Geweldloze communicatie: Ontwapenend en doeltreffend: Nieuwe, uitgebreide en volledig herziene editie, Met een voorwoord van Arun Gandhi, Vertaald door Pieter van der Veen en Chiel van Soelen, Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 226pp.
De artsenij - Het woord Gods: Bloemlezing uit het werk van Paracelsus door dr. Klaus Bielau,[ Vertaling C.M.C. Bersee-van den Berg,] Haarlem (Rozekruis Pers) 2006, 181pp., ISBN 90 6732 325 x
Al met al dus een waardevol boek. Want het laat ook zien wat je wél kunt met teksten uit de heilige boeken van gelovigen. En dat het zinnig is je daar mee bezig te houden, en erg leuk! Omdat je er goed aan doet je eigen standpunt niet te verabsoluteren, en niet al te zwaar te nemen!
Dat rotgodje is een zelfbedacht eng wezentje dat fundamentalisten voor de echte God houden, en op grond waarvan ze enge dingen menen te moeten doen, en die dan ook nog rechtvaardigen. Zoals het voeren van heilige oorlogen of het ombrengen van tegenstanders van het eigen geloof of liever van het eigen gelijk (concrete voorbeelden kennen we uit ons recente Nederlandse verleden). En Kuijer - zelf ook niet vies van het innemen van stevige standpunten - laat zien dat er toch ook andere mensen zijn, en een andere God van wie hij suggereert dat die wel bestaat, maar dat nog niet weet. (104v.)
Dat Kuijer duidelijke standpunten en visies ten beste geeft, is overigens verklaarbaar tegen de achtergrond van het feit dat hij zo duidelijk laat zien dat spreken ex cathedra - alsof je bij voorbaat gelijk hebt - dwars staat op iedere mogelijkheid van groei naar volwassenheid. Hij nodigt inderdaad uit tot gesprek, tot nadenken en tot menselijkheid. Ik vind zelf dat hij op één punt nog wat verder had kunnen en moeten gaan. Misschien had hij op dat punt nog niet de goede literatuur of de goede raadgevers tot zijn beschikking: over de geschiedenis van het patriarchaat waarvan de geschiedenis van God merkwaardigerwijs deel uit maakt. Want de strijd tussen recht en barmhartigheid die hij beschrijft, was er een die paste binnen het opkomende patriarchaat waarin het geschreven recht belangrijk werd, samen met de opkomst van het schrift en de grote rol (en macht) voor schrijvers en schriftgeleerden en schriftuitleggers! Wat dit betreft kan hij terecht bij verschillende teksten die op deze site genoemd worden, zoals die van Annine van der Meer over het 'moederland' (de tijd voor het patriarchaat) en van Lisette Thooft (over de verhouding van man en vrouw in achtereenvolgens matriarchaat, patriarchaat en in de toekomst). Die werpen nog meer licht op de geschiedenissen die hij beschrijft, bijvoorbeeld die van de profeet Elia.
Guus Kuijers erg goed geschreven boek sleept je van begin tot eind mee en geeft je ook een steuntje in de rug als het er om gaat wat denken of praten over God, of je nu gelooft of niet, werkelijk kan betekenen in een tijd waarin die vraag actueler is dan we denken. Beslist lezen. En dan gewoon je eigen stappen zetten, dezelfde of andere en verdere!
21 november 2006
Stolp behandelt de belangrijkste wereldgodsdiensten vanuit een speciaal perspectief, dat van de evolutie. Hij spreekt nadrukkelijk van een esoterische visie die hier achter zit. We weten ook uit de verwijzingen en uit zijn andere publicaties dat hij veel inzichten put uit de geschriften van Rudolf Steiner. Dat geldt zeker van dit boek. Die visie is buitengewoon interessant en komt er op neer dat de grote religies allemaal een eigen functie hadden op het moment dat zij ontstonden, maar dat hun tijd voorbij is. Er zullen geen grote religies in die zin meer komen. Want de tijd is nu gekomen dat de evolutie verder gaat via de geestelijke ontplooiing van individuen, van binnenuit. Dit is ook het perspectief achter het boek van van den Brink, maar die vult dat transformatieproces in zoals dat door ons mensen van nu en in deze omgeving doorgemaakt kan worden. Stolp zegt dan ook aan het eind van zijn boek dat het boek van van den Brink begint waar zijn boek ophoudt.
De opmerkingen die Stolp maakt over de verschillende grote religies - ook de oosterse - vind ik erg de moeite van het lezen waard. Omdat hij zo boeiend allerlei zaken aan de orde stelt die op een of andere manier van belang kunnen zijn als wij proberen uit alle religies te halen wat er in zit. En hij weet met meesterhand vooroordelen om te buigen in uitdagingen en kansen, bijvoorbeeld in zijn behandeling van de islam.
Stolp geeft in zijn inleiding nadrukkelijk aan dat zijn weergave niet opgevat mag worden als een compleet en afgerond beeld. Laten we ook op dit punt duidelijk zijn: het is een samenvatting en uitwerking van een esoterische visie op de geschiedenis. Het is niet een zuiver historische benadering en weergave, al suggereert de formulering dat hier en daar wel. Wat het boek vooral niet doet, is een een beeld bieden van de concrete uitdagingen die het praktische samenleven van mensen van allerlei religies in onze wereld - in het groot en in het klein - inhoudt. De wereld is op dat punt echt ongelooflijk veel ingewikkelder dan in dit boek wordt voorgesteld, zeker als je denkt aan de samenhang van religieuze met allerlei maatschappelijke en culturele tegenstellingen. Maar de aanwijzingen die Stolp geeft voor het omgaan met die tegenstellingen, zijn niettemin erg de moeite waard.
Duidelijk is dat hij vooral mikt op lezers die aan de traditionele kerken weinig steun meer hebben in hun persoonlijke leven. Hij vindt dat zij zich door zijn evolutionaire (esoterische) visie gesteund kunnen weten in hun weg van persoonlijke transformatie, een weg waarover hijzelf in andere publicaties en waarover ook van den Brink in haar nieuwe boekje vervolgens veel meer zeggen. Hij geeft ook aan wat hij met die weg bedoelt. Opvallend daarbij is wel dat de invulling daarvan dan vervolgens toch vooral christelijk is, en Westers en tamelijk Europees. Ook daarin is hij een navolger van Steiner. En terwijl de Westerse esoterische traditie van de antroposofie (net als de theosofie) vanaf de negentiende eeuw wel geprobeerd heeft iets van de oosterse religies te leren, blijkt uit het feit dat het doel van de transformatie als nog te bereiken wordt voorgesteld een duidelijk Westerse benadering. In het Oosten is de tijdsopvatting immers anders. Maar ik zal deze auteurs hierop niet vastpinnen want zij komen deze vragen ongetwijfeld tegen in de contacten met hun lezers: is er dan nu al niet een begin van bereiken aanwezig en misschien zelfs al een volledig besef ervan? Veel mensen ontdekken dat in het nu de volledige kracht van dat wat in het Westen altijd werd voorgesteld als ver in de toekomst liggend doel al aanwezig is, vergelijk een boektitel als De kracht van het nu. Een gedachte die ook bij Westerse mystici voorkwam. Is het Koninkrijk al niet aanwezig, ook al ziet (nog) niet iedereen het? Een punt dat in beide hier besproken boeken wat minder aan de orde lijkt te komen dan in andere boeken van dezelfde auteurs, is het directe contact met de geestelijke wereld. Hier wordt het herstel van dit contact meer in het evolutionaire perspectief uitgelegd (Stolp) en in het perspectief van de persoonlijke transformatie (van den Brink). In beide gevallen blijft nogal in het midden waarin dit contact nu precies bestaat. Het lijkt vooral te gaan om innerlijk sterker worden, een beter contact met je intuïtie hebben. Dat vind ik overigens al erg waardevol. (Toevoeging april 2007: Stolp behandelt diverse aspecten van innerlijke transformatie diepgaand in zijn ook op deze site besproken luisterboek Eerlijk kijken naar jezelf.)
Omdat ik vermoed dat ook in de toekomst nog een zwaar beroep op alle mensen gedaan zal worden om onderling solidair te blijven, of te worden, vind ik de nadruk op het individuele transformatieproces als een speerpunt van de evolutie (ontleend aan Steiner) een beetje eenzijdig. Ik ben het eens dat wij zonder dat proces geen volwassen individuele bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij en aan de wereld en de kosmos, maar de harde realiteit is nu eenmaal dat groepen in de maatschappij een belangrijke functie hebben en dat wij ons van die maatschappelijke en politieke functie heel goed bewust moeten zijn, zowel om onszelf te beschermen als om op effectieve wijze anderen ten dienste te kunnen zijn. De geestelijke ontplooiing van individuen en de weg naar de vrijheid vinden immers niet (alleen) buiten maar (altijd ook) in de samenleving plaats, zoals we allemaal uit eigen ervaring weten. Het is van groot belang op de hoogte te zijn van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Al doen we er goed aan "innerlijk" en "uiterlijk" noch te verwarren noch geheel los van elkaar te maken.
Deze nieuwe editie, volledig herzien, uitgebreid en met een andere vertaler dan in de eerste Nederlandse editie, verschijnt in het jaar dat het Centrum voor Geweldloze Communicatie in Den Haag haar tienjarig bestaan viert. De activiteiten van het centrum laten zien dat er behoefte is aan deze methode van communicatie (www.geweldlozecommunicatie.nl ). Het boek is een goede handreiking voor de kennismaking met het gedachtegoed van Marshall Rosenberg, zijn visie op de communicatie met jezelf en met anderen en de uitwerking daarvan in ons gedrag. Een recensie kan helpen om de groep van lezers te vergroten en zo meer mensen te bereiken om daadwerkelijk Geweldloze Communicatie te praktiseren.
De inhoud van het boek
Het eerste hoofdstuk van het boek geeft in vogelvlucht weer waar de methode Geweldloze Communicatie uit bestaat en vanuit welke visie op de mens Rosenberg werkt. De hoofdstukken die volgen gaan uitgebreid in op de elementen die in het eerste hoofdstuk al zijn aangereikt. Het gaat om je duidelijk uitdrukken door middel van vijf elementen: waarneming, gevoelens, behoeften, verzoek, mededogen. En ook: je inleven in de ander door middel van de vijf elementen. Communicatie met jezelf en met anderen is bij Rosenberg gebaseerd op: uiten = geven(van uit je hart), ontvangen = luisteren (met mededogen). Rosenberg baseert zijn methode en visie op communicatie op: het licht van je bewustzijn richten op de waarneming, gevoelens, behoeften en het verzoek. Een oordeel over gedrag of de persoon is daarbij levensvervreemdend. Elk mens verdient respect ongeacht het feitelijke gedrag. De dichtregel van Rumi geeft dit het beste weer: “Voorbij goed en kwaad ligt een andere dimensie. Daar zal ik je ontmoeten”(p. 31). Het hele boek laat zien dat geweldloze communicatie meer is dan het toepassen van een methode. In feite is het een stijl van leven.
Voor wie is het boek interessant?
Het boek is interessant voor al diegene die in hun werk en in hun naaste omgeving te maken hebben met geweld, agressiviteit en misverstanden in communicatie. Of met communicatie die nergens over gaat, een 'praatje voor de vaak' terwijl de wezenlijke kwestie niet wordt aangeroerd.
Het boek is ook interessant voor diegenen die bewust in het leven staan en dit bewustzijn een plek willen geven in hun dagelijks handelen. Ik denk daarbij aan mensen die non-dualiteit praktiseren. In het boek Non-dualisme van Philip Renard beschrijft hij dat er nog een weg te gaan is om volwassen te worden met je eigen behoeften en (kinderlijke)gedragsmogelijkheden nadat je je bewust bent geworden van het “ZELF”, je die realisatie hebt ervaren. Voor het gaan van deze weg kan het boek Geweldloze Communicatie een bijdrage leveren. Ook de navolgers en bewonderaars van Thich Nhat Hanh, zie bijvoorbeeld het boek Iedere stap is vrede, vinden in dit boek van Rosenberg een wereld van aanstekelijke voorbeelden.
De toegevoegde waarde naast het vele andere materiaal over communicatie
De toegevoegde waarde van het boek Geweldloze Communicatie, naast veel andere literatuur over communicatie, is het aanroeren en met voorbeelden illustreren van het gegeven dat er onder de techniek van 'zenden en ontvangen' - waarbij de boodschap (het wat) ingepakt wordt in aspecten (relationeel, expressief, appelerend en procedureel) - nog een wereld schuil gaat. Juist deze wereld kan als wij die exploreren, ons vreugde opleveren.
De leesbaarheid van het boek
Het boek leest als een trein. Het is aanstekelijk door de voorbeelden die in verhalende vorm worden weergegeven of expliciet als dialoog. De hoofdstukindeling is gebaseerd op de elementen van de methode. Grafisch worden de belangrijkste aspecten per hoofdstuk in aparte blokjes weergegeven zodat je snel iets terug kunt vinden. Het voorbeeldmateriaal bestaat uit een bonte verzameling van casuïstiek uit de trainingen en het dagelijkse leven van Rosenberg. Het zijn herkenbare situaties. De hoofdstukken worden afgesloten met een korte oefening en een uitgewerkte dialoog als voorbeeld van het element dat behandeld is in het betreffende hoofdstuk. Het boek levert ook lijsten met woorden die gevoelens, interpretaties van gedragingen en menselijke basisbehoeften weergeven. Deze woordenlijsten werken als handreiking om zelf verder te oefenen en helpen om het gelezene op je te laten inwerken.
Levert het boek een bijdrage?
Geweldloze Communicatie leert ons, om ons op een andere manier uit te drukken en naar anderen te luisteren. Het doorbreekt oude gedragspatronen, onszelf en anderen in een nieuw licht te zien en waar te nemen zonder te oordelen. Levert het boek hieraan een bijdrage?
Terwijl je leest komen je eigen voorbeelden te voorschijn en zie je ook mogelijkheden om het een volgende keer anders te doen. Elk hoofdstuk inspireert om naar het volgende hoofdstuk te gaan.
Het boeiende van het boek is dat er evenveel aandacht wordt geschonken aan de manier waarop we met onszelf omgaan en de valkuil die daar altijd op de loer ligt, verstrikt raken in moralistische zelfveroordeling, en hoe we met de ander omgaan. De twee onderdelen van het model (1. ons helder uitdrukken doormiddel van de vijf elementen en 2. ons inleven in de ander door middel van het model) worden steeds geïllustreerd en uitgelegd met behulp van de voorbeelddialogen. Voor mij als lezer leidt dit tot een beter begrip en beter hanteerbaar zijn van mijn 'rode knoppen'. Het helpt werkelijk om te stoppen met classificeren, analyseren en vaststellen in hoeverre iets fout is bij ons zelf of bij de ander. Het verschaft inzicht in ons 'ik moet ….'-gedrag.
Het element 'mededogen' (hoofdstuk 7 en volgende) is waarschijnlijk het moeilijkste element om te praktiseren. Maar zonder dat is de cirkel niet rond. Rosenberg geeft ook aan dat het heel moeilijk is op te brengen onze volledige aandacht te richten op de boodschap van de ander of op onze eigen behoefte aan mededogen. De literatuur en trainingen van Thich Nhat Hanh en Philip Renard en ook Henri Nouwen in bijvoorbeeld Open uw hart besteden hier ook veel aandacht aan. Rosenberg memoreert in zijn boek een uitspraak van Simone Weil die het vermogen om met mededogen aanwezig te zijn een 'wonder' noemt (p. 108). Juist in dit heel moeilijke gebied geeft het boek stap voor stap hanteerbare voorbeelden en instrumenten om mee aan het werk te gaan.
Tegen het eind van het boek, in hoofdstuk 12, worden handreikingen gegeven om jezelf vrij te maken van conditioneringen in denkpatronen en in je gedrag. Dit is het minst uitgewerkte hoofdstuk. Het onderwerp wordt aangesneden en wat kort door de bocht behandeld. De wijze waarop de voorbeelden worden behandeld geven mij de indruk dat de schrijver hier wat snel doorheen wandelt. Als iemand op dit gebied iets wil lezen, ervaring op doen, dan is het boek van Byron Katie Vier vragen die je leven veranderen (over haar en haar werk zie ook www.thework.com ) meer aan te bevelen.
De prijs van het boek
Het boek kost € 19,50. Voor wie nog in guldens omrekent nog steeds een behoorlijk bedrag. Maar als je ziet welke schat aan oefenmateriaal en inzicht je ontvangt door dit boek te lezen dan is het zijn prijs zeker waard.
Realiseert het boek de doelstelling?
Het boek is werkelijk ontwapenend en doeltreffend. Ik heb me geen moment verveeld bij het lezen en ben meteen gaan oefenen vooralsnog in kleine situaties. Alleen al het met de inzichten uit dit boek bewust kijken, voelen, luisteren naar je communicatie-inspanningen is een eye opener. Zelfs voor iemand die met communiceren en anderen helpen te communiceren het dagelijkse brood verdient.
Welke teksten van Paracelsus zijn te vinden in deze bloemlezing?
Het voorwoord in het boek geeft beknopt maar helder een korte beschrijving van het leven van Paracelsus. Het voorwoord legt goed uit in welke situatie, in welke tijd Paracelsus leefde en werkte. “Hij kondigde het einde aan van de in dogma's verstarde wetenschap van de Oudheid en de Middeleeuwen en introduceerde zijn geneeskunst gebaseerd op ervaring”. Paracelsus was geïnteresseerd in het wezenlijke achter de stoffelijke dingen. Hij vecht tegen gemakzucht en onkunde en eigenbelang van de gevestigde artsenij en hogescholen. Hij vindt de ervaring bij de behandeling van zieken, dat wat de natuur voortbrengt aan planten en hoe die te gebruiken, belangrijker dan wat als zogenaamde kennis in boeken staat, maar niet op ervaring gebaseerd is. Het materiaal in de teksten geeft heldere uiteenzettingen van de argumentatie van Paracelsus op veel verschillende gebieden in de geneeskunde en in zijn filosofie. De bloemlezing geeft een mooi inzicht in de breedte van het gebied waarover Paracelsus zich verwonderde en nieuwe inzichten leerde aan zijn leerlingen.
De bloemlezing begint met teksten uit het Paramirum (ongeveer: het hoogst wonderbaarlijke). In de noten op p. 178 staat dat deze teksten de moeite waard zijn gelezen te worden door naar levensvernieuwing zoekende mensen. Ik kan het daar roerend mee eens zijn. De teksten helpen ook enorm om de daarop volgende teksten een plaats te geven in het geheel van materiaal dat in de bloemlezing staat. De daarna volgende hoofdstukken spitsen zich toe op bepaalde gebieden: de oorsprong van ziekten, de werkingen van het onzichtbare, de vier gronden van de artsenij ( filosofie, astronomie, alchemie en rechtschapenheid), het labyrint van de artsen (hier komt in het bijzonder de rol van de ervaring naar voren) en de pest (in die tijd een epidemie waar veel bijgeloof bij kwam kijken).
Welke boodschap, welke nieuwswaarde is in de teksten te vinden?
Meteen in het eerste hoofdstuk waar Paracelsus uitleg geeft over de vijf entia wordt je als lezer mateloos geboeid. Volgens hem heeft de arts de opdracht in te zien wat een ens is: “een oorsprong of een ding, dat een onbeperkte macht over het lijf bezit” (p. 20). Hoewel ik volstrekt niet ingevoerd ben in dit begrip, zou ik willen dat de artsen van onze tijd hier studie van maakten en als ik ziek was mij hier iets over konden vertellen. Van datgene wat Paracelsus met de entia inbrengt, vind je tegenwoordig nog een en ander terug in wat wij alternatieve geneeskunde noemen. Echter eigenlijk nergens zo helder uiteengezet als in deze teksten. Paracelsus geeft goed aan hoe je kwakzalvers kunt onderscheiden van ware artsen. Kwakzalvers kunnen artsen zijn die een opleiding hebben gehad aan de hogescholen en universiteiten of gewoon kwakzalvers die zichzelf verrijken ten koste van een zieke. De hele bloemlezing door komt dit te maken onderscheid naar voren (rechtschapenheid en liefde voor de zieke medemens). Kennis van de teksten van Paracelsus zou ons kunnen helpen in het vormgeven van onderzoek naar de op ervaring gebaseerde bijdrage aan gezondheid en behandeling van ziekten van de gevestigde wetenschap maar evenzeer van de alternatieve geneeskunde.
Het is opvallend dat in Nederland eigenlijk geen gezondheidscentra te vinden zijn die de naam van Paracelsus voeren. In Duitsland wel, en als je op de websites van die organisaties kijkt dan zie je dat deze heel veel informatie verschaffen over hun kwaliteit, transparant zijn in de bereikte resultaten. In Nederland beginnen we daar nog maar mondjesmaat mee.
In de teksten in het hoofdstuk over het 'onzichtbare' komt onder andere het tijdloze van Paracelsus' ideeën komt goed naar voren. Zijn inzichten kunnen ons helpen een oordeel te vormen over gebedsgenezing, genezende krachten van heiligen en heilig verklaarde medemensen.
In de bloemlezing staan ook teksten van Paracelsus over de vrouw. Deze teksten leveren een opmerkelijk inzicht. “De hemel heeft zijn lagere en zijn hogere sferen en omsluit deze beide, zodat niets sterfelijks, niets wat sterfelijk en vergankelijk is, eruit komt in dat buitenste rijk, ... Maar de kleine wereld is de mens. Er is nog een wereld, de allerkleinste. Dat is de baarmoeder. Voor de vrouw geldt een andere anatomie en theorie, op haar zijn andere besluiten en gedachten en handelwijzen van toepassing … De leer van de wereld is de basis van deze wetenschap. Het is de leer van de vier elementen in hun moeder. Dan komt de leer van de mens, van de overeenkomst tussen microkosmos en macrokosmos. Op de derde plaats tenslotte komt de leer van de vrouw. (pp. 59-60)” Weliswaar kennen we natuurlijk in de geneeskunde specifieke onderzoeken naar ziekten bij vrouwen, maar dit is toch iets anders dan waar Paracelsus over schrijft. De afgelopen decennia is heel veel in de maatschappij er op gericht geweest te argumenteren dat man en vrouw 'gelijk' zijn. Natuurlijk heeft ons dat veel gebracht op het gebied van emancipatie van de vrouw. Maar veel onopgeloste vraagstukken waarom bepaalde ziekten vaker bij de vrouw voorkomen en de positie van vrouwen in de gezondheidszorg (als werker in de zorg en als patiënt of cliënt) zouden opnieuw bezien kunnen worden vanuit deze gedachtegang van Paracelsus.
De uitleg van Paracelsus in de teksten over de pest en over astronomische profetieën zijn liefdevol en indrukwekkend. Als wij met de inzichten van Paracelsus zouden kijken naar allerlei publicaties over de invloed van de stand van de maan, zon en sterren zouden deze publicaties ons meer levensvernieuwing brengen dan ze zonder deze inzichten doen.
Voor wie is het boek relevant?
Het boek is relevant voor ieder die geïnteresseerd is het brede terrein van geneeskunde, de eigen bewuste rol van de patiënt daarin en de claims die verschillende groeperingen in de maatschappij menen te mogen leggen op hun kennis en kunde en de kostprijs daarvan en de wijze waarop de gezondheidszorg is georganiseerd. Er is meer onder de zon dan de ook nu weer gangbare dogma's.
De opbouw van het boek maakt het intrigerend om het te lezen, het schetst de filosofie waarmee Paracelsus werkt en daarna wordt een en ander op basis van concrete vraagstukken uitgelegd. Paracelsus is ook nu nog een heldere leermeester.
De bloemlezing is maar een klein gedeelte van het omvangrijke werk van Paracelsus maar geeft een goed inzicht in de consistentie en begrijpelijkheid van zijn filosofie. De bloemlezing laat goed zien dat veel van wat Paracelsus heeft geschreven tijdloos is, ook nu nog van waarde is. De bloemlezing zet aan tot nader onderzoek, verdere studie, juist dat waar Paracelsus op wees: “Als je God lief wilt hebben, dan moet je ook zijn werken liefhebben. Als je je naaste lief wilt hebben dan moet je niet zeggen dat hij niet te helpen is, maar moet je zeggen: 'Ik kan het niet, ik begrijp het niet …'. Merk op dat gezegd is dat er verder gezocht moet worden totdat de kunst gevonden wordt, waaruit de juiste werkzaamheid komt” (p. 132). Meer samenwerking tussen de gangbare geneeskunde en de alternatieve therapieën zou tot nieuwe inzichten kunnen leiden. De transparantie over kwaliteit van de zorg zoals de Paracelsus-ziekenhuizen in Duitsland die tonen, maakt het patiënten mogelijk bewust te kiezen in hun zorg voor de eigen gezondheid. In die zin is het boek relevant voor ieder die bewust met de eigen gezondheid wil omgaan. Het levert nieuwe inzichten en daardoor een duidelijke bijdrage voor de lezer om vanuit deze inzichten van Paracelsus te kijken naar de huidige vraagstukken. Het boek is een bijdrage in de actuele discussies op het brede terrein van eigen verantwoordelijkheid van mensen voor hun gezondheid en genezing en de maatschappelijke en politieke discussies over medisch onderzoek en organisatie en financiering van de (gezondheids)zorg.
Heeft het boek voldoende toegevoegde waarde ten opzichte van bestaande literatuur?
De bloemlezing levert nieuwe inzichten, gezichtspunten, om onderzoek te doen en de verschillende vraagstukken te bespreken. De teksten van Paracelsus kunnen een bijdrage leveren om geneeskunde te onderscheiden van kwakzalverij en zelfverrijking (in welke vorm dan ook).
De prijs-kwaliteit verhouding van het boek is oké. Het boek kost een kleine dertig euro. Het is heel mooi vormgegeven, heeft mooi papier, intrigerende illustraties en een prettige letter. Voor diegene die zelf teksten van Paracelsus wil opzoeken helpt de verwijzing naar de uitgave van Ascher. De in Nederland eigenlijk onbekende Paracelsus wordt met dit boek op een aanstekelijke manier voor het voetlicht gebracht.
Ik hoop met deze recensie een brede kring van lezers te bereiken. De inhoud van de bloemlezing is het waard. De ondertitel van de bloemlezing “De Artsenij - het Woord Gods” zou mogelijk lezers er van af kunnen houden om dit boek te lezen, gezien hun filosofie of geloof. De uitleg, de filosofie van Paracelsus, is juist ook voor die lezers wellicht intrigerend omdat het een ander licht werpt dan wat gebruikelijk doorgaat voor het woord Gods.
Met deze uitgave heeft de Rozekruis Pers de teksten van Paracelsus toegankelijk gemaakt en daarmee een intrigerende bijdrage geleverd voor vraagstukken van deze tijd.
Nel Knip, 11 januari 2007