenlijk al voldoende waard als het daarom gaat. Daarnaast ziet Esther de Boer ongetwijfeld een belangrijke rol weggelegd voor solidariteit binnen en buiten de christelijke gemeenschappen. Een punt dat bij Jacob Slavenburg minder of in het geheel niet aan de orde komt.
Het punt van de askese is iets dat vooral in het tweede boek van Esther de Boer, het bronnenboek, natuurlijk niet buiten beeld kan blijven, als alternatief voor of als praktijk in het huwelijk. Ook daarover horen we bij Jacob Slavenburg zo goed als niets.
Voor hem is Maria Magdalena - terecht - een symbool en inspirerend voorbeeld voor ons op het punt van het bij ons hard nodige eerherstel van vrouwen en van de echte spirituele groei. Welke kansen en vragen daar zoal aan vast zitten komt nog sterker naar voren in het nu volgende boek.

Zie via de link de aansluitende bespreking van Margaret Starbird, Maria Magdalena: Bruid in ballingschap.

Over het boek Jezus en Maria Magdalena van Lisette Thooft zou ik zo kort mogelijk willen zijn. Zij biedt niet alle bronnen die Esther de Boer geeft in haar tweede boek. Wel behandelt zij uitgebreid en to the point alle belangrijke beelden van Maria Magdalena (en van de Da Vinci Code) en alle belangrijke aspecten daarvan - zover ik nu kan zien - en wat nog meer is, zij behandelt de culturele en maatschappelijke en psychologische en spirituele aspecten die eraan vastzitten, even goed en even uitgebreid. Dat is voor zo'n complex onderwerp mijns inziens geen kleine maar een enorm grote verdienste. Haar invalshoek is de rol van mythen voor culturele sturing en verandering, en haar uitgangspunt is onze Westerse samenleving, de geschiedenis daarvan en de belangrijkste mythen daarvan, te weten die uit de bijbel en uit de Griekse mythologie. Zij is met andere woorden de beste exponent die ik ken van wat er al aan zat te komen in de jaren tachtig van de vorige eeuw, waarover ik hier boven schreef, de herwaardering van vrouwen en het vrouwelijke in een brede context - zie de verschillende aspecten die ik direct hierboven al noemde. Uit haar boek leer je inderdaad evenveel over het Gilgamesh epos als over Augustinus, om maar enkele van de vele voorbeelden te noemen, Oidipous of de personages van de Zweedse schrijfster Marianne Frederiksson kan ik net zo goed noemen.
Verder alle belangrijke aspecten van de manvrouwverhouding in de bijbel, van Adam en Eva tot Jezus en Paulus. En alles met veel feeling voor nuances, historisch juiste tekstinterpretatie en alternatieve visies. En vervolgens niet te vergeten de echte problemen waar het in dit boek en in onze samenleving om gaat. De individualisering in het kapitalisme die de manvrouwverhouding onder druk zet (en kansen biedt), en - tot mijn vreugde - aandacht voor androgynie, opgevat als een spiraliserende ontwikkeling van tegenpolen die elkaar omvatten en bevruchten, als uitgangspunt voor de richting waarin de biologische, maatschappelijke en spirituele evolutie van de mensheid, en van mensen individueel, zich kan ontplooien. Zij komt dus vanzelf te spreken over de gevaren van dualisme en de mogelijkheden van dualiteit of wat ik polariteit noemde in mijn boek Voorbij het patriarchaat uit 1989. Uitgebreid besteedt zij ook aandacht aan matriarchaat en patriarchaat, de implicaties van hun verhouding en hun geschiedenis. Kortom voor ieder die ook maar enigszins in dit soort zaken geïnteresseerd is, een belangrijk boek alleen al om de feiten en theorieën die zij uiterst helder ter sprake brengt en waarmee zij ons hele denken en zijn als het ware een niveau hoger probeert te tillen.
Of haar dit gaat lukken - ze schrijft zelf bescheiden dat ze haar boek ziet als een van de vele bijdragen eraan - weet ik niet. Maar wel dat ze over de moeilijkste zaken gemakkelijk en helder schrijft, zodat je werkelijk met het betoog mee gaat leven. Je begint te beseffen dat je er in zekere zin onderdeel van vormt. Het komt dicht bij je. Maar de schrijfster doet nog meer. Zij neemt ook duidelijk stelling op enkele punten die diep ingrijpen vergeleken met de gangbare vooronderstellingen van onze toch nog steeds vooral patriarchale cultuur. Misschien heb ik het met dat 'toch nog steeds vooral patriarchaal' mis, laten we het hopen. Maar er zitten in dit boek enkele uitwerkingen van een fundamentele omwenteling van vooronderstellingen van onze cultuur, die werkelijk ingrijpend zijn en die misschien bij sommige lezeressen en lezers op het eerste gezicht de behoefte oproepen aan wat meer tijd om er aan te wennen en het te verwerken om het pas dan om te kunnen zetten in acceptatie en misschien verwerkelijking.
Een voorbeeld daarvan is haar visie op de rol van seksualiteit. Zoals ik al in mijn studie over androgynie vaststelde, kun je de polariteit van de geslachten op twee manieren omzetten in eenheid: door van de polariteit (tweeheid) terug te gaan naar de eenheid via negatie, dus door onthouding, askese en celibaat, of door confirmatie, dus door voltrekking, paring en relatieontwikkeling. Door tegengaan van seksualiteit (op alle niveaus), of door bevestiging van seksualiteit (op alle niveaus).
Lisette Thooft heeft verder gekeken dan onze Westerse cultuur alleen en zich ook verdiept in het Oosterse en het daarop geïnspireerde Westerse tantrisme. Dat betekent voor haar niet alleen dat seksualiteit (ook op het spiritueel hoogste niveau) zowel een negatieve als een positieve factor kan zijn (of zelfs het belangrijkste voertuig), maar ook dat dit een sleutel kan zijn tot een nieuwe en in brede context toonaangevende interpretatie van uitspraken van Jezus over seksualiteit, met name als je die leest als oproep om seksualiteit te sublimeren in spirituele zin. Zij houdt daarbij de relativering van seksualiteit net zo goed open (niet goddelijk) als de waardering ervan (een goddelijk geschenk dat bij kan dragen tot, althans een rol kan spelen in spirituele groei). Dat lijkt mij een gezichtspunt dat onderzoek verdient. Zelf noemt zij het voorzichtig een hypothese, maar zij is er natuurlijk al lang van overtuigd. Zo duidelijk schrijft zij er wel over. De vraag is natuurlijk of zij niet wat voorbeelden zou kunnen geven van hoe dat werkt. Maar de context waarin zij haar hypothese voorstelt, is indrukwekkend helder.
Klopt die hypothese ook historisch, in de zin van de uitleg die zij geeft aan de tekst van Jezus over degenen die ontmannen vanwege het koninkrijk der hemelen? Dat lijkt mij niet volledig aannemelijk gemaakt in historische zin. Dan zou je immers met voor de hand liggende parallellen aan moeten komen. Of met andere argumenten die het vanuit de historische context aannemelijker maken dan het omgekeerde (ik begrijp van de auteur dat zij dat met behulp van deskundige vakwetenschappers graag uit zou zoeken, maar dat vraagt ongetwijfeld heel veel tijd en samenwerking). Ik acht haar uitleg in die zin historisch absoluut niet zeker of waarschijnlijk. Maar ik twijfel niet aan de mogelijkheid dat ook in onze Westerse cultuur die mogelijkheid er in zit, en dat dus die interpretatie in de toekomst waar - in de zin van geldig voor velen - zou kunnen worden! Zoals dat wel vaker gaat met universele archetypen die via eenzijdig geïnterpreteerde symbolen later toch nog tot volle wasdom of doorwerking komen in een bepaalde omgeving, zij het een individuele psyche, zij het een hele cultuur. Niet dat ik een Jungiaan ben in filosofische zin, maar u begrijpt het beeld.
Ik heb u nog maar weinig van dit boek verteld, het is 303 bladzijden dik. Maar het is bovendien zo volstrekt adembenemend geschreven, dat het u van de eerste tot de laatste bladzijde zal blijven boeien. En met de nodige inspiratie, ideeën en vast ook een aantal vragen zal opzadelen, zoals goede boeken dat doen. Ik hoop dat dit boek in veel kringen tot gesprek, dialoog en discussie zal aanleiding geven. Het is datgene wat vijftien jaar geleden al in de lucht hing en wat nu ongemeen helder aan ons gepresenteerd wordt. Petje af. (Iets voor Esther de Boer om op te reageren? Of kan het verschijnen van deze vier knappe boeken voor de schrijfsters en schrijver ervan een aanleiding vormen om eens een uitwisseling over de vier boeken te hebben, te beginnen in kleine kring? Maar dat gebeurt waarschijnlijk al lang, zoniet in kleine kring dan toch wel in verschillende omgevingen waarin de auteurs zich bewegen. Het zou boeiend zijn als vervolgens die omgevingen van de perspectieven van alle drie de auteurs kennis namen!)
Heel jammer is het dat dit boek geen register heeft, dat zou de impact ervan nog aanzienlijk verhogen. Wellicht bij een volgende druk? Want die moet er voor zo'n sterk boek toch wel inzitten mag ik hopen.

De verschillende niveaus van seksualiteit, van puur materieel tot hoog spiritueel, worden in dit boek niet helemaal uitvoerig behandeld. Daarover is in mijn boek Man en vrouw zijn een (als het om Westerse auteurs gaat) en in publicaties van andere (Oosterse en moderne) auteurs vast nog meer te vinden (Lisette Thooft noemt er enkele).
Evenmin uitvoerig de dynamiek van dualisme en niet-dualisme als een bepaalde benadering van de werkelijkheid die praktijk en theorie (filosofie) combineert. Daarvoor verwijs ik naar enkele publicaties op deze website. Want naar mijn ervaring is dat een voor onze cultuur vruchtbare benadering. Die al wel leeft, en waar best veel intuïtieve belangstelling voor is, maar die nog weinig in de publiciteit is gekomen als filosofisch en cultureel voorkomende, gangbare en acceptabele mogelijkheid. Als een onderdeel van ons toekomstig palet aan psychologische, filosofische en culturele mogelijkheden. Die overigens helemaal past bij het betoog en de benadering van dit boek en van Lisette Thooft die expliciet of impliciet met de niet-dualistische benadering kennis gemaakt zal hebben in haar leertijd bij haar leermeesters die zij in het boek noemt.
Een boek dat ook met veel humor geschreven is. Iets dat ik alle lezers en mijzelf ook verder van harte toewens bij de verdere stappen op ons pad.

De schrijfster beëindigt haar Epiloog met de alinea: “Ik ben mijn onderzoek als het ware ingevlogen op de vleugels van de mythe, en ik heb het gevoel dat ik in het hart van de christelijke mythe een bijzonder mens van vlees en bloed ben tegengekomen. Jezus de wijsheidsleraar, met een radicaal nieuw verhaal - ook over de seksualiteit. In de mythe die dit nieuwe verhaal illustreert, heeft hij Maria Magdalena aan zijn zijde. Het is een hoopvol beeld, een beeld dat niet blijft steken in lijden en offers, maar daardoorheen verwijst naar de verrukking van de lichamelijke liefde.” Behalve dat ik - in de door mij eerder toegelichte zin - het met haar eens ben, wil ik zeggen dat ik begrip heb voor degenen die dit om wat voor redenen dan ook niet zo ervaren of nog niet kunnen ervaren. Er is nogal wat simpel materieel leed. We zijn allereerst gewoon burgers van een wereld met allemaal nogal wat zorgen, zo te zien. Iets waar genoemde wijsheidsleraar best veel aandacht voor had. En precies daar ligt mijns inziens onze eerste taak, om ook met Spinoza te spreken. Waarmee ik niet wil zeggen, dat Lisette Thooft hiervoor geen aandacht heeft. Juist wel zou ik zeggen, zoals onder meer blijkt uit haar visie op maatschappelijke stelsels als kapitalisme en communisme (ze staat daarmee denk ik in een lange traditie). Dat voorwaarden scheppende aspect van Jezus' visie en optreden (eten en feesten) komt - in dit boek - alleen niet centraal naar voren.
Ongetwijfeld zal dit boek ook diegenen aanspreken die zich verwant weten met vaak ondergesneeuwde Westerse tradities waarin seksualiteit wel (verborgen, via een omweg of openlijk, enige of veel) aandacht krijgt, zoals verschillende esoterische, van kabbala en alchemie tot rozenkruisers en antroposofie. Maar ook voor hen biedt de positieve en nuchtere visie van dit boek ongelooflijk veel vernieuwends. Jacob Boehme zou zeggen, dat hier de 'conjunctie' van alles met alles te vinden is. En hij zou er lyrisch van worden, en van hem weer allerlei navolgers, van Oetinger tot Hegel en vele anderen. En ook van geest en materie, van bewustzijn en lichaam, en dat is zo belangrijk.
Een - wat minder romantische - restvraag die ik nog aan de auteur heb, is of haar evolutionaire perspectief niet te begrensd is vanuit een non-dualistische benadering bekeken? Want het evolutiedenken dat ik meestal tegenkom gaat uit van een lineaire tijd, die van verleden via heden naar de toekomst gaat. Maar er is ook een cyclische opvatting van tijd, en zelfs is er een opvatting van tijd die alle vormen van tijd overstijgt of er aan ten grondslag ligt. Vanuit een niet-dualistische benadering is het mogelijk om ook die andere serieus te nemen. Dan kom ik bijvoorbeeld uit bij de boeddhistische opvatting dat alles in het nu is, en die inhoudt dat alles opkomt en blinkt maar ook weer vergaat. Dat houdt in dat we geen houvast hebben aan hoop op de toekomst of fundering in het verleden maar dat we het van echt leven in het nu mogen en moeten hebben. Echt leven dat niet kan zonder het besef van volledige vergankelijkheid van alles, maar ook de mogelijkheid - en de uitdaging - biedt van besef van volledige verbondenheid met alles en van volledige vrijheid van en tot alles (zie bijvoorbeeld de boeken van Thich Nhat Hanh, besproken op verschillende pagina's deze site). En waren dat niet dezelfde liefde en vrijheid waar de ondertitel van dit waardevolle boek op duidt? Het is maar een vraag ...

Ten slotte

Ik heb - ten slotte - de behoefte dit soort vragen maar eens een tijdje te laten liggen, zover het vooral de verbale kant betreft. Nu zoveel lezeressen en lezers de kans hebben om zich de vele verhalen, perspectieven en andere inspirerende onderdelen van onder meer dit boek toe te eigenen en er mee aan de gang te gaan. Het klinkt uit mijn mond misschien een beetje vreemd maar ik bemerk dat langzamerhand zoveel meer mensen de gelegenheid vinden en nog zullen kunnen vinden om zich in de verschillende - ook theoretische - aspecten te verdiepen van het vrouw en man zijn en de implicaties daarvan (inclusief matriarchaat en patriarchaat, androgynie, niet-dualisme, tot en met hun kosmische of anders gezegd ontologische dimensies, kortom alle zaken die te maken hebben met de historie, de psychologie en de filosofie, en de toekomst ervan), dat ik deze punten graag eens aan anderen zou willen overlaten. Er is een tijd van lezen en schrijven en er is - voor mij - een tijd van bijkomen en praktiseren. Verwerkelijking misschien wel.
Ik wens Lisette Thooft en haar uitgever veel succes met dit boek. U lezeressen en lezers natuurlijk niet minder. Gegroet!
29 August 2006


Retour naar overzichtspagina gelezen teksten


Google
"To Serve Divine Wisdom, in Full Awareness of Death and Life
Waiting for Her unmistakable Signs,
Tapping from and Revering the Source of True Healing, the Kingdom of Complete Eternity
Manifesting Always through All Polarities and Changes Here and Now" (Kalliopeia)

Ieder apart wezen compleet en diep één met zijn eeuwige grond, verbonden in één gewaar-zijn


URL: http://www.bk-books.eu/lezen28.html
Version 5 = latest revision of 20 September 2006 (Version 1: 10 August 2006)
© 2006 Boudewijn Koole; copying admitted
in case acknowledgement is provided (at least reference to site: www.bk-books.eu and with link to url (unique resource location or web-address) of the text copied or referred to; if wished so with your valuation)