Lezen (of juist niet)! 7


Deze pagina bevat een lijst van sinds september 2002 gelezen teksten met commentaar.

Retour naar overzichtspagina gelezen teksten

Gelezen - sinds 2002 - b

Read - since 2002 - b






[P.S. Actuele links die naar deze webpagina verwijzen: ]




David Loy, Lack and Transcendance: The Problem of Death and Life in Psychotherapy, Existentialism and Buddhism, New York (Humanity Books) 2000, met literatuurverwijzingen en register, 196pp.

Zeker voor degenen die zich op redelijk hoog niveau willen verdiepen in de verhouding tussen Oost en West op het gebied van de psychologie en van de religie en cultuur is dit een bijna verplicht boek, zeker voor degenen die het boeddhisme beter willen begrijpen en wel op een ook wetenschappelijk betrouwbare wijze. Dit boek onderzoekt de mogelijkheid dat de primaire repressie van mensen in de Freudiaanse, psychologische zin wel eens niet de onderdrukking van sexuele drijfveren zou kunnen zijn of (zoals bij veel existentiële psychologen) van de vrees voor de dood, maar van de verdenking dat "ïk" niet echt, niet werkelijk ben. Het boeddhisme leert, dat het zelf fictie is, aangeleerd en geïnternaliseerd. En wanneer dit idee uitgewerkt wordt, leidt dat tot een groot aantal in- en uitzichten waarvan het existentialisme en het boeddhisme er al veel onderzocht hebben. Het boek behandelt zowel dit idee uitputtend als de consequenties ervan: de vele manieren waarop we eraan pogen te ontsnappen, bijvoorbeeld door op te gaan – meestal zeer subtiel vermomd - in een (stiekem zelfgekozen) heldenrol – als we maar een identiteit (lees: zeker fundament) hebben ... ! Maar Loy beschrijft veel meer onthullende rollen en vermommingen (aan de hand van onder meer Nietzsche over wie zodoende ook veel onthuld wordt evenals over onze cultuur als geheel).
Dit boek behandelt zoveel kernvragen van leven en dood, angst en schuld, lijden en verlichting, dat het teveel is om hier te herhalen. Maar ik zeg denk ik niets teveel, als ik beweer dat in dit boek niet alleen zeer goede samenvattingen van en perspectieven op al deze problemen en hun verbanden en mogelijke oplossingen geboden worden - evenals van en op de historische denkstromingen waarin zij voorkomen met al hun interessante parallellen, van en op de culturele contexten en de verschillen ertussen (het Westen, India, Noord- en Oost-Azië) waarin deze problemen en stromingen te vinden zijn - maar ook een wijze van informeren en een stijl die tegelijk wetenschappelijk zeer betrouwbaar en toch persoonlijk zijn in de zin dat de lezer weet en voelt dat het over zaken gaat die haar of hem en het kan haast niet anders ook de auteur rechtstreeks aangaan (althans dat was mijn ervaring). Aan de ene kant lijkt de eruditie van de auteur onuitputtelijk als het om de meest ondersteunende voorbeelden uit een zeer uitgebreide literatuur gaat, anderzijds staat alles geheel in dienst van de hoofdzaken, die in al hun somtijdse ingewikkeldheid tot de kern gereduceerd en verhelderd worden op zo'n wijze dat de lezer weet: dit gaat over mij, over ons en over onze wereld.
Het boek eindigt met een perspectief op de overeenkomsten en verschillen in de culturele context en metafysica van West en Oost, wat op zich al een zeer verhelderend en leerzaam hoofdstuk is. Het is bijzonder maar Loy lijkt even gemakkelijk de filosofische en psychologische als de historische en culturele diepte in te gaan. En dat zonder aan leesbaarheid in te boeten!
Loy plukt hier een aantal vruchten van zijn eerste hoofdwerk
Nonduality, dat derhalve door hem verondersteld wordt en voor degenen die in de achtergronden van het denken van Loy en van de niet-dualiteit of de verlichting geïnteressseerd zijn, zeer de moeite waard is om eveneens te lezen en te bestuderen. Dat is filosofisch wel iets zwaarder.
Maar behalve voor een (religie- of metafysisch) filosoof is het voorliggende boek voor iedere psycholoog die geïnteresseerd is in Freud, Jung, N.O. Brown, E. Becker, I. Yalom en een keur van andere psychologen, in de filosofen Schopenhauer (fantastische samenvatting!), Nietzsche, Heidegger, Sartre, Derrida en vele andere, historici als Burckhardt, Huizinga, Aries en andere, en een keur aan cultuurkenners van het Westen en het Oosten, zonder meer een must. De auteur strooit bovendien af en toe met uiterst relevante kerncitaten van wat wij in het Westen tegenwoordig spirituele auteurs noemen, en wat vroeger mystici heetten, uit West en Oost.
Naar mijn mening is dit boek een mijlpaal in interculturele studies, in inzicht waar onze Westerse cultuur en waar de wereld-cultuur op dit moment staat. En natuurlijk ook in de rol die inzichten uit het Oosten, speciaal het boeddhisme, daarin (zouden kunnen) spelen – samen met vele genoemde Westerse inzichten. Zelfs degenen die beter dan ik in staat zijn om dit boek te beoordelen, zullen denk ik moeten toegeven dat er buitengewoon veel van te leren valt, al was het alleen maar aan de samenvattingen van de besproken problemen en auteurs, en uiteraard niet het minst aan uitleg van het boeddhisme. Het boek bevat ook zeer relevante literatuurverwijzingen.
Een uitermate aanbevolen must.
Nu alleen nog even leren leven met dat inzicht, en het in praktijk brengen. Ook dat is de auteur zich zeer bewust: leven is oefening, praktijk. En dat in een omgeving en een wereld met zoveel uitdagingen en problemen als we iedere dag beleven – en voor iedereen deels hetzelfde of vergelijkbaar met die van anderen maar altijd voor deze persoon uniek! Om bescheiden van te worden maar ook hoopvol over de vrijheid en de mogelijkheden en kansen.
Enkele verdere verwijzingen naar dit boek en ander werk van Loy zijn te vinden in een lezing die ik hield over enkele parallellen tussen Oost en West waarbij ik een verbinding met mijn eerdere studies leg, met name over Jacob Boehme.
In de context van dit boek en zijn thema's, waaronder transcendentie, verwijs ik nog graag ook naar twee filosofisch én praktisch interessante korte artikelen over zeer verwante thema's in de twee nummers van Vol. XXVIII (1995) van THE EASTERN BUDDHIST: NEW SERIES: J. Stambaugh, 'Transcendance', No. 1 Spring pp.17-28, en F. Franck , 'Response to Joan Stambaugh's "Transcendance"', No. 2 Autumn pp. 265-272.
4 september 2002

Hans Stolp / Harm Wagenmakers, Atlantis herhaald?: Over de tijd die komen gaat, Leeuwarden (Uitgeverij Tattwa) 1999, 52 pp.

Dit boekje dat ik als een onverwacht geschenk kreeg van een goede relatie, is een bemoedigende tekst die stimuleert om onze eigen weg te gaan, het verleden loslatend op weg naar een toekomst waarvan we al dromen. Namelijk door deel te nemen aan de ontwikkeling van het grotere geheel waar onze levens stuk voor stuk en ieder moment opnieuw een unieke opdracht in vinden. Heldere vertrouwenwekkende visie met mooie samenvattende gedichten. De verwijzingen naar Atlantis en reïncarnatie ervaar ik als een behulpzame inkleding die aan de helderheid niets afdoet.
29 okt. 2002

Tahar ben Jelloun, Een verblindende afwezigheid van licht, Uit het Frans vertaald door Maria Noordman, Breda (De Geus) 2002, 249 pp.
Idem, Zoon van haar vader, Met neergeslagen ogen, Gebed voor een afwezige, Een gebroken man, De blinde engel, Breda (De Geus) diverse jaartallen

De schrijver neemt ons in de prachtige tekst van Een verblindende afwezigheid van licht mee naar de gevangenis van Tazmamart waar een deelnemer aan een opstand tegen de Marokkaanse koning zeventien jaar lang de 'afwezigheid van licht' volhoudt, en welke middelen hij daarbij gebruikt, welke ervaringen hij opdoet, wat er zoal door hem heengaat, en hoe dat in contacten met zijn medegevangenen, met de bewakers, en in zijn gedrag en denken vorm krijgt. De gevangene ontwerpt een eigen vorm van spiritualiteit waarin hij bijna kan wonen, kun je zeggen. De lezer krijgt een indringend beeld van de gruwelijkheid van deze gevangeniservaring. Maar ook veel aanknopingspunten om over allerlei essentiële menselijke situaties en thema's na te denken. De schrijver gebruikt vaker de ervaringen van een ander of van anderen als uitgangspunt voor een romantische vertelling waarbij hij de thematiek uitvergroot, terwijl het prachtig vertelde verhaal zelf de lezer ongemerkt meeneemt. Ik beschouw dit boek als een van de meesterwerken van deze auteur door de combinatie van indringendheid van de beschreven ervaring en de lichtvoetige, poëtische taal die de lezer vervoert. De verblindende afwezigheid van licht heeft hier een tegenwicht gekregen in spiritualiteit en prachtige taal. P.S. Ook de andere boeken van deze schrijver - een toekomstige Nobelprijswinaar? - zijn zeer de moeite waard door de belangrijke - uiteenlopende - thema's en de vaak adembenemend mooie taal: Zoon van haar vader, Met neergeslagen ogen, Gebed voor een afwezige, Een gebroken man, De blinde engel. De schrijver staat bovendien als Marokkaanse intellectueel in Frankrijk midden in de problematiek van Europa (en de wereld) en haar culturele, sociale en individuele tegenstellingen.
30 oktober 2002

Michael Shepherd (red.), Marsilio Ficino: Een universeel mens, [Met een voorwoord van Joost Ritman], [Vertaling / bewerking: dr. Annine E. G. van der Meer], [Met bibliografie, woordenlijst en uitgebreid register,] Ankh-Hermes (Deventer) 2002, 195 pp.

In dit boek kan ieder vinden waarom en hoe Marsilio Ficino, de leider van de beroemde Plato-academie in Florence ten tijde van de Renaissance onder het mecenaat van de Medici's, zoveel bijdroeg aan de kennis van het hermetisme, van het platonisme en wat het voor hem inhield dat de mens in diepste zin 'goddelijk en onsterfelijk is'. Dit boek - dat ik nog maar zeer gedeeltelijk heb kunnen lezen maar ter recensie ontving en van harte aanbeveel (zie inmiddels na volledige lezing mijn
complete bespreking elders) - bevat een aantal opstellen op basis van het interntionale symposium dat in 1999 aan Ficino gewijd werd, aangevuld met inleidingen (onder andere van Annine van der Meer, de vertaalster, met interessante informatie over Ficino's leven) en een boeiend opstel (met nieuwe inzichten) van Jacob Slavenburg over uiterst belangrijke de rol die Ficino speelde voor de hermetische traditie merkwaardig genoeg zonder dat deze er zelf later veel mee deed, en hoe dat zit. Samen met de recente uitgaven van brieven en essays van Ficino vormt dit boek het zoveelste bewijs van de kans die wij in onze tijd hebben om diepte aan te brengen in de bestudering van de groei van de spirituele tradities. Ook voor latere generaties is deze uitgave een aanwinst. Het boek is mooi uitgegeven.
14 november 2002

Andrew Weeks, Boehme: An Intellectual Biography of the Seventeenth-Century Philosopher and Mystic, Albany (State Univ. of New York Press) 1991, [met uitgebreide noten, bibliografie en register], 268pp.

Een zeer complete inleiding in Boehmes leven en werken, met een zorgvuldige plaatsing ervan in de context van zijn tijd, van zijn inspiratiebronnen en van zijn eigen ontwikkelingsgang. We komen zeer precieze details te weten van de omgeving van Boehme, van de politieke ontwikkelingen die het maatschappelijke klimaat bepaalden (en waar de godsdienstige verschillen een belangrijke rol in speelden). Dat is erg interessant omdat er in Boehmes tijd veel aan de hand was en er parallellen zijn met de rol van alternatieve stromingen in andere tijden, zoals de onze. Maar nog veel meer: Weeks behandelt ook de oorsprong van concepten waar dat mogelijk is, en wijst vooruit naar latere verwanten. Kortom een erg rijk boek. Moeilijk te beoordelen omdat de auteur zoveel werk verricht heeft dat het niet gemakkelijk te controleren is. Maar tegelijk vol rake typeringen en suggesties die de indruk wekken hout te snijden, en zeker passend bij de indruk die het lezen van Boehmes werken en brieven indertijd op mij gemaakt heeft. Het boek is zeker geen visionaire samenvatting van Boehmes ideeën en wie inspiratie zoekt, kan beter bij Boehme en zijn oudere of moderne verwanten zelf terecht. Maar Weeks behandelt erg knap waarin die verwantschappen bestaan, althans in de context van Boehmes tijd. Boehme wordt daar als mens, als denker en schrijver, en als mens in zijn tijd buitengewoon veel duidelijker door. Dit boek is te rijk om alle aspecten ervan recht te kunnen doen in deze vermelding. Ik heb over het lezen ervan lang gedaan, het is een pittig boek. Maar voor wie Boehme in zijn context goed wil leren kennen, tamelijk onmisbaar denk ik. Het mooiste van dit boek vind ik dat Weeks goed tussen de regels door probeert te lezen, en van Boehmes ontwikkeling aan de hand van zijn onderwerpkeuze en zijn taalgebruik een voor de hand liggende uitleg weet te geven die goed past bij Boehmes karakter, omgeving en de teksten zelf.
Ik wijs speciaal op twee punten die ik in
mijn boek over Boehme niet belicht heb. Weeks laat duidelijk zien in welke context Boehmes tolerantiegedachten (in godsdienstig, maatschappelijk en politiek opzicht) staan (o.a. 200vv.; zie ook register s.v. 'Universalism and tolerance'). Deze zijn zeer interessant! Boehme is erg positief over wat vaak als de vijand of de buitenstaander beschouwd werd, zoals moslims en heidenen.
Een tweede punt is dat hij duidelijk de reis van Boehme naar het hof in Dresden - dat hem had uitgenodigd - beschrijft en als motief geeft dat hij steun zocht om naar buiten te treden (steun om te kunnen publiceren): “looking for further contacts and distributors” (210).
Kortom: voor geïnteresseerden in Boehmes werken een must.
21 november 2002

Astrid Lindgren, De gebroeders Leeuwenhart, vertaald door Rita Törnquist-Verschuur met tekeningen van Ilon Wikland, Amsterdam (Ploegsma) 1999-11e druk, 208 pp.

De gebroeders Leeuwenhart vormen in dit boek onderdeel van een strijd tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad; deze strijd is tegelijk hun persoonlijke ontwikkeling. In het prachtige verhaal komen angst en kwetsbaarheid, durf, moed en vertrouwen uitvoerig aan de orde, evenals verraad en overwinning. De oplossing van de tegenstellingen vindt plaats doordat de oerelementen van de draak en de slang elkaar vernietigen, en de gebroeders de sprong naar het licht wagen. In de goede wereld daarna worden de angstige verhalen nog wel verteld maar heeft de angst geen grond meer.
3 december 2002

De roep van het Rozenkruis: Vier eeuwen levende traditie, Haarlem (Rozekruis Pers) / Den Haag (Koninklijke Bibliotheek) 1998, [auteur: Frans Smit], 104 pp.

Een prachtige inleiding in de moderne traditie van de Rozenkruisers, historisch zeer interessant en verantwoord, en tevens veel inzicht biedend in de motieven en idealen vanaf het begin rond 1600 tot en met de actuele bewegingen waaronder het Lectorium Rosicrucianum. Met lijst van tentoongestelde werken. Wie zich wil verdiepen in de achtergronden van de Rozenkruisers in kort bestek, kan zich mijns inziens geen betere inleiding wensen. Werkelijk voortreffelijk en een genoegen om te lezen. En dat in 100 pagina's. Zeer aanbevolen. Een van de vele citaten tot slot: "De Rozenkruisers hebben de gehele mensheid hartelijk lief, zij willen allen zonder uitzondering geheel en volkomen dienen. Zij delen geen inwijdingen uit en schenken geen bijzondere voorrechten aan uitgezonderden. Zij zijn er voor allen ... wijden zich aan het ... Koninkrijk, dat niet van deze wereld is ... aan het rijk van de Christus." (21; J. van Rijckenborg in Een Nieuwe Roep, uit 1952).
[Voor meer over de Rozenkruisers zie ook
elders.] 3 december 2002

Aleid Schilder, Hulpeloos maar schuldig: het verband tussen een gereformeerde paradox en depressie, Kampen (Kok) eerste druk 1987, en latere drukken
P.C. Kuiper, Ver heen: Verslag van een depressie, 1988 (SDU Uitgeverij) Den Haag, 168pp.
Alice Miller, In den beginne was er opvoeding, Houten (Wereldvenster) 1989-7e druk, en latere drukken
Idem, Het drama van het begaafde kind: Een studie over het narcisme, Houten (Het Wereldvenster) 1992-15e druk

Alice Miller verwijst in haar boek 'In den beginne was er opvoeding' naar de zogenaamde 'zwarte pedagogie', het op vernedering en dwang gebaseerde vrij algemeen voorkomende opvoedingsklimaat in Europa in de laatste eeuwen tot ver na de Tweede Wereldoorlog; hoofdzaak daarvan is het kind zo vroeg mogelijk de eigen wil te ontnemen. Zij illustreert deze 'zwarte pedagogie' aan interessante voorbeelden, onder andere aan de achtergronden van Hitlers extreme opvoeding en het verband daarvan met het karakter van de door hem nagestreefde en uitgevoerde politiek. Wat mij het meest treft in dit boek en dat van Aleid Schilder is de eenzijdig door macht bepaalde communicatie die het kind zowel fysiek als psychisch schaadt en het bovendien opzadelt met de schuld voor wat er mis gegaan kan zijn (bij ouders en kind), terwijl het eigene van het kind niet gerespecteerd maar expres onder tafel geveegd wordt. Miller geeft op p. 103 als alternatief dan ook onder meer aan: respect voor dit eigene van het kind zodat het zich - ook psychisch - gezond kan ontwikkelen in een eigen richting. Zowel bij Schilder als bij Kuiper wordt duidelijk dat een dogmatisch-christelijke achtergrond hierbij negatief kan werken. De erfzonde-theorie houdt het slachtoffer dat er gevoelig voor is, net als de voorbeschikkings-theorie, in een 'double bind' die ertoe kan leiden dat het slachtoffer zich denkt te bevrijden uit zijn gebondenheid maar in feite zichzelf de schuld van die bevrijding blijft geven omdat dat zo hoort.
Bewustwording van hoe iemand in dit opzicht achter is geraakt en wat iemand in dit opzicht tekort is gekomen kan ook tijd en inspanning kosten, zoals Miller, Kuiper en Schilder alle drie aangeven; tegelijk is die bewustwording waardevol omdat zij kan bijdragen tot volwassen worden - een kans die men steeds als zij zich voordoet grijpen kan -, tot spirituele rijping en betere communicatie met en liefdevol leven in de wereld. Of tot genezing van depressie, zoals Kuiper laat zien. Bovendien geloof ik wel in de mogelijkheid van beschadiging van mensen door elkaar, ook in de opvoeding, maar niet in de absolute onheelbaarheid daarvan; dat zou pas beschadiging zijn! Ook Miller is hier op haar eigen wijze sterk mee bezig. Natuurlijk zijn sommige beschadigingen niet te herstellen maar er kan soms vrede gesloten worden in hogere zin. Zoals met alle aspecten van ons leven die het door de dood heen gaan raken. Een onderwerp apart.
Het lijkt mij van groot belang de eigen kwetsbaarheid te erkennen, en er niet voor weg te lopen. Want door het gebrek aan zelfkennis en omgang met de eigen kwetsbaarheid kan ongewenste kortsluiting en niet onderkende agressiviteit in de communicatie ontstaan. Of depressies die signaleren dat het tijd is weer een - in de eerste plaats zichzelf - voelend mens te worden. Dat geldt voor iedere mens op wie dit van toepassing is uiteraard op eigen persoonlijke wijze en in de eigen context. Gelukkig degene die hier tijdig de goede weg in vindt, en voelende respectvolle mensen in haar of zijn omgeving die het vallen in valkuilen kunnen helpen voorkomen en de weg kunnen helpen opgaan naar emotionele volwassenheid, ook in de communicatie. En even gelukkig degenen die deze hulp in een latere fase krijgen, om het herstel voor te bereiden.
winter 2002-2003

J. Post, Beleggingen met een gouden randje: vindt uw weg in de wereld van obligaties, Amsterdam (Inst. voor Beleggingsstrategie BV) 2000, 151 pp.

Gedegen en praktisch, helder opgebouwd en uitlopend op een samenvatting van strategieën voor bepaalde omstandigheden en wensen.
Voorjaar 2003

Jacob Slavenburg, Het openvallend testament: Nieuwe bronnen over Jezus en de vrouw uit Magdala, Deventer (Ankh-Hermes) 2001, met noten en uitgebreide literatuurlijst, 137pp.

Interessante visie - als het ware van binnen uit - op het levensgevoel en de strekking van de oudste christelijke stromingen, speciaal de gnostische, die het karakter van inwijdingsscholen hadden. Een historisch aannemelijke benadering gezien het huidige bekende materiaal dat door de auteur knap wordt verwerkt. Aangenaam gebracht en verpakt in korte hoofdstukjes.
Terzijde: Jacob Slavenburg heeft in de tweede druk van het gnostische geschrift Pistis Sophia (Rozenkruispers, Haarlem) een prachtig voorwoord geschreven, ook over
Maria Magdalena. Najaar 2002

Paul Williams, The Unexpected Way: On Converting from Buddhism to Catholicism, Edinburg/New York (T&T Clark) 2002, met uitgebreide bibliografie en noten, en register van namen, 240pp.

Rationele verdediging van de overstap van de auteur van het boeddhisme naar het rooms-katholicisme. Ik houd er ambivalente gevoelens aan over. De auteur wijst er terecht op dat boeddhisme al gauw tot psychologie gereduceerd wordt (in plaats van "een metafysische basis te hebben") maar ik deel zijn vooronderstelling niet dat men per se tussen religies als elkaar uitsluitende wegen moet kiezen en dan nog uitsluitend op grond van rationele argumenten. Of liever gezegd: de auteur weet dat ook wel maar het boek getuigt van de behoefte van de auteur zijn keuze zo rationeel mogelijk te verantwoorden en dat heeft toch iets van een overbodige omweg: vele religieuze zaken zijn rationeel niet goed te verdedigen. De keuze van de auteur stond al vast voordat zijn verdediging klaar was, hoe interessant die niettemin op onderdelen is (de auteur is intelligent en vindingrijk). De vraag blijft over hoe men om moet gaan met de kloof tussen wat wij kunnen weten en kunnen beredeneren en wat daarbuiten valt, en vervolgens welke rol een religie kan spelen in het leven en ook bij het omgaan met die kloof. Er zijn enkele treffende opmerkingen te vinden over hoe de Tibetaanse boeddhisten het Westen bezien (er tegen op kijken).
Zomer en najaar 2002

Bernadette Roberts, The Experience of No-Self: A Contemplative Journey, Boston / London (Shambhala) 1984, 204pp.
Idem, The Path to No-Self: Life at the Center, Boston / London (Shambhala) 1985, 214pp.
Idem, What is self?: A Study of the Spiritual Journey in Terms of Consciousness, Austin, Texas (Mary Botsford Goens) 1989, 216pp.

Deze boeken zijn het verslag van een opmerkelijke weg van persoonlijke ervaring en het vatten ervan in begrippen van de religieuze psychologie, waarbij het christelijke uitgangspunt van de auteur wordt verrijkt met een vergelijking met oosterse ervaringen en psychologieën. De eerste twee boeken zijn vooral ervaringsverslag.
In het derde boek heb ik nog niet gelezen: Part II, dat een vergelijking is van drie visies op bewustzijn, te weten van het hindoeïsme, van Jung en van haarzelf, en waarin ook het boeddhisme nog ter sprake komt.
De schrijfster zegt zich uitsluitend op eigen ervaring te baseren - die ook uit haar beide voorgaande boeken een heel eind bekend zijn - en is stellig over de betekenis ervan, en de verschillende stadia en niveaus ervan. Haar verwoording is toch vooral gebaseerd op christelijke voorstellingen. Maar zij is ook geïnteresseerd in vergelijkbare ervaringen van anderen, en doet een uiterst waardevolle poging om de hare te verduidelijken en een basis voor vergelijking te scheppen. Zij komt wel voor het dilemma te staan dat de ervaring van haar en van haar lezers mogelijk erg verschilt, en trekt zich dan toch enigszins terug op haar eigen voorstellingswereld. Maar hoewel haar beschrijvingen geen makkelijke kost zijn, is er wel veel van te leren vermoed ik. Ik vind het fascinerende, hoewel niet altijd gemakkelijke lectuur.
Najaar 2002

Deepak Chopra, De verwonding van de ziel: Een programma voor het helen van angst en lijden, Utrecht (Kosmos-Z&K) 2002, [= vert. van The Deeper Wound], 206pp.

Een boek waarin de auteur de lezer meeneemt op een reis van verwerking. Aan het eind wordt duidelijk dat nieuw lijden en pijn steeds mogelijk blijft. De psychologisch sterke aanwijzingen hebben ondertussen kunnen zorgen voor versterking van het contact van de ziel met de geest die er leiding aan kan geven, voor relativering van het ego en de verdediging ervan, voor meer realisme en vertrouwen. Geen vervanger van het leven maar sterke hints, in een prettige taal en dosering. Voor mij een prettig boek.
Winter 2002-2003

[Fr. Secret,] Kabbala en hermetische filosofie: Tentoonstelling in de Bibliotheca Philosophica Hermetica,[ met illustraties in zwart-wit, voorwoorden en literatuurlijst,] Amsterdam 1990, 147pp.

Catalogus in de vorm van toelichtende teksten bij de 48 tentoongestelde manuscripten en drukken, welke teksten een interessant licht werpen op de doorwerking van de joodse kabbala in westerse kringen. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan de teksten en publicaties die deze doorwerking illustreren, en hun onderlinge verbanden. Maar ook op de onderlinge invloeden en de geschiedenis van hun bestudering. De hermetische filosofie komt daarbij zijdelings aan bod, via onder meer de Rozekruisers en Jacob Boehme.
Voorjaar 2003

J.M. Coetzee, Elizabeth Costello: Eight Lessons, London (Secker & Warburg) 2003, 230pp.

Een bijzondere literaire tekst. In de eerste plaats boeiend om te lezen, prachtig gecomponeerd, en een intellectueel genoegen.
Misschien wat minder spannend voor diegenen voor wie sommige van de aangesneden menselijke vraagstukken minder interessant zijn om diepgaand aan de orde gesteld te zien worden: ouder worden, de verantwoordelijkheid en de positie van de schrijver in de samenleving, kan een mannelijke auteur op een bevredigende wijze dus van binnen uit doorleefd een vrouwenkarakter in een roman neerzetten, de verhouding mens-dier en de behandeling van dieren door de mens, de relatie van schrijvers onderling, soorten literatuur van Afrika, de opkomst en rol van de humaniora (literaire en tekst-wetenschappen vanaf de tijd van het humanisme in de Renaissance) in de westerse cultuur, de verhouding van literatuur en wetenschap en van literatuur en geloof (alle opgevat als activiteiten die van bepaalde denkbeelden of vooronderstellingen uitgaan), enzovoort. Dat zijn er nogal wat, ik heb nog veel weggelaten, bijvoorbeeld de rol van het christendom!
Maar de argumentaties, de dialogen, de compositie, en de setting van de gebeurtenissen in het nomadenbestaan van de hoofdpersoon, met de nodige couleur locale en beschrijving van het lezingencircuit, enzovoort, is zo briljant dat de rest vanzelf meekomt.
Een boek dat een aangename ongerustheid achterlaat: waar zou Coetzee precies op gedoeld hebben in deze roman, die evenals zijn andere zeker autobiografische trekjes heeft? Waarom eindigt dit boek met een brief uit een andere eeuw, die als hartekreet om redding toch prachtig bij de toon van het voorgaande aansluit? In hoeverre gaat het om een ontboezeming van een toevallige romanschrijver in dit boek, en in hoeverre om ons aller eindige en tekort schietende leven dat niettemin zo'n rijke ervaring kan zijn?
Van dezelfde auteur zie ook:
In ongenade, Jongensjaren, Portret van een jongeman.
7 november 2004

Robert Hartzema, De Psychologie van Vrijheid, [met afbeeldingen, schema's en bibliografie, ]Amsterdam (Karnak) 2003, 288pp.

Dit buitengewoon heldere boek laat zien hoe wij in onze ontwikkeling van baby tot volwassene onze eigen houding tegenover de realiteit vinden (karakter, identiteit, overlevingsstrategieën enzovoort). En hoe wij daarbij butsen oplopen die wij verdringen, wat veroorzaakt dat wij met blokkades en andere verstarringen rondlopen, lichamelijk en mentaal. Het uiteindelijke doel in dit boek is het ontwikkelen of toelaten van innerlijke vrijheid (door toelaten en accepteren van alles wat zich aandient, ethische oordelen en gedrag evengoed als onethische) en een goed kanaal te worden voor de levensenergie.
Hoewel de auteur niet in lijkt te gaan op concrete ethische vragen, zijn die nauw met zijn onderwerpen verbonden. Zijn toon is levensecht, al is een enkel zinnetje zo te zien geredigeerd om in het model te passen dat hij hanteert. Zijn vooronderstellingen en keuzes - want die zijn impliciet zeker aanwezig, bijvoorbeeld ten aanzien van levensbeschouwelijke en ethische opvattingen waaronder een interessante visie op seksuele energie en levensenergie - worden niet filosofisch onderbouwd of toegelicht. Die persoonlijke ontwikkeling in de richting van verlichting en (om te beginnen innerlijk) vrij gedrag fungeert in dit boek als ideaalbeeld en norm. De auteur legt ook helder uit wat hij met die innerlijke vrijheid bedoelt: een spirituele kwaliteit die samenvalt met het dagelijkse leven in deze werkelijkheid, op de manier van helder gewaar zijn, van een transparant zijn van alles doordat ons kleine bewustzijn onderdeel wordt van het grotere, het kosmische. De auteur is zich goed bewust van het probleem dat dit eigenlijk niet in taal uitgedrukt of op andere wijzen vastgelegd kan worden, dan zouden we het absolute door het relatieve vervangen. Maar beide tegelijk dienen erkend te worden, volledig!

Het boek gaat - tegen deze achtergrond - echter vrijwel volledig over hoe onze ontwikkeling kan verlopen, en hoe wij kunnen leren de ontstane wonden te helen. Deze hoofdstukken zijn gebaseerd op uitwerking van een model en van de grote ervaring van de auteur. Zij bieden een naar mijn indruk zeer heldere spiegel voor lezers die ongeveer vergelijkbare ervaringen hebben doorgemaakt dan wel dito overlevingsstrategieën dan wel kwetsuren hebben opgebouwd. Het model bestaat uit de opbouw van veiligheid, intimiteit, autonomie, identiteit, seksualiteit en vrijheid, min of meer gekoppeld aan de ontwikkelingsfasen van kind via puber tot volwassene die zich zijn levensgeschiedenis bewust wordt en zijn innerlijke vrijheid ontplooit. Een boek zo rijk aan waardevolle, levensechte observaties van praktisch-psychologische aard als ik in geen tijden ben tegengekomen! Alinea na alinea schotelt de auteur de lezer hier uiterst herkenbare denk- en gedragspatronen, karaktertrekken, en hun innerlijke wortels en wortels in onze ontwikkeling voor waar elke lezer het nodige in kan herkennen en van kan leren - als zij of hij daar aan toe is. De lezer voor wie dat laatste geldt, heeft aan dit boek een goudmijn. En de toon van het boek is bovendien erg helend. Er worden - heel nuchter en realistisch - perspectieven geboden en vele aanwijzingen gegeven waar de lezer zijn voordeel mee kan doen. De tekeningen en schema's zijn daarbij erg verhelderend. Zonder dat je het als lezer door hebt, wordt je bovendien ingewijd in de bredere ontwikkeling van de menselijke psychologie. Dat wordt goed zichtbaar door middel van de schematische samenvattingen aan het eind van ieder hoofdstuk.
Het lijkt er op dat de auteur met deze uitgave - niet zijn eerste - zijn levenservaring en de inzichten die hij in zijn praktijk van het begeleiden van mensen (als therapeut en vroeger ook als leider van een meditatiecentrum) opdeed, zowel als zijn theoretische bagage op het terrein van het onderwerp, in één klap heeft vorm gegeven in een prachtig, praktisch en bovendien uiterst leesbaar 'handboek'. Door de vele handige vragenlijsten is het ook geschikt als (zelf-)werkboek, en het kan ook zeker gebruikt worden door therapeuten en om te lezen als je in therapie bent.

Dit boek ligt mij persoonlijk ook wel omdat ik altijd wel een beetje gecharmeerd ben geweest van het emancipatiemodel dat het denken van Wilhelm Reich en Alexander Lowen, in wier traditie de auteur staat, kenmerkt. Natuurlijk kan het ook zijn omdat ik van dezelfde generatie als de auteur ben en enigszins dezelfde levenservaring deel. Het wonderlijke van ontwikkelingspychologie is dat iedere generatie, en ieder individu, zijn eigen wiel opnieuw uit lijkt te moeten vinden - dat is ook begrijpelijk anders zou die ontwikkeling nooit uniek zijn, en dat laatste is zij in een aantal opzichten altijd. Toch vermoed ik dat ook oudere en jongere generaties, dus in feite iedere lezeres en lezer, aan dit boek veel kunnen hebben, al was het maar door te vergelijken; dat doen we per slot van rekening ook met andere boeken die (ver) voor onze tijd geschreven zijn en waar we toch nog iets aan hebben. Dat dit boek die mogelijkheid ook lijkt te bieden, zegt al weer iets over de kwaliteit ervan.

Tot slot van deze bespreking nog een paar zinnetjes, zomaar omdat ze zo leuk klinken: “Als je geniet vallen gedachten weg, maar als je veel denkt is er geen ruimte voor genieten. (114)” “Als je in een willekeurige groep mensen vraagt wat zij werkelijk verlangen is het antwoord meestal: 'gewoon mijzelf mogen zijn, gewoon kunnen zijn wie ik ben'. Dat is belangrijker dan geluk, want geluk kan altijd omslaan, maar jezelf kunnen zijn is jezelf zijn, wat de omstandigheden ook aandienen. (127)” “Problemen, pijn en verwondingen verdwijnen niet maar worden meer doorschijnend. (172)” “Botsend tegen obstakels, creëert de rivier van het leven zijn eigen schoonheid. (189)” “Je wordt meer en meer als helder water, dat stroomt en zijn weg vindt zonder zichzelf op een bepaalde manier te moeten presenteren. (202)” “Wanneer je werkelijk leert genieten, is elke ademhaling een genot. (246)” “Het streven naar absolute vrijheid is een bijzondere en subtiele weg. Zij is bijzonder omdat ze onvoorwaardelijk is, omdat alles er gewoon mag zijn. (272)” “Alles wordt steeds helderder en vrijer, terwijl je toch volledig geaard blijft in de gewone werkelijkheid. (283)” “Dat persoonlijke, diepgaande inzicht in je eigen levensgeschiedenis is de werkelijke psychologie van vrijheid. (286)”
Kortom, een prachtig, praktisch en leesbaar boek - met veel voorbeelden, tekeningen, schema's, vragenlijstjes en oefeningen, en een bibliografie - over de groei van onze persoon, ons karakter en onze identiteit. En over volwassen worden, het omgaan met tekortkomingen en helen van blokkades en het verwerkelijken van onze innerlijke vrijheid.
De kwaliteiten van dit rijke boek kun je alleen ervaren door het zelf ter hand te nemen!
17 december 2004

Hoe kun je de lucht bezitten?: De rede van Seattle, Utrecht (Aktie Strohalm / Uitgeverij Jan van Arkel) 2004-11e druk, 96pp.

Omstreeks het midden van de vorige eeuw versloegen de blanke Amerikanen in een tijdsbestek van ongeveer tien jaar de Indiaanse Amerikanen zodat de weg om hun grond in bezit te nemen vrij kwam. Deze in-bezitname werd verhuld in overleg met - vaak door de blanken aangewezen - Indiaanse onderhandelaars, aan wie werd gevraagd hun grond te verkopen in ruil voor enkele rechten waaronder het alleenrecht om te wonen in reservaten. Tijdens zo'n onderhandeling heeft de Indiaanse leider Seattle een rede gehouden waarvan door een aanwezige notities gemaakt zijn die later in een krant verschenen (1). Later werden daar bewerkingen van gemaakt op basis van veronderstellingen over de Indiaanse taal en gedachtewereld (2) en om het effect op de lezers te vergroten (3). Alle drie de versies zijn interessant en te vinden in deze uitgave, met enige verdere toelichting. Ook al zijn er elementen van een romantisering van de Indiaanse cultuur in te vinden, de tekst heeft in al zijn bewerkingen een belangrijke boodschap.
Voorop staat de grote verbondenheid met de natuur. Seattle signaleert dat de blanken daarvoor maar weinig respect hebben, en stelt de vraag naar de gevolgen daarvan. Deze vraagstelling blijft actueel. In het boekje wordt ook aandacht besteed aan manieren om zelf aan een meer respectvolle verhouding met de natuur bij te dragen door andere manieren van inrichten van onze economie te bevorderen. We maken immers zelf deel uit van de natuur. De uitgave stamt uit de kring van STROhalm, vroeger de Aktie Strohalm, een bekende milieugroep. STRO staat voor Social TRade Organization. Over hen is meer te vinden op Internet. Op verzoek van de uitgever vermeld ik de prijs op het moment van schrijven: 9,95 euro.
Dit boekje kent dan ook al zijn 11e druk!
20 december 2004

Ruediger Dahlke, Agressie als uitdaging: Zin en betekenis van infectie, allergie, reuma, pijn, hyperactiviteit, Deventer (Ankh-Hermes) 2004, 359 pp.

Het uitgangspunt van dit boek is 'ziekte als kans' (131-143). De auteur is er in dit boek betrekkelijk kort over en dat komt waarschijnlijk omdat hij er al een aantal eerdere boeken aan heeft gewijd. Ziektes bieden de zieke mens de kans zich af te vragen “Wat mankeert mij?” en dit mankement aan te vullen. De interpretatie van ziektebeelden heeft daarbij zowel een lichamelijke als een psychische component; componenten die niet tegen elkaar uitgespeeld hoeven te worden maar elkaar kunnen aanvullen - al staat de auteur op het standpunt dat de allopathische geneeskunst in het algemeen niet geneest maar alleen tijdelijk of opervlakkig soelaas brengt (een standpunt dat ik in deze vorm niet deel). Bij het interpreteren van ziektebeelden brengt de auteur allerlei elementen in stelling waaronder de inzichten van Paracelsus en een individuele benadering van de zieke die zelf het antwoord moet geven op de vragen die aan hem gesteld worden: ziekten zijn levensvragen. Dit lijkt me een waardevol uitgangspunt, uiteraard voor sommige ziekten meer dan voor andere (wat de auteur ook aangeeft).
In dit boek gaat het verder over het thema agressie en ziekten die speciaal met agressie of de onderdrukking ervan verband houden. Maar het eerste deel van het boek is helemaal gewijd aan een inleiding in het thema agressie vanuit verschillende invalshoeken: diverse visies vanuit wetenschappen, vanuit de mythologie, vanuit de astrologische psychologie, en vanuit de sociale psychologie (9-131). De tekst leest gemakkelijk en bevat interessante observaties en standpunten maar levert beslist geen eenduidige theorie (al wekt de auteur geloof ik wel graag de indruk 'dat hij het weet'), alleen een aantal losstaande handvaten voor zelfbewustwording. Het bestreken gebied is ook wel erg ruim en dat komt de samenhang niet echt ten goede, al zijn alle onderdelen interessant. Niet een sterk onderbouwde grote visie, meer voor elk wat wils. Meer moraal dan praktijk. Ervaringen uit de praktijk van de auteur - op een enkele uitzondering na - mis ik node. De benadering is weinig op ervaring en intuïtie gericht en is voornamelijk rationalistisch, is mijn indruk. Interessant is vooral de gedachte dat agressie in onze cultuur voornamelijk van de negatieve kant bekeken wordt, en dat gezonde agressie - groeikracht, levenskracht - de kans moet krijgen zich te bewijzen tegen weerstanden in. De auteur voegt daar nog aan toe dat de wortel van ziektes ook tussen de oren kan zitten, en dat is het overwegen waard maar mijns inziens geen vrijbrief om altijd voor alternatieve geneeswijzen te kiezen. Risico's dienen, vind ik, zorgvuldig afgewogen te worden. De auteur sluit dit niet uit maar prijst toch vooral de alternatieve benadering aan.
Het tweede deel van het boek (141-343) is gewijd aan de bespreking van diverse ziekten en ziektebeelden. Voor een aantal ziekten wordt verwezen naar andere publicaties van de auteur, terwijl in dit boek achtereenvolgens aan de orde komen: infecties (in dit verband ook de 'gekke-koeienziekte' ofwel de Ziekte van Creutzfeld-Jacob), allergieën, auto-immuunziekten (waaronder pijnen waaronder hoofdpijn), gebitsziekten, hyperactiviteit.
Veel in dit boek is de moeite van het overwegen meer dan waard. Veel ook zal sommige lezers in eerste en misschien niet ten onrechte ook in laatste instantie erg tegen de borst stuiten omdat de auteur er geprononceerde meningen op na houdt en die niet onder stoelen of banken steekt. Vaak is wat hij zegt uitnodiging tot discussie of gesprek, iets wat in dit bestek natuurlijk niet afgemaakt wordt. De veronderstelling is uiteraard dat de lezer zelf aan het werk gaat, waaraan ik graag toevoeg dat je het dan uiteraard ook niet bij voorbaat met alles wat de auteur zegt eens hoeft te zijn. Uiteindelijk zal de lezer meer ontdekken dan in dit uitgebreide boek gegeven is omdat het haar of hem persoonlijk zal betreffen. Maar dat moet je dan wel willen. De auteur laat zien dat het niet aan aanzetten en materiaal voor zelfbewustwording ontbreekt.
En dat we vooral moed moeten hebben om onze eigen weg te vinden en te gaan, iets wat in onze maatschappij geen vanzelfsprekendheid is in de opvoeding en de gezondheidszorg. Het is daarom goed ons niet door de omvang van dit boek en de veelheid van onderwerpen en ideeën af te laten schrikken maar er ons door te laten aansporen. Het is een oproep om ons te verdiepen in de vragen die voor ons van belang zijn en er aan te werken. Of dit het boek is dat ons daarbij concreet helpt, vraag ik mij sterk af. Ook over de spirituele kant van de aangeprezen benadering - wat zo'n geestelijke worsteling in de praktijk betekent en hoe een zieke daarbij het beste geholpen kan worden - horen we in dit boek vrijwel niets.
22 december 2004

Orhan Pamuk, De witte vesting: Uit het Turks vertaald door Veronica Divendal, Amsterdam/Antwerpen (De Arbeiderspers) 2002-2e druk, 205pp.
Idem, Ik heet Karmozijn: Roman: Uit het Turks vertaald door Margreet Dorleijn & Hanneke van der Heijden, Amsterdam/Antwerpen (De Arbeiderspers) 2002-5e druk, 522pp.

Orhan Pamuk slaagt erin je vanaf het begin van zijn romans mee te nemen in een betoverend verhaal. Puur leesplezier. Elementen van spanning, van psychologische diepgang (het thema van de 'dubbelganger' en de mogelijk groeiende zelfkennis in De witte vesting is een volstrekt fascinerende leeservaring), van menselijke verhoudingen, van culturele ontwikkelingen en nog veel meer. Pamuk besteedt heel veel aandacht aan het oproepen van 'vergeten' maar op zichzelf uiterst boeiende werelden, zoals de cultuur aan het Osmaanse hof gedurende de bloeitijd van eeuwen geleden. Dat is in Ik heet Karmozijn tussen de als een detective zo spannende gedeeltes door soms een beetje langdradig maar eigenlijk ook weer van grote schoonheid. Je begrijpt het zieleleven én de kunst van de miniaturisten die voor de sultan diens dure boeken verluchtten en daarin een hele cultuur neerlegden. Behalve dat deze romans je helemaal meenemen krijg je spelenderwijs ook oog voor culturele veranderingen - de spanningen tussen de invloeden van het Westen en van het Oosten spelen voortdurend hun rol - en voor de uniekheid van iedere grote cultuuruiting en van ieder menselijk gedrag, in slagen en falen. Grootse romans uit een nog steeds boeiend land tussen Oost en West in (met een invloedrijke historie die teruggaat tot ver voor de klassieke periode, al schrijft Pamuk daar in deze boeken niet over).
25 januari 2005

Konrad Dietzfelbinger, Die Geistesschule des Goldenen Rosenkreuzes: Lectorium Rosicrucianum: Eine spirituelle Gemeinschaft der Gegenwart, Andechs (Dingfelder) 1999, 227pp.

Heldere uiteenzetting van de opvattingen, doelstellingen en openbare praktijken van het Lectorium Rosicrucianum (verder LR), zoals de grootste moderne beweging van Rozenkruisers zich naar buiten toe noemt. De beweging kent een buitenkant waarvoor men alleen lid hoeft te zijn en een binnenkant, de Internationale School van het Gouden Rozenkruis, die voor de leerlingen ervan een zevenvoudig getrapte weg omvat van innerlijke geestelijke scholing in de traditie van de lezen8.html#DietzfMyst
Westerse mysteriescholen. Het LR is tot ontwikkeling gekomen onder leiding van de broers Zwier en Jan Leene, van wie de eerste al in de jaren dertig overleed en de laatste daarna samenwerkte met Mevrouw Henny Stok-Huizer. De laatste twee zijn vooral bekend onder hun orde-namen Jan van Rijckenborg en Catharose de Petri, tevens de auteursnamen van hun talrijke publikaties. Deze publikaties zijn geen gemakkelijke kost. Zij vormen een uitwerking van de opvattingen van de beweging en gelden als de - binnen de beweging min of meer sacrosancte - geschriften die deze opvattingen het best hebben doorgegeven. Dit boek zegt het niet met zoveel woorden, maar over de binnenkant van de school, te weten de innerlijke weg die de leerlingen van de geestesschool gaan en hoe zij daarbij begeleid worden respectievelijk elkaar tot steun zijn, wordt in dit boek niets gezegd. Uiteraard niet, want dit is zowel een niet publieke zaak als een persoonlijke zaak. Die per definitie niet aan de grote klok gehangen kan worden.
Het volgende gaat dan ook alleen over de buitenkant. Tegelijk staat alles bij de leerlingen van deze school, en dus ook in dit boek, in het teken van de binnenkant, een coïncidentie die beter maar meebedacht kan worden. Omdat zij maakt dat dit geen gewone geschiedschrijving is in de zin van het voldoen aan de regels van academische neutraliteit (hoe weinig zij daar op het gebied van de buitenkant ook mee in strijd zal zijn), want (lees tevens: veroorzaakt door het feit dat) datgene waar het bij de lezer om zou moeten gaan, die binnenkant, moet per definitie buiten de tekst blijven!

Feitelijk is er in de totstandkoming van de organisatie en de opvattingen van de beweging een enorme ontwikkeling geweest (zie ook mijn bespreking van Als een bovenaardse rivier van P. Huijs). Dat correspondeert met verschillende namen die de beweging vanaf de twintiger en dertiger jaren had, en met het verwerken van de invloeden van eerdere mysteriescholen. Naar de opvatting van het huidige LR (en van de twee grote leiders, die inmiddels zijn overleden, van Rijckenborg in de jaren zestig en mevrouw Catharose de Petri in de jaren tachtig) vormde de LR het meest duidelijke kanaal van de geestelijke wereld in deze materiële wereld en het meest geschikte instrument voor mensen van nu om zich weer te leren afstemmen op die geestelijke wereld. Dat afstemmen is overigens geen activiteit van de aardse menselijke persoon maar van de geestvonk, de rest van de geestelijke mens, die in iedere mens is overgebleven en weer tot leven kan komen, onder inspiratie vanuit de geestelijke wereld. De school helpt bij dit proces. De beweging vat dit zo op dat er geen methoden zijn die vanuit de aardse mens het opstijgen naar de geestelijke wereld kunnen bewerkstelligen. Het enige wat de beweging of wat mensen zelf kunnen doen, is open leren staan voor de geestelijke wereld waardoor het transformatieproces van mens en wereld op gang kan komen. Dit proces is strikt individueel en niemand binnen of buiten de beweging kan een ander hieromtrent beoordelen. Wel hanteert de beweging onderling een systeem van zeven stappen van ontwikkeling van genoemde openheid, gepaard aan verdergaande afsterving van de bestaande aardse persoonlijkheid en omvorming van het aardse lichaam van binnen uit naar een geestelijk lichaam, een lichaam waarin de functies vanuit de geestelijke wereld worden overgenomen.
Hoewel dit niet met zoveel woorden wordt gezegd, is hierbij uiteraard sprake van een onderling elkaar de 'maat' nemen, zij het zo dat men nooit tot een veroordeling van een ander kan komen omdat dit ingaat tegen het basisprincipe dat diegene het verste komt die anderen werkelijk helpt op hun weg van transformatie en niet degene die het 'beter weet' dan anderen. Men kan zelf pas weten dat men ver gekomen is als men anderen altijd helpt en zich daar 'goed' bij voelt (niet specifiek in de morele zin maar in alle opzichten goed op weg en gelukkig, zonder zich boven anderen of zichzelf te hoeven verheffen). Het criterium - stelt de schrijver duidelijk - is niet dit beter weten, bijvoorbeeld van hoe de heilsweg in elkaar zit, maar hoezeer men zich opoffert om anderen ten dienste te zijn. Maar in de praktijk moeten er ook beslissingen genomen worden over elkaars functioneren in de leiding van de school, en dat houdt natuurlijk wel een zekere invloed in van de ene persoon ten opzichte van de andere. Daarbij gaat het er dus niet om wie de macht heeft, maar wie het beste kanaal is voor de geestelijke wereld en de transformatie van de leerlingen van de school en van de school als geheel in de wereld, en zelfs (daardoor) uiteindelijk van die wereld.
De wereld wordt daarin opgevat als een ten dode opgeschreven uitvloeisel van de verkeerde uitvoering van een oorspronkelijk goddelijk plan. En dus als een oord dat wij allen ooit zullen verlaten - of wellicht beter: achterlaten - ten gunste van de geestelijke, echte wereld die wél aan dat goddelijke plan zal beantwoorden. Maar die tegelijk een omvorming van de oude, gevallen wereld zal zijn terug naar de goddelijkheid ervan te vergelijken met die in het begin van de wereld voorafgaand aan de verkeerde uitvoering van het goddelijke plan.

Het principe van de eerder genoemde mysteriescholen is dat mensen zich bewust kunnen worden van hun werkelijke oorsprong en de weg terug weer kunnen vinden. In tegenstelling tot de uiterlijke godsdiensten die de innerlijke weg slechts met de mond voorop stellen en opvatten als een beantwoorden aan uiterlijke regels passend binnen de algemene culturele en maatschappelijke normen voor aangepast gedrag en streven naar bezit en macht, beschouwen zij dit als een allereerst innerlijke weg, de meest diepgaand denkbare omvorming van de mens. Geen uiterlijke zaken worden hierbij nagestreefd tenzij als uitvloeisel geheel ondergeschikt aan de innerlijke vrijheid en onderlinge liefde (in alle opzichten en op alle gebieden) die bij de wereld van de echte geest past.
In dit boek worden de concrete achtergronden van de invloeden op deze moderne beweging van Rozenkruisers helder uitgelegd. Dit zijn zowel de theosofie, de antroposofie als de rozenkruisersbeweging van Heindel, en verder de neo-kathaarse beweging van Gadal. De laatste fuseerde expliciet met het LR. Maar vervolgens werkte Jan van Rijckenborg de opvattingen uitgebreid uit aan de hand van commentaren op de drie belangrijke rozenkruisersgeschriften uit het begin van de zeventiende eeuw (waarin ook de alchemie een belangrijke rol speelde), op de geschriften van het Westerse hermetisme en op de geschriften van de Westerse en de Chinese gnosis. Mevrouw Catharose de Petri vulde dit uiteindelijk aan totdat zij bij haar overlijden eind van de jaren tachtig een naar inhoud en vorm stabiele beweging kon overdragen aan de door haar aangestelde raad van 13 spirituele leiders.
Ook wordt de internationale groei van de beweging gemeld: in het gebied van de Westerse beschaving zijn er in zo'n vijftien landen afdelingen.

Hoewel veel nadruk in het boek valt op het beschrijven van de opvattingen van de beweging wordt ook duidelijk aangegeven wat het lidmaatschap en het leerlingschap in de praktijk vereisen. Men leeft lacto-vegetarisch. Men gebruikt geen genotsmiddelen, waaronder alcohol en nicotine. En men levert in vrijheid zijn bijdragen aan het werk naar buiten en het werk naar binnen van het LR en van de school, want buiten dat werk bestaat er eigenlijk niets. Wel zijn er regelmatig tempeldiensten van ongeveer drie kwartier, met een lezing en muziek. Verder weekends, bestaande uit lezingen, muziek en gesprekken. En dan vervolgens interne bijeenkomsten van de school waarover niet gerapporteerd wordt naar buiten. Wel naar buiten verschijnt informatie over talrijke openbare activiteiten zoals cursussen, voorlichtende lezingen, openbare tempeldiensten, dagconferenties enzovoort. En zo ook het blad Pentagram met artikelen. Lezingen zijn vaak anoniem door leerlingen voorbereid, en worden voorgelezen door weer andere leden. Er zijn bij iedere afdeling zelf onderhouden conferentieoorden of andere plaatsen waar men in rust en stilte kan bijeenkomen. De beweging streeft geen bezit na en kent slechts enkele betaalde functies die een strikt onderhoudsgericht karakter dragen. De eigen verantwoordelijkheid staat in alles voorop.

Hoewel duidelijk gesteld wordt dat het LR geen wereldse betekenis geacht wordt te hebben - een van de meest duidelijke opvattingen is dat de echte geestelijke wereld inderdaad helemaal anders is en niet van deze wereld, zelfs niet van de wereld van de menselijke geest, hoe fijn ontwikkeld ook - komt tussen de regels door of expliciet steeds de verhouding tot andere groeperingen van mensen, hetzij politieke hetzij religieuze hetzij nog andere, ter sprake. De ervaarbare grenzen tussen binnen en buiten zijn waarschijnlijk behoorlijk streng geweest, al zijn hierin ook duidelijk ontwikkelingen gaande gezien de vele publieke activiteiten bijvoorbeeld in Nederland. Daarbij staat voorop dat de rozenkruiser in deze wereld is om te dienen, zij het dat haar of zijn eigen (zichzelf offerende) heil, zijn transformatie naar de geestelijke wereld, daarbij voorop staat als voorwaarde en uitgangspunt. Vrijheid en liefde zijn de eerste waarden voor de rozenkruiser, niet het verkrijgen van aardse zaken zoals bezit, macht of de ontwikkeling van een sterk ego en de bevrediging daarvan.
Nadrukkelijk wordt gemeld dat het LR als spirituele beweging geen alleenrecht opeist in de wereld. Maar ook zet de beweging zich toch duidelijk af tegen andere spirituele ontwikkelingen en bewegingen, waaronder de kerken wier lidmaatschap niet met dat van een leerling te verenigen is. Men vormt dus - van buiten af gezien, wat uiteraard slechts een deel van het verhaal kan zijn - zeker wel een aparte selecte groep die zich ook met aardse middelen als zodanig handhaaft, althans naar binnen toe waar men elkaars gedeelde leerlingschap en wederzijdse diensten graag ziet voortgezet of veel aandacht besteedt aan werving van nieuwe leden. Dit laatste is zeker het laatste decennium behoorlijk goed gelukt. Er zijn internationaal zo'n vijftienduizend leden is een getal dat genoemd is. Verder worden de interne taken verdeeld op basis van vrijwilligheid, al is er in de praktijk natuurlijk ook sprake van beloning door (1) de niet-materiële impliciete waardering die aan het uitvoeren van die taken is gekoppeld en (2) het feit dat men elkaar juist leert kennen door de individuele ontwikkelingsweg in zekere mate te delen, waarvan het zichtbaar uitvoeren van taken voor de besloten en de publieke activiteiten een niet te ontkennen onderdeel is. Zoals gezegd is er een systeem van zeven graden ontworpen dat de individuele ontwikkeling representeert. Wel is dit spiritueel bedoeld, en deelt het LR geen graden uit, zoals in de jaren vijftig werd gesteld.

Zoals allen stellen die over de spirituele weg spreken, is dit een strikt individuele weg waarover los van het gaan van de weg geen mededelingen kunnen worden gedaan over hoe die weg door een individueel persoon ervaren zal worden, en welke fasen en stappen achtereenvolgens te zien zullen zijn. Wel in het algemeen, maar dat zegt niets over het nog af te leggen traject voor een individu dat daarnaar benieuwd is. Niettemin zijn er verslagen van mensen die de weg, of stukken ervan, hebben afgelegd en daarvan valt veel te leren. Het is mijn ervaring dat daarvoor bij de leden en andere bezoekers van de publieke activiteiten van het LR veel belangstelling is en dat bij die gelegenheden veel informatie in de vorm van lezingen en teksten te vinden is, ook uit de geschiedenis.
13 juni 2006


Retour naar overzichtspagina gelezen teksten


Google
"To Serve Divine Wisdom, in Full Awareness of Death and Life
Waiting for Her unmistakable Signs,
Tapping from and Revering the Source of True Healing, the Kingdom of Complete Eternity
Manifesting Always through All Polarities and Changes Here and Now" (Kalliopeia)

Ieder apart wezen compleet en diep één met zijn eeuwige grond, verbonden in één gewaar-zijn


URL: http://www.bk-books.eu/lezen7.html
Version 15 = latest revision of 13 June 2006 (Version 1: 4 September 2002)
© 2002-2005 Boudewijn Koole; copying admitted
in case acknowledgement is provided (at least reference to site: www.bk-books.eu and with link to url (unique resource location or web-address) of the text copied or referred to; if wished so with your valuation)