Lijst van gelezen teksten (Boudewijn Koole) 29

Lezen (of juist niet) 29!


Deze pagina bevat een lijst van sinds 2006 gelezen teksten met commentaar.

Retour naar overzichtspagina gelezen teksten

Gelezen - sinds 2006-f

Read - since 2006f






Israel Finkelstein & Neil Asher Silberman, De Bijbel als mythe: opgravingen vertellen een ander verhaal,[ met kaarten, tabellen en andere illustraties, en met uitgebreide en naar onderwerp ingedeelde Bibliografie en uitgebreid Register,] Den Haag (Uitgeverij Synthese) 2006, 448pp.

Dit is een briljant boek, onmisbaar voor ieder die geïnteresseerd is in de oudste boeken van de bijbel en in hun ontstaan. Het brengt de verbanden aan tussen de meest recente archeologische inzichten, alle bekende historische bronnen (ook uit de omringende landen) en de nieuwste inzichten in de totstandkoming van de Bijbelteksten vanuit de nu bekende historische context. Daarbij laat het niet alleen de vorderingen zien die de afgelopen eeuwen op al deze gebieden gemaakt werden - inclusief de missers! - maar biedt zodoende ook een inleiding in deze onderzoeksterreinen, in wat ze waard zijn. Dit boek is door en door betrouwbaar, met als enige aantekening dat nieuwe ontdekkingen tot aanvullingen en verbeteringen aanleiding kunnen geven. Het is dus het best beschikbare voor dit moment. Betrouwbaar is dit boek ook omdat de auteurs hebben nagedacht over de betekenis van de Bijbel in de tijd na haar ontstaan voor het Jodendom, het christendom (de islam kunnen we ook toevoegen) en als wereldliteratuur. De auteurs zijn zelf verbaasd dat door hun bijdrage vanuit de archeologie zoveel nieuwe inzichten (waarover onder meer) geboren zijn en besluiten hun boek met de volgende zinnen:
    “De grootste bijdrage van de archeologie aan ons inzicht in de Bijbel zou weleens kunnen zijn dat zij ons heeft doen beseffen dat een kleine, relatief arme en afgelegen samenleving als die van het laatmonarchale Juda en van het Jehud van na de ballingschap in zo'n kort tijdsbestek de hoofdlijnen van dit voorgaande epos kon voortbrengen. Een dergelijk besef is van essentieel belang, want pas als we begrijpen wanneer en waarom de in de Bijbel beschreven ideeën, voorstellingen en gebeurtenissen zo bekwaam werden samengeweven, kunnen we eindelijk de ware aard en de permanente kracht van deze invloedrijkste literaire en spirituele creatie in de geschiedenis van de mensheid naar waarde gaan schatten.” (373)
Wat die kracht is, schrijven zij enkele regels eerder:
    “De kracht van het Bijbelverhaal komt voort uit het feit dat het op een meeslepende en samenhangende manier uitdrukking geeft aan de tijdloze thema's van de bevrijding van een volk, het permanente verzet tegen onderdrukking, en het streven naar sociale gelijkheid. Het geeft welsprekend uitdrukking aan het diepgewortelde besef van een gemeenschappelijke oorsprong, gemeenschappelijke ervaringen en een gemeenschappelijke bestemming die elke menselijke gemeenschap nodig heeft om te kunnen overleven.” (372-373; vette letter van mij, BK.)
Wetenschap en religie vormen in dit boek geen absolute tegenstelling maar vullen elkaar aan. Dit boek laat zien dat veel in de oudste Bijbelboeken historisch onwaar is (dat wil zeggen dat de vertelde feiten niet kloppen met zoals het feitelijk in de geschiedenis is gegaan). En juist daardoor ook dat die boeken een bijzonder verhaal vertellen dat een grote literaire, psychologische en religieuze waarde heeft (en in die zin ook weer historische waarde maar dan in de bijkomende betekenis van historie op het geestelijke vlak). Dit boek laat zien wat de oorspronkelijke bedoeling en historische context is van de Bijbelboeken Genesis tot en met II Koningen, de oudere profeten zoals Amos en Hosea, Elia en Elisa en ook gedeelten uit andere profetische boeken als die van Jesaja en Jeremia daarbij inbegrepen. Het betekent dat diegenen die de verhalen uit de bijbel zonder meer als historische feiten beschouwden, hun visie bij kunnen stellen. Dat is enerzijds wellicht ontnuchterend, anderzijds brengt het grote nieuwe inzichten die inspirerend blijken te zijn.
Laat ik een rijtje maken met een aantal (nieuwe) historische inzichten:
  • Genoemde Bijbelboeken verschillen van de mythen van omliggende volken - waar ze verder veel op lijken - op het punt dat die laatste geen belang meer hechten aan hun mythen wanneer de dynastie waarin ze zijn ontstaan haar eind bereikt. De ideologie of theologie van deze boeken van Israël laat zien dat de macht van zijn God juist als groter wordt gezien door het vreselijke gebeuren van de ballingschap (en andere rampen). Want deze ballingschap was (en die rampen waren) aan de ene kant veroorzaakt door Israëls afval van zijn God en aan de andere kant de les die het volk kon gebruiken om zich weer tot God toe te keren. Zodat de beloften van God alsnog in werking zouden treden.
  • Pas in de zevende eeuw voor het begin van onze jaartelling waren de voorwaarden aanwezig die geleid kunnen hebben tot het schrijven van het zogeheten deuteronomistische geschiedwerk. Daartoe worden behalve het boek Deuteronomium ook gerekend: Jozua, Richteren, I en II Samuël, I en II Koningen. Dit gebeurde tijdens de grote hervorming onder koning Josia van Juda (630-609).
  • Ook de verhalen over het alleroudste stadium van de geschiedenis - van de aartsvaders, de uittocht, de verovering van Kanaän en van de monarchie van David en Salomo - zijn niet zozeer historisch waar (al bevatten zij wel allerlei vage herinneringen aan het verre verleden in de vorm van boeiende verhalen met een boodschap) maar passen precies in de ideologie en theologie van de hervormingsbeweging onder koning Josia, die zowel godsdienstig als territoriaal grote ambities had.
  • Pas onder koning Josia werden de verhalen over de stamoudsten Abraham (uit het zuiden), Izaäk en Jacob (uit het noorden) samengevoegd tot één familiegeschiedenis. Zo werd aan het volk één gezamenlijk (maar bedacht) verleden gegeven. Tegelijk werd de geschiedenis van het noordelijke koninkrijk en van het zuidelijke voorgesteld als die van één volk, door Abraham de cultusplaats in Betel te laten stichten en de stammen voor te stellen als de zonen van Jacob die zich over Kanaän verspreid hadden. Tevens werd voor het hele land één centraal heiligdom ingesteld, de tempel in Jeruzalem, en de verering van goden beperkt tot één God, JHWH. In werkelijkheid was de dynastie van Omri in het noordelijk koninkrijk veel machtiger en belangrijker - tot de wegvoering naar Assyrië in 732 - dan het zuidelijke rijkje Juda. Ook werden tot de zevende eeuw en daarna ook nog hier en daar diverse goden en godinnen vereerd, onder andere de vrouw van JHWH, Asjéra. Op de plaatsen van ieder van de vele heilige hoogten en andere heiligdommen uit die periode zijn steeds honderden vrouwenbeeldjes gevonden die de godin voorstelden.
  • De plaatsen die genoemd worden in de verhalen over de uittocht, passen prachtig in de tijd van koning Josia maar niet eerder. Het lijkt erop dat de rol van de farao mooi past bij die van de farao in Josia's tijd. Het uittochtverhaal lijkt eerder een hart onder de riem voor het volk in Josia's tijd dan dat het op historische feiten berust, al zijn er mogelijk oude herinneringen in verweven die te maken hebben met de aloude relaties en volksverhuizingen tussen Kanaän en Egypte. De verhalen over de verovering van Kanaän geven eerder een verklaring voor de territoriale aspiraties van Josia (die ook het noordelijke rijk onder zijn heerschappij wilde brengen) dan dat ze op die manier zouden hebben plaatsgevonden. Natuurlijk kunnen er oude herinneringen en verhalen daarover in verwerkt zijn. De oudste Israëlieten vinden we rond 1200 voor Christus in de dorpen in het hoogland van Kanaän (die dan ineens bewoond worden): vanaf die tijd zijn deze steeds bewoond geweest met mensen die zich Israëlieten bleven noemen, tot in de tijden van de monarchieën. Waarvandaan ze kwamen, is niet bekend. Het noordelijke koninkrijk kan met deze Israëlieten niet geïdentificeerd worden want het omvatte veel meer groepen bewoners (232).
  • Omdat het noordelijke rijk ondergegaan was, al woonden er nog steeds Israëlieten, stelde Josia het zo voor dat die ondergang veroorzaakt was door afval van de (ene) God die hij aanprees, JHWH. En dat Juda met zijn davidische monarchie de aangewezen plaats en dito middel was om de toekomst van het volk veilig te stellen. In dit perspectief wordt de geschiedenis van de noordelijke en de zuidelijke rijken en hun monarchieën verteld. De auteurs: “De tragedie die het huis van Omri overkwam, is een klassiek stukje literatuur … . Niettemin staan er zoveel ongerijmdheden anachronismen in het Bijbelverhaal en heeft het zo duidelijk de invloed ondergaan van de theologie van de schrijvers uit de zevende eeuw voor onze jaartelling, dat we het eerder moeten zien als een historische roman dan als een nauwkeurig historisch verslag.” (210)
  • “David en Salomo waren in politieke zin waarschijnlijk weinig meer dan hoofdmannen uit het heuvelland, wier bestuur een tamelijk lokale aangelegenheid was en tot het heuvelland beperkt bleef.” (227)
  • Hoewel het anders wordt voorgesteld, was de afgodendienst - veelgodenverering - die ook in Juda bestreden moest worden (onder Hizkia), niet een afwijking maar de regel geweest (276, 283vv.).
  • Wat bijzonder is, is de godsdienstige en culturele revolutie die in de zevende eeuw plaats had, en die samenhing met een sterke toename van de bevolking van Jeruzalem, met een sterke toename van het alfabetisme ook onder de plattelandsbevolking, kortom met de voorwaarden voor een centraal bestuurde staat. Deze volwassen staatsvorm profiteerde van - of ging samen met - een krachtige economische integratie met Assyrië die allerlei voordelen opleverde.
  • Toen de Assyrische macht plotseling instortte, kwamen een aantal ontwikkelingen samen. Josia voelde zich sterk genoeg om aan vergroting van zijn Juda met het noordelijke rijk te denken. Er gingen stemmen op om zich te beperken tot het vereren van slechts één God, JHWH en die verering te organiseren rondom één centraal heiligdom in Jeruzalem, dat ook het centrum van het nieuwe rijk zou moeten worden. Kortom, er kwam een godsdienstige hervorming op gang die sterke politieke implicaties had. Zo werd de geschiedenis van het volk opnieuw geschreven, inclusief die van de aartsvaders, van de monarchieën, en van de regels voor de tempeldienst en de andere wetten van het volk. In de tempel “werd het boek Deuteronomium gevonden”. De koning liet het voorlezen en het volk plechtig beloven zich er aan te houden. Het nieuwe nationale epos bevatte zowel de beloften van JHWH voor herstel van oude glorie, als een beschrijving van de afvalligheid die dit tot nu toe vaak had verhinderd. Maar zo werd de feitelijke historie omgekeerd: wat het meest Judees was van oorsprong (de veelgodenverering op het platteland), werd tot Kanaänitische ketterij bestempeld! (Ik kan niet nalaten hier een interessante parallel te zien met het ontstaan van de islam waarbij Mohammed in Medina sterk optrad tegen de veelgodenverering van de Arabische stammen, BK.) En aan het koninkrijk Juda werd een centrale plaats gegeven die het vanouds niet gehad had. Maar dit epos zou wel de basis worden van een Bijbel die met zijn visie op geschiedenis en toekomst, gekoppeld aan die van het volk Israël, een imponerende invloed zou hebben (322).
  • In 622 werd een belangrijk wetboek ontdekt in de tempel, volgens de meeste geleerden een oorspronkelijke versie van Deuteronomium. Dit definieerde de Israëlische identiteit op een geheel nieuwe wijze. Het bevatte de centrale kenmerken van het bijbelse monotheïsme: één God, centrale en nationale viering van de voornaamste feesten van het jaar en wetten voor onder andere maatschappelijk welzijn, recht en persoonlijke moraliteit. (324vv.) Aan dit wetboek - kunnen we met een gerust hart aannemen - werd de laatste, en misschien ook de eerste, hand gelegd onder koning Josia, in de jaren voor 622. Want het bevat wel heel veel aanwijzingen daarvoor (332vv.) En dit past precies in de opkomende rol van geletterdheid in die tijd.
  • Tegelijk wordt rekening gehouden met de gevolgen van de centralisering voor het platteland, en worden regels gesteld die we nu mensenrechten en menselijke waardigheid noemen. De armen en weduwen dienden gerespecteerd te worden, evenals vreemdelingen en slaven. Bestuurders mochten niet teveel macht en rijkdom verzamelen. (334vv.)
  • In privé-huizen bleef de verering van gesneden beelden voortduren. Er zijn er talloze gevonden. (339)
  • Na de eerste versie van Deuteronomium die onder Josia werd geschreven, ontstond nog een bewerking waarin eerst kort vermeld werd hoe het rijk van Josia eindigde en de vreselijke ballingschap ook voor de Judeeërs een feit werd. En ten tweede vermeld werd hoe het te rijmen viel dat de (eerste) tempel daarbij werd verwoest, en dat Gods beloften dus niet waren uitgekomen. Daartoe werden aan de eerder onvoorwaardelijke beloften aan David nu voorwaarden toegevoegd, werden profetieën over ondergang toegevoegd en werd Manasse, de vader van Josia, als een grote afvallige geschilderd. (356vv.) Van het bewind van de zeer rechtvaardig voorgestelde Josia werd nu gesteld dat hij de verwoesting van Jeruzalem alleen kon uitstellen, niet voorkomen. De briljante verandering bestond in het vervangen van de relatie van God met de Davidische koning door de relatie van God met het hele volk Israël, het verbond bij de berg Sinaï. Omdat deze bewerking melding maakt van de vrijlating van Jojakim in 560, kan zij niet eerder gemaakt zijn.
  • Duidelijk is dat zowel in het noordelijke als in het zuidelijke gebied veel bewoners niet gedeporteerd waren. Het aantal terugkerenden wordt overigens misschien wel overdreven. In ieder geval - staat archeologisch vast (362) - zullen er in de Perzische provincie Jehud in de vijfde en vierde eeuw nauwelijks meer dan 30000 inwoners geweest zijn! En dat met zo'n erfenis aan buitengewoon krachtige literatuur, die nog werd aangevuld met de geschriften over Ezra, Nehemia, diverse kronieken, profetische werken en zogeheten andere 'geschriften' - waaronder psalmen en wijsheidsgeschriften - in de volgende eeuwen.
  • In deze eeuwen na de ballingschap - toen de bewoners van die Perzische provincie 'Joden' gingen heten (Jehoedim naar Jehud) - kreeg het Jodendom zijn eerste vorm, met een belangrijke priesterschap die de godsdienstige leiding had, en daarnaast een politieke leiding onder het Perzische bestuur. Uiterst belangrijk werd de zuiverheid van het volk, dat zich niet meer mocht mengen met andere volken en groepen. Belangrijk in dit opzicht is geweest dat de Babyloniërs en Perzen geen andere groepen gedeporteerden in Jehud hadden gevestigd of alsnog vestigden. Daardoor kon deze zuiverheid gehandhaafd blijven, en tevens de culturelen en religieuze eigenheid, gekoppeld aan de etnische.
  • In die eeuwen werden opnieuw verhalen bewerkt, in het bijzonder uit Genesis. Maar de verhalen over de uittocht, over Abraham, over de verhouding met de Edomieten, over Hebron en andere konden gemakkelijke zo aangepast worden dat zij bij de nieuwe status - godsdienstig en geografisch - van het Jodendom aansloten.
  • Dit - nu eindelijk definitief geworden - bijbelse epos was nog steeds de basis van de etnische identiteit van de Joden, maar tegelijk vormde het een hooggeschatte bron van inspiratie voor culturele en religieuze ontwikkelingen. De Joden stonden er in de omringende landen steeds meer om bekend dat zij zo'n liefde ten toon spreidden voor hun God. En dat zij zo'n rijke schriftelijke traditie hadden, die zelfs in het Grieks werd vertaald (de Septuagint). Dat kwam ook doordat het aantal Joden gestaag toenam en velen buiten Palestina woonden, in grote steden als het Egyptische Alexandrië, en andere centra van de hellenistische cultuur.
  • Toen na eeuwen het Romeinse rijk aan zijn einde kwam, bleken de oude Joodse geschriften een belangrijke rol te zijn gaan spelen zowel voor het rabbijnse Jodendom als ook buiten de etnische kring van het Jodendom, via de opkomst van het christendom (en later de islam, BK). De tweede tempel was in 70 na Christus verwoest maar het Bijbelse epos was voor een grotere kring van mensen een belangrijke schat geworden.
De details kunt u in dit uiterst waardevolle boek zelf lezen. Compositie, heldere leesbaarheid, logica en voorbeelden, tabellen, illustraties, lijsten en uitstekende bibliografie dragen allemaal bij aan de enorme impact die de ijzersterke inhoud van dit boek op de lezer heeft. U zult verbaasd staan van de feiten en van de kracht van de Bijbelse verhalen - van de aartsvaders tot en met de ballingschap -, ook al hangt er geen label van exclusieve goddelijke herkomst meer aan. Al valt er geen exclusief recht op grondgebied aan te ontlenen, of een exclusief recht op waarheid, zij bieden - naast de historische en spirituele bronnen van andere culturen die in die culturen en in de hele wereld ook hun rol spelen - de voor de Westerse cultuur en haar geschiedenis tot nu toe meest bepalende teksten, ideeën en voorstellingen. Die invloed gaat al lang op wereldschaal door, vanuit het Westen naar andere gebieden en omgekeerd. Juiste historische kennis kan daarbij veel onheil voorkomen, en veel nieuwe inzichten en inspiratie meebrengen.
Tot slot noem ik nog enkele boeken die in verband met het onderwerp interessant kunnen zijn, vooral in verband met de samenstelling van de oudste boeken van de Bijbel uit afzonderlijke bronnen. De latere boeken bevatten telkens overzichtelijke inleidingen met de nieuwste stand van zaken:
Richard E. Friedman, Who Wrote the Bible?, San Francisco (HarperSF) 1996-2e druk
Harold Bloom / David Rosenberg, Het boek van J, Vertaald door Mirjam Lumkeman, Amsterdam (Waterland van Wezel) 1992 (Engels: 1990)
The Hidden Book in the Bible, Translated, Restored and Introduced by Richard E. Friedman, San Francisco (HarperSF) 1998
Richard E. Friedman, The Bible with Sources Revealed: A New View into the Five Books of Mozes, San Francisco (HarperSF) 2003
Vergelijk het artikel 'Profs, geen profeten' in NRC Handelsblad 14-15 juli 2007 p. 39, een interview met Karel van der Toorn met belangwekkende informatie over 'wie de Hebreeuwse bijbel schreven', namelijk de geleerde elite (kopieerders of schrijvers, kenners van letters en schrift, opstellers van contractuele teksten en wetten, ook van liturgische en andere poëtische teksten) die verbonden was aan de staatstempel, waarvan de kas door de koning beheerd werd. Ook over de manier waarop zij steeds opnieuw compileerden en herschreven, volgens de inzichten van het nieuwe moment.
Voor het Nieuwe Testament is vergelijkbaar aan te bevelen het standaardwerk van Burton L. Mack,
Wie schreven het Nieuwe Testament werkelijk?, Deventer (Ankh-Hermes) 1997 (Engels: 1995). Omdat het Nieuwe Testament maar een gedeelte bevat van wat representatief is voor de het vroege christendom - dat onder veel meer het joodse en het gnostische christendom omvatte - is het verstandig daarnaast ook een ander degelijk overzicht te gebruiken, bijvoorbeeld J. Slavenburg, De oerknal van het christendom, Haarlem (Rozenkruis Pers) meerdere drukken sinds 2003. Overigens is het onderzoek - bijvoorbeeld naar de historische Jezus en de wijze waarop zijn erfenis werd omgevormd tot sterk uiteenlopende inspiraties - nog niet zo ver dat het al helemaal samengevat kan worden: momenteel verschijnen steeds nieuwe 'overzichten' met gedeeltelijke bijstellingen, nieuwe verbanden enzovoort. Fascinerend!
15 September 2006

Margaret Starbird, Maria Magdalena: Bruid in ballingschap,[ met noten, chronologie, literatuuropgave, en uitgebreid register,] Deventer (Ankh-Hermes) 2006, 202 pp.

Deze bespreking sluit naadloos aan bij de recente
collectieve bespreking van recente boeken over Maria Magdalena van Esther de Boer, Jacob Slavenburg en Lisette Thooft.

Het boek van Margaret Starbird past sterk in de lijn van de herontdekking en herwaardering - vooral sinds de tweede helft van de vorige eeuw - van het (miskende, ontkende en verstopte) vrouwelijke, of we dit nu een complement of tegenbeeld van het mannelijke noemen of een archetype of nog anders. In de inleiding legt zij het verschil uit tussen haar eerste boek over Maria Magdalena dat al in 1995 (!) verscheen (De vrouw met de albasten kruik) en dit boek. Nog meer materiaal heeft zij onderzocht, en ontdekkingen gedaan over wat de christelijke traditie miste door het geheim van Maria Magdalena uit het oog te verliezen. De uitkomsten zijn in dit nieuwe boek te vinden, in een grotere samenhang, en met nog meer uitgewerkte inzichten. Het boek leest uiterst prettig - je voelt hoe waardevol het is en dat je als lezer serieus genomen wordt - en ook al zijn er af en toe momenten dat je de inhoud even moet laten bezinken omdat het onbekende feiten of een nieuwe uitleg bevat, het verhaal neemt je helemaal mee.
Het boek is in zeker opzicht een antipode van de boeken van Esther de Boer: het historische en rationele is weliswaar heel goed vertegenwoordigd maar helemaal ingebed in een betoog dat het mythische en het persoonlijke allebei omvat en in helemaal in elkaars verlengde brengt. Want Starbird vertelt - overigens zonder de minste opdringerigheid - even goed haar eigen verhaal, het verhaal van haar eigen sterke intuïtie die 25 (!) jaar geleden al leidde tot een uitwerking van wat zij ervoer als een ingeving van boven: het centraal stellen van Maria Magdalena in haar verdere werkzaamheden en ontwikkeling, als belangrijke te herontdekken en vernieuwende kracht in het christendom en de cultuurgeschiedenis. Tegelijk put zij uit de diepgaande studie van de kunst- en cultuurgeschiedenis zo ver die op Maria Magdalena en de thema's die aan haar verwant zijn, betrekking heeft. Er komen een flink aantal prachtige kleurenafbeeldingen in het boek voor. En de historische feiten - ook die welke in de andere hier genoemde boeken aan de orde komen - doet zij geheel recht. Het gaat haar alleen niet om de historische rechtzettingen alleen. Zij gebruikt die in een breder perspectief, het herstel van de motieven van het heilige huwelijk, van de bruid en de bruidegom, en andere die in de patriarchale geschriften, kunstuitingen en algemene cultuur steeds minder plaats kregen, tot onherkenbaarheid toe. En zij brengt die op een ongekend aansprekende en indrukwekkende manier tot leven. Het aantal teksten en beelden dat aan de orde komt, is haast niet samen te vatten; het zijn er inhoudelijk meer, en deels ook heel andere, dan in de andere genoemde boeken! Van het Bijbelboek Hooglied tot de goddelijke wijsheid, Sophia, in de Joodse, christelijke en opvallend genoeg ook pythagoreïsche tradities. Van de verschillende Maria's in de christelijke traditie tot de voorpatriarchale vrouwenverering. De kleur rood komt ter sprake, Osiris, Isis, Lazarus, de graal, vele andere minder bekende maar zeer belangrijke figuren en symbolen waarvan de betekenis in een treffende samenhang wordt onthuld. Ik ben diep onder de indruk van de integere, wetenschappelijk nooit geforceerde maar steeds zorgvuldig aan de feiten recht doende aanpak. Een aanpak die de lezeres en lezer mee kan nemen en stimuleren op een eigen spirituele weg, en dat is veel en veel meer dan historisch eerherstel. Zij het een aanpak die vast nog niet alle mogelijkheden uitbuit, en wellicht evenmin altijd kiest voor de interpretatie die het veiligst bij de erkende of 'vaststaande' historische feiten past (al is mij niet bekend dat zij daar ver vanaf wijkt). Zij brengt in ieder geval wat de figuur van Maria Magdalena betreft, helemaal in praktijk wat Slavenburg al zegt dat je zou moeten doen: het vrouwelijke niet meer amputeren maar tot zijn recht laten komen, de plaats geven die het toekomt. En wel op een manier die laat zien dat dat ook op het persoonlijke vlak tot intensieve andere perspectieven en belevingen kan leiden, inclusief de rol die intuïtie, kunst en meditatie daarbij (kunnen) spelen. Een verschil met de Boer is bovendien dat de Boer graag dicht bij traditionele opvattingen lijkt te blijven terwijl Starbird duidelijk maakt dat die toch echt meer diepgang mogen en vooral ook kunnen krijgen als je ze in nieuwe perspectieven zet, speciaal dit nieuwe van het eerherstel van het vrouwelijke in cultureel opzicht. Zij opponeert weinig maar zet het beperkte (rationele, patriarchale) perspectief in haar veel bredere context van de combinatie van persoonlijke en culturele en spirituele ontwikkeling. Mijns inziens op een buitengewoon geslaagde, in ieder geval aansprekende en evenwichtige manier. Kortom een boek van diepgang waar je veel van kan leren. Boeiend vind ik ook dat dit boek min of meer past in de lijn van de esoterische of gnostische Maria Magdalena maar dat dit in het boek helemaal niet het thema lijkt. Het doet gewoon wat het moet doen: een geestelijke ontwikkeling voorbereiden en oproepen en in werking stellen. Niet via geheimzinnige rituelen, maar via kunst, historie (zeker: daaronder ook teksten!), spiritualiteit en wat ons verder gegeven is aan middelen - waaronder onze eigen ervaring en intuïtie niet als onbelangrijkste. Een krachtig boek van hoge kwaliteit.
Nog even terug naar de vergelijking met de andere boeken. Het valt mij op dat dit boek niet als zodanig ingaat op methodiek, op psychologische processen en evenmin op (cultuur-)filosofische aspecten. Iets wat respectievelijk wetenschappelijke, esoterische of spirituele, en andere algemeen-culturele boeken vaak wel doen. De methodiek van dit boek heb ik al aangeduid: niet in tegenspraak met het rationele maar met veel aandacht voor het mythische, het intuïtief belangrijke en voor wat de kunst, de (religieuze) symboliek en de ervaring ons aanreiken, en dus het achterhalen en uitwerken van de of een combinatie van persoonlijke en universele 'waarheid', gebaseerd op die aangereikte feiten en ander materiaal en de interpretatie daarvan. Het procédé is misschien een toepassing van een psychologie of theorie maar niet uit op een theorie of psychologie. Het resultaat is dat dus ook niet. De boeken van de Boer, Slavenburg en Thooft hebben dat beslist iets (of heel veel) meer. Het boek van Starbird is leven en praktijk - zij het ook duidelijk innerlijk gericht -, terwijl de andere boeken heel wat meer van theorie of wetenschap of filosofie hebben. Slavenburg en de Boer zijn duidelijk godsdiensthistorici met een eigen specialisatie, Thooft heeft ook veel aandacht voor sociale en cultuurfilosofische aspecten. Toch hoeft dat de diepgang in het geval van Starbird niet te schaden, iets om over na te denken!
(Zie het vervolg van de collectieve bespreking over het belangrijke boek van Lisette Thooft.)
20 September 2006

Anthony de Mello, Bewustzijn: Risico's en mogelijkheden van de werkelijkheid, Amsterdam (Samsara) 2004, 236pp.

Dit is een subliem en briljant boek. Het legt zijn thema's zo helder uit dat je handen jeuken om je de ervaring van het boek eigen te maken. Dat kan alleen door loslaten en helder zien, in combinatie met elkaar. Bewustzijn is de sleutel. Hoe dat werkt, maakt de schrijver op aanstekelijke en indrukwekkende wijze duidelijk via sublieme verhaaltjes in combinatie met glasheldere uitleg. Je herkent er best wel goed een aantal achtergronden van de schrijver in, en iets van de geest van de jaren tachtig van de twintigste eeuw, want het zijn uitgewerkte toespraakjes. Maar dat is eigenlijk alleen maar des te leerzamer.
Een belangrijker punt is dat de Mello zichzelf presenteert als iemand die het voorrecht heeft ontvangen dat hij veel inzicht heeft gekregen, zelfs zoveel dat hij over de verlichting spreekt vanuit eigen ervaring. Maar je merkt ook dat hij nog in de fase van het eerste enthousiasme is wat het overdragen betreft, hij voelt de spanning in hem en om hem tussen de ervaring van de verlichting en hoe ver de patronen in en om ons daar soms nog van af staan (patronen die passen bij zijn priester zijn in de Rooms-Katholieke Kerk, bij zijn intellectuele opvoeding, bij het publiek dat daar ook vaak in past). Dat 'moeten' signaleert hijzelf ook wel, en het komt vooral tot uiting in zijn wens om anderen deelgenoot te maken van de ervaringen van verlichting. In hoeverre je mag zeggen dat ook zijn verlichting nog verder had kunnen rijpen naarmate hij ouder geworden was - hij stierf op reis in de USA op 56-jarige leeftijd - weet ik niet. Ik ben er geen deskundige in, hoewel ik zelf ook vaak ervaar dat ik nog zo vast zit aan allerlei onbewuste wensen om aan een of ander ideaal te voldoen. De Mello zegt het zelf: dat is niet vereist. Maar het werkelijk loslaten ervan, het werkelijk realiseren daarvan, is ieder moment een nieuw geschenk en een nieuwe verdieping, als we die echt toelaten en ons toevertrouwen aan wat buiten alle kaders de grond vormt van ons bestaan, zou ik het willen noemen. Zonder direct al je huidige kaders of patronen onmiddellijk ook uiterlijk te hoeven verlaten - dat mag ook beetje bij beetje, het voornaamste is de innerlijke kant, dan komt de rest ook. Maar ook afgezien van deze opmerking die ik terzijde plaats, blijft wat De Mello hier biedt, van onschatbare waarde voor ons Westerlingen, zeker ook voor hen die net als hij in een christelijke traditie groot zijn geworden, die een Westerse intellectuele opleiding hebben gehad, en verder voor ieder die - ook los daarvan - willen leren van de Oosterse benadering van spiritualiteit. En hoe verlichting - of het wakker maken van mensen als doorgeven van of openen voor een bepaalde energie en bewustzijn - ook in het optreden van Jezus de kern vormde.

Sommige van die verhaaltjes van De Mello vergeet je je hele leven niet meer, zo helder is de scope. Beseffen dat je niet wakker wilt worden. Je geloofssysteem ter discussie willen stellen, je concepten en andere vaste ideeën. Je identificaties loslaten en jezelf los ervan zien, inclusief die met maatschappelijke conventies die erin meegenomen zijn. Zelfobservatie bewijst daarbij belangrijke diensten. Het bewustzijn dat hij beschrijft bestaat uit waarnemen en zien zonder vooringenomenheid, fris en rauw. Zowel binnenin je als buiten je. Daar leidt hij ook uit een handelwijze uit af, namelijk de aandrang om vanuit de gevoeligheid die aan het bedoelde bewustzijn eigen is, tot liefdevol 'zijn' en handelen te komen. Het bestaat uit volstrekte innerlijke vrijheid, uit liefde, vrede en veel meer (lees maar).
Die verandering gaat moeiteloos zoals hij toelicht met een citaat: “Er is niets zo wreed als de natuur. In het hele universum is er geen ontkomen aan en toch is het niet de natuur die verwondt, maar iemands eigen hart.” Hij legt uit dat het het moeilijkst is van onze vaste denkbeelden af te komen, niet met de stroom mee te varen - al is beide niet zonder risico. Het moeiteloze zit hem er in dat je best met de stroom mee kan gaan, maar dat als je dat bewust doet, je toch de neiging krijgt je hart (je gevoeligheid) te laten spreken. En dat levert niet meer maar ook niet minder gevaren op voor onze fysieke buitenkant. Echte wonden zijn echter niet fysiek, maar geestelijk. Fysiek veranderen we eindeloos, tot en met onze dood en vergankelijkheid toe. Het gaat er beslist niet in de eerste plaats om ons te beschermen tegen uiterlijke invloeden of veranderingen of achteruitgang, die bij onze natuur hoort. Sterven we met ons hart, dan is het pas goed mis. Omgekeerd, leven we geestelijk, dan kunnen we spreken van bewust leven. (204vv.)
Om liefde te kunnen toelaten en door ons heen te laten stromen is geestelijke bevrijding nodig van onze verslavingen. Liefde komt voort uit bewustzijn en nergens anders door; het is niet iets wat je produceert; het is iets wat jou heeft. Leven is als je alle belemmeringen overboord hebt gezet en met frisse ogen in het huidige moment leeft. “De vogelen des hemels … zij arbeiden niet en spinnen niet.” (Tussen haakjes: hoewel in dit boek niet uitgebreid aangehaald, zweven bepaalde gedeeltes van de bergrede van Jezus het hele boek op de achtergrond: Evangelie van Matteüs hoofdstukken 5 tot en met 7, met parallellen in het Evangelie van Lukas. Het kan geen kwaad die erbij te hebben en een paar keer door te lezen: fantastische woorden!). Het kwaad, de haat en de oorlogszucht zit niet per definitie in ons. Als we niet gewelddadig bejegend worden, zijn we ook niet gewelddadig of op roof uit, citeert de schrijver een andere schrijver en succesvolle opvoeder, A.S. Neill met diens boek Summerhill. Wij zijn niet verdoemd bij voorbaat door een erfzonde die kerkvaders uit de eerste eeuwen van het kerkelijke christendom in de bijbel gelezen hebben en tot dogma verheven. Integendeel, wij kunnen heel veel leren, ook samen, hoe we willen samenleven zonder angst voor elkaar of de toekomst te hoeven hebben. Niet dat alles op rolletjes zal lopen, maar als het misgaat, kunnen we dat deels op rekening van de natuur schrijven, en deels op die van onze vrije wil die we dus niet kwijt geraakt zijn. Want die is de basis van ons bewustzijn. Als we die niet hadden, zouden we nooit verantwoordelijk mogen of hoeven te zijn. Maar we hebben zowel die vrije wil gekregen als een aantal mogelijkheden (binnen bepaalde grenzen) om onze verantwoordelijkheden samen vorm te geven. En dat begint met samen genieten en luisteren. De voeding daarvoor is niet de race om te overleven, of de race om te winnen van anderen. Maar het leren ervaren van het wonder en de wonderen van het bestaan, ieder moment en gratis. Ons bewustzijn kan zo ver groeien dat risico's van leven en dood in fysieke zin ons niet lamleggen, sterker dat ze ons ten diepste niets uitmaken. Al spelen we er niet mee alsof ze helemaal niet meetellen, maar lichthartig. Want geestelijk leven - bewustzijn - komt eerst. En dat dwingt nooit. Zeker niet via de maatschappij en evenmin in onszelf (uiterlijke conflicten hebben altijd een innerlijke oorzaak, zijn een projectie daarvan). Dus we lossen eerst onze innerlijke conflicten op (222vv.).

Ten slotte een lang citaat. Een persoonlijke keuze maar het hele boek is het waard geciteerd te worden. Een lust om te lezen en van veel waarde!
“Iemand heeft eens gezegd: 'De drie moeilijkste dingen voor een mens zijn geen lichamelijke of intellectuele prestaties. Het zijn in de eerste plaats liefde teruggeven voor haat; in de tweede plaats het omhelzen van de buitengeslotene; ten derde: toegeven dat je je vergist.' Maar die dingen zijn doodeenvoudig als je je niet met 'mij' identificeert. Je kunt dingen zeggen als: 'Ik vergis me! Als je me wat beter kende, zou je zien hoe vaak ik het mis heb. Wat verwacht je anders van een ezel?' Als ik me niet identificeer met die aspecten van 'mij' kun je mij niet kwetsen. Aanvankelijk zal de oude conditionering opspelen en zul je gedeprimeerd en nerveus zijn. Je hebt verdriet, je huilt enzovoort. 'Voor verlichting was ik vaak gedeprimeerd; na de verlichting blijf ik maar gedeprimeerd.' Maar er is een verschil: ik identificeer me er niet meer mee. Heb je enig idee hoe groot dat verschil is?
Je treedt buiten jezelf en observeert die gedeprimeerdheid; je identificeert je er niet mee. Je doet niets om haar uit de wereld te helpen; je bent geheel en al bereid met je leven door te gaan terwijl ze door je heen gaat en weer verdwijnt. Als je niet weet wat dat betekent, heb je echt iets om je op te verheugen. En angst? Die komt, en je maakt je nergens druk om. Wat raar! Je bent bang en je maakt je nergens druk om.
Is dat geen paradox? En je bent bereid die wolk welkom te heten, want hoe meer je ertegen vecht, hoe meer macht je eraan toekent. Je bent bereid er in het voorbijgaan naar te kijken. Je kunt blij zijn terwijl je bang bent. Is dat niet bezopen? Je kunt blij zijn in je depressie. Maar je kunt niet de verkeerde opvatting over geluk hebben. Dacht je soms dat geluk uit opwinding of uit kicks bestond? Dat is juist de oorzaak van die depressie. Heeft niemand je dat ooit verteld? Oké, je bent nu aan opwinding ten prooi, maar je plaveit alleen maar de weg voor je volgende depressie. Je hebt je kick, maar in één moeite door krijg je ook de bijbehorende angst: hoe kan ik dit laten voortduren? Dat is geen geluk, dat is verslaving.
Ik vraag me af hoeveel niet-verslaafden dit boek zullen lezen. Als je een doorsnee wereldburger bent, zijn het er maar verdomd weinig. Kijk niet neer op alcoholisten en drugsverslaafden, misschien ben jij wel net zo verslaafd als zij. De eerste keer dat ik een glimp van deze nieuwe wereld opving, was het angstaanjagend. Ik begreep wat het betekende om alleen te zijn, zonder één enkele plek om mijn hoofd neer te leggen, om iedereen vrij te laten en zelf vrij te zijn, om voor niemand bijzonder te zijn en van iedereen te houden, omdat liefde nu eenmaal zo werkt. Zij beschijnt goed en kwaad in gelijke mate: zij laat de regen zowel op zondaren als op heiligen dalen.
Kan een roos zeggen: 'Ik sta mijn geur af aan de goede mensen die mij ruiken, maar ik weiger hem aan slechte mensen te geven?' Of kan een lamp zeggen: 'Ik geef mijn licht aan de goede mensen in deze kamer, maar niet aan de slechte?' Of kan een boom zeggen: 'Ik geef mijn schaduw aan de goede mensen die onder mij rusten, maar niet de slechte?' Dat zijn beelden van de betekenis van de liefde.
Liefde heeft ons altijd recht in het gezicht gekeken vanuit de geschriften, maar we hebben er altijd overheen gezien, omdat we zo geobsedeerd waren met wat onze cultuur liefde noemt, met z'n liefdesliedjes en gedichten. Dat is helemaal geen liefde, maar juist het tegenovergestelde. Dat is verlangen, machtswellust en bezitterigheid. Dat is manipulatie, angst en zorgelijkheid; dat is geen liefde. Ons is verteld dat geluk een gave huid en een vakantieoord is. Daar zit het 'm niet in, maar we beschikken over subtiele manieren om ons geluk afhankelijk te maken van andere dingen, zowel vanbinnen als vanbuiten. We zeggen: 'Ik weiger gelukkig te zijn als mijn neurose niet opduvelt.' Ik heb goed nieuws voor je: je kunt nu meteen gelukkig zijn, mét neurose en al. Wil je nog beter nieuws? Er is maar één reden waarom je niet ervaart wat wij in India anand noemen, gelukzaligheid. Er is maar één reden waarom je nu, op dit moment, geen gelukzaligheid beleeft, en die is omdat je je concentreert op wat je niet hebt. Maar nu, op dit moment, beschik je over alle ingrediënten om gelukzalig te zijn.
Wat Jezus tegen leken en hongerige en arme mensen zei, was gewoon gezond verstand. Hij gaf hun het goede nieuws; ze konden het zo pakken. Maar wie luistert er? Niemand heeft belangstelling; ze zijn liever in slaap.” (78-81).

Evenals de andere boeken van de Mello die besproken zijn op deze site,
Handvol water en De weg van Stilte, zeer aanbevolen.
7 november 2006

Roelof Tichelaar, Boodschappen uit de hemel: Het medium en de contacten met de geestelijke wereld, Kampen (Uitgeverij Ten Have) 2006, 123pp.

Inleiding
Na een eerste kennismaking met de schrijver via een op internet gepubliceerd interview met hem ben ik dit boek gaan lezen. Dit met de bedoeling meer te weten te komen over mediums en contacten met de geestelijke wereld. Een vriendin krijgt boodschappen van engelen en soms is zij het medium voor boodschappen aan anderen in haar omgeving. Mijn vraag is eigenlijk: kun je oor en oog krijgen voor de boodschappen uit de geestelijke wereld en hoe kun je met die boodschappen omgaan.

Overzicht van de inhoud van het boek
Het boek is heel transparant en praktisch opgebouwd. De schrijver gebruikt zijn eigen ervaring om de lezer te informeren hoe iemands pad in de geestelijke wereld er uit kan zien. Heel duidelijk en heel consequent door het hele boek heen geeft hij steeds aan dat ieder in dit leven en in de contacten met de geestelijke wereld een eigen weg heeft en daarin keuzes maakt. Er is niet één waarheid die voor ieder dezelfde weg voorschrijft.
Het eerste deel van het boek gaat over de kennismaking van de schrijver met de geestelijke wereld, hoe het bij hem begon en hoe hij boodschappen en signalen leerde onderkennen en begrijpen.
In het tweede deel geeft hij zijn kennis aan de lezer door. Ook hij heeft die kennis opgedaan door contacten met mediums en met anderen die ontvankelijk zijn voor de signalen uit de geestelijke wereld. Hij geeft zijn uitleg van de wet van de levenskracht en hoe die kracht gevoed wordt of uitgeput. In dit deel komt heel de visie van de schrijver op het doel van ons leven en van onze dood tot uitdrukking. Ook geeft hij er helder de informatie weer die hij heeft over de verbinding met Gods geestenwereld (wat daarover staat in het Oude en Nieuwe Testament). En hij gaat in op hoe in het traditionele christendom de banden met de geestenwereld goeddeels doorgesneden zijn. “De lessen vanuit de geestelijke wereld zijn altijd afgestemd op het hier en nu en - in persoonlijke doorgevingen - op de mens die ze ontvangt.” De boodschap van de Bijbel is (hoe waardevol ook) daarmee vergeleken statisch (p. 48).
In dit deel gaat de schrijver ook in op het spiritisme van vandaag de dag. De schrijver legt indringend uit hoe onderscheid gemaakt kan worden tussen het contact met Gods geestelijke wereld en het contact met de geesten van overledenen. Hij gebruikt hier veel van wat hij overgeleverd heeft gekregen van Johannes Greber. Met name dit deel helpt om de contacten met geesten (engelen of mediums) die in je kennissenkring tot stand (lijken te) komen te begrijpen. Zelf kun je met behulp van dit materiaal en de voorbeelden van de schrijver daar je weg in vinden.
In het derde deel laat de schrijver met voorbeelden zien hoe hij communiceert met de geestelijke wereld. Soms gevraagd, door middel van gebed, geconcentreerd op een situatie waarin hij iemand wil helpen weer zijn/haar levenskracht te vinden. Soms ongevraagd, het initiatief gaat dan uit van de krachten in de geestelijke wereld, waarbij de schrijver een boodschap krijgt waarmee hem zaken in de geestelijke wereld geopenbaard worden. Zo heeft de schrijver heeft ook de opdracht ontvangen om anderen te informeren over de geestelijke wereld en de liefde van de Geest. Dit boek is voor hem een middel om dit te doen.
Realiseert het boek dit door de schrijver beoogde doel?
Voor mij in elk geval wel. Het is zo duidelijk en met liefde geschreven en zo niet bevoogdend dat je de informatie en wilt gebruiken om de geestelijke wereld deel van je leven te laten zijn. De schrijver is er van overtuigd, en dit wordt onderbouwd met voorbeelden uit zijn ervaringen met de geestelijke wereld, dat er voor ieder mens een eigen weg is. Het kan dan ook niet zo zijn dat degene, die meer weet dan de nog onwetenden, aan hen een weg voorschrijft. Niet eerder ben ik een boek tegengekomen tussen alle literatuur op het terrein van spirituele groei dat zo consequent de lezer begeleidt op zijn eigen pad. Het boek laat zien hoe je het eigen pad stap voor stap kunt gaan ontdekken en hoe je de geestelijke wereld en mediums daarbij kunt gebruiken. Of hoe je zelf een medium kunt zijn. Het boek is inspirerend door de liefdevolle wijze waarop het is geschreven, in heel toegankelijke taal.
Naast alle boeken die verschijnen op het gebied van spirituele groei, naast alle keren dat mediums zich voor ons manifesteren is dit een actuele aanvulling. Dit omdat in het boek zo helder uiteengezet wordt hoe de Geest en de geestelijke wereld zich verhoudt met de bestaande kerkelijke wereld. Steeds vaker zien we de (huidige) kerkelijke wereld een uitstapje maken naar iets actueels op spiritueel terrein. Dit boek kan ook kerkelijk georganiseerde mensen helpen contact te maken met de Geest en met de geestelijke wereld en zo te helpen om vat te krijgen op het doel van dit leven en onze dood. Mogelijk leidt dit tot een tegenstelling met 'De Kerk' maar tegelijk met een diep ervaren van de liefde van de Geest.
Tot slot
Het is een boek om bij de hand te houden als liefdevolle ondersteuning bij het eigen pad in dit leven met de vragen over leven en geestelijk leven. De schrijver heeft, met zijn eigen weg als voorbeeld, dat wat hij weet over de geestelijke wereld zo verwoord dat het een inspirerende informatiebron is om de signalen uit de geestelijke wereld voor de lezer te verhelderen. Het boek is werkelijk ondersteunend voor het begrip krijgen voor de geestelijke wereld en voor het omgaan met signalen uit die wereld. Zo kan de 'geestelijke wereld' een plek te krijgen in je leven.
Nel Knip, 13 november 2006

Paul Liekens en Marcel Hermsen, Maya-tijdsbeleving en NLP: Groeien met hulpbronnen van de zon, Deventer (Uitgeverij Ankh-Hermes) 2006, 110pp.

Inleiding
Paul Liekens, de bekende schrijver op het gebied van (NeuroLinguistisch Programmeren en) persoonlijke ontwikkeling brengt door middel van dit boek de Maya -tijdsbeleving onder de aandacht van zijn lezersgroep. Met het boek wil Paul Liekens samen met Marcel Hermsen, de kenner van de Maya-tijdsbeleving voor lezers een inspirerende aanzet geven om kennis van de persoonlijke energiebronnen uit het stelsel van zonnezegels, kleur en toon uit de Maya-tijdsbeleving in samenhang met NLP oefeningen zijn werk te laten doen in de persoonlijke bewustwording en groei.
Inhoud van het boek
Het boekje geeft in kort bestek nog eens weer welke plaats de schrijvers toekennen aan 'de ervaring' in het leven van een mens. Met heel weinig woorden wordt gewezen op de synchroniciteit met de kwantumfysica en met NLP. Een zeer beknopt overzicht van de M- tijdsbeleving waarin HUNAB KU die Ene zich manifesteert in een cyclische beweging. Zoals we kennen van Paul Liekens houdt hij ervan om de zaken waarover hij schrijft in gestructureerde concepten weer te geven. Ook de cyclus van de Maya-tijdsbeleving leent zich voor schematische weergave. Het is een cyclische tijdsberekening in combinatie met de zienswijze van de Maya's (zoals door de schrijvers gebruikt): “Ik ben een andere jij”. De mensen en gebeurtenissen om je heen zijn een reflectie van eigen gedrag en overtuigingen. De schema's van de zonnezegels geven dan ook de persoonlijke groeimogelijkheden aan. De combinatie met NLP wordt gemaakt door (groei)oefeningen uit het NLP arsenaal in dit boekje weer te geven. Kort samengevat zou je kunnen zeggen dat het boek een bepaalde vorm van astrologie is in combinatie met (cognitieve)oefeningen om je persoonlijke gedrag anders te richten.
Voor welke lezersgroep is het boek relevant?
In het gebied van spirituele en persoonlijke ontwikkeling is zijn bij voortduring nieuwe impulsen nodig. De persoonlijke groei lijkt onverzadigbaar in de zoektocht naar nieuwe impulsen buiten ons zelf. Zo ook voor de schrijvers van het boek. Voor lezers die een heel snelle kennismaking met de tijdsbeleving van de Maya's zoeken levert dit boek wellicht een inspirerend begin, maar het is erg onvolledig omdat het uit de culturele context van de Maya's wordt gehaald.
Naar mijn mening wordt er snel overgestapt naar het uitnutten van het gebruik van de zonnezegels in ons westers denken over persoonlijke groei. Wellicht is het voor de zoekers naar persoonlijke groei weer een impuls. De schrijvers maken de kennis van de zonnezegels nuttig in ons westers denken, onze overtuigingen en dus in ons gedrag van 'de volgende keer, de volgende dag. Met deze kennis kunnen we (nog meer) regisseur zijn van ons eigen leven. Uit hun beschrijving van het Maya-tijdsdenken begrijp ik dat de Maya's uitgaan van de ervaring van het 'nu' die tot stand komt door de combinatie van het moment van het zonnestelsel waarin je geboren bent en het huidige moment van de cyclische kalender van het zonnestelsel. De bewustwording van de Maya's van de Ene wordt gekoppeld aan regie en groei door de schrijvers van het boek, dit op basis van NLP kennis en overtuiging. Wat de Maya tijdsbeleving betreft denk ik dat daarmee onrecht wordt gedaan aan het doorwrochte concept waar een hele cultuur op gebaseerd is. De lezer die net iets meer wil dan de astrologie in de Metro en de Spits, waar we ook uit kunnen putten om onze (werk)dag te regisseren, of onze persoonlijke groei kan met dit boek een paar avonden vullen. Hoewel de oefeningen met NLP voor de niet gecoachte leek dan weer teleurstellend zullen zijn.

De eerste bladzijden van het boek zijn inspirerend, aanstekelijk ook door de schrijfstijl. Het enthousiasme spettert er af. De snelle combinaties met NLP en kwantumfysica maken wellicht dat de lezer een idee van waarheid krijgt. Hoewel de schrijvers expliciet uitleggen dat DE waarheid een illusie is wordt door de schrijfstijl en argumentatie een indruk van het tegendeel gevestigd. Het idee van waarheid nodigt uit tot oefenen. Ideeën daarvoor worden aangereikt. Het tweede deel met de oefeningen zou dan ook meer beoordeeld kunnen worden vanuit toepasbaarheid. Ieder die oefent met eigen gedragsveranderingen, na bewustwording van de eigen overtuigingen (en dat er een andere weg naast die overtuiging mogelijk is) weet dat het ingewikkelder ligt dan het nog een keer doen van de oefening. Dit laatste wordt aanbevolen in het boekje. Dit is echt wel erg kort door de bocht. Dit deel van het boekje levert daarom weinig nut.
Levert dit boekje toegevoegde waarde naast alle boekjes en tijdschriften op dit gebied?
Het eerste deel van het boekje is lekker leesbaar voor een korte treinreis waarin je jezelf een plezier wilt doen met iets inspirerends. Het tweede deel van het boekje levert geen meerwaarde op het gebied van de NLP en het krijgen van regie op het pad van bewustwording en persoonlijke groei. Eerst moet je rekenwerk verzetten om te weten onder welk zonnezegel je geboren bent. De uitkomst is verheugend, want net als bij andere astrologie, het levert herkenning voor eigen gedrag of wensen voor gedrag. Dan moet je weer rekenen om te zien op welke energielijn je vandaag de dag zit en dan moet je nog aan het oefenen. Maar wellicht kan een eerste oefening je verder brengen op het pad van NLP.
Tot slot
Al met al vind ik dat de titel van het boekje toch wel iets meer doet verwachten dan het brengt. De wijze waarop de Maya-tijdsbeleving en de kalender worden beschreven is erg kort door de bocht en de koppeling met NLP is wellicht voor de beide schrijvers inspirerend gezien hun achtergrond en overtuiging maar levert voor ondergetekende weinig inspiratie. Gelukkig zijn er meer wegen om te groeien met hulpbronnen van de zon.
Nel Knip, 13 november

Pieter Dewever, Het OPUS DEI COMPLOT: een onthullend onderzoek, Den Haag (Synthese) 2006, 191pp.

Het Opus Dei is een nog vrij nieuwe rooms-katholieke orde die de tweede helft van de vorige eeuw opzien baarde door de geheimzinnigheid waarin zij zich hulde, ondanks ontkenning van het tegendeel. In dit boek zet de auteur uiterst bekwaam en boeiend de gegevens op een rijtje die de achtergrond en het gedrag van Opus Dei betreffen en verklaren. Gewoon een uiterst rechtse organisatie, gebaseerd op absolute gehoorzaamheid aan de leiding, georganiseerd volgens een bijpassende hiërarchische opbouw, leden rekruterend uit gegoede of liever rijke milieus in vele Europese landen.
Zij weet door goed beheer van contacten, en door een netwerk van stichtingen, BV's en andere organisaties, alsmede door overigens legale transacties daartussen een imperium op te bouwen dat zich bezig houdt met allerlei industrieën en opvoedkundige bezigheden, waaronder uitgeverijen en studentenhuizen. De laatste vormen de bron van nieuwe aanwas, de eerste van inkomsten.
Duidelijk is vooral dat deze organisatie zich weinig gelegen laat liggen aan officiële wetten en regels, of liever dat het zich daaraan even gemakkelijk weet te onttrekken als andere multinationals.
Al lezend krijg je een heldere indruk van de zwakke kanten van deze op het eerste oog wat saaie organisatie, onder meer aan de hand van feitelijke informatie die verstrekt is door uitgetreden leden. De auteur is uitgever van de Belgische uitgeverij “Aqua fortis” die onder meer een kritisch boek over de nieuwe paus uitgaf (de titel is Pappa Razzi). De auteur combineert deskundig en objectief allerlei informaties en scheidt daarbij de betrouwbare van de minder betrouwbare bronnen. Een sterk onderdeel is dat hij de gegevens steeds in veel ruimer perspectief zet wat veel kwaliteit toevoegt. Bovendien is de stijl heel helder en prettig zodat het boek leest 'als een trein'.
16 november 2006


Retour naar overzichtspagina gelezen teksten


Google
"To Serve Divine Wisdom, in Full Awareness of Death and Life
Waiting for Her unmistakable Signs,
Tapping from and Revering the Source of True Healing, the Kingdom of Complete Eternity
Manifesting Always through All Polarities and Changes Here and Now" (Kalliopeia)

Ieder apart wezen compleet en diep één met zijn eeuwige grond, verbonden in één gewaar-zijn


URL: http://www.bk-books.eu/lezen29.html
Version 5 = latest revision of 21 November 2006 (Version 1: 15 September 2006)
© 2006 Boudewijn Koole; copying admitted
in case acknowledgement is provided (at least reference to site: www.bk-books.eu and with link to url (unique resource location or web-address) of the text copied or referred to; if wished so with your valuation)