Lezen (of juist niet) 30!


Deze pagina bevat een lijst van sinds 2006 gelezen teksten met commentaar.

Retour naar overzichtspagina gelezen teksten

Gelezen - sinds 2006-f

Read - since 2006f





Guus Kuijer, Hoe een klein rotgodje God vermoordde, Amsterdam (Atheneum - Polak & Van Gennep) 2006, 167pp.

Iedereen die meer wil weten over Bijbel en Koran moet dit spannende boek lezen: een onmisbare uitleg van de achtergronden ervan. En een kleinood dat in een notedop de geschiedenis van de Westerse cultuur weergeeft als het gaat om de verhouding van geloof en rede bij Joden, christenen en islamieten, die volgens zichzelf en elkaar alle drie 'kinderen van Abraham' zijn.
De titel van dit boek maakt nieuwsgierig. Wie is dat rotgodje? En wat weet de beroemde kinderboekenschrijver meer over de moord op God, dus over God zelf, dan wij eenvoudige mensen die het gewoon van veel lezen en horen zeggen moeten hebben?
Aan het eind van het boek is duidelijk dat Kuijer van mening is dat God niet alleen een idee is van ons mensen - dat heeft hij dan al lang en breed uitgelegd - maar ook dat de verhalen van onze voorouders over God zoveel tegenstrijdige (of complementaire?) elementen bevatten dat het wel zo moet zijn dat ieder die iets in God ziet een God voor ogen heeft die past bij haar- of hemzelf. En ook vindt hij dat ongelovigen (die net als hij niet in het bestaan van God geloven) om die reden God en de discussies over God niet aan de gelovigen over moeten laten, want dat zou rampzalig zijn. Hij is namelijk van oordeel dat God teveel uitsluitend in handen gekomen is van de verkeerde mensen, namelijk de gelovigen die God voor hun karretje van het makkelijke gelijk en van impliciete onderdrukking zijn gaan spannen, en nog erger: van de mannelijkheid, de macht en het stoerdoen (159vv.). Terwijl aan God veel belangrijke discussiepunten vast zitten: de verhouding tussen rechtvaardigheid en barmhartigheid in het bestuur van de samenleving en in de rechtspraak bijvoorbeeld. En nog veel meer, te belangrijk om hier alleen maar op te noemen. Zo constateert Kuijer dat het er op lijkt dat het geweten en God identiek zijn of in ieder geval een vergelijkbare functie hebben (bij respectievelijk ongelovigen en gelovigen; 158). Ook (!) een kwestie van namen of woorden, zou ik zeggen.
Kuijer biedt ook een visie hoe de God van de Israëlieten van voor de Babylonische ballingschap leefde in de voorstelling van Abraham - althans volgens de verhalen die zijn overgeleverd - en hoe die voorstellingen later zijn veranderd toen er profeten optraden namens die God. Jezus en Mohammed bijvoorbeeld, die eigenlijk belangrijker werden dan God in respectievelijk het christendom en de islam. Kuijer schrijft ook over het Jodendom als de religie waarin het discussiëren een belangrijke plaats heeft, in tegenstelling tot die andere twee - eruit voortgekomen - die niet of in ieder geval nog veel minder houden van tegenspraak.
Kuijer behandelt een aantal van de mooiste verhalen uit de Bijbel en de Koran - Abrahams offer van Isaac, de beproeving van Job, het boek Prediker, de profeten Elia en Jona uit het Oude Testament; vele uitspraken van en over Jezus in het Nieuwe Testament; de opvattingen over het dodenrijk en de latere christelijke en islamitische over hel en hemel; de rol van de profeten Jezus en Mohammed. En legt die werkelijk schitterend uit. Kuijer ziet dwars door de mensen heen, van vroeger en van nu. Van gelovigen en ongelovigen. Van heilige boeken en dichters uit latere tijden. Ziet grote redelijkheid waar wij die vergaten te lezen. Maar ook de rol die geloof en godsdienst ten kwade kunnen spelen. Uiterst actueel niet alleen, ook uiterst vermakelijk. Want hoe menselijk zijn al deze verhalen! Bovendien is Kuijer een scherp waarnemer, een schrijver met veel humor en bovendien in dit boek niet alleen op dreef als begaafd schrijver maar ook als iemand die eindelijk zijn hart kan luchten en kan laten zien hoeveel hij van dit onderwerp af weet en hoezeer hij zich erin verdiept heeft. Ja je kunt met dit boek veel lachen én leren.

Ik heb me afgevraagd - dat kon ik als iemand die ervoor heeft doorgeleerd niet laten - waar Kuijer zijn opmerkelijk adequate kennis over de geschiedenis van de Joodse, christelijke en islamitische geschriften vandaan heeft. Hij noemt in zijn boek maar enkele moderne auteurs, beide over de islam. Maar op een enkele kleinigheid na is zijn werk historisch meer dan voldoende betrouwbaar (ik zou over de Essenen wel meer willen weten dan hij ten beste geeft; en over de betekenis en geschiedenis van de naam JHWH - mijns inziens:
"Hij-doet-zijn" - is hij ook wel erg kort, en zo zijn er nog wat puntjes). Dat kan alleen maar omdat hij (ook deze) teksten heel goed weet te lezen, met een groot menselijk en groot (zelf-)kritisch inzicht. Maar omdat veel gelovigen helaas minder gemakkelijk toegang tot een zelfde lezing of tot de goede historische informatie hebben, zou het veel waard geweest zijn als hij wat meer goede boeken had genoemd over de achtergronden van de boeken uit de Bijbel en de soera's in de Koran. Soms is zijn visie als het om de historische achtergronden gaat, net een beetje te weinig genuanceerd, een heel klein pietsje te eenzijdig (niet voor zijn schitterende betoog maar voor een begrip van de meestal nog net iets interessantere en complexere historische achtergrond). Bijvoorbeeld over de rol van fictie en waarheid in het Nieuwe Testament schrijft hij weinig. Hij dicht aan Jezus ontwikkelingen toe die van ver na diens leven stammen, enzovoort. Want een bepaalde ontwikkeling die hij ziet, is dan misschien niet al bij Jezus of Mohammed begonnen, maar eerder of later, en misschien niet bij de historische Jezus maar bij diens door anderen ingevulde beeld. Dit doet weinig af aan de strekking van zijn betoog. Dat klopt gewoon! (Ik geef onderaan nog een suggestie voor literatuur inzake een omissie die ik signaleer.)

Al met al dus een waardevol boek. Want het laat ook zien wat je wél kunt met teksten uit de heilige boeken van gelovigen. En dat het zinnig is je daar mee bezig te houden, en erg leuk! Omdat je er goed aan doet je eigen standpunt niet te verabsoluteren, en niet al te zwaar te nemen!
Dat rotgodje is een zelfbedacht eng wezentje dat fundamentalisten voor de echte God houden, en op grond waarvan ze enge dingen menen te moeten doen, en die dan ook nog rechtvaardigen. Zoals het voeren van heilige oorlogen of het ombrengen van tegenstanders van het eigen geloof of liever van het eigen gelijk (concrete voorbeelden kennen we uit ons recente Nederlandse verleden). En Kuijer - zelf ook niet vies van het innemen van stevige standpunten - laat zien dat er toch ook andere mensen zijn, en een andere God van wie hij suggereert dat die wel bestaat, maar dat nog niet weet. (104v.)
Dat Kuijer duidelijke standpunten en visies ten beste geeft, is overigens verklaarbaar tegen de achtergrond van het feit dat hij zo duidelijk laat zien dat spreken ex cathedra - alsof je bij voorbaat gelijk hebt - dwars staat op iedere mogelijkheid van groei naar volwassenheid. Hij nodigt inderdaad uit tot gesprek, tot nadenken en tot menselijkheid. Ik vind zelf dat hij op één punt nog wat verder had kunnen en moeten gaan. Misschien had hij op dat punt nog niet de goede literatuur of de goede raadgevers tot zijn beschikking: over de geschiedenis van het patriarchaat waarvan de geschiedenis van God merkwaardigerwijs deel uit maakt. Want de strijd tussen recht en barmhartigheid die hij beschrijft, was er een die paste binnen het opkomende patriarchaat waarin het geschreven recht belangrijk werd, samen met de opkomst van het schrift en de grote rol (en macht) voor schrijvers en schriftgeleerden en schriftuitleggers! Wat dit betreft kan hij terecht bij verschillende teksten die op deze site genoemd worden, zoals die van Annine van der Meer over het 'moederland' (de tijd voor het patriarchaat) en van Lisette Thooft (over de verhouding van man en vrouw in achtereenvolgens matriarchaat, patriarchaat en in de toekomst). Die werpen nog meer licht op de geschiedenissen die hij beschrijft, bijvoorbeeld die van de profeet Elia.

Guus Kuijers erg goed geschreven boek sleept je van begin tot eind mee en geeft je ook een steuntje in de rug als het er om gaat wat denken of praten over God, of je nu gelooft of niet, werkelijk kan betekenen in een tijd waarin die vraag actueler is dan we denken. Beslist lezen. En dan gewoon je eigen stappen zetten, dezelfde of andere en verdere!
21 november 2006

Hans Stolp, Aan synagoge, kerk en moskee voorbij: van religie naar menswording, Deventer (Ankh-Hermes) 2006, 200pp.
Margarete van den Brink, De weg naar vrijheid, Kampen (Uitgeverijtenhave) 2006, 120pp.

Twee prettig leesbare boekjes met veel inspirerende (vooral bij Stolp) en praktische (vooraal bij van den Brink) aanwijzingen. Zij zijn ook geschikt voor de minder intellectueel ingestelde lezeres en lezer. Wel zijn op de wetenschappelijke achtergronden of waarheidspretenties van deze beide boekjes wel enkele aanmerkingen te maken, ik kom daarop terug.

Stolp behandelt de belangrijkste wereldgodsdiensten vanuit een speciaal perspectief, dat van de evolutie. Hij spreekt nadrukkelijk van een esoterische visie die hier achter zit. We weten ook uit de verwijzingen en uit zijn
andere publicaties dat hij veel inzichten put uit de geschriften van Rudolf Steiner. Dat geldt zeker van dit boek. Die visie is buitengewoon interessant en komt er op neer dat de grote religies allemaal een eigen functie hadden op het moment dat zij ontstonden, maar dat hun tijd voorbij is. Er zullen geen grote religies in die zin meer komen. Want de tijd is nu gekomen dat de evolutie verder gaat via de geestelijke ontplooiing van individuen, van binnenuit. Dit is ook het perspectief achter het boek van van den Brink, maar die vult dat transformatieproces in zoals dat door ons mensen van nu en in deze omgeving doorgemaakt kan worden. Stolp zegt dan ook aan het eind van zijn boek dat het boek van van den Brink begint waar zijn boek ophoudt.

De opmerkingen die Stolp maakt over de verschillende grote religies - ook de oosterse - vind ik erg de moeite van het lezen waard. Omdat hij zo boeiend allerlei zaken aan de orde stelt die op een of andere manier van belang kunnen zijn als wij proberen uit alle religies te halen wat er in zit. En hij weet met meesterhand vooroordelen om te buigen in uitdagingen en kansen, bijvoorbeeld in zijn behandeling van de islam.
Stolp geeft in zijn inleiding nadrukkelijk aan dat zijn weergave niet opgevat mag worden als een compleet en afgerond beeld. Laten we ook op dit punt duidelijk zijn: het is een samenvatting en uitwerking van een esoterische visie op de geschiedenis. Het is niet een zuiver historische benadering en weergave, al suggereert de formulering dat hier en daar wel. Wat het boek vooral niet doet, is een een beeld bieden van de concrete uitdagingen die het praktische samenleven van mensen van allerlei religies in onze wereld - in het groot en in het klein - inhoudt. De wereld is op dat punt echt ongelooflijk veel ingewikkelder dan in dit boek wordt voorgesteld, zeker als je denkt aan de samenhang van religieuze met allerlei maatschappelijke en culturele tegenstellingen. Maar de aanwijzingen die Stolp geeft voor het omgaan met die tegenstellingen, zijn niettemin erg de moeite waard.

Duidelijk is dat hij vooral mikt op lezers die aan de traditionele kerken weinig steun meer hebben in hun persoonlijke leven. Hij vindt dat zij zich door zijn evolutionaire (esoterische) visie gesteund kunnen weten in hun weg van persoonlijke transformatie, een weg waarover hijzelf in andere publicaties en waarover ook van den Brink in haar nieuwe boekje vervolgens veel meer zeggen. Hij geeft ook aan wat hij met die weg bedoelt. Opvallend daarbij is wel dat de invulling daarvan dan vervolgens toch vooral christelijk is, en Westers en tamelijk Europees. Ook daarin is hij een navolger van Steiner. En terwijl de Westerse esoterische traditie van de antroposofie (net als de theosofie) vanaf de negentiende eeuw wel geprobeerd heeft iets van de oosterse religies te leren, blijkt uit het feit dat het doel van de transformatie als nog te bereiken wordt voorgesteld een duidelijk Westerse benadering. In het Oosten is de tijdsopvatting immers anders. Maar ik zal deze auteurs hierop niet vastpinnen want zij komen deze vragen ongetwijfeld tegen in de contacten met hun lezers: is er dan nu al niet een begin van bereiken aanwezig en misschien zelfs al een volledig besef ervan? Veel mensen ontdekken dat in het nu de volledige kracht van dat wat in het Westen altijd werd voorgesteld als ver in de toekomst liggend doel al aanwezig is, vergelijk een boektitel als De kracht van het nu. Een gedachte die ook bij Westerse mystici voorkwam. Is het Koninkrijk al niet aanwezig, ook al ziet (nog) niet iedereen het? Een punt dat in beide hier besproken boeken wat minder aan de orde lijkt te komen dan in andere boeken van dezelfde auteurs, is het directe contact met de geestelijke wereld. Hier wordt het herstel van dit contact meer in het evolutionaire perspectief uitgelegd (Stolp) en in het perspectief van de persoonlijke transformatie (van den Brink). In beide gevallen blijft nogal in het midden waarin dit contact nu precies bestaat. Het lijkt vooral te gaan om innerlijk sterker worden, een beter contact met je intuïtie hebben. Dat vind ik overigens al erg waardevol. (Toevoeging april 2007: Stolp behandelt diverse aspecten van innerlijke transformatie diepgaand in zijn ook op deze site besproken luisterboek Eerlijk kijken naar jezelf.)
Omdat ik vermoed dat ook in de toekomst nog een zwaar beroep op alle mensen gedaan zal worden om onderling solidair te blijven, of te worden, vind ik de nadruk op het individuele transformatieproces als een speerpunt van de evolutie (ontleend aan Steiner) een beetje eenzijdig. Ik ben het eens dat wij zonder dat proces geen volwassen individuele bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij en aan de wereld en de kosmos, maar de harde realiteit is nu eenmaal dat groepen in de maatschappij een belangrijke functie hebben en dat wij ons van die maatschappelijke en politieke functie heel goed bewust moeten zijn, zowel om onszelf te beschermen als om op effectieve wijze anderen ten dienste te kunnen zijn. De geestelijke ontplooiing van individuen en de weg naar de vrijheid vinden immers niet (alleen) buiten maar (altijd ook) in de samenleving plaats, zoals we allemaal uit eigen ervaring weten. Het is van groot belang op de hoogte te zijn van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Al doen we er goed aan "innerlijk" en "uiterlijk" noch te verwarren noch geheel los van elkaar te maken.

Enkele kleine puntjes: met de uitleg door Stolp van de woorden 'religie' en de godsnaam 'JHWH' kan ik het niet eens zijn.
Dat is vooral van belang in het laatste geval omdat zijn uitleg als 'Ik ben' wel een lange (platoniserende) traditie vertegenwoordigt en voor zijn verdere betoog (en dat van Steiner die hij ook daarin volgt) nogal van belang is, maar historisch niet zo waarschijnlijk lijkt als de uitleg 'Hij-doet-zijn' (zie het artikel 'Seksisme, onbeschoftheid en ongerijmdheden in de nieuwe bijbelvertaling: hoe God van zijn naam werd beroofd' van Jan Fokkelman in NRC Handelsblad van 23/24 okt. 2004, p. 15).
De mijns inziens meer waarschijnlijke uitleg van de herkomst van religie is niet het Latijnse werkwoord religare maar religere dat te maken zou hebben met 'aandacht hebben, aandacht geven'. Maar ik geef dit voor beter!

Dan nu eerst twee puntjes over de noten.
In noot 112 noemt Stolp de Arabische auteur Ibrahim Abouleish die in de tekst is aangehaald als islamitische steun voor het idee van een drieëenheid (169). Daar zegt Stolp dat deze auteur de alternatieve Nobelprijs 'voor zijn werk' heeft gekregen. Zover ik heb kunnen nagaan, is dit interessante feit echter niet speciaal van toepassing op het esoterische artikel van Abouleish dat Stolp in de noot noemt, maar vooral op zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de katoenteelt in Egypte.

En ik heb me verbaasd over noot 103.
Stolp neemt in navolging van "vele esoterische denkers" in zijn boek een korte maar positieve uitwerking op van Joachim van Fiore's driedeling van de geschiedenis in rijken van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (het laatste zou oorspronkelijk omstreeks 1200 - de tijd van van Fiore - beginnen; Stolp gebruikt een nieuwe inhoud voor de driedeling).
Zonder verduidelijking voegt Stolp daar in noot 103 aan toe dat Hitler bij de aanduiding van zijn rijk als het "Derde Rijk" eveneens door deze driedeling van Joachim van Fiore "geïnspireerd" werd, daarmee een regelrecht verband tussen de inspiratie van Joachim van Fiore en van Adolf Hitler leggend. Overigens zou ik het met Stolp eens kunnen zijn als hij hiermee bedoelt dat in de geschiedenis en de literatuur allerlei motieven zoals deze drieslag van Joachim van Fiore later soms op de meest wonderlijke manieren worden hergebruikt. Bedoelt Stolp zijn betoog met de noot te ondersteunen? Maar in welke zin dan? Ik veronderstel dat de noot onaf in het boek terecht is gekomen. Immers, er is meer van bekend van dit gebruik door de Nazi's.

Bijvoorbeeld het feit dat de Nazi's deze uitdrukking - die in de eerste decennia van de twintigste eeuw wel vaker was verschenen in politieke boeken - ontleenden aan het boek uit 1923 met die titel van de auteur Arthur Moeller van den Bruck (die het inderdaad aan Joachim van Fiore ontleende). Die schilderde een autoritaire utopie die nationalisme en socialisme met elkaar verbond. Bovendien doelden de Nazi's daarbij met de twee voorafgaande rijken op (1) het "Heilige Römische Reich Deutscher Nation" van Keizer Heinrich I (919-936) en (2) het Duitse rijk, begonnen onder Bismarck (1871) en geëindigd aan het eind van WO I (1918). Dus niet op de tijdperken die Joachim van Fiore op het oog had.
Hoewel de Nazi's - naar ik aanneem niet omdat ze het in grote lijnen zo met Joachim van Fiore eens waren - het begrip een aantal jaren in hun propaganda gebruikten, werd het vanaf 1939 gemeden omdat men liever uniek wilde zijn dan de derde in een rij, en omdat men zich wilde distantiëren van al te specifiek (religieus) gedachtegoed. Desondanks kwam het begrip na WO II in gebruik voor het rijk van Hitler. (Zie het artikel 'Drittes Reich' in de Duitse variant van de internetencyclopedie Wikipedia, daar Knowledge Library (!) geheten.)
Het lijkt er mijns inziens eerder op dat Adolf Hitler, althans zijn partijgenoten, het begrip voor propagandadoeleinden misbruikten dan dat zij er zich door lieten inspireren. En dat lijkt mij toch veel verschil te maken. Zij lieten zich, net als vele anderen in de eerste decennia van de twintigste eeuw (en propagandistisch gezien juist daarom), mogelijk "inspireren" door het idee van een rijk aan het eind van de tijd dat beter zou zijn dan al het voorgaande en dat lang zou duren. Maar zij vulden (net als Stolp zelf doet maar in een mate die minder dan bij de Nazi's afwijkt van Joachim van Fiore, althans op een manier waarbij het verband met Duitsland en de Duitse staat ontbreekt) het geheel verschillend in vergeleken met de inspiratie van Joachim van Fiore. Iets dergelijks ontbreekt in de noot in zijn huidige vorm. Of is er een andere interpretatie mogelijk?

Tot zover het lezenswaardige boek van Stolp. Waarin natuurlijk het universele perspectief ook buitengewoon waardevol is: een uitnodiging om verder te kijken dan onze eigen culturele en religieuze neus lang is, en de wereldreligies te betrekken bij onze spirituele ontwikkeling maar ook omgekeerd om het universele aspect van onze spirituele ontwikkeling te ontdekken in de individuele transformatie van groepswezen tot zelfstandig geestelijk wezen dat bewust in de kosmos staat en zijn bijdrage levert.

Het boek van van den Brink is net als dat van Stolp een uitwerking en combinatie van antroposofische en modernere inzichten. Zij begint met een boeiende weergave van de visie op vrijheid en de dilemma's ervan in de moderne samenleving, speciaal bij de Verlichtingsdenkers. Daarna werkt zij de visie van Steiner en de latere antroposofie uit op de persoonlijke transformatie van individuen die nu doorbreekt in de evolutie (98: eind van de twintigste eeuw). En combineert die met haar ervaringen die zij in haar werk als communicatieadviseur heeft opgedaan. Daaruit heeft zij - neergelegd in eerdere boeken - een schema ontwikkeld in een aantal stappen naar vrijwording. Evenals Stolp onderscheidt zij daarin eerdere groepsfasen en latere individuele fasen, maar zij werkt die in dit boek uit aan de hand van een aantal boeiende concrete voorbeelden. Zij put daarbij behalve uit haar ervaring ook uit berichten in de media en diverse boeken. Dat alles leidt tot een interessant betoog waar lezers zeker inspiratie aan zullen kunnen ontlenen.
Een ander sterk punt van het boek van van den Brink is haar behandeling van de onderdrukking van vrouwen (speciaal in de islam), met onder meer de voor- en nadelen van het dragen van een hoofddoekje. Daar is de concrete samenleving heel erg aanwezig en wordt op een buitengewoon praktische en waardevolle wijze belicht vanuit haar interessante invalshoek.
Net zo is het met haar aandacht voor de vrijheid van meningsuiting naar aanleiding van een opmerking van Hirsi Ali. Van den Brink komt tot de conclusie dat die niet samenvalt met de vrijheid tot beledigen maar dat het er op aan komt in die vrijheid ook de vrijheid van de ander te respecteren, omdat je anders langs het doel schiet.

Zowel van den Brink als Stolp (zie al hierboven bij de bespreking van diens boek) leggen er nadruk op dat het 'werken aan jezelf' dat de laatste decennia zo populair geworden is in het Westen, een uiting is van de evolutie zoals zij die zien (individuele spirituele transformatie). Zij besteden betrekkelijk weinig aandacht aan de samenhang van de moderne individualisering met consumentisme. Een individualisering die de vermogens van individuen om informatie te verwerken zo overschat dat momenteel niet ten onrechte veel mensen om hulp moeten vragen bij het invullen van formulieren en het maken van keuzes bij bijvoorbeeld subsidieaanvragen, financiële contracten en overheidsenquêtes. Van den Brink komt aan het eind van haar boek wel terug op het thema van de vrijheid bij de verlichtingsdenkers en signaleert dan buitengewoon terecht dat een nieuw denken over het hanteren van gezamenlijke maatstaven in een samenleving in deze context gewenst is. Hoe zal 'beschaving' er de komende decennia uit kunnen en moeten zien? Ik noem alleen al de dilemma's van voldoende voorlichting (zonder censuur of afgedwongen zelfcensuur) door de overheid enerzijds en de grote behoefte bij heel veel mensen aan duidelijkheid en gezagshandhaving (zonder de grondvrijheden aan te tasten) anderzijds.

De auteurs geven duidelijk aan dat hun gedachten en inzichten en ervaringen zich in ontwikkeling bevinden, en zij zijn te waarderen voor het feit dat zij deze - als een spiegel van de huidige tijd - aan ons lezers ten beste geven. Met hun 'tussentijdse verslagen' kunnen wij ons voordeel doen. Ons eraan scherpen en net als zij onze eigen ook boeiende - en, zegt van den Brink, nooit zonder terugvallen verlopende - weg gaan.
4 december 2006

Marshall B. Rosenberg, Geweldloze communicatie: Ontwapenend en doeltreffend: Nieuwe, uitgebreide en volledig herziene editie, Met een voorwoord van Arun Gandhi, Vertaald door Pieter van der Veen en Chiel van Soelen, Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 226pp., ISBN 90 5637 854 6
Lucy Leu,
Werkboek Geweldloze Communicatie, Vertaald door Pieter van der Veen en Chiel van Soelen, Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 192pp., ISBN 90 5637 855 4

Inleiding

Deze nieuwe editie, volledig herzien, uitgebreid en met een andere vertaler dan in de eerste Nederlandse editie, verschijnt in het jaar dat het Centrum voor Geweldloze Communicatie in Den Haag haar tienjarig bestaan viert. De activiteiten van het centrum laten zien dat er behoefte is aan deze methode van communicatie (www.geweldlozecommunicatie.nl ). Het boek is een goede handreiking voor de kennismaking met het gedachtegoed van Marshall Rosenberg, zijn visie op de communicatie met jezelf en met anderen en de uitwerking daarvan in ons gedrag. Een recensie kan helpen om de groep van lezers te vergroten en zo meer mensen te bereiken om daadwerkelijk Geweldloze Communicatie te praktiseren.

De inhoud van het boek

Het eerste hoofdstuk van het boek geeft in vogelvlucht weer waar de methode Geweldloze Communicatie uit bestaat en vanuit welke visie op de mens Rosenberg werkt. De hoofdstukken die volgen gaan uitgebreid in op de elementen die in het eerste hoofdstuk al zijn aangereikt. Het gaat om je duidelijk uitdrukken door middel van vijf elementen: waarneming, gevoelens, behoeften, verzoek, mededogen. En ook: je inleven in de ander door middel van de vijf elementen. Communicatie met jezelf en met anderen is bij Rosenberg gebaseerd op: uiten = geven(van uit je hart), ontvangen = luisteren (met mededogen). Rosenberg baseert zijn methode en visie op communicatie op: het licht van je bewustzijn richten op de waarneming, gevoelens, behoeften en het verzoek. Een oordeel over gedrag of de persoon is daarbij levensvervreemdend. Elk mens verdient respect ongeacht het feitelijke gedrag. De dichtregel van Rumi geeft dit het beste weer: “Voorbij goed en kwaad ligt een andere dimensie. Daar zal ik je ontmoeten”(p. 31). Het hele boek laat zien dat geweldloze communicatie meer is dan het toepassen van een methode. In feite is het een stijl van leven.

Voor wie is het boek interessant?

Het boek is interessant voor al diegene die in hun werk en in hun naaste omgeving te maken hebben met geweld, agressiviteit en misverstanden in communicatie. Of met communicatie die nergens over gaat, een 'praatje voor de vaak' terwijl de wezenlijke kwestie niet wordt aangeroerd.
Het boek is ook interessant voor diegenen die bewust in het leven staan en dit bewustzijn een plek willen geven in hun dagelijks handelen. Ik denk daarbij aan mensen die non-dualiteit praktiseren. In het boek Non-dualisme van Philip Renard beschrijft hij dat er nog een weg te gaan is om volwassen te worden met je eigen behoeften en (kinderlijke)gedragsmogelijkheden nadat je je bewust bent geworden van het “ZELF”, je die realisatie hebt ervaren. Voor het gaan van deze weg kan het boek Geweldloze Communicatie een bijdrage leveren. Ook de navolgers en bewonderaars van Thich Nhat Hanh, zie bijvoorbeeld het boek Iedere stap is vrede, vinden in dit boek van Rosenberg een wereld van aanstekelijke voorbeelden.

De toegevoegde waarde naast het vele andere materiaal over communicatie

De toegevoegde waarde van het boek Geweldloze Communicatie, naast veel andere literatuur over communicatie, is het aanroeren en met voorbeelden illustreren van het gegeven dat er onder de techniek van 'zenden en ontvangen' - waarbij de boodschap (het wat) ingepakt wordt in aspecten (relationeel, expressief, appelerend en procedureel) - nog een wereld schuil gaat. Juist deze wereld kan als wij die exploreren, ons vreugde opleveren.

De leesbaarheid van het boek

Het boek leest als een trein. Het is aanstekelijk door de voorbeelden die in verhalende vorm worden weergegeven of expliciet als dialoog. De hoofdstukindeling is gebaseerd op de elementen van de methode. Grafisch worden de belangrijkste aspecten per hoofdstuk in aparte blokjes weergegeven zodat je snel iets terug kunt vinden. Het voorbeeldmateriaal bestaat uit een bonte verzameling van casuïstiek uit de trainingen en het dagelijkse leven van Rosenberg. Het zijn herkenbare situaties. De hoofdstukken worden afgesloten met een korte oefening en een uitgewerkte dialoog als voorbeeld van het element dat behandeld is in het betreffende hoofdstuk. Het boek levert ook lijsten met woorden die gevoelens, interpretaties van gedragingen en menselijke basisbehoeften weergeven. Deze woordenlijsten werken als handreiking om zelf verder te oefenen en helpen om het gelezene op je te laten inwerken.

Levert het boek een bijdrage?

Geweldloze Communicatie leert ons, om ons op een andere manier uit te drukken en naar anderen te luisteren. Het doorbreekt oude gedragspatronen, onszelf en anderen in een nieuw licht te zien en waar te nemen zonder te oordelen. Levert het boek hieraan een bijdrage?
Terwijl je leest komen je eigen voorbeelden te voorschijn en zie je ook mogelijkheden om het een volgende keer anders te doen. Elk hoofdstuk inspireert om naar het volgende hoofdstuk te gaan.
Het boeiende van het boek is dat er evenveel aandacht wordt geschonken aan de manier waarop we met onszelf omgaan en de valkuil die daar altijd op de loer ligt, verstrikt raken in moralistische zelfveroordeling, en hoe we met de ander omgaan. De twee onderdelen van het model (1. ons helder uitdrukken doormiddel van de vijf elementen en 2. ons inleven in de ander door middel van het model) worden steeds geïllustreerd en uitgelegd met behulp van de voorbeelddialogen. Voor mij als lezer leidt dit tot een beter begrip en beter hanteerbaar zijn van mijn 'rode knoppen'. Het helpt werkelijk om te stoppen met classificeren, analyseren en vaststellen in hoeverre iets fout is bij ons zelf of bij de ander. Het verschaft inzicht in ons 'ik moet ….'-gedrag.
Het element 'mededogen' (hoofdstuk 7 en volgende) is waarschijnlijk het moeilijkste element om te praktiseren. Maar zonder dat is de cirkel niet rond. Rosenberg geeft ook aan dat het heel moeilijk is op te brengen onze volledige aandacht te richten op de boodschap van de ander of op onze eigen behoefte aan mededogen. De literatuur en trainingen van Thich Nhat Hanh en Philip Renard en ook Henri Nouwen in bijvoorbeeld Open uw hart besteden hier ook veel aandacht aan. Rosenberg memoreert in zijn boek een uitspraak van Simone Weil die het vermogen om met mededogen aanwezig te zijn een 'wonder' noemt (p. 108). Juist in dit heel moeilijke gebied geeft het boek stap voor stap hanteerbare voorbeelden en instrumenten om mee aan het werk te gaan.
Tegen het eind van het boek, in hoofdstuk 12, worden handreikingen gegeven om jezelf vrij te maken van conditioneringen in denkpatronen en in je gedrag. Dit is het minst uitgewerkte hoofdstuk. Het onderwerp wordt aangesneden en wat kort door de bocht behandeld. De wijze waarop de voorbeelden worden behandeld geven mij de indruk dat de schrijver hier wat snel doorheen wandelt. Als iemand op dit gebied iets wil lezen, ervaring op doen, dan is het boek van Byron Katie Vier vragen die je leven veranderen (over haar en haar werk zie ook www.thework.com ) meer aan te bevelen.

De prijs van het boek

Het boek kost € 19,50. Voor wie nog in guldens omrekent nog steeds een behoorlijk bedrag. Maar als je ziet welke schat aan oefenmateriaal en inzicht je ontvangt door dit boek te lezen dan is het zijn prijs zeker waard.

Realiseert het boek de doelstelling?

Het boek is werkelijk ontwapenend en doeltreffend. Ik heb me geen moment verveeld bij het lezen en ben meteen gaan oefenen vooralsnog in kleine situaties. Alleen al het met de inzichten uit dit boek bewust kijken, voelen, luisteren naar je communicatie-inspanningen is een eye opener. Zelfs voor iemand die met communiceren en anderen helpen te communiceren het dagelijkse brood verdient.

Dan mijn opmerkingen over het Werkboek Geweldloze Communicatie.

Inleiding

Dit werkboek is geschreven bij de hierboven besproken nieuwe editie van: Geweldloze Communicatie: Ontwapenend en doeltreffend, door Marshell B. Rosenberg. Het werkboek is bedoeld om in combinatie met het boek van Rosenberg gebruikt te worden. Het is zinvol om apart voor dit Werkboek een recensie te schrijven. Hoewel ook dit boek geheel gaat over Geweldloze Communicatie heeft het een andere doelstelling als het boek van Rosenberg. De recensie kan de lezers helpen bij een keuze om dit werkboek te gaan gebruiken naast het boek van Rosenberg.

Doelstelling van het Werkboek

Het boek beoogt de ingrediënten te leveren die samen een leerplan kunnen vormen voor de beoefening van Geweldloze Communicatie. Dat kan een individueel leerplan zijn of een leerplan voor een groep die zich gevormd heeft om te oefenen met Geweldloze Communicatie.
Het boek kan gebruikt worden door mensen die weinig of geen ervaring hebben met Geweldloze Communicatie. Het is ook bedoeld om suggesties te leveren voor hen die wel ervaring hebben, maar tot verdieping willen komen. Of voor hen die na individuele oefening een groep willen vormen om te oefenen.

De inhoud van het boek

Het boek is opgebouwd uit een aantal delen. In deel I wordt aangegeven dat dit werkboek geen zelfstandig bestaan heeft zonder dat de lezer/gebruiker kennisneemt van het boek van Rosenberg. Dit is ook werkelijk zo. Zonder het lezen van de desbetreffende hoofdstukken in het boek van Rosenberg begin je weinig met het Werkboek. In deel II wordt beschreven hoe de individuele persoon met de oefeningen kan omgaan. Dit deel beslaat weinig bladzijden maar het is volstrekt duidelijk en uitnodigend. De individuele oefenaar kan in feite gelijk door naar deel IV.
Deel III behelst suggesties en oefeningen om het groepsproces te begeleiden, te richten en gericht te houden op Geweldloze Communicatie. Hoewel de suggesties laten zien dat er voor vele problemen alternatieve oplossingen zijn om met de groep aan te werken is dit toch niet een echt inspirerend deel. Als lezer wil ik eigenlijk niet nu al met deze mogelijke hobbels op de weg geconfronteerd worden. Voor mij als lezer zou het aantrekkelijker zijn als deel III en IV van plaats gewisseld worden van plaats in het boek.
In deel IV staan de werkelijke oefeningen. Voor elk hoofdstuk van: Geweldloze Communicatie: Ontwapenend en doeltreffend, staan de opdrachten voor elke deelnemer aan het leerplan. Hetzij ter voorbereiding op de groepsscessie hetzij voor de individuele oefeningen. Naast deze oefeningen worden per hoofdstuk 'Leidersrichtlijnen' aangegeven. Deze richtlijnen voorzien in oefeningen om tot verdieping en daadwerkelijke oefening te komen met jezelf, in de groep, in je dagelijkse leven etc. Door de voorbeeldantwoorden wordt voldoende duidelijk wat de bedoeling van de oefeningen is.
Dan bevat het boek ook nog enkele aanhangsels: suggesties, lijsten met begrippen van gevoelens en quasi gevoelens, behoeften. Daarnaast voorbeelden van feedbackformulieren en de Geweldloze Communicatie-memorycard om te gebruiken.

Voor wie is dit werkboek handig?

In elk geval voor ieder die na het lezen van het boek van Rosenberg meer oefenmateriaal wil hebben. Ook diegenen die een groep willen opzetten hebben met dit boek een prachtig leerplan en een hoop suggesties op het vaak hobbelige pad van groepen.
Een leerplan van 13 weken volhouden als individu of met een groep, is iets wat niet vanzelf gaat. Het kan zijn dat het oefenen veel vreugde brengt in de communicatie met jezelf en met anderen zodat doorgaan met het leerplan al doende motivatie levert. Dat is waar Geweldloze Communicatie op gericht is: vreugde ontlenen aan communicatie met jezelf en met anderen.
De gebruiker van het Werkboek krijgt meteen aan het begin de aanbeveling om bij zichzelf na te gaan aan welke behoeften en wensen het oefenen een bijdrage beoogt te leveren. Ook voor een groep is het een aanbeveling dit aan de start te doen. In het boek wordt er verder eigenlijk niet op teruggekomen, wellicht is dit iets wat steeds opnieuw bewust naar voren gehaald moet worden. Immers je behoeften en keuzes kunnen wijzigen door het oefenen, door oomstandigheden. Het boek kan een handzaam naslagwerkje zijn voor diegenen die al meer ervaring hebben met Geweldloze Communicatie en het inspirerend vinden om dit materiaal te gebruiken.
Het boek levert toegevoegde waarde naast het boek van Rosenberg ook al staan in dat boek zelf ook oefeningen en suggesties doormiddel van de voorbeelden en de lijsten met woorden voor behoeften en gevoelens.
Door stapsgewijs met behulp van oefeningen inzicht en ervaring te geven in het gebruik van de vijf elementen van Geweldloze Communicatie (waarneming, gevoelens, behoeften, verzoek en mededogen) zal Geweldloze Communicatie bij gaan dragen aan de vreugde in ons leven.
Wellicht komt die vreugde bij het oefenen. Zelf vind ik weinig oefenmateriaal in het werkboek om juist die vreugde te vieren.
In het boek van Rosenberg komt al naar voren dat 'mededogen' met onszelf en met de ander een wonder is als het gerealiseerd wordt. Zo moeilijk is het. De oefeningen benaderen dit element, maar zoals het beschreven is in het werkboek is het vooralsnog niet uitdagend voor mij. De voorbeelden in het boek van Rosenberg werken hierbij voor mij als lezer meer inspirerend. Maar ik geef toe: ik heb nog niet de daaraan voorafgaande oefeningen gepraktiseerd. Het boek geeft duidelijk aan dat er stappen inzitten en dat niet alles op één dag gaat. Waarschijnlijk ben ik als lezer nu te ongeduldig en wil ik het resultaat tussen de letters vinden.
De prijs van het werkboek ( € 17,50) is heel reëel. Je krijgt een compleet leerplan aangeboden om de eerste en volgende stappen te zetten op het inspirerende pad van Geweldloze Communicatie.

Tot slot

Al met al kan doormiddel van dit werkboek een brede kring van beoefenaars van Geweldloze communicatie bereikt worden. Diegenen die niet naar een training kunnen gaan van het Centrum voor Geweldloze Communicatie hebben met dit werkboek goed materiaal om zelf een groep te starten of individueel te oefenen. Het boek is geslaagd in de opzet om mensen de mogelijkheid te bieden kennis te nemen en te oefenen op een gerichte manier met Geweldloze Communicatie.
Nel Knip, 9 december 2006

De artsenij - Het woord Gods: Bloemlezing uit het werk van Paracelsus door dr. Klaus Bielau,[ Vertaling C.M.C. Bersee-van den Berg,] Haarlem (Rozekruis Pers) 2006, 181pp., ISBN 90 6732 325 x

Inleiding


Met deze recensie wil ik interesse opwekken om de Paracelsus-bloemlezing te lezen. Het is uitdagend materiaal.
Paracelsus is de grondlegger van de homeopathie en leefde van 1493 tot 1541. Hij reisde door heel Europa en de Balkan (er wordt gezegd dat hij zelfs in Constantinopel, het huidige Istanbul, is geweest). Overal deed hij kennis op over ziekten en hun behandeling. Hij deed de kennis op van boeren, oude vrouwen, natuurgenezers, rondreizende lieden. De kennis van de universiteiten en de artsen noemde hij vaak gebeuzel. Naast arts was hij ook theoloog en filosoof. Ook op dat gebied was hij een vernieuwer.

Klaus Bielau is een Oostenrijkse homeopathische arts en schrijver. De Duitse uitgave van deze bloemlezing was in 2004. Met deze bloemlezing van teksten van Paracelsus wil Bielau laten zien dat veel van de teksten van Paracelsus ook nu nog - of opnieuw - van waarde zijn bij het zoeken van onze weg in de omgang met gezondheid en ziekte. De bloemlezing is zo samengesteld door Bilau dat het tijdloze in de beschikbare teksten van Paracelsus naar voren komt. De verzamelbundel van Aschner (Gesamtausgabe) is gebruikt en de citaten zijn via de aangegeven paginanummers na te zoeken. In Nederland, waar op dit moment de marktwerking in de zorg intrede doet, de kwaliteit van zorg breder in de belangstelling komt en de discussie over alternatieve therapieën regelmatig opduikt, kunnen de teksten van Paracelsus een bijdrage leveren aan nieuwe inzichten in gezondheid en ziekte en de organisatie van de gezondheidszorg.

Voor wie is deze bloemlezing interessant?


Deze bloemlezing levert materiaal uit een periode in de geschiedenis van cruciale nieuwe inzichten. Het bijzondere van deze teksten is dat de toen nieuwe inzichten ook nu nog aanstekelijk zijn om de huidige vraagstukken mee te onderzoeken. Paracelsus deed de oproep aan de mens om een autonoom wezen te worden, zijn eigen arts te zijn, zichzelf te erkennen als een bewust deel van de schepping en op onderzoek uit te gaan in de natuur. De geneeskunde moet de gehele wereld gebruiken, alle krachten van de hemel, de aarde, de lucht en het water (p. 55). De mens is de microkosmos.
De aanwezigheid van God, de mogelijkheden van God krijgen bij hem een bijzondere plaats: de ware artsenij 'God in de mens' zoekt dat wat nog verborgen is maar als het licht van de natuur er op valt, zichtbaar wordt en genezing kan brengen. Paracelsus is een bijzondere theoloog: “Want God en het licht van de natuur doen juist de heel grote scheppingen daardoor uitblinken, dat wij er eenvoudig niet op uitgekeken zullen raken, maar meer nog dat wij ons erover zullen verbazen en onderzoek zullen doen naar de dingen van de natuur, die wij niet met de ogen zien, maar die toch net zo duidelijk voor ons staan, als een pilaar voor een blinde.”
De teksten in de bloemlezing zijn interessant voor ieder die bewust de natuur, de hele mens wil onderzoeken. “Niets is zo geheim, dat het niet aan het licht komt” (p. 152). Of je nu arts bent, geïnteresseerd in alternatieve geneeskunde, geïnteresseerd in verbetering van kwaliteit van de gezondheidszorg en het betaalbaar houden van de gezondheidszorg of gewoon bewust wilt leven, de teksten van Paracelsus leveren verrassende wijzen van kijken naar deze onderwerpen. De filosofie van Paracelsus en zijn geloof in 'God' leveren een intrigerende brede zienswijze. Deze zienswijze vind je bijvoorbeeld ook terug in teksten van Roemi (zie hiervoor Roemi,
Daglicht: Een dagboek van spirituele leiding).

Welke teksten van Paracelsus zijn te vinden in deze bloemlezing?


Het voorwoord in het boek geeft beknopt maar helder een korte beschrijving van het leven van Paracelsus. Het voorwoord legt goed uit in welke situatie, in welke tijd Paracelsus leefde en werkte. “Hij kondigde het einde aan van de in dogma's verstarde wetenschap van de Oudheid en de Middeleeuwen en introduceerde zijn geneeskunst gebaseerd op ervaring”. Paracelsus was geïnteresseerd in het wezenlijke achter de stoffelijke dingen. Hij vecht tegen gemakzucht en onkunde en eigenbelang van de gevestigde artsenij en hogescholen. Hij vindt de ervaring bij de behandeling van zieken, dat wat de natuur voortbrengt aan planten en hoe die te gebruiken, belangrijker dan wat als zogenaamde kennis in boeken staat, maar niet op ervaring gebaseerd is. Het materiaal in de teksten geeft heldere uiteenzettingen van de argumentatie van Paracelsus op veel verschillende gebieden in de geneeskunde en in zijn filosofie. De bloemlezing geeft een mooi inzicht in de breedte van het gebied waarover Paracelsus zich verwonderde en nieuwe inzichten leerde aan zijn leerlingen.
De bloemlezing begint met teksten uit het Paramirum (ongeveer: het hoogst wonderbaarlijke). In de noten op p. 178 staat dat deze teksten de moeite waard zijn gelezen te worden door naar levensvernieuwing zoekende mensen. Ik kan het daar roerend mee eens zijn. De teksten helpen ook enorm om de daarop volgende teksten een plaats te geven in het geheel van materiaal dat in de bloemlezing staat. De daarna volgende hoofdstukken spitsen zich toe op bepaalde gebieden: de oorsprong van ziekten, de werkingen van het onzichtbare, de vier gronden van de artsenij ( filosofie, astronomie, alchemie en rechtschapenheid), het labyrint van de artsen (hier komt in het bijzonder de rol van de ervaring naar voren) en de pest (in die tijd een epidemie waar veel bijgeloof bij kwam kijken).

Welke boodschap, welke nieuwswaarde is in de teksten te vinden?


Meteen in het eerste hoofdstuk waar Paracelsus uitleg geeft over de vijf entia wordt je als lezer mateloos geboeid. Volgens hem heeft de arts de opdracht in te zien wat een ens is: “een oorsprong of een ding, dat een onbeperkte macht over het lijf bezit” (p. 20). Hoewel ik volstrekt niet ingevoerd ben in dit begrip, zou ik willen dat de artsen van onze tijd hier studie van maakten en als ik ziek was mij hier iets over konden vertellen. Van datgene wat Paracelsus met de entia inbrengt, vind je tegenwoordig nog een en ander terug in wat wij alternatieve geneeskunde noemen. Echter eigenlijk nergens zo helder uiteengezet als in deze teksten. Paracelsus geeft goed aan hoe je kwakzalvers kunt onderscheiden van ware artsen. Kwakzalvers kunnen artsen zijn die een opleiding hebben gehad aan de hogescholen en universiteiten of gewoon kwakzalvers die zichzelf verrijken ten koste van een zieke. De hele bloemlezing door komt dit te maken onderscheid naar voren (rechtschapenheid en liefde voor de zieke medemens). Kennis van de teksten van Paracelsus zou ons kunnen helpen in het vormgeven van onderzoek naar de op ervaring gebaseerde bijdrage aan gezondheid en behandeling van ziekten van de gevestigde wetenschap maar evenzeer van de alternatieve geneeskunde. Het is opvallend dat in Nederland eigenlijk geen gezondheidscentra te vinden zijn die de naam van Paracelsus voeren. In Duitsland wel, en als je op de websites van die organisaties kijkt dan zie je dat deze heel veel informatie verschaffen over hun kwaliteit, transparant zijn in de bereikte resultaten. In Nederland beginnen we daar nog maar mondjesmaat mee.

In de teksten in het hoofdstuk over het 'onzichtbare' komt onder andere het tijdloze van Paracelsus' ideeën komt goed naar voren. Zijn inzichten kunnen ons helpen een oordeel te vormen over gebedsgenezing, genezende krachten van heiligen en heilig verklaarde medemensen.
In de bloemlezing staan ook teksten van Paracelsus over de vrouw. Deze teksten leveren een opmerkelijk inzicht. “De hemel heeft zijn lagere en zijn hogere sferen en omsluit deze beide, zodat niets sterfelijks, niets wat sterfelijk en vergankelijk is, eruit komt in dat buitenste rijk, ... Maar de kleine wereld is de mens. Er is nog een wereld, de allerkleinste. Dat is de baarmoeder. Voor de vrouw geldt een andere anatomie en theorie, op haar zijn andere besluiten en gedachten en handelwijzen van toepassing … De leer van de wereld is de basis van deze wetenschap. Het is de leer van de vier elementen in hun moeder. Dan komt de leer van de mens, van de overeenkomst tussen microkosmos en macrokosmos. Op de derde plaats tenslotte komt de leer van de vrouw. (pp. 59-60)” Weliswaar kennen we natuurlijk in de geneeskunde specifieke onderzoeken naar ziekten bij vrouwen, maar dit is toch iets anders dan waar Paracelsus over schrijft. De afgelopen decennia is heel veel in de maatschappij er op gericht geweest te argumenteren dat man en vrouw 'gelijk' zijn. Natuurlijk heeft ons dat veel gebracht op het gebied van emancipatie van de vrouw. Maar veel onopgeloste vraagstukken waarom bepaalde ziekten vaker bij de vrouw voorkomen en de positie van vrouwen in de gezondheidszorg (als werker in de zorg en als patiënt of cliënt) zouden opnieuw bezien kunnen worden vanuit deze gedachtegang van Paracelsus.
De uitleg van Paracelsus in de teksten over de pest en over astronomische profetieën zijn liefdevol en indrukwekkend. Als wij met de inzichten van Paracelsus zouden kijken naar allerlei publicaties over de invloed van de stand van de maan, zon en sterren zouden deze publicaties ons meer levensvernieuwing brengen dan ze zonder deze inzichten doen.

Voor wie is het boek relevant?


Het boek is relevant voor ieder die geïnteresseerd is het brede terrein van geneeskunde, de eigen bewuste rol van de patiënt daarin en de claims die verschillende groeperingen in de maatschappij menen te mogen leggen op hun kennis en kunde en de kostprijs daarvan en de wijze waarop de gezondheidszorg is georganiseerd. Er is meer onder de zon dan de ook nu weer gangbare dogma's.
De opbouw van het boek maakt het intrigerend om het te lezen, het schetst de filosofie waarmee Paracelsus werkt en daarna wordt een en ander op basis van concrete vraagstukken uitgelegd. Paracelsus is ook nu nog een heldere leermeester.
De bloemlezing is maar een klein gedeelte van het omvangrijke werk van Paracelsus maar geeft een goed inzicht in de consistentie en begrijpelijkheid van zijn filosofie. De bloemlezing laat goed zien dat veel van wat Paracelsus heeft geschreven tijdloos is, ook nu nog van waarde is. De bloemlezing zet aan tot nader onderzoek, verdere studie, juist dat waar Paracelsus op wees: “Als je God lief wilt hebben, dan moet je ook zijn werken liefhebben. Als je je naaste lief wilt hebben dan moet je niet zeggen dat hij niet te helpen is, maar moet je zeggen: 'Ik kan het niet, ik begrijp het niet …'. Merk op dat gezegd is dat er verder gezocht moet worden totdat de kunst gevonden wordt, waaruit de juiste werkzaamheid komt” (p. 132). Meer samenwerking tussen de gangbare geneeskunde en de alternatieve therapieën zou tot nieuwe inzichten kunnen leiden. De transparantie over kwaliteit van de zorg zoals de Paracelsus-ziekenhuizen in Duitsland die tonen, maakt het patiënten mogelijk bewust te kiezen in hun zorg voor de eigen gezondheid. In die zin is het boek relevant voor ieder die bewust met de eigen gezondheid wil omgaan. Het levert nieuwe inzichten en daardoor een duidelijke bijdrage voor de lezer om vanuit deze inzichten van Paracelsus te kijken naar de huidige vraagstukken. Het boek is een bijdrage in de actuele discussies op het brede terrein van eigen verantwoordelijkheid van mensen voor hun gezondheid en genezing en de maatschappelijke en politieke discussies over medisch onderzoek en organisatie en financiering van de (gezondheids)zorg.

Heeft het boek voldoende toegevoegde waarde ten opzichte van bestaande literatuur?


De bloemlezing levert nieuwe inzichten, gezichtspunten, om onderzoek te doen en de verschillende vraagstukken te bespreken. De teksten van Paracelsus kunnen een bijdrage leveren om geneeskunde te onderscheiden van kwakzalverij en zelfverrijking (in welke vorm dan ook).
De prijs-kwaliteit verhouding van het boek is oké. Het boek kost een kleine dertig euro. Het is heel mooi vormgegeven, heeft mooi papier, intrigerende illustraties en een prettige letter. Voor diegene die zelf teksten van Paracelsus wil opzoeken helpt de verwijzing naar de uitgave van Ascher. De in Nederland eigenlijk onbekende Paracelsus wordt met dit boek op een aanstekelijke manier voor het voetlicht gebracht.

Ik hoop met deze recensie een brede kring van lezers te bereiken. De inhoud van de bloemlezing is het waard. De ondertitel van de bloemlezing “De Artsenij - het Woord Gods” zou mogelijk lezers er van af kunnen houden om dit boek te lezen, gezien hun filosofie of geloof. De uitleg, de filosofie van Paracelsus, is juist ook voor die lezers wellicht intrigerend omdat het een ander licht werpt dan wat gebruikelijk doorgaat voor het woord Gods.
Met deze uitgave heeft de Rozekruis Pers de teksten van Paracelsus toegankelijk gemaakt en daarmee een intrigerende bijdrage geleverd voor vraagstukken van deze tijd.
Nel Knip, 11 januari 2007


Google
"To Serve Divine Wisdom, in Full Awareness of Death and Life
Waiting for Her unmistakable Signs,
Tapping from and Revering the Source of True Healing, the Kingdom of Complete Eternity
Manifesting Always through All Polarities and Changes Here and Now" (Kalliopeia)

Ieder apart wezen compleet en diep één met zijn eeuwige grond, verbonden in één gewaar-zijn


URL: http://www.bk-books.eu/lezen30.html
Version 2 = latest revision of 23 January 2007 (Version 1: 4 December 2006)
© 2006-7 Boudewijn Koole; copying admitted
in case acknowledgement is provided (at least reference to site: www.bk-books.eu and with link to url (unique resource location or web-address) of the text copied or referred to; if wished so with your valuation)