Lezen (of juist niet) 9!
Deze pagina bevat een lijst van sinds 2004 gelezen teksten met commentaar.
Retour naar overzichtspagina gelezen teksten
Gelezen - sinds 2004 - a
Read - since 2004a
Lou Vleugelhof, Aol Zeêws vandaège , Oôst-Souburg (Stichting Zuudwest 7) 2001,[ met een toelichting op de spelling,] 39 pp.
Gary Zukav, De Zetel van de Ziel : Naar een spirituele beleving van de werkelijkheid, [met register], Utrecht/Antwerpen 1989, 206 pp.
Gary Zukav / Linda Francis, Het hart van de ziel : De kracht van emotioneel bewustzijn,[ met schema's en register], Utrecht 2003-2e druk, 272 pp.
Markus Orths, De lerarenkamer , Vertaald door Gerrit Bussink en Elly Schippers, Amsterdam (Podium) 2004, 142 pp.
G.J.D. Aalders, De grote vergissing : Kerk en staat in het begin van de vierde eeuw, Kampen (Kok) 1979, 161 pp.
Marcel Béalu, De ervaring van de nacht , vertaald uit het Frans door Tineke van Dijk en van een nawoord voorzien door Georges-Arthur Goldschmidt, Amsterdam (Coppens & Frenks) 1993, 164 pp.
D. Mason, De pianostemmer , vert. Lilian Schreuder, Amsterdam (De Bezige Bij) 2002, 400 pp.
E. Tolle, De kracht van het nu : Gids voor spirituele verlichting, Deventer (Ankh-Hermes) 2003 - 7e druk, 191 pp.
J. Slavenburg, De oerknal van het christendom : Veelkleurig perspectief van een impuls, [met uitgebreid notenapparaat inclusief literatuurverwijzingen, en met waardevol register,] Haarlem (Rozekruis Pers) 2003, 219 pp.
J. Slavenburg, Een sleutel tot gnosis : Inzicht in de betekenis van de Nag Hammadi-vondst voor de mens van nu, [met schematekeningen], Deventer (Ankh-Hermes) 1997, 109 pp.
Hans Warren, GEHEIM DAGBOEK 2001 , Amsterdam (Bert Bakker) 2002, 352 pp.
idem, GEHEIM DAGBOEK : Zestiende deel, 1984-1987, (Uitgeverij Balans) 2004, 380 pp.
Bram Moerland, Katharen en de val van Montségur , Derde, geheel herziene druk, [met verklarende woordenlijst, jaartallenoverzicht, register en uitvoerige bibliografie,]Den Haag (Synthese) 2003, 238 pp.
Martin Palmer, De Tao van Christus : De ontdekking van een christelijke beschaving in het oude China: Met de 'Jezussoetra's', Chinees-christelijke teksten uit de 7e tot de 11e eeuw, [met illustraties en literatuurverwijzingen, ]Utrecht / Amsterdam (Kosmos-Z&K) 2001, 223 pp.
Elaine Pagels, Ketters en rechtgelovigen : De strijd om de ware leer in het vroege Christendom, [met register en uitgebreid notenapparaat, ]Utrecht (Servire) 2003-2e druk, 192 pp.
Roemi: Daglicht : een dagboek van spirituele leiding: Bloemlezing uit de Masnavî van Djelal-oed-din Roemi naar de Engelse bewerking van Camille and Kabir Helminski en in het Nederlands vertaald door Sipko A. den Boer en Aleid C. Swierenga,[ met voorwoord, inleiding, noten en register,] Den Haag (Synthese) 2003 (Utrecht (Servire / Kosmos-Z&K) 2000-1e druk), 221pp.
Roemi: Juwelen : Een dagboek met 365 fragmenten van wijsheid: Bloemlezing uit de Masnavî van Djelal-oed-din Roemi: Naar de Engelse bewerking van Camille and Kabir Helminski in het Nederlands vertaald door Sipko A. den Boer en Aleid C. Swierenga,[met voorwoord, inleiding, noot van de vertalers, noten en register,] Den Haag (Synthese) 2006-2e herziene druk(Utrecht (Servire / Kosmos-Z&K) 2001-1e druk), 224pp.
Lou Vleugelhof, Aol Zeêws vandaège , Oôst-Souburg (Stichting Zuudwest 7) 2001,[ met een toelichting op de spelling,] 39 pp.
Gedichten in het Zeeuws van een Zeeuwse dichter in het Nederlands die voor het eerst zijn Zeeuwse moedertaal gebruikt en ervaart hoe bijzonder het is om zijn ervaringen - onder meer uit zijn jeugd - in het Zeeuws te kunnen uitdrukken. Een bijzonder rijke ervaring voor mij, door de rijke mogelijkheden van het Zeeuws, en door veel herkenning bij de onderwerpen.
1 maart 2004
Gary Zukav, De Zetel van de Ziel : Naar een spirituele beleving van de werkelijkheid, [met register], Utrecht/Antwerpen 1989, 206 pp.
Gary Zukav / Linda Francis, Het hart van de ziel : De kracht van emotioneel bewustzijn,[ met schema's en register], Utrecht 2003-2e druk, 272 pp.
Deze boeken hebben mij bijzonder aangesproken al kan ik niet altijd precies zeggen waarom. Natuurlijk omdat de thema's mij erg aanspreken. En het tweede boek begrijp ik ook met mijn verstand, en ik werk er mee. Dat wil zeggen dat ik leer van de inzichten en de beschreven werkwijzen, vooral van de vormen van aandacht schenken aan emoties die het boek noemt. Ik ben daar nog niet mee klaar; het is mijn ervaring dat het werkt. Heel sterk vind ik de schema's waarin de gelaagdheid van emoties wordt uitgelegd. Die vind ik buitengewoon herkenbaar zover ik ze uit eigen ervaring ken. Het eerste boek heb ik nooit helemaal met mijn verstand begrepen maar sprak mij wel geweldig aan. Ik ben van plan het te herlezen. Misschien 'begrijp' ik het inmiddels. Wel weet ik dat wat ik in beide boeken waardeer deels hetzelfde is en dat versterkt voor mij die ervaring en de waarde van beide. Zij slagen er in bij mij iets aan te raken of wakker te roepen wat naar ik voel van fundamentele waarde en betekenis is, en voor mij mogelijk van groot belang. En niet omdat het 'de' waarheid moet zijn (het voelt zeker als pure 'waarheid') of op andere wijze 'dwingt', het laat juist vrij en roept op tot authenticiteit. Sterk aanbevolen dus.
Voor een verwijzing naar enkele in sommige opzichten vergelijkbare boeken zie mijn bespreking van boeken over het meisje Sara en van Tolle's De kracht van het NU op deze pagina.
31 maart 2004
Markus Orths, De lerarenkamer , Vertaald door Gerrit Bussink en Elly Schippers, Amsterdam (Podium) 2004, 142 pp.
Roman over leraar die solliciteert naar een plaats op een middelbare school in een andere plaats. Beklemmend is een woord dat bij mij opkomt om de sfeer aan te geven van de uiterst herkenbare ervaringen die de man daarbij opdoet met de rector, de andere leraren, de schijn en de werkelijkheid van het systeem en de regels op school en van het schoolwezen, zijn eerste lessen enzovoort. Het boek eindigt ermee dat hij na enkele weken of dagen alweer solliciteert in een andere plaats. De ervaringen zijn erg deprimerend zonder dat de hoofdpersoon ooit iets onoverkomelijks gebeurt. De dreiging daarvan is echter voortdurend aanwezig. Associaties die mij te binnen schieten: Het proces van Kafka (al heb ik dat nog nooit gelezen), Catch-22 van Joseph Heller (idem), Animal farm en 1984 van George Orwell, en existentialistische werken zoals Walging van Sartre. Het boek leest erg gemakkelijk maar je krijgt ergens de indruk dat de auteur gek is of bezig is het te worden - voor de auteur mag je hopen dat hij niet alleen maar autobiografisch heeft geschreven maar bewust een literaire draai aan zijn werk heeft gegeven. In ieder geval knap geschreven, het is hilarisch en beklemmend tegelijkertijd.
31 maart 2004
G.J.D. Aalders, De grote vergissing : Kerk en staat in het begin van de vierde eeuw, Kampen (Kok) 1979, 161 pp.
Dit overzichtelijke, informatieve en prettig leesbare boek behandelt in wezen de sociale positie van de Jezusbewegingen en christelijke groeperingen in de eerste eeuwen en de overgang naar de staatskerk onder keizer Constantijn. Vooral door weergave van de belangrijkste gebeurtenissen en bronnen, ook van de eeuwen 1 tot 3.
Andere Nederlandse teksten op dit gebied zijn: G.J. Heering, DE ZONDEVAL VAN HET CHRISTENDOM : Een studie over christendom, staat en oorlog, Vijfde druk met een inleiding door Prof. Dr. J. de Graaf, 'De voortgang van het denken over evangelie, oorlog en vredesdienst in de periode 1950-1980, Utrecht (Bijleveld) 1981; met name de hoofdstukken 1 en 2 voor de weergave van bronnen; en: L. de Blois / A.H. Bredero (red.), Kerk en Vrede in oudheid en middeleeuwen , Kampen 1980; zie met name het gedeelte over de oudheid voor belangrijk bronnenmateriaal, helder op een rijtje gezet.
Deze teksten vertonen alle ook af en toe de mening van de auteurs maar met het geboden materiaal en de nieuwste informatie over de ontwikkelingen van de genoemde bewegingen en groeperingen in die eeuwen moet de lezer zijn historische inzicht zelf kunnen vormen en zijn mening zelf in deze historische context kunnen bepalen. Een altijd belangrijk en actueel probleem.
Geen van deze boeken brengt inzake de behandelde groeperingen in de eerste eeuwen echter veel onderscheid aan in de samenhang tussen sociale positie, variatie in opvattingen en organisatiestructuur (met name van bijvoorbeeld 'gnostisch' en 'katholiek'), waarvoor men meer recente publicaties dient te lezen, bijvoorbeeld van auteurs Gerd Theissen, sociologisch onderzoeker van de christenen van de eerste eeuwen, en Elaine Pagels , die de gnostiek als de besten kent.
12 mei 2004
Marcel Béalu, De ervaring van de nacht , vertaald uit het Frans door Tineke van Dijk en van een nawoord voorzien door Georges-Arthur Goldschmidt, Amsterdam (Coppens & Frenks) 1993, 164 pp.
Het lezen van deze roman is een heel bijzondere ervaring. Uit het nawoord:
“Alle verhalen spelen zich af op balkons of in galerijen, winkels, liften, in elk geval plaatsen die uitkomen op andere plaatsen, alsof elke ruimte die de blik bestrijkt tegelijkertijd open is - men blijft altijd zichtbaar - en bedreigd. … Telkens wordt de 'ik'… op heterdaad betrapt. … Hij is schuldig vanwege zijn verbeelding, die hem telkens op heterdaad betrapt als dromen op klaarlichte dag.
… het onverwachte dat zich voordoet, en dat degene die het ziet ontmaskert, komt niet van buiten, … maar komt uit het innerlijk van de waarnemer. ...[Béalu] onderzoekt de realiteit van het bewustzijn dat met de werkelijkheid botst.
Het bewustzijn zit namelijk gevangen in een onrustige ruimte, het 'onderaardse theater', en probeert de omtrekken ervan te omvatten, wat niet lukt aangezien de omtrekken meebewegen terwijl het bewustzijn onveranderlijk in het midden blijft. …”
Geen simpele maar wel een intrigerende, confronterende en voor wie wil verrijkende leeservaring. Om beeld voor beeld, zin voor zin te 'proeven', te ondergaan. 19 mei 2004
D. Mason, De pianostemmer , vert. Lilian Schreuder, Amsterdam (De Bezige Bij) 2002, 400 pp.
Mooi verhaal om te lezen. Het roept identificatie op met de hoofdpersoon en zijn avontuur, met bijbehorende hooggestemde en andere vaak onduidelijke verwachtingen. De ontknoping is geen desillusie maar houdt de stemming ondanks het ontmaskeren van illusies vast. De vele elementen van de historische en culturele aankleding zijn interessant en hinderen het verhaal nooit maar versterken het vrijwel altijd. Werelden worden opgeroepen, en de herinnering eraan blijft de lezer bij.
19 mei 2004
E. Tolle, De kracht van het nu : Gids voor spirituele verlichting, Deventer (Ankh-Hermes) 2003 - 7e druk, 191 pp.
Uitermate heldere en in het algemeen stimulerende. krachtige en evenwichtige, verder vooral verstandelijke uitleg van spirituele verlichting. De auteur laat helder zien dat en waarom spirituele verlichting van het verstand als alleenheerser van onze geest en ons handelen wegvoert, en geeft vele zinvolle verwijzingen hoe verlichting te ontdekken en ruimte te geven. Onder andere hoe wij vaak aan het verleden en de toekomst waarde verlenen die aan het NU toebehoort, en hoe wij dat kunnen 'corrigeren'. De toestand van onze geest wordt er dan een die je 'niet-denken' kunt noemen, al wil dat niet zeggen dat je niet meer denkt maar dat de denkfunctie niet de boventoon voert. Tussen de regels door laat de auteur zien dat hij de klassieke spirituele geschriften en tradities weet te interpreteren. Natuurlijk zijn er interessante vragen te stellen over filosofische en vele andere implicaties (bijvoorbeeld hoe bepaalde zaken in verschillende culturen verschillend aangeduid worden) maar die worden hier niet uitgewerkt; en dat is hier juist een voordeel. Al komen bepaalde uitspraken bij sommigen misschien wat absoluut over, bijvoorbeeld over pijn en ziekte. Zelf geloof ik dat je die uitspraken serieus kan nemen, al is het wellicht mogelijk ze ook anders te formuleren, dat wil zeggen begrijpelijker te maken. Zijn pijn en ziekte bijvoorbeeld niet altijd ook subjectieve interpretaties (ervaringen) van voorbijgaande aard? Waarin zit het moeilijk draaglijke ervan nu precies? Zijn pijn en ziekte wel te verdragen als we ze ervaren als onderdelen van het NU? Welke rol spelen ze daar? Maar laat ik oppassen de kern niet te versluieren achter mijn vragende afdwalingen!
De zaken die aan de orde zijn, zijn echter van alle tijden, evenals de hier aan de orde gestelde benaderingen. De gedeelten over relaties zijn ook erg de moeite waard. Alsof de auteur in ieder geval telkens naar iets heel fundamenteels verwijst, waar wij lezers dan zelf uitleg en invulling aan kunnen geven. En sterk komt naar voren dat ieder alleen zelf de eigen ontwikkeling door kan maken, wellicht geholpen door deze hints. Opnieuw: laat de kern u niet ontglippen door mijn of andermans of uw eigen bespiegelingen, hoe waardevol ook! Een absolute aanrader. Voor mij zeker.
Voor een verwijzing naar enkele in sommige opzichten vergelijkbare boeken zie mijn bespreking van boeken over het meisje Sara en van Zukav's Het hart van de ziel op deze pagina.
19 mei 2004
J. Slavenburg, De oerknal van het christendom : Veelkleurig perspectief van een impuls, [met uitgebreid notenapparaat inclusief literatuurverwijzingen, en met waardevol register,] Haarlem (Rozekruis Pers) 2003, 219 pp.
In een bestek van nog geen 180 pagina's slaagt de auteur er in het beste boek van het moment te schrijven over de fundamentele gebeurtenis in Jezus' leven, zijn doop door Johannes waarbij Jezus geestelijk opnieuw werd geboren, en hoe zijn volgelingen er binnen vier eeuwen in slaagden daarop een verburgerlijkte staatsgodsdienst te baseren - een godsdienst die geestelijke vernieuwing tot het aanvaarden van het geloof in de god Jezus reduceerde, en wat meer is: Jezus' verzet tegen de onvrijheid verving door gehoorzaamheid aan de - nu 'christelijke' (kerkelijke en wereldlijke) - overheden.
Het boek biedt een rijk overzicht van de manieren waarop Jezus' boodschap werd begrepen in de joods-christelijke bewegingen na hem, en vervolgens in de taal van de gnosis - de ervaring die in geestelijke zaken zo belangrijk is. Belangrijker dan hiërarchische en uniforme organisatiestructuren, dan vaste dogma's.
Terwijl Irenaeus en anderen de zaken liever eenvoudig hielden voor het gewone volk. Dus kozen zij voor een verkorte geloofsbelijdenis als samenvatting van een ingewikkelde “leer”. Maar dan waren er wel betrouwbare leraren en herders nodig die het volk leidden, namelijk Irenaeus en de andere bisschoppen die het geloof “algemeen” hielden, dat is “katholiek”. Die streefden naar overzichtelijkheid, naar duidelijke leiding.
Zowel de oorspronkelijke variatie als de latere inperking worden helder in het licht gesteld, en boeien door de interessante details en de inzichtelijke en intrigerende hoofdlijnen.
Wat mij achteraf opvalt, is met name het verschil in godsbeeld tussen de katholieken en de gnostici. Voor de gnostici is de ervaring doorslaggevend die hen opnieuw de echte relatie met God brengt, en dat is dan duidelijk een immanente God met wie zij zich verwant voelen en (opnieuw) één worden. Voor de katholieken is dat meer de transcendente Schepper, die symbool is voor de eenheid en heiligheid van zijn uitverkoren volk, eerst het Joodse volk, nu de christelijke kerk. De gnostici zijn zich heel goed bewust dat ieder godsbeeld - want immanent (de gnostici spreken van hun scheppen van de goden!) - overstegen moet worden wanneer het af voert van de diepste Eenheid die niet met woorden te vatten is. Voor de katholieken is het godsbeeld al gauw de garant en de maatstaf voor een duidelijke en uniforme leer en leefwijze waarbinnen het geloof in de ene waarheid voorop staat en de ervaring op de tweede plaats komt.
Er ontbreekt ook nog wel iets, wat ik graag zou willen weten. Misschien iets voor volgende publicaties? Wat over is aan concreet bewijsmateriaal uit die tijd, bestaat in de eerste plaats uit teksten. Het gevolg is al gauw dat aan maatschappelijke omstandigheden en veranderingen, economie en politiek, dagelijks leven en culturele ontwikkelingen - allemaal in uiteenlopende gebieden of plaatsen en perioden of tijdstippen en van uiteenlopende sociale lagen - geen algemene aandacht meer besteed wordt of kan worden. Maar die zijn tegelijkertijd wel bepalend voor het leven en schrijven van de auteurs van de teksten, en voor de teksten zelf! Van deze 'sociologische' ontwikkelingen en achtergronden zou ik graag meer willen weten in relatie tot de behandelde groepen, leraren en opvattingen. Speciaal van Jezus, van de joodse christenen, en van de mysteriescholen en de filosofieën die de volgende generaties volgelingen van Jezus beïnvloedden - en waar ze wellicht mee concurreerden. Heel speciaal zou ik willen weten of er vergeleken met veel vroegere en latere periodes van de geschiedenis (of van de archeologie) sprake is van verschuivingen in matriarchale waarden, opvattingen en tradities in de richting van patriarchale; onder andere of er nog meer resten van matriarchale tradities leefden dan later het geval lijkt te zijn. Of vergis ik me daarin - ik denk aan de rol van de moeder van Jezus. Een interessant voorbeeld is zeker Maria Magdalena, die vaak als de eerste of belangrijkste van Jezus' leerlingen wordt voorgesteld (waar Slavenburg overigens al in een ander boek licht op wierp).
Nog twee concretere puntjes. Wie helpt mij een schets vinden van de Egyptische invloeden op het christendom in zijn vele verschijningen? Dat er veel 'Griekse' invloed is geweest is nu wel duidelijk. Maar Griekenland heeft zelf ook aan Egypte ontleend, en Egypte was nog lang een cultureel centrum met grote invloed. Wat hebben we daarvan meegekregen?
En als tweede: Op pagina 37 (tweede alinea van onderen) vraag ik me in verband met de liturgie van de Jeruzalem af of het niet onwaarschijnlijk is (zoals naar ik meen professor Quispel en anderen naar voren hebben gebracht) dat het Paasfeest als feest van de god Jezus die sterft en opstaat, daar al vroeg werd gevierd. Daaruit kan blijken dat de lichamelijke dood niet als essentieel werd beschouwd. Het ging immers om geestelijke opstanding?
Een belangrijk boek met veel nieuwe informatie, dat niemand in onze tijd ongelezen mag laten die opvattingen wenst te hebben over de geschiedenis en betekenis van het christendom in het algemeen.
Vergelijk eventueel mijn lezing Jezus, Thomas en het latere christendom: spirituele verlichting en maatschappelijke solidariteit - Lezing op zoek naar de oorspronkelijke boodschap van Jezus en hoe daar vele uiteenlopende boodschappen over Jezus van gemaakt werden
19 mei 2004
J. Slavenburg, Een sleutel tot gnosis : Inzicht in de betekenis van de Nag Hammadi-vondst voor de mens van nu, [met schematekeningen], Deventer (Ankh-Hermes) 1997, 109 pp.
Slavenburg heeft een geweldig goed oog voor verbanden, samenhangen en verwantschappen tussen teksten en hun betekenissen. En hij is een groot kenner van de gnostische geschriften uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, waarvan hij de Nag Hammadi-geschriften in het Nederlands vertaalde, en waarover hij vele interessante publicaties het licht deed zien. Dit kleine boekje is een buitengewoon nuttig thematisch overzicht van de belangrijkste voorstellingen en termen die in die gnostische geschriften voorkomen . Tegelijk inspirerend want Slavenburg legt niet alleen goed uit maar geeft ook veel prachtige voorbeelden die in hun context tot leven komen en de lezer aanspreken. Voor hen die studie van de gnostiek willen maken, een waardevol hulpmiddel. Voor hen die zich verwant voelen met de gnostiek een goede handleiding. Want hoewel steeds duidelijker wordt dat de betekenis van de voorstellingen niet vreemd is aan de menselijke ervaring, kunnen de oorspronkelijk gebruikte vormen best een goede uitleg gebruiken, en die uitleg geeft Slavenburg. Af en toe laat de auteur zien dat hij ook verder veel gelezen heeft, en zo zijn gedachten heeft over overeenkomsten en verschillen met Oosterse ideeën of de inhouden van New Age. Het sterkst is hij echter als hij ons inleidt in de voorstellings- en begrippenwereld die de gnostici van de eerste eeuwen gemeenschappelijk hadden. Actuele zaken stelt hij ook wel aan de orde maar terecht veel onvollediger. Daar komt de lezer meer in het spel en dat is een zaak die aparte aandacht vraagt. En die de lezer wellicht ook graag zelf uitzoekt geholpen door Slavenburgs uitleg. De titel 'sleutel' dekt de lading volledig.
Voor een overzicht van de gnostische leraren en hun opvattingen zie het boeiende boek De oerknal van het christendom van dezelfde auteur, hierboven besproken.
19 mei 2004
Hans Warren, GEHEIM DAGBOEK 2001 , Amsterdam (Bert Bakker) 2002, 352 pp.
Idem, GEHEIM DAGBOEK : Zestiende deel, 1984-1987, (Uitgeverij Balans) 2004, 380 pp.
Het dagboekdeel dat Hans Warrens laatste jaar voor zijn dood weergeeft, is een indrukwekkend monument van Warrens strijd met zijn aftakeling en de geestkracht die hij tentoon spreidt om zijn dagboek en andere idealen te realiseren, tegelijkertijd getuigend van zijn zwaktes daarbij. Altijd nietsontziend tegenover zichzelf, maar ook om meelij vragend, en vindend dat hij dat niet krijgt, vooral soms niet van zijn partner. Die hem natuurlijk toch ook de grootst mogelijke steun biedt. Terecht dat Mario Molegraaf dit deel met een paar eigen waardige bladzijden afsluit. Moeilijk voor ons lezers om Warren zo maar 'achter te moeten laten' - en dat terwijl er nog een jaar of achttien dagboekdelen onderweg zijn; maar natuurlijk nog veel en veel ingrijpender voor zijn partner.
Voor de delen 1 tot en met 15 zie mijn eerdere bespreking . In deel 16 blijkt Warrens vader niet zo zeer met de Duitsers meegewerkt als gewoon zijn werk gedaan te hebben en de daarvoor noodzakelijke samenwerking met de Duitse autoriteiten bleek na afloop van de oorlog gebruikt te zijn om hem zwart te maken en zijn leven moeilijk te maken - het zondebok-principe. Duidelijk wordt dat Warren door de ouderdom ingehaald gaat worden en dat dit spanningen op gaat leveren die achteraf gezien - zie het deel over Warrens laatste jaar - in zijn laatste jaren culmineren in hevige wisselingen tussen toegeven aan het bij die ouderdom passende gedrag en de strijd ertegen, de laatste mede omdat hij zo dichter in de buurt kan blijven van zijn partner die zo'n veertig jaar jonger is. Een pijnlijke problematiek omdat die zijn creativiteit ook sterk belemmerd lijkt te hebben. Hij verzucht een keer dat hij alleen in z'n dagboek nog maar zichzelf heeft. Hoewel het streven om aan de ouderdom weerstand te bieden en nog jong te blijven en te presteren ook veel vruchten afwerpt en genoegens oplevert, is duidelijk dat het niet zijn innerlijke keuze is. Met alle gevolgen vandien. Hoe het tussen 1987 en 2001 gaat lopen, moeten we afwachten.
22 mei 2004
Bram Moerland, Katharen en de val van Montségur , Derde, geheel herziene druk, [met verklarende woordenlijst, jaartallenoverzicht, register en uitvoerige bibliografie,]Den Haag (Synthese) 2003, 238 pp.
De hoofdlijn van Bram Moerland in dit boek is dat het uitmoorden van de Katharen in 1244 (de laatste Kathaar werd overigens in 1321 verbrand) de overwinning van die vorm van het christendom vormde die het model van de staatskerk voorstond, sinds de inauguratie daarvan in de vierde eeuw onder de Romeinse keizer Constantijn. De leer van de macht - van het samengaan van wereldlijke en geestelijke macht, gebaseerd op het geloof in een verlossingsleer en op het inboezemen van angst - won het van de leer van de vrijheid - van de geweldloze naastenliefde die Jezus geleerd had. De leer van de onvrije wil - gebaseerd op de erfzonde-opvatting van Augustinus - won het van die van de vrije wil - de mogelijkheid van (ofwel de vrije keuze tot) spirituele hergeboorte die de christenen van de eerste eeuwen vooropstelden en die de jonge Augustinus in het boek 'Over de vrije wil' nog naar voren bracht.
Moerland laat zien dat de christenen van de eerste eeuwen gevarieerde opvattingen hadden, en elkaar daar vrij in lieten. Totdat bisschop Irenaeus uit goede bedoelingen - het vorm geven aan en bewaren van eenheid en kwaliteit - daar overzicht in aanbracht met zijn verzoeningsleer die hij voorstelde als de enig ware, om de eenvoudige christenen een handvat te bieden dat men op gezag kon aannemen (maar dat ook de mogelijkheid van hun bevoogding dichterbij bracht). Waarna weer anderen die opvatting later met geweld aan iedereen oplegden die een afwijkende mening had. Vooral toen de christenen het in de vierde eeuw in het Westerse Rome tot staatskerk brachten ( hierover en over het Oosterse christendom zie elders). Moerland geeft een boeiend beeld van de gnostici en hun leer van de persoonlijke wedergeboorte of verlichting, van Augustinus die de vrijheid vervangt door het motto “Dwingt ze om in te gaan”, van het Ierse christendom dat tot in de twaalfde eeuw buiten de directe invloed van Rome bleef - en in de eeuwen daarvoor, de donkere Middeleeuwen, veel licht bracht in Europa door onderricht in vele kloosters - maar vervolgens geknot werd tot een van de meest traditionele rooms-katholieke streken. En tenslotte van de Waldenzen en de Katharen en de kruistocht tegen hen. Een uiterst nuttige correctie op het traditionele beeld van de Westerse kerkgeschiedenis dat hevig aan herziening toe was, en in veel kringen nog is. Wat dat betreft vind ik de titel van het boek weinig verduidelijkend; misschien had er in de ondertitel iets meer over gezegd kunnen worden - maar ik realiseer me dat de rijkdom van dit boek in geen enkele titel helemaal tot zijn recht komt.
Dit is een buitengewoon helder en aansprekend, treffend boek. Goed gedocumenteerd, al blijven voor de lezer die zijn visie op de kerkgeschiedenis heeft gekregen van de traditionele kerkelijke historici wellicht nog wat punten staan om verder te onderzoeken of uit te werken. Zij kunnen met een gerust hart de standpunten van Moerland serieus nemen. Wat moeten we blij zijn met de scheiding van kerk en staat die sinds plusminus 1800 weer mogelijk is geworden in West-Europa!
Maar vooral: wat kunnen we veel leren van het voorbeeld van diegenen die Jezus in zijn geweldloze naastenliefde zijn nagevolgd, en daaraan voorrang gaven boven het aanhangen van een leer die met macht en angst gehandhaafd moet worden, en dus schijnzekerheid biedt. Moerland zoekt naar de overwinning van de diepste angst - door de innerlijk verworven vrijheid, die met liefde samenvalt. En waar men zijn leven voor over had.
Dat pad zelf gaan in onze tijd, daarover gaat dit boek wat minder. Maar ik kan verwijzen naar een boek van dezelfde auteur dat daar dichter bij komt. Een vraag is natuurlijk of analyse en wetenschappelijke kennis daarbij voorwaarden zijn. Hulpmiddelen wellicht, tot op zekere hoogte, in ieder geval als het gaat om het uit de weg ruimen van misverstanden. Maar geen noodzakelijke voorwaarde, ben ik van mening.
Zelf ben ik blij met analyse en stellingname zeker als die zo helder is als die van Bram Moerland, maar omdat hij in dit boek het - mede daardoor overigens heel heldere - midden houdt tussen de uitersten van wetenschappelijke nuancering en wijzen naar de weg, biedt hij op het gebied van deze uitersten minder dan je wellicht zou hopen. Wetenschappelijk gezien ben ik bijvoorbeeld geïnteresseerd in de etymologie van het woord 'Katharen', met meer toelichting en eventueel documentatie dan Moerland hier biedt. En over het zelf gaan van het pad gaat dit boek dus minder, zoals geconstateerd. Desalniettemin een buitengewoon belangrijk en aan te bevelen boek.
Het boek bevat uitvoerige en zeer waardevolle literatuuropgaven - betreffende de Katharen tevens beredeneerd, en ook diepgaand over het Ierse christendom. (N.B. In het overzicht van kathaarse bronteksten kom ik niet het 'Traité de Bartholomé' tegen waarvan ik in de cursus van het Lectorium Rosicrucianum over de Katharen p. IX-24 een verwijzing aantrof.) Tevens een waardevolle verklarende woordenlijst, jaartallenoverzicht en register. En een handig leesadvies.
31 mei 2004
Martin Palmer, De Tao van Christus : De ontdekking van een christelijke beschaving in het oude China: Met de 'Jezussoetra's', Chinees-christelijke teksten uit de 7e tot de 11e eeuw, [met illustraties en literatuurverwijzingen, ]Utrecht / Amsterdam (Kosmos-Z&K) 2001, 223 pp.
Op de achterzijde van dit boek staat het volgende: “De Engelse onderzoeker Martin Palmer bestudeerde eeuwenoude Chinese teksten; hij vond midden in China een mysterieus, dichtgemetseld gebouwencomplex met pagode; en hij komt in dit boek tot de wetenschappelijk onderbouwde conclusie: het gaat hier om een christelijke beschaving die in de 7e t/m de 11e eeuw leefde en bloeide in China. Beïnvloed door de taoïstische Chinese cultuur, was dit een 'zachte', geweldloze, liefdevolle vorm van het christendom. Zoals de Dode Zee-rollen een nieuw licht op de Bijbel wierpen, zo demonstreert dit boek het bestaan van een praktisch vergeten, unieke, taoïstisch-christelijke cultuur. Een fascinerende geschiedenis!
De Tao van Christus is een unieke combinatie van wetenschap, cultuur, godsdienst en avontuur. Een must voor geïnteresseerden in geschiedenis, cultuur, godsdienst, en meer speciaal in christendom, taoïsme en boeddhisme.”
Dat klopt. Het is zo fascinerend dat het eigenlijk moeilijk samen te vatten is omdat de lezer op iedere bladzijde ontdekkingen kan doen die sprakeloos maken. Enerzijds een bevestiging van wat velen al vermoedden en van wat in de lucht hangt sinds de ontmoeting van Oost en West tot een hernieuwde kennismaking heeft geleid die velen inspireerde. Anderzijds een sterke, heldere en uitvoerige onderbouwing, gestaafd door feiten en redeneringen en grote kennis van zaken, van die ontdekkingen. En daarenboven nog eens een vertaling van uiterst belangrijke spirituele teksten die een grote kans maken tot de klassieken zullen gaan behoren.
Onder andere fascinerend omdat hier onmiskenbaar christelijke teksten (waaronder er zijn die aan de Bergrede doen denken, andere aan een uitleg van de tien geboden) vertaald zijn naar een context van taoïsme, confucianisme en boeddhisme zoals dat meer dan duizend jaar geleden in China - en omstreken - voorkwam. Bij de heldere uitleg hiervan wordt ook een prachtig beeld van deze stromingen in de Chinese cultuur gegeven. En omdat zo een belangrijke schakel belicht wordt in de geschiedenis van het Oostelijke christendom, die in het Westen lange tijd is genegeerd en waarvan maar weinigen weten. Zoals de auteur in zijn nawoord zegt: er zullen nog veel meer zaken ontdekt en bekend gemaakt kunnen worden. Namelijk als we wat er aan archeologische en textuele kennis is, aanvullen met het vele wat zeer waarschijnlijk nog ontdekt kan worden. Op dit moment weten we al dat Syrië, Perzië, India en China grote gemeenschappen van christenen hebben geherbergd. Die wel nooit zo lang dominant zijn geweest zoals in het Westen, maar wel eigen vormen ontwikkelden aangepast aan hun omgeving - zowel zeer herkenbaar christelijk als “Oosters”!
Aan de teksten valt ook duidelijk af te lezen dat dit christendom in China uitheems was en (wellicht juist daarom) gewaardeerd werd.
Ook leerzaam is te ontdekken dat het hellenisme (de cultuur in het Romeinse Rijk) niet alleen in het Westen grote invloed had maar ook in het Oosten. De wijze waarop men in het Oosten - te beginnen in de beroemde Gandhara-cultuur waartoe bijvoorbeeld de recent door de Taliban in Afghanistan kapotgeschoten reusachtige in de rotsen uitgehouwen boeddhabeelden behoren - vanaf de vijfde eeuw na Christus Boeddha ging afbeelden, was bijvoorbeeld ontleend aan de manier waarop in het hellenisme de Griekse god Apollo werd afgebeeld. En de meeste Boeddha's zien er nu zo uit!
Interessant is ook dat deze Chinese christenen tegen slavernij waren, in tegenstelling bijvoorbeeld tot de toenmalige boeddhistische kloosters in China die vele slaven hielden.
Maar het boeiendst is wat uitgedrukt wordt in het volgende commentaar van Thich Nhat Hanh op dit boek: “Dit boek bevat de prachtige lessen van een geloof dat gebouwd werd op een levende praktijk van broederschap en vrede.” (Te vinden op de website van de uitgever op de aan dit boek gewijde pagina.) Zo voelt het: alsof tijdens het lezen van deze teksten de wijsheid van eeuwen zo dicht bij is als je eigen adem. Alsof je iets heel waardevols herkent, alsof iets heel waardevols je aanspreekt.
Vermeld kan nog worden dat de vertaling uiterst prettig leest en een betrouwbare indruk maakt.
Bij wijze van - vrij willekeurig - voorbeeld (de teksten zijn heel uiteenlopend en bijna allemaal uiterst boeiend) een citaat uit Het Vierde Soetra: Soetra over Jezus Christus, hoofdstuk 4, de verzen 27-60:
“27 Manipuleer nooit hen die zwakker zijn dan u. 28 Veracht niet hen die machtiger zijn dan u. 29 Als iemand honger heeft, zelfs al is hij uw vijand, zorg voor hem, vergeef hem en vergeet. 30 Als iemand hard werkt, verleen hem dan hulp en steun. 31 Kleed hen die naakt zijn. 32 Mishandel niet uw werklieden, noch misleid hen, vooral als u geen echte arbeid voor hen hebt. 33 Wie dit toch doet, en hen dus niet betaalt, roept lijden af over hun familie. 34Als u iemand ziet die zijn werklieden zo mishandelt, weet dan dat de Heilige Geest hem streng zal straffen.
35 Als een arme u om geld smeekt, geef dan met gulle hand. 36 Als u geen geld hebt, wees dan zo hoffelijk uit te leggen waarom u hem maar een beetje kunt helpen. 37 Als iemand ernstig ziek of gehandicapt is, drijf dan niet de spot met hem, want dit is een gevolg van [negatief] karma en er behoort niet de spot mee te worden gedreven. 38 Lach niet om arme mensen die in lompen gekleed gaan. 39 Probeer nooit iets door misleiding of geweld in bezit te krijgen. Als iemand wordt gearresteerd, zeg dan uitsluitend de waarheid. 40 Wend nooit valse middelen aan om iets te bereiken. 41 Als iemand die alleen staat, zoals een weduwe of wees, een klacht tegen iemand indient, mag zijn of haar streven naar gerechtigheid niet worden belemmerd. 42 Onthoud u van snoeven of overdrijven. 43 Veroorzaak geen onenigheid en naijver door te argumenteren, ruzie te zoeken of op de vuist te gaan en kies geen partij voor deze of gene.
44 Wie machtig is en gezag uitoefent, mag er geen misbruik van maken om de dingen naar zijn hand te zetten, dus wend uw invloed en gezag niet aan om een pleit in uw voordeel te beslechten. 45 Wees stil. 46 Zij die de leringen in praktijk brengen, behoren hun naasten lief te hebben en bescheiden te zijn. 47 Wend u af van het kwade en zoek het goede. 48 Wie goed doet, zal veilig zijn voor bestraffing; doe daarom goed aan allen. 49 Zij die zo handelen en de Verbonden naleven, zijn ook degenen die de leringen kennen. 50 Als u bij het bestuderen van de geschriften tot geloof komt, hebt u de leringen ontvangen.
51 Als u [de geschriften] wel. studeert, maar niet gelooft, hebt u de leringen niet ontvangen. 52 Uiteindelijk is alles in Gods hand. 53 Onze heilige voorouders, zowel groot als klein, zullen tegenover ons staan en uiteindelijk over ons oordelen. 54 Het voornaamste is: Gods wil doen. 55 God beschermt al wat leeft; al wat leeft, dankt het leven aan Hem. 56 Het is verboden een leven te nemen, zelfs voor een offerande, want deze leringen verbieden het nemen van ongeacht welk leven. 57 Iedere offerande en de slacht van lammeren moet worden opgeofferd voor de zegen van de Heilige Geest en vergeving [van zonden]. 58 Als een mens zich hier niet aan houdt, geen goed doet en in het verborgene het kwade doet, zal God hem weten te vinden. 59 God zal niet met mededogen neerblikken op zulk gedrag, maar God blikt met mededogen neer op hen die zich afwenden van het kwaad en Hem niet afwijzen. 60 God heeft geantwoord door [hier] te komen om goede werken te bevorderen en de vroegere wet te vervangen.”
Tenslotte vermeld ik ook enkele kritische detailvragen die ik nog heb.
Op p. 73 wordt beweerd dat het streven naar eenheid - uniformiteit - van de christenen pas na de bekering van keizer Constantijn de Grote (begin vierde eeuw) begon; ik denk dat we inmiddels weten dat bisschop Irenaeus (eind tweede eeuw) daar al naar streefde.
Verwezen wordt (pp. 45, 85) naar een van de belangrijke documenten van het Oostelijke christendom, het Syrische Diatessaron van Tatianus, zijn harmonie van de vier evangeliën die ook in het westen nogal wat invloed had. En dan wordt gezegd dat er alleen fragmenten van over zijn. Zo ver mij bekend is dit geschrift echter compleet bekend en zijn er inmiddels vele studies aan gewijd.
Noot 11 kon ik niet terugvinden in de tekst. Noot 29 hoort wel bij de betreffende alinea maar dan speciaal en alleen bij de derde en vierde zin ervan.
Op pp. 207, 214 wordt verwezen naar de 'afbeelding van het kruis' op het omslag maar dit klopt niet voor de Nederlandse uitgave.
1 juni 2004
Elaine Pagels, Ketters en rechtgelovigen : De strijd om de ware leer in het vroege Christendom, [met register en uitgebreid notenapparaat, ]Utrecht (Servire) 2003-2e druk, 192 pp.
Elaine Pagels geeft in dit beknopte maar rijke boek een samenvatting van belangrijkste motieven die een rol speelden in de ontwikkeling van de 'leer' in het vroege christendom. Dat was voortgekomen uit de Jezusbewegingen, gebaseerd op de inspiratie van de Joodse leraar Jezus uit de eerste eeuw van onze jaartelling en van de visioenen waarin hij na zijn dood nog verschenen was. Speciaal gaat het om de 'leer' in de gevarieerde kerkelijke gemeenten en andere christelijke groepen in de tweede en derde eeuw en in hun gevarieerde spirituele opvattingen en geschriften tot en met de vaststelling van de samenvatting van het “algemeen ongetwijfeld christelijk geloof” op het concilie van Nicaea in het jaar 325.
Zij laat overtuigend zien dat het evangelie van Johannes geschreven is in oppositie tot het evangelie van Thomas, waarbij beide evangeliën groepen representeerden met hun eigen opvattingen. 'Johannes' en 'Thomas' verschillen samen opvallend van de evangeliën van Marcus, Mattheüs en Lukas doordat zij verwijzen naar 'het begin' van de wereld als referentiepunt: verlossing is terugkeer tot de eenheid van het begin, terwijl de genoemde drie evangeliën voor de verlossing naar 'het einde' van de wereld verwijzen waar Jezus' optreden en dood en opstanding op vooruitlopen en naar verwijzen.
Het grote verschil tussen 'Johannes' en 'Thomas' is echter dat bij Johannes alleen Jezus als God wordt beschouwd en bij Thomas iedere mens een goddelijk beginsel heeft, en zich met zijn goddelijk licht kan verbinden , en dat kan laten schijnen. Pagels laat ook helder de - zeer grote - verschillen zien tussen de evangeliën van Markus, Mattheüs en Lukas enerzijds en dat van Johannes anderzijds: bij Johannes staat vanaf het begin centraal dat Jezus zich zelf als Zoon van God ziet en dat in Jezus als Zoon van God geloofd moet worden om het eeuwig leven te verkrijgen, terwijl dat (volgens niemand minder dan Irenaeus die het Johannesevangelie propageerde, zie onder) bij de andere drie nieuwtestamentische evangeliën niet het geval is - tenzij we ze lezen vanuit het oogpunt van het Johannesevangelie! Achteraf gezien kunnen we zeggen dat - met behulp van Irenaeus' steun - de visie van de groep van het Johannesevangelie heeft gewonnen, en er in geslaagd is het evangelie van Thomas en de daarin vervatte visie buiten de lijst van erkende geschriften te houden. Maar historisch moeten we aan het evangelie van Thomas om meerdere redenen een zeer hoge waarde toekennen: de oorspronkelijke vorm van de uitspraken van Jezus, de hoge ouderdom, de Joodse achtergrond enzovoort. Saillant is dan wel dat volgens Thomas alle mensen, Jezus - die niet als unieke Zoon van God of verlosser wordt voorgesteld! - inbegrepen, het licht van God herbergen! Voor de geïnteresseerde: zie mijn lezing "Jezus, Thomas en het latere christendom: spirituele verlichting en maatschappelijke solidariteit . Een zoektocht naar de oorspronkelijke boodschap van Jezus - en hoe daar vele uiteenlopende boodschappen over Jezus van gemaakt zijn".
Pagels laat ook zien dat zo ver wij nu kunnen nagaan, bisschop Irenaeus - misschien in de lijn van het standpunt van het Johannesevangelie, dat hij in ieder geval aan de andere evangeliën vooropstelde als voorbeeld waarnaar ze uitgelegd dienden te worden! - als eerste openlijk pleitte voor meer uniformiteit in de leer en in de organisatie, in een tijd waarin vanwege zware vervolgingen christenen veel aan elkaar konden hebben, en maar beter niet te verdeeld konden zijn. Daarmee is hij de eerst bekende vertegenwoordiger van een beweging die culmineerde in de uitzetting van de aanhangers van vrijere opvattingen - lees een meer op ervaring gebaseerde en gerichte beleving van de spirituele ontwikkeling zoals onder andere in de diverse bewegingen en geschriften van gnostische leraren - uit de 'ene ware kerk', in de formulering van één voor allen herkenbare geloofsbelijdenis, één lijst van heilige geschriften, één kerkelijk gezag en één voor allen herkenbare vorm en uitleg van de belangrijke riten en sacramenten. Eén van de interessantste mogelijkheden die door de ontdekking van Nag Hammadi zijn ontstaan, is de vergelijking van deze geschriften met degene die Irenaeus bestreed in zijn grote werk “tegen de ketterijen”. Deze vergelijking is uitermate leerzaam.
Door de ontdekking van zo'n 70 meest onbekende geschriften uit de eerste eeuwen - de geschriften van Nag Hammadi - wordt momenteel de geschiedenis van de eerste vier eeuwen van het (vroege) christendom helemaal opnieuw geschreven. Pagels combineert daarvoor deze nieuwe bronnen met het al bekende materiaal en laat vele nieuwe verbanden zien. Zij die geloven in één ware kerk kunnen nu weer weten dat zij zich in ieder geval niet op de meest oorspronkelijk tradities baseren, die tot Jezus teruggaan, althans niet in de zin dat de opvatting dat er zo iets bestaat of hoort te bestaan iets anders is dan een keuze, die men ook kan nalaten en die altijd betrekkelijk is (en daarom altijd een 'geloof' blijft, dat niet door de historie wordt voorgeschreven). We kunnen immers vaststellen dat vele opvattingen - ook wat we nu de gnostische noemen! - binnen de jonge beweging van "christenen" naast elkaar leefden zonder dat een bepaalde groep de andere als ketters brandmerkte die niet paste in de "ware kerk".
Duidelijk wordt dat vele christenen in die eerste eeuwen belevingen en opvattingen hadden die veel meer varieerden dan bekend was, en dat die vele varianten ook nu nog inspirerend kunnen zijn, als voorbeeld van het gaan van wegen van spirituele groei, en als inspiratie daarvoor. (Zie voor dit laatste ook het uitgebreidere boek van J. Slavenburg, De oerknal van het christendom .) Zo schetst Pagels in dit boek ook geschriften als het Evangelie der Waarheid, het Evangelie van Philippus en de Rondedans van het Kruis.
Toch is Pagels' boek allereerst dat van een historica. De kracht ervan ligt ook en vooral in de uiterst zorgvuldige en doordachte 'historisch-wetenschappelijke' behandeling van het uitgebreide bronnenmateriaal, zowel de weergave als de uitleg ervan - waarbij de lezer vrijgelaten wordt het met de conclusies van de auteur oneens te zijn en wellicht tot andere conclusies te komen, maar dan toch niet zonder diepgaande confrontatie met het materiaal. Omdat tot enkele decennia geleden deze informatie in de opleidingen voor theologen en christelijke geestelijken ontbrak, beschouw ik haar als uiterst belangrijk. Dit boek is onder andere van groot belang omdat het in de noten verwijst naar een zeer groot - men mag aannemen vrij compleet - aantal meestal nieuwe studies van haarzelf en inmiddels een groot aantal anderen over die eerste eeuwen, en die het inzicht in en de studie van deze eeuwen enorm kunnen vergroten, inspireren en op gang kunnen brengen. Het zou mijn wens zijn dat een nieuwe generatie van spiritueel geïnteresseerden en gestudeerden, zij die een theologische opleiding volgen inbegrepen, het nieuwe beeld van deze periode leren kennen en er hun voordeel mee doen, zowel in concrete spirituele activiteiten als in informatieverstrekking of lessen aan anderen. Voor verdere studie biedt het notenapparaat in ieder geval een enorme schat aan verwijzingen.
Aan sociologische en politieke aspecten besteedt Pagels niet alle aandacht die dit onderwerp verdient, omdat zij daaraan in dit beknopte boek geen recht kan doen. Het sociologische aspect van de ontwikkelingen in de eerste eeuwen is in de literatuurverwijzingen echter beter vertegenwoordigd. Ik ben er van overtuigd dat de goede bedoelingen van Irenaeus en zijn 'katholieke' navolgers op tenminste één punt gevaarlijk waren en zijn, namelijk daar waar zij verabsolutering dus kortzichtigheid in de hand werken (we spreken niet voor niets van fundamentalisme). En zo iets kan in tijden van nood onmisbaar of althans onvermijdelijk zijn, om met de filosoof Habermas te spreken (die in zijn 'Theorie des kommunikatieven Handelns' op dit punt de gebrekkigheid van de communistische "kerk" aan de kaak stelt), maar de laatste bedoelde daarmee dan ook aan te geven dat het juist niet de norm zou moeten of mogen worden (Habermas verwees naar het ideaal van de open communicatie als basis voor menings- en besluitvorming, een ideaal dat in moeilijke omstandigheden zoals onderdrukking of oorlog nu eenmaal niet altijd haalbaar blijkt omdat autoritaire leiding daar vaak praktischer is). Een feit is dat de orthodoxe of katholieke richting in de lijn van Irenaeus en Augustinus - en dat is dus iedere vorm van christendom die uniformiteit in de leer en in de organisatie voorop stelt - de vrijheid en de spiritualiteit die in het spoor van Jezus is losgemaakt, heeft opgeofferd aan zelfhandhaving, hoe zeer wellicht ook met de beste bedoelingen. "Leven" bestaat niet alleen uit zelfhandhaving, toch? Van zelfhandhaving mag nooit een doel op zich gemaakt worden, het kan in het beste geval een tijdelijk middel zijn om erger onrechtvaardigheid te voorkomen, en zelfs dat is moeilijk bij voorbaat vast te stellen, laat staan voor anderen die je daarmee ook nog eens bevoogdt. Maar dit zijn altijd actuele "politieke" kwesties - die niettemin zo zorgvuldig mogelijke aandacht en behandeling verdienen. En die beter niet bij voorbaat (noch achteraf) geregeld kunnen worden door eisen van uniformiteit. Wat is gewonnen aan vrijheid en spiritueel leven als die alleen door onvrijheden en kortzichtigheden tot stand gebracht of in stand gegouden kunnen worden? Vrijheid kun je niet organiseren of afdwingen, alleen toelaten en uitleven. Ook - of zeker - op spiritueel gebied!
Duidelijk is dat ook de samenhang van de ontwikkeling van het vroege christendom met andere culturele en godsdienstige ontwikkelingen voorafgaand aan en aanwezig in het Romeinse Rijk van die tijd in de toekomst nog veel aandacht verdient, althans voor wie net als ik zijn beeld van die eerste eeuwen graag bijgesteld ziet waar dat kan - omdat daartoe gezien de nieuwe ontdekkingen en hun relevantie alle aanleiding is.
Dit boek is niet gemakkelijk, wel uiterst betrouwbaar en informatief. Overigens lijken af en toe wat noten door elkaar te zijn geraakt bij voorbeeld op p. 147, en kende de vertaalster, die over het algemeen goed werk deed, een enkele Nederlandse standaard uitdrukking niet zoals 'onderscheiding der geesten'. Hier had een theologisch-wetenschappelijk geschoold advies zijn diensten kunnen bewijzen. En de lezer kan natuurlijk altijd het Engelse origineel raadplegen.
14 juni 2004
MEDEDELING: Vanaf 20 juni 2004 tot nadere bepaling wordt publicatie via dit medium beperkt tot het minimale.
Roemi: Daglicht : een dagboek van spirituele leiding: Bloemlezing uit de Masnavî van Djelal-oed-din Roemi naar de Engelse bewerking van Camille and Kabir Helminski en in het Nederlands vertaald door Sipko A. den Boer en Aleid C. Swierenga,[ met voorwoord, inleiding, noten en register,] Den Haag (Synthese) 2003 (Utrecht (Servire / Kosmos-Z&K) 2000-1e druk), 221pp.
Roemi: Juwelen: Een dagboek met 365 fragmenten van wijsheid: Bloemlezing uit de Masnavî van Djelal-oed-din Roemi: Naar de Engelse bewerking van Camille and Kabir Helminski in het Nederlands vertaald door Sipko A. den Boer en Aleid C. Swierenga,[met voorwoord, inleiding, noot van de vertalers, noten en register,] Den Haag (Synthese) 2006-2e herziene druk(Utrecht (Servire / Kosmos-Z&K) 2001-1e druk), 224pp.
Wat een voorrecht om deze nieuwe vertaling van teksten van Roemi te lezen en hun verkrijgbaarheid aan te kondigen! Zoveel wijsheid en troost, ingrijpende spirituele lessen, lafenis voor de ziel en uitnodiging tot het soms uiterst pijnlijke opgeven van zelf en ik - je kunt er in zwelgen maar ook mondjesmaat van genieten want hier is iemand aan het woord met een ongelofelijke zeggingskracht. Maar de lessen zijn niet alleen daarop gericht. Uiteindelijk gaat het om de praktijk, om het doen en niet minder het (los-)laten. Om het geleefde leven zelf - vanuit de steeds opnieuw en op nog meer manieren ontdekte waarheid, de Ene, de Liefde. De Geliefde die zo hard naar jou op zoek was en is. Die door jou spreekt, zoals door Roemi en mij en iedereen.
De inhoud? Als je de teksten van deze dichter leest, is het alsof je de adem van God voelt, om ook hier even in termen van de islam en van Joden- en christendom te spreken. Want wie Roemi leest, ontkomt er niet aan zich te verdiepen in de overigens onuitputtelijke betekenis van woorden als God, Schepper, Bestuurder, Wetgever, Profeet en dergelijke. Dan wordt de betekenis van de adem van God, en vooral het voelen ervan, ongetwijfeld ook duidelijker.
Laat ik wat de inhoud betreft hier alleen enkele regels citeren uit de voorwoorden van de beide boeken met de nieuwe vertaling die nu zijn verschenen. Uit het voorwoord van het eerste boek: “De Masnavî … . De inhoud beslaat het hele scala van het aardse leven, elke menselijke activiteit op religieus, cultureel, politiek, seksueel, huiselijk gebied, elke vorm van menselijk karakter van grof tot verfijnd, alsmede uitvoerige, specifieke details uit het rijk der natuur, de geschiedenis en de geografie. Het behelst ook de verticale dimensie van het leven - van dit aardse leven van begeerte, werk en materiële zaken tot de meest verheven niveaus van de metafysica en het kosmisch bewustzijn. Het is deze volledigheid die ons zozeer in verrukking brengt.”(Daglicht, 14)
Een van de boeiende aspecten van Roemi's werk is inderdaad dat het de spirituele en de materiële werkelijkheid of ervaring in dezelfde termen beschrijft zodat je in beide gevallen met meer ogen en oren naar de werkelijkheid lijkt te kijken. Op het eerste gezicht zou dat een beetje ronkend of overdreven kunnen lijken - zoals verliefden vaker spreken. Maar het werkt uiteindelijk zo dat de gewone ervaringen in een bijzonder licht komen te staan. Dat werkt helend en troostend, en tegelijk verheffend en inspirerend. Bovendien gaat Roemi zoals in het citaat al blijkt, geen dagelijks onderwerp en geen psychologisch en maatschappelijk probleem uit de weg. Hij weet van de mindere kanten van onze levens, ook van de eindeloze lessen van het leven. En weet daar altijd zinnig en vaak ook met humor en wijsheid over te spreken. Om je eindeloos te laven. Hij vergelijkt de spirituele ervaring ook heel gewoon met bevrijding uit verslaving én met bedwelming, ten goede dan. Dat kun je alleen als je geworteld bent in de eenheid, ofwel shopt in de “winkel voor eenheid”, waarbij een voorwaarde voor laven natuurlijk is dat je eerst leeg en verder voldoende ontvankelijk bent. “In elke winkel is iets anders te koop - de Masnavî is de winkel voor spirituele armoede, mijn zoon. In de winkel van de schoenmaker vind je fijne lederwaren, het enige hout dat je daar ziet is de schoenleest; de stoffenwinkel heeft soepele zijde en donkerkleurige stof, het enige ijzer dat je daar ziet is de meetband. Onze Masnavî is de winkel voor eenheid. Als je daar iets ziet dan de ene God is dat een afgod.” (Juwelen, 14) (De ene God staat bij Roemi ook voor de opheffing van elke scheiding; en de wereld is in God inbegrepen. Zie het citaat hieronder van pp. 20-21 uit Juwelen. (BK))
Uit het schitterende voorwoord en dito inleiding van het tweede boek Juwelen (die ik beide wel in hun geheel zou willen citeren, omdat zij zo'n prachtige introductie vormen in de poëtische kracht en de spirituele betekenis van de teksten) ook nog een citaat: “Dit heelal is een uiting van liefde. (17) … Liefde wil zichzelf ontdekken. Dit is een beschrijving van wat er in het hele leven gebeurt. … Het hele doel, de hele zin van de schepping is dat we het geheim van de liefde ontdekken. 'Je kent de waarde van elk stuk handelswaar, maar als je de waarde van je eigen ziel niet kent, is het allemaal dwaasheid. Je kent de sterren die geluk en ongeluk brengen, maar weet zelf niet of je pech hebt of boft. Dit, dit is de kern van alle wetenschap - dat je weet wie je bent als de dag van het oordeel aanbreekt. (Dat wil zeggen de dag waarop alles openbaar wordt, BK)' [Masnavî III, 2653-2654] Liefde is zowel geheimenis als kennis. Bovendien is het een geheim dat tot ons over zichzelf gesproken heeft in de vorm van openbaringen die de loop en de aard van de menselijke geschiedenis hebben veranderd. Het leven en de leer van een Boedda, een Jezus, een Mohammed hebben onder meer miljarden mensen beïnvloed en getransformeerd omdat ze in wezen liefdesleren zijn. (Bravo, BK) Liefde is de meest vervullende en belangrijkste ervaring die een mens kan hebben, de hoogste van alle waarden. Liefde is nergens mee te vergelijken. Ze heeft haar eigen betekenis en criteria. (18) … De liefde is naar ons op zoek. We zijn hier - of we dat nu weten of niet - door Liefde gebracht. Liefde zet ons ertoe aan plannen te maken, relaties aan te gaan, de mogelijkheid te scheppen waarbij harten elkaar kunnen ontmoeten. Ze zet de pen op papier, ze legt het woord op de tong. Liefde heeft niet iets ten doel, ze is de oorzaak van alles. … Het spirituele leven vereist een ommekeer in ons gangbare, egoïstische denken en willen. We geloven dat wij op zoek zijn, maar wat als de Liefde zelf de zoeker is?” (19)
En ten slotte dit citaat: “Het idee dat we leven in een heelal van Liefde komt sommige mensen misschien sentimenteel en naïef voor. Waarom leven we dan in een wereld waarin zoveel onrechtvaardigheid heerst en waarin zoveel afgrijselijke dingen gebeuren? … Vaak zie je als je er middenin zit, de bedoeling [van het leven] niet. Dan kan het zijn dat je het vertrouwen in het leven verliest. Dan staat de ziel voor een uiterst belangrijke keuze. Laat je je door bepaalde ervaringen verbitteren of kom je door de pijn van het leven tot een diepere waarheid, helpt het je een band te leggen met een werkelijkheid die ruimte, tijd en zelfs het individuele zelf te boven gaat? … Het idee dat we leven in een heelal dat door Liefde is geschapen is volstrekt niet sentimenteel en naïef als je de pijn van het leven niet ontkent, maar die complexe werkelijkheid met al haar tegenstellingen omhelst. Het dringt tot je door dat je van het ene gevoel naar het andere gaat en leert door middel van tegenstelling en contrast.” (20-21)
De erg mooi vormgegeven boeken - de teksten komen prachtig uit op de mooie bladspiegels - bevatten lang niet het hele werk maar een bloemlezing. De vertaalde fragmenten zijn in Daglicht uit de boeken I en II en in Juwelen uit de boeken III tot en met VI van de Masnavî . Er ontstaat de laatste decennia en jaren steeds meer belangstelling voor goede vertalingen van de werken van Roemi en andere dichters en schrijvers die in moeilijk toegankelijke talen, zoals hier het Perzisch en het Arabisch, hebben geschreven. De komende jaren zullen ongetwijfeld - mogen we hopen - nog vele aanvullende vertalingen het licht zien, om te beginnen in de grote moderne talen. Dat in het Nederlands nu weer zo'n aansprekende nieuwe vertaling, zij het een gedeeltelijke, het licht ziet, is een grote aanwinst. In afwachting van wat er in de toekomst aan aanvulling van de vertalingen van Roemi bij komt, kunnen we op Internet volgen wat er in het buitenland verschijnt, in het Engels en Duits speciaal. Er is zelfs al een site die zich speciaal richt op nieuw verschijnende vertalingen ( ) . Het komt vooral aan op een combinatie van kennis van de cultuur en de taal van het origineel en van begrip voor de betekenis daarvan voor de lezers van nu, voor het overeenstemmende en het verschillende, en wat beide nu - overgezet in heldere, en liefst poëtische taal - kunnen betekenen. Deze Nederlandse vertaling lijkt een gelukkige uitwerking hiervan, zij het niet een volledige en hopelijk nog niet de laatste. Maar zeker een inspirerende. Er is een verwijzing opgenomen naar de organisatie van een van de vertalers, Sipko de Boer, die zijn lezingen organiseert.
Een erg waardevol onderdeel van beide boeken is het register. Ik noem enkele van de begrippen met de meeste treffers: geest, God, hart, kennis, lichaam, licht, liefde, profeet, vrienden, vuur, wereld, ziel (in Daglicht ) en aarde, bestaan, dag, dood, geest, geliefde, genade, God, hart, kind, leven, lichaam, licht, liefde, mens, minnaar, moment, profeet, vorm, water, wereld, werkelijkheid, zee, ziel, zien, zoeken, zon (in Juwelen ). En dit zijn dan nog maar de allervaakst voorkomende woorden; en de juist maar een enkele maal voorkomende termen zijn (daarom, zou ik zeggen) ook heel bijzonder!
Gauw aanschaffen is het enige wat ik iedereen aanraadt. Laat je bedwelmen en op het spoor zetten waar Roemi je naar wijst. Want het gaat hem om jou en Wie je eigenlijk al bent. Wist je dat?!
Al vroeg ontdekte ik dat de spirituele dichter Roemi uit Turkije (geboren in het Perzisch sprekende Afghanistan maar met zijn vader, een geleerde imam, en diens gezin verhuisd naar de stad Konya) zo'n grote indruk wekte dat gedeelten van zijn werk in vrijwel alle moderne talen waren vertaald, en dat altijd wel een of andere - vaak kleine - uitgave ervan te vinden was. Twee van zulke uitgaven schafte ik enkele decennia geleden aan en las ik (zie elders , in mijn Literatuurlijst Islam voor beginners ). En zij maakten ook op mij een grote indruk. Hoewel uitgaand van zijn islamitische context kun je zijn gedichten rustig 'universeel' noemen want niet alleen binnen die islamitische cultuur maar in elke cultuur zullen mensen van allerlei slag zich aangesproken voelen door zijn poëzie. Wie weet hoe groot de waarde is die aan de Koran en haar taal wordt toegekend in de islamitische wereld zal niet verbaasd zijn te horen dat het werk van Roemi wel 'de Koran in het Perzisch' wordt genoemd. De waarde van zijn dichtkunst wordt door zijn culturele achtergrond niet beperkt, eerder vergroot. Die achtergrond verschafte hem de middelen, maar zijn boodschap is waardevol voor alle mensen, van welk geloof of welke cultuur of welke sociale en spirituele of intellectuele positie en hoedanigheid dan ook. In die zin - en zeker nu er over de hele wereld weer een nieuwe golf van belangstelling voor de geschiedenis van de islam gevonden wordt - is het niet vreemd dat de Unesco het jaar 2007 tot Roemi-jaar bestempeld heeft.
Elders vind je - als vervolg van deze bespreking - meer over Liefde is de weg (Roemi's kwatrijnen) en Waar twee oceanen samenkomen (over Roemi en zijn leraar Sjams) !
5 september 2006
Retour naar overzichtspagina gelezen teksten
URL: http://www.bk-books.eu/lezen9.html
Version 3 = latest revision of 1 September 2007 (Version
1: 16 January 2003)
© 2003-2004 Boudewijn Koole; copying admitted
in case
acknowledgement is provided (at least reference to site : www.bk-books.eu and with link to url (unique resource location or web-address) of the text copied or referred to; if wished so with your valuation )